Hoofdstuk 7 INHOUD AANSPRAKELIJKHEID
Les 8 mei
1. Inhoud van aansprakelijkheid of gevolgen van aansprakelijkheid?
In de meeste handboeken en in Boek 6 BW wordt ‘inhoud van aansprakelijkheid’ vaak
behandeld onder de titel “Gevolgen van aansprakelijkheid”. Prof kiest bewust voor de
term “Inhoud van aansprakelijkheid”. Waarom?
Aansprakelijkheid is geen bron van een verbintenis, maar ís zelf een verbintenis. De
vraag is dan: wat houdt die verbintenis concreet in?
2. Algemene basisregel: schadeloosstelling in concreto
De hoofdregel is: de omvang van de schadevergoeding wordt bepaald door de omvang
van de schade, niet door de ernst van de fout (tenzij uitzonderlijk).
“Schadeloosstelling” betekent: iemand zodanig vergoeden dat hij zich opnieuw in een
toestand bevindt alsof de schade nooit is gebeurd. Dit gebeurt in concreto, dus
afgestemd op de specifieke schade die deze persoon effectief heeft geleden. We willen
zijn situatie herstellen zoals ze was vóór het schadegeval.
➡️ Deze benadering wordt ook wel “in concreto” genoemd: de vergoeding moet
aangepast zijn aan het werkelijke verlies van deze specifieke persoon, niet aan wat
“normaal” zou zijn in een gemiddeld geval.
3. Uitzondering: schadeloosstelling in abstracto
In bepaalde gevallen wordt geen rekening gehouden met de werkelijk geleden schade,
maar met wat in het algemeen gebruikelijk is: dit is “in abstracto”. Dan vergoedt men
volgens wat normaal gesproken voldoende is om een bepaald soort schade te
vergoeden, ongeacht of dit in dat concrete geval meer of minder zou zijn.
4. Wat is ‘de schade’? Volledige schade, maar niet méér
Volgens Jan Ronse (een invloedrijk Belgisch auteur over schade uit de 20e eeuw) moet
men enkel vergoeden:
“De schade, en niets dan de schade.”
Dit betekent:
Alles wat iemand verloren heeft door de fout, moet worden vergoed (volledig
herstel).
Maar niets méér: men mag er niet “beter” uitkomen dan voordien.
➡️ De conditio sine qua non-test is bepalend: wat zou er niet gebeurd zijn zonder de
fout? Alles wat het gevolg is van de fout moet vergoed worden.
,HOOFDSTUK 7 INHOUD VAN AANSPRAKELIJKHEID
5. Overlapping met het causaliteitsbegrip
Interessant punt: zowel het begrip schade als oorzakelijk verband baseren zich op
dezelfde test: de conditio sine qua non. Daardoor lijkt het alsof die twee begrippen in
elkaar overvloeien. Sommigen, zoals Cornelis, zeggen dan ook:
“Causaliteit en schade zijn eigenlijk één en hetzelfde.”
Toch wordt dat niet algemeen aanvaard. De meerderheid van de juristen beschouwt
causaliteit en schade als afzonderlijke vereisten voor aansprakelijkheid.
➡️ Wat wél breed erkend is: de omvang van de schadevergoeding wordt bepaald door
toepassing van de conditio sine qua non. Of dat onderdeel is van ‘causaliteit’ of ‘schade’
is dan eerder een theoretische vraag.
6. Praktijkvoorbeeld: schade al zelf hersteld vóór proces
Wat als de benadeelde zijn schade zelf heeft gerepareerd vóór het proces? Dan zegt de
aansprakelijke partij misschien: “U hebt geen schade meer, dus er is niets meer te
vergoeden.”
Maar dat is fout. Zelfs als de schade al werd hersteld, blijft het feit dat de aansprakelijke
persoon die schade heeft veroorzaakt. De schade is er geweest, en de kosten van de
herstelling kunnen een aanwijzing zijn van de omvang van de vergoeding.
