Cultuurfilosofie
Het begrip cultuur
De vele betekenissen van cultuur
Begrip cultuur ≈ verschillende objecten → personen, programma’s, manifestaties, gemeenschappen, ...
- Domein van cultuurfilosofie = begrip cultuur → alledaagse woordenschat juiste betekenis
- Cultuurcriticus = persoon die kritische essays schrijft over de normen/waarden
- Cultuurlandlandschap = aspecten van landschap bewerkt door activiteiten/technieken van de mens
➢ Aarde = bewerkt en gewassen door de mens (omploegen, planten, ...)
➢ Cultuur = ontginning, verbouwen, telen, kweken, ... → knowhow en praktijk
➢ Vb. mijnbouwcultuur, bloemencultuur, ...
- Biologisch begrip: processen die zich in de organische natuur afspelen
➢ Natuurlijke ordening door interacties
➢ Vb. bijencultuur, mierencultuur, ...
➢ Interacties ≠ door toedoen van de mens → mens = onderdeel van natuur
Afbakening ahv 3 onderscheidingen:
1. Cultuur ≈ menselijke activiteit
➢ Niet alleen over menselijke handelingen → zonder intenties, zonder wil, ... = aanpassingen
➢ Beperking: mens = voorwaarde van cultuur
➢ ≠ zuivering van biologisch begrip → activiteit ≈ interactie met natuur en omgeving
• Mens = afhankelijk van omgeving
• ! strikt biologische/naturalistische benadering bestaat niet
2. Algemeen concept van cultuur
➢ Beperkte betekenis: cultuur = segment van maatschappelijke interacties
• Instellingen met specifieke cultuur-logica (vb. opera, cinema, school, ...)
• Cultuur = ideële, geestelijke manifestaties van menselijke activiteit
➢ Algemene betekenis: elke activiteit van de mens is onderdeel van de cultuur
• Historisch gegroeide maatschappelijke ordening (vb. Westen, Grieken, modern, ...)
• ! Aandacht voor moderne en hedendaagse westerse cultuur
3. Symbolisch karakter van cultuur
➢ Niet elke activiteit = cultuurrelevant → handelingstheorie ≠ cultuurtheorie
➢ Cultuur = sociaal karakter + objectiviteit → = gedeeld/toegankelijk voor hele gemeenschap
➢ Cultuur = relatieve zelfstandigheid tov individuele handeling
➢ Cultuur = symbolisch: verbinding met taal
• Aristoteles: onderscheiding mens ≈ sprekende taal
• Taal = verbanden leggen > causale relaties
• Taal: afstand met natuurlijke/fysieke omgeving → onttrekken onder onderwerping
• Taal = constitutief voor cultuur culturele manifestaties ≠ altijd talig (objecten)
➢ ‘het symbolische’: cultuurobjecten = betekenislaag die individuele handelingen overschrijdt
! onderscheid: algemeen begrip van cultuur → intrinsiek verwijzen naar menselijke actviteit met een
symbolisch karakter
,Cultuur versus natuur
= tegenstelling gebaseerd op het onderscheid tussen wat door conventie tot stand komt en wat op
organische wijze wordt voorgebracht
- Door mens gemaakt van nature gegeven // nomos psysis // cultuurobject natuurobject
- Onderscheid: cultuur verwijst door naar de menselijke activiteit
➢ Doorverwijzing ≠ tegenstelling → mens = natuurlijk
➢ Onderscheid = tegenstelling (begrepen)
Historisch begrip tegenstelling:
1. Klassieke oudheid – Sofisten: Physis nomos
➢ Conventionele opvatting van de menselijke samenleving
➢ Instellingen, wetten en normen ≈ menselijke handelingen
