Naam: Rachel Plinsinga
Studentennummer: 2803875
Studie: Rechtsgeleerdheid
Vak: Beginselen Staatsrecht
1
,Inhoudsopgave
Week 1 – algemene inleiding, staats- en staatsvorming, bronnen en werking van het staatsrecht,
rechtsstaat .................................................................................................................................. 3
VOORBEREIDINGSVRAGEN : .................................................................................................................... 3
HOORCOLLEGE : ................................................................................................................................... 7
W ERKGROEP : ...................................................................................................................................... 9
QUIZ VRAGEN : ..................................................................................................................................... 9
Week 2 – politiek staatsrecht: hoofdrolspelers ............................................................................ 13
VOORBEREIDINGSVRAGEN : .................................................................................................................. 13
HOORCOLLEGE : ................................................................................................................................. 17
QUIZ VRAGEN : ................................................................................................................................... 18
Week 3 – verhouding parlement-regering ..................................................................................... 21
VOORBEREIDINGSVRAGEN : .................................................................................................................. 21
HOORCOLLEGE : ................................................................................................................................. 25
W ERKGROEP : .................................................................................................................................... 29
QUIZ VRAGEN : ................................................................................................................................... 30
Week 4 – wetgeving ..................................................................................................................... 35
VOORBEREIDINGSVRAGEN : .................................................................................................................. 35
HOORCOLLEGE : ................................................................................................................................. 38
W ERKGROEP : .................................................................................................................................... 41
QUIZ VRAGEN : ................................................................................................................................... 42
Week 5 – internationale en Europese rechtsorde en de rechtspraak .............................................. 46
VOORBEREIDINGSVRAGEN : .................................................................................................................. 46
HOORCOLLEGE : ................................................................................................................................. 50
QUIZ VRAGEN : ................................................................................................................................... 54
Week 6 – grondrechten ............................................................................................................... 57
VOORBEREIDINGSVRAGEN : .................................................................................................................. 57
HOORCOLLEGE : ................................................................................................................................. 61
W ERKGROEP : .................................................................................................................................... 64
QUIZ VRAGEN : ................................................................................................................................... 65
Week 7 – decentralisatie ............................................................................................................. 69
VOORBEREIDINGSVRAGEN : .................................................................................................................. 69
HOORCOLLEGE : ................................................................................................................................. 73
W ERKGROEP : .................................................................................................................................... 77
QUIZ VRAGEN : ................................................................................................................................... 79
2
,Week 1 – algemene inleiding, staats- en staatsvorming, bronnen en
werking van het staatsrecht, rechtsstaat
VOORBEREIDINGSVRAGEN :
Vraag 1a. Wanneer is er sprake van een staat?
Er is sprake van een staat als er aan vier voorwaarden is voldaan, namelijk 1) er moet een
‘gemeenschap van mensen’ zijn (ook wel een bevolking), 2) er moet een aaneengesloten
grondgebied zijn (territoir), 3) ze oefenen effectief gezag uit en 4) erkenning van andere staten.
Echter, de laatste voorwaarden is geen formeel vereiste om aan een staat te voldoen. Een staat
is tevens dynamisch, dus flexibel te noemen. Een grondgebied moet namelijk kunnen
veranderen, maar bijvoorbeeld ook het gezag. Het begrip ‘staat’ correspondeert dan ook met
het begrip ‘rechtsgemeenschap’.
Vraag 1b. Kunnen onderstaande entiteiten in het licht van de in het boek gehanteerde
kenmerken worden beschouwd als een staat?
- Rusland.
- Taiwan.
Rusland kan gezien worden als een staat. Er is namelijk sprake van een gemeenschap van
mensen, een territorium en er is sprake van (effectief) gezag binnen Rusland. Ook is Rusland
erkend door andere staten, maar dit is geen formeel vereiste.
Taiwan kan ook gezien worden als een staat. Echter, geeft China aan dat Taiwan deel uitmaakt
van de Volksrepubliek China. Toch is er in Taiwan een gemeenschap van mensen, een
territorium en wordt er effectief gezag uitgeoefend. Ook wordt sinds 2023 Taiwan erkend door 13
andere staten en dit is toch wel een versterking van de rechtspositie.
3
, Vraag 2a. Lees onderstaande passage uit een nieuwsartikel over demonstratief aan de UvA en
beantwoord de vragen. Welk(e) kenmerk(en) van de staat herken je in het handelen van de
gemeente Amsterdam, in het bijzonder van burgemeester Halsema?
Er is hier sprake van het kenmerk ‘effectief gezag’, omdat burgemeester Halsema in een
kritische gemeenteraad uitleg heeft gegeven over hoe zij keuzes hebben gemaakt over de
ontruiming bij de UvA. Burgemeester Halsema besloot namelijk om pas in te grijpen tijdens het
protest toen het niet meer vreedzaam gebeurden. Burgemeester Halsema heeft dus gezag
uitgeoefend over hoe de situatie moest lopen op dat moment.
Vraag 2b. Stel dat de demonstranten vanwege het ingrijpen van de burgemeester hun heil
hadden gezocht bij de rechter. Welke in Nederland geldende regelgeving zouden zij kunnen
aandragen bij de rechter?
Zij zouden dan artikel 9 lid 1 Grondwet kunnen aandragen bij de rechter, dit gaan namelijk over
vrijheid van vergadering en betoging. Ook zouden zij artikel 11 EVRM kunnen aandragen, dit gaat
ook over vrijheid van vereniging en vergadering. Het geeft ze het recht om te protesteren. Denk
ook aan artikel 2, 5, 6 en 7 WOM (Wet Openbare Manifestaties).
Vraag 3. Beredeneer aan de hand van de hoofdstukindeling van de Grondwet in welk(e)
artikel(en) eventueel iets wordt geregeld met betrekking tot:
a. De doodstraf; artikel 114 Grondwet (hoofdstuk 6).
b. Het (recht op) onderwijs; artikel 23 Grondwet (hoofdstuk 1).
c. De burgemeester; artikel 125 lid 2 Grondwet en artikel 131 Grondwet (hoofdstuk 7).
d. De verkiezingen voor de Tweede Kamer; artikel 53 e.v. Grondwet (hoofdstuk 3) en artikel 4
Grondwet (hoofdstuk 1).
e. De Europese Unie; artikel 90 Grondwet (hoofdstuk 5), maar de EU wordt niet expliciet
genoemd.
f. Hoe de Grondwet gewijzigd kan worden; artikel 137 e.v. Grondwet (hoofdstuk 8).
4