Een concreet voorbeeld maakt dit duidelijk:
Een vrouw vordert schadevergoeding voor het verlies van inkomen na het overlijden van
haar echtgenoot. Die man had een functie bij de overheid. Na zijn dood wordt de
weduwe benoemd in diezelfde functie, zodat het gezinsinkomen op peil blijft. De
aangesproken partij beweert dat er geen schade is, aangezien het inkomen niet is
verminderd. Toch oordeelt de rechter dat er wel degelijk schade is ontstaan door het
overlijden. Het feit dat die schade nadien is opgevangen door de benadeelde zelf,
ontslaat de veroorzaker niet van zijn verplichting tot vergoeding.
7. Wat speelt géén rol bij de schadevergoeding?
a. De ernst van de fout
Volgens de heersende leer speelt de ernst van de fout geen rol bij de bepaling van de
schadevergoeding:
Of het nu een lichte onoplettendheid was of een opzettelijke daad, de omvang van
de schadevergoeding blijft dezelfde.
b. De aanwezigheid van verzekering
Ook de verzekeringstoestand van partijen mag géén invloed hebben op de omvang
van de vergoeding:
Pagina 1 van 59
,HOOFDSTUK 7 INHOUD VAN AANSPRAKELIJKHEID
Of de benadeelde verzekerd is of niet, verandert niets aan de omvang van zijn
schade.
Of de aansprakelijke verzekerd is of niet, verandert niets aan wat hij moet betalen.
8. Rechtstreeks vorderingsrecht tegen de verzekeraar (art. 150 Wet
Verzekeringen)
Belangrijk: op basis van artikel 150 van de Wet op de Verzekeringen heeft de
benadeelde in geval van aansprakelijkheid een rechtstreeks vorderingsrecht op de
aansprakelijkheidsverzekeraar van de aansprakelijke.
Dit betekent:
Je hoeft niet eerst naar de aansprakelijke te gaan.
Je kunt onmiddellijk de verzekeraar aanspreken voor de schadevergoeding.
De verzekeraar kan zich niet beroepen op het feit dat de aansprakelijke geen
middelen heeft.
➡️ Dit biedt extra bescherming aan slachtoffers, vooral wanneer de aansprakelijke zelf
financieel niet sterk staat.
MAAR
De regels van het Burgerlijk Wetboek over aansprakelijkheid (zoals besproken in
hoofdstuk 7) zijn in principe niet van dwingend recht. Dit wordt expliciet bevestigd
in artikel 6.1 BW. Dat betekent dat partijen er onderling van kunnen afwijken bij
overeenkomst.
1. Afwijking na het ontstaan van de schade
Na het schadegeval kunnen partijen samen een regeling treffen waarbij de benadeelde
instemt met een lagere vergoeding dan waarop hij volgens de wet recht zou hebben.
Dit gebeurt vaak in de vorm van een:
Vaststellingsovereenkomst;
Kwijting.
Zo’n regeling komt veel voor in de praktijk. Typisch verloop:
Er ontstaat schade.
De benadeelde onderzoekt wat er gebeurd is en wie aansprakelijk zou zijn.
Die spreekt de vermoedelijke aansprakelijke aan, vaak schriftelijk.
In veel gevallen erkent de aangesproken partij (of diens verzekeraar) de
aansprakelijkheid en betaalt een afgesproken bedrag.
Dat bedrag kan lager liggen dan de integrale schade, maar indien de benadeelde in
een geldige overeenkomst verklaart dat dit bedrag alles dekt, kan hij later geen
Pagina 2 van 59
, HOOFDSTUK 7 INHOUD VAN AANSPRAKELIJKHEID
bijkomende schadevergoeding meer eisen — zelfs niet als hij kan aantonen dat zijn
schade groter was.
2. Afwijking vooraf: exoneratie en schadebeding
Partijen kunnen ook op voorhand bindende afspraken maken die afwijken van het
gemeen recht:
Bijvoorbeeld: aansprakelijkheid beperken tot zware
fouten (exoneratiebeding);
Of: een vaste schadevergoeding bepalen bij een fout, los van de werkelijke
schade (schadebeding).