➢ traditionele opvatting: instellingen, wetten, ... = weerspiegeling van natuurlijke orde
2. 19e eeuw: discussie afbakening en onderscheid geesteswetenschappen natuurwetenschappen
➢ Onderscheid tussen objecten door mens gemaakt (artefacten) nature gegeven
➢ Humanistische filosoof: Giambattista Vico
• Eerste toegankelijke/vertrouwde objecten = uitdrukking van menselijke activiteit
• 2e soort object = vreemd (stom en ontoegankelijk voor menselijke geest)
➢ Discussie: verschil in methode → begrijpen verklaren
• Cultuurobjecten ≈ interpretatie
• Natuurobjecten ≈ causaliteit van natuurwetten
Dergelijke tegenstelling → belangrijk strikte afbakening
- Cultuur = beperkt tot al wat door de mens tot stand wordt gebracht → Gemaakt
- Natuur = geheel van wat door de mens wordt aangetroffen (vooraf aan activiteiten) → Gegeven
4 problemen van opvatting:
1. Tegenstelling → breuk tussen natuur en cultuur
2. Concept gemaakt ≠ helder en volledig om uit te leggen waarom een object cultuurrelevant is
3. Onderscheid gemaakt gegeven ≠ voldoende voor onderscheid natuur cultuur
4. Tegenstelling niet in staat de dynamische relatie tussen beide te thematiseren
➢ Cultuur = ontstaan vanuit en een transformatie van natuur
➢ Natuur ≠ vaste entiteit (wat is natuur + verhouding tot natuur ≈ cultuur)
➢ Cultuur en natuur = met elkaar verweven
Cultuur als cultura
Cultura = verwijst door naar de landbouw = Latijns woord ‘colere’ (bewonen, bouwen, ...)
- Cultuur als cultura = dynamische opvatting tussen cultuur en natuur
- Landbouw = het in cultuur brengen van woeste grond
➢ Interactie tussen omgang van de mens met natuurlijke processen
- Organische processen in de natuur ≠ tegenover mens = beïnvloed (door) de mens
Etymologische betekenis:
- Cultus = wonen, onderhouden, cultiveren en eren van = betekenis op domein van religie
- Vb. cultus van de Goden = bewaren, onderhouden en eren van godenbeelden
,‘Cultura animi’ = formulering van Cicero:
- Vertaling = zorgen voor de ziel betekenis = zorg dragen voor bestaan medemens
- Gedachte: zorg voor de ziel = cultiveren van de medemens (ontplooiing en ontwikkeling)
- ! Vorming van de ziel
Algemene opvatting van cultuur = maatstaf voor ontwikkeling
- In het streven naar zelfontwikkeling
- In het realiseren van de politieke, sociale, technologische en etnische potentiëlen van een volk
Recente opvattingen
Dynamische benadering = combinatie van beide → pas dan mogelijk + noodzakelijk
De formele opvatting van cultuur
Cultuurgedachte ≈ vermogens van de mens (Kant, Hegel, ...)
- Erfenis van Duits idealisme → terugval op rigide tegenstelling cultuur natuur
➢ Statistisch begrip van cultuur ≈ gegeven vermogens (vb. ratio, rede, ...)
➢ Vermogen → onderscheid tegenover andere natuurwezens
- Mens = animal rationale:
➢ Cultuur = ontplooiing en verwerkelijking van een aan de mens gegeven vermogen
➢ Vermogen = gegeven = los van cultuur
➢ Ontwikkeling cultuur ≈ omzetting intenties, doelen en plannen (binnen vermogen)
- Problemen: Vermogen los van cultuur? Rede of rationaliteit overal hetzelfde?
Formele opvatting: 19e eeuw
- Zoektocht naar fundering van cultuur- of geesteswetenschappen → Duits idealisme!
