PLANTENBESCHERMING I
INLEIDING
Natuurlijk ecosysteem Agrocultureel ecosysteem
• Diverser • Homogener
• Als mens niet ingrijpen/corrigeren • Lagere biodiversiteit
• Beperkt aantal plaaginsecten • Hogere dichtheid van gewassoorten
• In evenwicht met andere • Extensief of intensief
planten/vijanden • Tegen natuur in → bescherming nodig
Voedselzekerheid ~ voedselveiligheid!
Plantenbescherming bestaat sinds domesticatie van planten
→ Stroomversnelling na WO2: chemische plantenbescherming
→ Voordelen: arbeid, verbetering volksgezondheid, productiviteit, hygiëne
→ Nadelen: ecotoxicologische problemen
➔ Maatschappelijk debat rond gebruik gewasbeschermingsmiddelen (GBM)
Integrated Pest Management (IPM)
o Verplicht in Europa sinds 2014
o Middelen natuurlijke oorsprong
o Afname aandeel chemie: reductie van 50% tegen 2030 (EU Green Deal)
o Biopesticiden, precisielandbouw, biotechnologie
Examen: 4 voorbeelden van elk
Abiotische factoren = groeifactoren
Biotische factoren = levende
organismen die schade gaan geven
Abiotische verliezen: afhankelijk
van locatie waarin plant staat
→ Wij kunnen hier weinig aan
bijsturen (behalve bemesting)
,Schadebeeld: verschillende vormen
• Concurrentie voor groeifactoren
• Beschadiging of functionele belemmering van essentiële plantenfuncties
(fotosynthese, stomata)
Zie bladluizen – mieren interactie: bladluizen zuigen suiker uit
plant en scheiden dit uit onder de vorm van honingdauw → trekt
mieren aan waardoor mieren onbewust bladluizen gaan
beschermen → probleem voor ons want natuurlijke vijanden
kunnen moeilijk ingezet worden + in honingdauw gaan
roetdauwschimmels groeien
• Productie van toxinen → mycotoxines
Examen: definitie mycotoxines + 1
voorbeeld kunnen geven
Mycotoxines: schadelijke stoffen
(secundair metaboliet) geproduceerd door
een schimmel wanneer hij onder stress
staat, zorgt dat plant minder snel
opgegeten wordt (bescherming)
• Verstoring plantenhormoonbalansen
• Wegvreten bladoppervlakte
Zie graanhaantje → vensterschade: bovenste laag bladmoes afschrapen terwijl onderste
epidermis intact blijft
• Bevuiling van te oogsten producten
• Cosmetische schade
Beschadiging van sierplanten/planten die geplaatst worden om hun mooi uiterlijk
Bv. Buxusmot
,Verliezen
Abiotische verliezen: verliezen door
niet-levende factoren (droogte, hitte,
wateroverlast…)
Actuele verliezen: verliezen door
biotische factoren (insecten,
schimmels…)
Potentiële verliezen: verliezen door
biotische & abiotische factoren
a) Primitieve opbrengst: opbrengst zonder moderne landbouwmaatregelen, inclusief zonder
enige vorm van bescherming of bemesting
b) Potentiële opbrengst: wanneer we alles optimaliseren naar genetisch potentieel van de
plant, in praktijk niet haalbaar wegens stressfactoren → haalbare opbrengst
Dit is de maximale opbrengst van een gewas onder ideale omstandigheden: genoeg
zonlicht, water, voedingsstoffen, en geen stress
→ Plantenbescherming is hier niet nodig: het is een theoretisch maximum
c) Haalbare opbrengst: wat overblijft van potentiële opbrengst na abiotische verliezen,
opbrengst die je kan behalen als je alle biotische stressfactoren (zoals plagen en ziektes)
onder controle hebt
d) Actuele opbrengst: wat de boer uiteindelijk oogst, na alle verliezen