Let wel: ook deze afwijkingen moeten worden vastgelegd in geldige contractuele
bepalingen.
3. Rechter oordeelt niet “ultra petita”
Ten slotte: wanneer een geschil voor de rechter komt, mag deze niet méér toekennen
dan gevraagd. Dit heet het ultra petita-verbod. Voorbeeld:
De eiser vordert €1.000 schadevergoeding.
Zelfs als de rechter meent dat de schade eigenlijk €2.000 bedraagt, mag hij
slechts €1.000 toekennen.
Ook geldt: als partijen het over een bepaald feit eens zijn, zal de rechter dat feit als
vaststaand beschouwen. De rechter onderzoekt enkel de betwiste feiten.
Bewijslast voor het bestaan en de omvang van schade
1. Bewijs van het bestaan van schade
Het bestaan van schade is een essentiële voorwaarde voor aansprakelijkheid. Degene die
zich op aansprakelijkheid beroept, moet bewijzen dat er effectief schade is geleden.
Als het bestaan van de schade niet bewezen wordt, kan er geen sprake zijn van
aansprakelijkheid.
Zodra de rechter vaststelt dat er schade is, en dat deze is veroorzaakt door een tot
aansprakelijkheid leidend feit (TALF), dan volgt daaruit automatisch het bestaan van
aansprakelijkheid. Dat betekent concreet dat de benadeelde recht heeft op
schadeloosstelling, en dat de aansprakelijke de plicht heeft om die schade te vergoeden.
2. Bewijs van de omvang van de schade
Wanneer eenmaal aansprakelijkheid is vastgesteld, komt de vraag naar de precieze
inhoud van de schadeloosstelling. Deze inhoud wordt bepaald door de omvang van de
schade. De verbintenis tot schadeloosstelling strekt zich immers uit tot de volledige
schade — maar niet meer dan dat.
De benadeelde moet aantonen:
Pagina 3 van 59
Les 8 mei
1. Inhoud van aansprakelijkheid of gevolgen van aansprakelijkheid?
In de meeste handboeken en in Boek 6 BW wordt ‘inhoud van aansprakelijkheid’ vaak
behandeld onder de titel “Gevolgen van aansprakelijkheid”. Prof kiest bewust voor de
term “Inhoud van aansprakelijkheid”. Waarom?
Aansprakelijkheid is geen bron van een verbintenis, maar ís zelf een verbintenis. De
vraag is dan: wat houdt die verbintenis concreet in?
2. Algemene basisregel: schadeloosstelling in concreto
De hoofdregel is: de omvang van de schadevergoeding wordt bepaald door de omvang
van de schade, niet door de ernst van de fout (tenzij uitzonderlijk).
“Schadeloosstelling” betekent: iemand zodanig vergoeden dat hij zich opnieuw in een
toestand bevindt alsof de schade nooit is gebeurd. Dit gebeurt in concreto, dus
afgestemd op de specifieke schade die deze persoon effectief heeft geleden. We willen
zijn situatie herstellen zoals ze was vóór het schadegeval.
➡️ Deze benadering wordt ook wel “in concreto” genoemd: de vergoeding moet
aangepast zijn aan het werkelijke verlies van deze specifieke persoon, niet aan wat
“normaal” zou zijn in een gemiddeld geval.
3. Uitzondering: schadeloosstelling in abstracto
In bepaalde gevallen wordt geen rekening gehouden met de werkelijk geleden schade,
maar met wat in het algemeen gebruikelijk is: dit is “in abstracto”. Dan vergoedt men
volgens wat normaal gesproken voldoende is om een bepaald soort schade te
vergoeden, ongeacht of dit in dat concrete geval meer of minder zou zijn.
4. Wat is ‘de schade’? Volledige schade, maar niet méér
Volgens Jan Ronse (een invloedrijk Belgisch auteur over schade uit de 20e eeuw) moet
men enkel vergoeden:
“De schade, en niets dan de schade.”