- Kants begrip van rede (vernuft) → samenwerking van universele vermogen (buiten tijd)
- Hegels begrip van geist → spiritueel principe van waaruit de werkelijkheid zich ontvouwt
- Funderingsproblematiek (= kenmerken voor cultuurfilosofie)
➢ Tegenstelling met natuurwetenschappen = belangrijk
• Vraag naar zelfstandigheid van geesteswetenschappen (tov natuurwetenschappen)
➢ Zoektocht naar specifieke methode (+ verschil met natuurwetenschappen)
➢ Dilthey: onderscheid verklaren (erklären) begrijpen (verstehen)
! niet noodzakelijk terugval naar tegenstelling cultuur natuur
- Cultuurbegrip ≠ vooraf gegeven vermogen = dynamisch vermogen
➢ Te onderzoeken uitgaande van interactie tussen mens en zijn omgeving
➢ Interactie = orde van uitwisseling
• 2 polen beïnvloeden elkaar wederzijds en worden getransformeerd
• Mens = betrokken in interactie met materiële omgeving → vermogens = zichtbaar
- Cultuur = autonome presentie tov menselijke activiteit
➢ Eigen processen/betekenissen + contingent
➢ ≠ resultaat van ontwikkeling uit vooraf gegeven
Drievoudige relevantie:
1. Veralgemening cultuurconcept (los van cultura en natuurwetenschappen)
, 2. Afbakening als autonoom domein van objectiveerbare entiteiten (systematische benadering)
➢ Gestolde vormen (uit interaactie) = objectiveerbare entiteiten
➢ Culturele en betekenisprocessen = zelfstandige dynamiek
➢ Nieuwe vragen: statuut als zelfstandige discipline?
3. Aandacht voor interactie met andere wetenschapsgebieden
➢ Cultuurfilosofie = instabiel ≈ invloed van andere domeinen
➢ Vb. antropologie, biologie, sociologie, linguïstiek, ...
➢ Invloed = aanleiding tot verschillende opvattingen en benaderingen
De materiële opvatting van cultuur
Cultuur ≈ materiële condities (bepalend voor ontwikkeling mens en cultuur)
- ≠ vanuit intenties en vermogen van de mens
- = vanuit materiële condities: atomen, natuurlijke processen, ontwikkeling organismen, ...
Geen tegenstelling/breuk tussen cultuur en natuur → cultuur = natuur
- Mens + interacties = veroorzaakt door materiële condities in de natuur
- Risico: reductionisme → cultuur = wetmatigheden van de natuur
➢ Cultuurobject = natuurobject (probleem: vb. plastieken flesje = boom)
➢ Probleem: betekenis van symbolische vormen, praktijken en objecten?
- Historische bronteksten:
➢ De rerum natura – lucretius: beroep op Epicurische leer van atomisme (oudheid)
• Ontstaan van de kosmos + ontstaan van de ziel
• Afhankelijkheid van de mens: mens = vanuit natuur en zijn atomen
➢ Begin moderne tijd: belangrijke heropleving materiële opvatting
• Mechanisering wereldbeeld + experimentele fysica → nieuwe opvatting natuur
• Gebaseerd op de wetten van de mechanica: natuur ≠ organisch
• Strikt materiële causaliteit tussen onderdelen (kracht, beweging, stabiliteit...)
➢ Bacon: voorstander empirische methode → mens = onderworpen aan natuur
• Vreedzame samenleving ≈ techniek en wetenschap (ontwikkeling ≈ kennis)
• In staat om inzichten te verwerven → natuur beheren
• Afhankelijkheid van de mens: meester van de natuur ≈ mechanica
➢ Spinoza: natuur = goddelijk immanent → mens = onderworpen door lichamelijkheid
• = substantie met attributen → mens = vertrouwd met kleine hoeveelheid attributen
• In staat om inzichten te verwerven → vertrouwd worden met attributen
• Verdediger panentheïsme: ( Lucretius)
o = god is immanent en transcedent (doordringend en aanwezig in alles)
o = buiten en onafhankelijk van de wereld bestaande
o Elke fysieke manifestatie (culturele objecten) = doordrongen met natuur
• Afhankelijkheid van de mens: mens = onderdeel van goddelijke natuur
- Probleem = reductie tot natuur ≠ afhankelijkheid
Hedendaags materialisme:
- Humanisme: bevoorrechte rol aan de mens → mens = dominant + natuur = systeem
- Kritiek op humanistische vooronderstellingen van klassiek materialisme
➢ Nieuwe opvattingen van materie (vage betekenis)
➢ Interactie tussen mens en omgeving (geen abstractie: begrip materie = begrip verhouding)
➢ Ontwikkeling van life sciences (invloed moderne fysica, ...)