→ Kleine actuele verliezen: we slagen erin plant
goed te beschermen
→ Kleine potentiële verliezen: plant is goed
aangepast aan ons ecosysteem
Omvang verliezen afhankelijk van interactie plant ~ plantvijand ~ ecosysteem
o Tijdstip van aantasting
o Omgevingsfactoren (T°, RV…)
o Resistentie/tolerantie van plant
- Resistentie: Actieve verdediging van de plant tegen een plaag of ziekte
→ De plant remt of voorkomt de groei of verspreiding van de plaag of
ziekteverwekker
→ Ziekte ontwikkelt zich niet of nauwelijks (immuun)
- Tolerantie: de plant wordt wel aangetast, maar blijft goed functioneren en geeft
nog steeds een redelijke opbrengst
→ ziekte is aanwezig maar plant verdraagt schade beter
→ plant kan ziekte verspreiden
o Virulentie/agressiviteit pathogeen
, “Ziektedriehoek”
Geeft tritrofe interactie tussen plant, omgeving en ziekteverwekker
Een ziekte bij planten ontstaat alleen als drie factoren tegelijk aanwezig zijn:
1. Vatbare plant (host)
2. Ziekteverwekker (pathogeen)
3. Gunstige omgeving
→ Als je één van deze drie onderbreekt of verstoort, kan de ziekte zich niet (of minder)
ontwikkelen
Noodzaak van plantenbescherming:
• Kwantitatieve verliezen (kg/ha voederverlies)
• Kwalitatieve verliezen (kwaliteit voeder daalt)
Enkele voorbeelden uit het verleden: dia 38-44
Als we niet ingrijpen zal onkruid het grootste probleem zijn
Als we wel ingrijpen zal onkruid het best van al reduceren
→ Percentage = verschil tussen beide = effect als we
ingrijpen
✓ Wereldwijd 25-30% opbrengst verloren na ingrijpen
✓ Zonder bescherming = 50-60%
✓ Na oogst nog eens 25% verlies
INLEIDING
Natuurlijk ecosysteem Agrocultureel ecosysteem
• Diverser • Homogener
• Als mens niet ingrijpen/corrigeren • Lagere biodiversiteit
• Beperkt aantal plaaginsecten • Hogere dichtheid van gewassoorten
• In evenwicht met andere • Extensief of intensief
planten/vijanden • Tegen natuur in → bescherming nodig
Voedselzekerheid ~ voedselveiligheid!
Plantenbescherming bestaat sinds domesticatie van planten
→ Stroomversnelling na WO2: chemische plantenbescherming
→ Voordelen: arbeid, verbetering volksgezondheid, productiviteit, hygiëne
→ Nadelen: ecotoxicologische problemen
➔ Maatschappelijk debat rond gebruik gewasbeschermingsmiddelen (GBM)
Integrated Pest Management (IPM)
o Verplicht in Europa sinds 2014
o Middelen natuurlijke oorsprong
o Afname aandeel chemie: reductie van 50% tegen 2030 (EU Green Deal)
o Biopesticiden, precisielandbouw, biotechnologie
Examen: 4 voorbeelden van elk
Abiotische factoren = groeifactoren
Biotische factoren = levende
organismen die schade gaan geven
Abiotische verliezen: afhankelijk
van locatie waarin plant staat
→ Wij kunnen hier weinig aan
bijsturen (behalve bemesting)
,Schadebeeld: verschillende vormen
• Concurrentie voor groeifactoren
• Beschadiging of functionele belemmering van essentiële plantenfuncties
(fotosynthese, stomata)
Zie bladluizen – mieren interactie: bladluizen zuigen suiker uit
plant en scheiden dit uit onder de vorm van honingdauw → trekt
mieren aan waardoor mieren onbewust bladluizen gaan
beschermen → probleem voor ons want natuurlijke vijanden
kunnen moeilijk ingezet worden + in honingdauw gaan
roetdauwschimmels groeien
