- belangrijkste zin van de hele tekst, staat meestal in de inleiding of slot.
Leesstrategieën
Oriënterend lezen
- Onderwerp vaststellen. Snel bepalen of een tekst bruikbaar of interessant is
voor jou.
Globaal lezen
- Deelonderwerpen vaststellen. Lees de eerste en laatste alinea etc.
Intensief lezen
- De tekst helemaal goed begrijpen. De hoofdzaken van de tekst vinden.
Zoekend lezen
- Bruikbare informatie in de tekst vinden
Kritisch lezen
- De betrouwbaarheid van de informatie en de argumentatie in een tekst
beoordelen
Studerend lezen
- De inhoud van een tekst onthouden
Schrijfdoelen
Amuseren
- Je kunt denken aan ‘Aan het lachen maken’ of ‘Ontroeren’. Amuserende
teksten zijn meestal gedichten en strips
Informeren: Uiteenzetting
- Een tekst die bedoeld is om de lezer iets te leren, noem je een ‘uiteenzetting’.
De auteur legt bijvoorbeeld iets uit, hij beantwoordt een vraag, hij draagt
oplossingen aan voor een probleem of hij geeft een historisch overzicht van
iets.
Opiniëren: Beschouwing
- Opiniëren is een beschouwing. In een beschouwing wil de auteur zijn lezers
zelf over iets laten nadenken. Hij geeft bijvoorbeeld de voor- en nadelen van
een verschijnsel, verschillende meningen van deskundige en betrokkenen
over de kwestie, de oorzaken en gevolgen van het probleem, verschillende
oplossingen en de voor- en nadelen van die oplossingen.
Overtuigen
- Een tekst met het doel overtuigen noem je een betoog. De schrijver wil de de
lezers zijn standpunt over een bepaalde kwestie overnemen.