Het begrip cultuur
De vele betekenissen van cultuur
Begrip cultuur ≈ verschillende objecten → personen, programma’s, manifestaties, gemeenschappen, ...
- Domein van cultuurfilosofie = begrip cultuur → alledaagse woordenschat juiste betekenis
- Cultuurcriticus = persoon die kritische essays schrijft over de normen/waarden
- Cultuurlandlandschap = aspecten van landschap bewerkt door activiteiten/technieken van de mens
➢ Aarde = bewerkt en gewassen door de mens (omploegen, planten, ...)
➢ Cultuur = ontginning, verbouwen, telen, kweken, ... → knowhow en praktijk
➢ Vb. mijnbouwcultuur, bloemencultuur, ...
- Biologisch begrip: processen die zich in de organische natuur afspelen
➢ Natuurlijke ordening door interacties
➢ Vb. bijencultuur, mierencultuur, ...
➢ Interacties ≠ door toedoen van de mens → mens = onderdeel van natuur
Afbakening ahv 3 onderscheidingen:
1. Cultuur ≈ menselijke activiteit
➢ Niet alleen over menselijke handelingen → zonder intenties, zonder wil, ... = aanpassingen
➢ Beperking: mens = voorwaarde van cultuur
➢ ≠ zuivering van biologisch begrip → activiteit ≈ interactie met natuur en omgeving
• Mens = afhankelijk van omgeving
• ! strikt biologische/naturalistische benadering bestaat niet
2. Algemeen concept van cultuur
➢ Beperkte betekenis: cultuur = segment van maatschappelijke interacties
• Instellingen met specifieke cultuur-logica (vb. opera, cinema, school, ...)
• Cultuur = ideële, geestelijke manifestaties van menselijke activiteit
➢ Algemene betekenis: elke activiteit van de mens is onderdeel van de cultuur
• Historisch gegroeide maatschappelijke ordening (vb. Westen, Grieken, modern, ...)
• ! Aandacht voor moderne en hedendaagse westerse cultuur
3. Symbolisch karakter van cultuur
➢ Niet elke activiteit = cultuurrelevant → handelingstheorie ≠ cultuurtheorie
➢ Cultuur = sociaal karakter + objectiviteit → = gedeeld/toegankelijk voor hele gemeenschap
➢ Cultuur = relatieve zelfstandigheid tov individuele handeling
➢ Cultuur = symbolisch: verbinding met taal
• Aristoteles: onderscheiding mens ≈ sprekende taal
• Taal = verbanden leggen > causale relaties
• Taal: afstand met natuurlijke/fysieke omgeving → onttrekken onder onderwerping
• Taal = constitutief voor cultuur culturele manifestaties ≠ altijd talig (objecten)
➢ ‘het symbolische’: cultuurobjecten = betekenislaag die individuele handelingen overschrijdt
! onderscheid: algemeen begrip van cultuur → intrinsiek verwijzen naar menselijke actviteit met een
symbolisch karakter
,Cultuur versus natuur
= tegenstelling gebaseerd op het onderscheid tussen wat door conventie tot stand komt en wat op
organische wijze wordt voorgebracht
- Door mens gemaakt van nature gegeven // nomos psysis // cultuurobject natuurobject
- Onderscheid: cultuur verwijst door naar de menselijke activiteit
➢ Doorverwijzing ≠ tegenstelling → mens = natuurlijk
➢ Onderscheid = tegenstelling (begrepen)
Historisch begrip tegenstelling:
1. Klassieke oudheid – Sofisten: Physis nomos
➢ Conventionele opvatting van de menselijke samenleving
➢ Instellingen, wetten en normen ≈ menselijke handelingen
