Hoofdstuk 2. Technieken om
hersenfuncties te bestuderen
2.1 Inleiding
De technieken om de hersenen te bestuderen , bezitten elk een specifieke spatiale en
temporele resolutie
2.2 Letselstudies
Laesies kunnen postmortem (autopsie) of d.m.v. beelvormingstechnieken (CT, MRI) in
het licht worden gesteld en worden gecorreleerd aan functieverlies
Bij proefdieren kunnen experimentele selectieve letsels worden gemaakt
tijdelijke + reversibele (in)activatie verkregen door injectie van farmacologische
agentia of door koeling
2.3 EEG en MEG
EEG
EEG = elektro-encephalografie is een niet-invasieve meting van hersenactiviteit
waarbij elektrodes worden aangebrach op de scalp
klinisch belang: slaaponderzoek + diagnose epilepsie
meet microvolt-fluctuaties die worden veroorzaakt door de elektrische activiteit van grote
populaties neuronen
vooral neuronen gelegen in cortex tegenaan de schedel, dus niet/minder de neuronen in
de sulci of dieper gelegen hersenkernen
de bijdrage van een individueel neuron tot het EEG-signaal klein is → amplitude vooral
bepaald de mate van synchroniciteit waarmee neuronen actief zijn
⇒ niet alleen aantal actieve neuronen is belangrijk, maar ook timing ervan!
ontstaan van veel dipolen rond aanliggende neuronen → ontstaan potentiaal die gemeten
kan worden
slechte spatiale resolutie + hoge temporele resolutie
Hoofdstuk 2. Technieken om hersenfuncties te bestuderen 1
hersenfuncties te bestuderen
2.1 Inleiding
De technieken om de hersenen te bestuderen , bezitten elk een specifieke spatiale en
temporele resolutie
2.2 Letselstudies
Laesies kunnen postmortem (autopsie) of d.m.v. beelvormingstechnieken (CT, MRI) in
het licht worden gesteld en worden gecorreleerd aan functieverlies
Bij proefdieren kunnen experimentele selectieve letsels worden gemaakt
tijdelijke + reversibele (in)activatie verkregen door injectie van farmacologische
agentia of door koeling
2.3 EEG en MEG
EEG
EEG = elektro-encephalografie is een niet-invasieve meting van hersenactiviteit
waarbij elektrodes worden aangebrach op de scalp
klinisch belang: slaaponderzoek + diagnose epilepsie
meet microvolt-fluctuaties die worden veroorzaakt door de elektrische activiteit van grote
populaties neuronen
vooral neuronen gelegen in cortex tegenaan de schedel, dus niet/minder de neuronen in
de sulci of dieper gelegen hersenkernen
de bijdrage van een individueel neuron tot het EEG-signaal klein is → amplitude vooral
bepaald de mate van synchroniciteit waarmee neuronen actief zijn
⇒ niet alleen aantal actieve neuronen is belangrijk, maar ook timing ervan!
ontstaan van veel dipolen rond aanliggende neuronen → ontstaan potentiaal die gemeten
kan worden
slechte spatiale resolutie + hoge temporele resolutie
Hoofdstuk 2. Technieken om hersenfuncties te bestuderen 1