• Productie van toxinen → mycotoxines
Examen: definitie mycotoxines + 1
voorbeeld kunnen geven
Mycotoxines: schadelijke stoffen
(secundair metaboliet) geproduceerd door
een schimmel wanneer hij onder stress
staat, zorgt dat plant minder snel
opgegeten wordt (bescherming)
• Verstoring plantenhormoonbalansen
• Wegvreten bladoppervlakte
Zie graanhaantje → vensterschade: bovenste laag bladmoes afschrapen terwijl onderste
epidermis intact blijft
• Bevuiling van te oogsten producten
• Cosmetische schade
Beschadiging van sierplanten/planten die geplaatst worden om hun mooi uiterlijk
Bv. Buxusmot
,Verliezen
Abiotische verliezen: verliezen door
niet-levende factoren (droogte, hitte,
wateroverlast…)
Actuele verliezen: verliezen door
biotische factoren (insecten,
schimmels…)
Potentiële verliezen: verliezen door
biotische & abiotische factoren
a) Primitieve opbrengst: opbrengst zonder moderne landbouwmaatregelen, inclusief zonder
enige vorm van bescherming of bemesting
b) Potentiële opbrengst: wanneer we alles optimaliseren naar genetisch potentieel van de
plant, in praktijk niet haalbaar wegens stressfactoren → haalbare opbrengst
Dit is de maximale opbrengst van een gewas onder ideale omstandigheden: genoeg
zonlicht, water, voedingsstoffen, en geen stress
→ Plantenbescherming is hier niet nodig: het is een theoretisch maximum
c) Haalbare opbrengst: wat overblijft van potentiële opbrengst na abiotische verliezen,
opbrengst die je kan behalen als je alle biotische stressfactoren (zoals plagen en ziektes)
onder controle hebt
d) Actuele opbrengst: wat de boer uiteindelijk oogst, na alle verliezen
→ Kleine actuele verliezen: we slagen erin plant
goed te beschermen
→ Kleine potentiële verliezen: plant is goed
aangepast aan ons ecosysteem
Omvang verliezen afhankelijk van interactie plant ~ plantvijand ~ ecosysteem
o Tijdstip van aantasting
o Omgevingsfactoren (T°, RV…)
o Resistentie/tolerantie van plant
- Resistentie: Actieve verdediging van de plant tegen een plaag of ziekte
→ De plant remt of voorkomt de groei of verspreiding van de plaag of
ziekteverwekker
→ Ziekte ontwikkelt zich niet of nauwelijks (immuun)
- Tolerantie: de plant wordt wel aangetast, maar blijft goed functioneren en geeft
nog steeds een redelijke opbrengst
→ ziekte is aanwezig maar plant verdraagt schade beter
→ plant kan ziekte verspreiden
o Virulentie/agressiviteit pathogeen
, “Ziektedriehoek”
Geeft tritrofe interactie tussen plant, omgeving en ziekteverwekker
Een ziekte bij planten ontstaat alleen als drie factoren tegelijk aanwezig zijn:
1. Vatbare plant (host)
2. Ziekteverwekker (pathogeen)
3. Gunstige omgeving
→ Als je één van deze drie onderbreekt of verstoort, kan de ziekte zich niet (of minder)
ontwikkelen
Noodzaak van plantenbescherming:
• Kwantitatieve verliezen (kg/ha voederverlies)
• Kwalitatieve verliezen (kwaliteit voeder daalt)
Enkele voorbeelden uit het verleden: dia 38-44
Als we niet ingrijpen zal onkruid het grootste probleem zijn
Als we wel ingrijpen zal onkruid het best van al reduceren
→ Percentage = verschil tussen beide = effect als we
ingrijpen
✓ Wereldwijd 25-30% opbrengst verloren na ingrijpen
✓ Zonder bescherming = 50-60%
✓ Na oogst nog eens 25% verlies