➢ traditionele opvatting: instellingen, wetten, ... = weerspiegeling van natuurlijke orde
2. 19e eeuw: discussie afbakening en onderscheid geesteswetenschappen natuurwetenschappen
➢ Onderscheid tussen objecten door mens gemaakt (artefacten) nature gegeven
➢ Humanistische filosoof: Giambattista Vico
• Eerste toegankelijke/vertrouwde objecten = uitdrukking van menselijke activiteit
• 2e soort object = vreemd (stom en ontoegankelijk voor menselijke geest)
➢ Discussie: verschil in methode → begrijpen verklaren
• Cultuurobjecten ≈ interpretatie
• Natuurobjecten ≈ causaliteit van natuurwetten
Dergelijke tegenstelling → belangrijk strikte afbakening
- Cultuur = beperkt tot al wat door de mens tot stand wordt gebracht → Gemaakt
- Natuur = geheel van wat door de mens wordt aangetroffen (vooraf aan activiteiten) → Gegeven
4 problemen van opvatting:
1. Tegenstelling → breuk tussen natuur en cultuur
2. Concept gemaakt ≠ helder en volledig om uit te leggen waarom een object cultuurrelevant is
3. Onderscheid gemaakt gegeven ≠ voldoende voor onderscheid natuur cultuur
4. Tegenstelling niet in staat de dynamische relatie tussen beide te thematiseren
➢ Cultuur = ontstaan vanuit en een transformatie van natuur
➢ Natuur ≠ vaste entiteit (wat is natuur + verhouding tot natuur ≈ cultuur)
➢ Cultuur en natuur = met elkaar verweven
Cultuur als cultura
Cultura = verwijst door naar de landbouw = Latijns woord ‘colere’ (bewonen, bouwen, ...)
- Cultuur als cultura = dynamische opvatting tussen cultuur en natuur
- Landbouw = het in cultuur brengen van woeste grond
➢ Interactie tussen omgang van de mens met natuurlijke processen
- Organische processen in de natuur ≠ tegenover mens = beïnvloed (door) de mens
Etymologische betekenis:
- Cultus = wonen, onderhouden, cultiveren en eren van = betekenis op domein van religie
- Vb. cultus van de Goden = bewaren, onderhouden en eren van godenbeelden
,‘Cultura animi’ = formulering van Cicero:
- Vertaling = zorgen voor de ziel betekenis = zorg dragen voor bestaan medemens
- Gedachte: zorg voor de ziel = cultiveren van de medemens (ontplooiing en ontwikkeling)
- ! Vorming van de ziel
Algemene opvatting van cultuur = maatstaf voor ontwikkeling
- In het streven naar zelfontwikkeling
- In het realiseren van de politieke, sociale, technologische en etnische potentiëlen van een volk
Recente opvattingen
Dynamische benadering = combinatie van beide → pas dan mogelijk + noodzakelijk
De formele opvatting van cultuur
Cultuurgedachte ≈ vermogens van de mens (Kant, Hegel, ...)
- Erfenis van Duits idealisme → terugval op rigide tegenstelling cultuur natuur
➢ Statistisch begrip van cultuur ≈ gegeven vermogens (vb. ratio, rede, ...)
➢ Vermogen → onderscheid tegenover andere natuurwezens
- Mens = animal rationale:
➢ Cultuur = ontplooiing en verwerkelijking van een aan de mens gegeven vermogen
➢ Vermogen = gegeven = los van cultuur
➢ Ontwikkeling cultuur ≈ omzetting intenties, doelen en plannen (binnen vermogen)
- Problemen: Vermogen los van cultuur? Rede of rationaliteit overal hetzelfde?
Formele opvatting: 19e eeuw
- Zoektocht naar fundering van cultuur- of geesteswetenschappen → Duits idealisme!
- Kants begrip van rede (vernuft) → samenwerking van universele vermogen (buiten tijd)
- Hegels begrip van geist → spiritueel principe van waaruit de werkelijkheid zich ontvouwt
- Funderingsproblematiek (= kenmerken voor cultuurfilosofie)
➢ Tegenstelling met natuurwetenschappen = belangrijk
• Vraag naar zelfstandigheid van geesteswetenschappen (tov natuurwetenschappen)
➢ Zoektocht naar specifieke methode (+ verschil met natuurwetenschappen)
➢ Dilthey: onderscheid verklaren (erklären) begrijpen (verstehen)
! niet noodzakelijk terugval naar tegenstelling cultuur natuur
- Cultuurbegrip ≠ vooraf gegeven vermogen = dynamisch vermogen
➢ Te onderzoeken uitgaande van interactie tussen mens en zijn omgeving
➢ Interactie = orde van uitwisseling
• 2 polen beïnvloeden elkaar wederzijds en worden getransformeerd
• Mens = betrokken in interactie met materiële omgeving → vermogens = zichtbaar
- Cultuur = autonome presentie tov menselijke activiteit
➢ Eigen processen/betekenissen + contingent
➢ ≠ resultaat van ontwikkeling uit vooraf gegeven
Drievoudige relevantie:
1. Veralgemening cultuurconcept (los van cultura en natuurwetenschappen)
, 2. Afbakening als autonoom domein van objectiveerbare entiteiten (systematische benadering)
➢ Gestolde vormen (uit interaactie) = objectiveerbare entiteiten
➢ Culturele en betekenisprocessen = zelfstandige dynamiek
➢ Nieuwe vragen: statuut als zelfstandige discipline?
3. Aandacht voor interactie met andere wetenschapsgebieden
➢ Cultuurfilosofie = instabiel ≈ invloed van andere domeinen
➢ Vb. antropologie, biologie, sociologie, linguïstiek, ...
➢ Invloed = aanleiding tot verschillende opvattingen en benaderingen
De materiële opvatting van cultuur
Cultuur ≈ materiële condities (bepalend voor ontwikkeling mens en cultuur)
- ≠ vanuit intenties en vermogen van de mens
- = vanuit materiële condities: atomen, natuurlijke processen, ontwikkeling organismen, ...
Geen tegenstelling/breuk tussen cultuur en natuur → cultuur = natuur
- Mens + interacties = veroorzaakt door materiële condities in de natuur
- Risico: reductionisme → cultuur = wetmatigheden van de natuur
➢ Cultuurobject = natuurobject (probleem: vb. plastieken flesje = boom)
➢ Probleem: betekenis van symbolische vormen, praktijken en objecten?
- Historische bronteksten:
➢ De rerum natura – lucretius: beroep op Epicurische leer van atomisme (oudheid)
• Ontstaan van de kosmos + ontstaan van de ziel
• Afhankelijkheid van de mens: mens = vanuit natuur en zijn atomen
➢ Begin moderne tijd: belangrijke heropleving materiële opvatting
• Mechanisering wereldbeeld + experimentele fysica → nieuwe opvatting natuur
• Gebaseerd op de wetten van de mechanica: natuur ≠ organisch
• Strikt materiële causaliteit tussen onderdelen (kracht, beweging, stabiliteit...)
➢ Bacon: voorstander empirische methode → mens = onderworpen aan natuur
• Vreedzame samenleving ≈ techniek en wetenschap (ontwikkeling ≈ kennis)
• In staat om inzichten te verwerven → natuur beheren
• Afhankelijkheid van de mens: meester van de natuur ≈ mechanica
➢ Spinoza: natuur = goddelijk immanent → mens = onderworpen door lichamelijkheid
• = substantie met attributen → mens = vertrouwd met kleine hoeveelheid attributen
• In staat om inzichten te verwerven → vertrouwd worden met attributen
• Verdediger panentheïsme: ( Lucretius)
o = god is immanent en transcedent (doordringend en aanwezig in alles)
o = buiten en onafhankelijk van de wereld bestaande
o Elke fysieke manifestatie (culturele objecten) = doordrongen met natuur
• Afhankelijkheid van de mens: mens = onderdeel van goddelijke natuur
- Probleem = reductie tot natuur ≠ afhankelijkheid
Hedendaags materialisme:
- Humanisme: bevoorrechte rol aan de mens → mens = dominant + natuur = systeem
- Kritiek op humanistische vooronderstellingen van klassiek materialisme
➢ Nieuwe opvattingen van materie (vage betekenis)
➢ Interactie tussen mens en omgeving (geen abstractie: begrip materie = begrip verhouding)
➢ Ontwikkeling van life sciences (invloed moderne fysica, ...)