Dit betekent:
Alles wat iemand verloren heeft door de fout, moet worden vergoed (volledig
herstel).
Maar niets méér: men mag er niet “beter” uitkomen dan voordien.
➡️ De conditio sine qua non-test is bepalend: wat zou er niet gebeurd zijn zonder de
fout? Alles wat het gevolg is van de fout moet vergoed worden.
,HOOFDSTUK 7 INHOUD VAN AANSPRAKELIJKHEID
5. Overlapping met het causaliteitsbegrip
Interessant punt: zowel het begrip schade als oorzakelijk verband baseren zich op
dezelfde test: de conditio sine qua non. Daardoor lijkt het alsof die twee begrippen in
elkaar overvloeien. Sommigen, zoals Cornelis, zeggen dan ook:
“Causaliteit en schade zijn eigenlijk één en hetzelfde.”
Toch wordt dat niet algemeen aanvaard. De meerderheid van de juristen beschouwt
causaliteit en schade als afzonderlijke vereisten voor aansprakelijkheid.
➡️ Wat wél breed erkend is: de omvang van de schadevergoeding wordt bepaald door
toepassing van de conditio sine qua non. Of dat onderdeel is van ‘causaliteit’ of ‘schade’
is dan eerder een theoretische vraag.
6. Praktijkvoorbeeld: schade al zelf hersteld vóór proces
Wat als de benadeelde zijn schade zelf heeft gerepareerd vóór het proces? Dan zegt de
aansprakelijke partij misschien: “U hebt geen schade meer, dus er is niets meer te
vergoeden.”
Maar dat is fout. Zelfs als de schade al werd hersteld, blijft het feit dat de aansprakelijke
persoon die schade heeft veroorzaakt. De schade is er geweest, en de kosten van de
herstelling kunnen een aanwijzing zijn van de omvang van de vergoeding.
Een concreet voorbeeld maakt dit duidelijk:
Een vrouw vordert schadevergoeding voor het verlies van inkomen na het overlijden van
haar echtgenoot. Die man had een functie bij de overheid. Na zijn dood wordt de
weduwe benoemd in diezelfde functie, zodat het gezinsinkomen op peil blijft. De
aangesproken partij beweert dat er geen schade is, aangezien het inkomen niet is
verminderd. Toch oordeelt de rechter dat er wel degelijk schade is ontstaan door het
overlijden. Het feit dat die schade nadien is opgevangen door de benadeelde zelf,
ontslaat de veroorzaker niet van zijn verplichting tot vergoeding.
7. Wat speelt géén rol bij de schadevergoeding?
a. De ernst van de fout
Volgens de heersende leer speelt de ernst van de fout geen rol bij de bepaling van de
schadevergoeding:
Of het nu een lichte onoplettendheid was of een opzettelijke daad, de omvang van
de schadevergoeding blijft dezelfde.
b. De aanwezigheid van verzekering
Ook de verzekeringstoestand van partijen mag géén invloed hebben op de omvang
van de vergoeding:
Pagina 1 van 59
,HOOFDSTUK 7 INHOUD VAN AANSPRAKELIJKHEID
Of de benadeelde verzekerd is of niet, verandert niets aan de omvang van zijn
schade.
Of de aansprakelijke verzekerd is of niet, verandert niets aan wat hij moet betalen.
8. Rechtstreeks vorderingsrecht tegen de verzekeraar (art. 150 Wet
Verzekeringen)
Belangrijk: op basis van artikel 150 van de Wet op de Verzekeringen heeft de
benadeelde in geval van aansprakelijkheid een rechtstreeks vorderingsrecht op de
aansprakelijkheidsverzekeraar van de aansprakelijke.
Dit betekent:
Je hoeft niet eerst naar de aansprakelijke te gaan.
Je kunt onmiddellijk de verzekeraar aanspreken voor de schadevergoeding.
De verzekeraar kan zich niet beroepen op het feit dat de aansprakelijke geen
middelen heeft.
➡️ Dit biedt extra bescherming aan slachtoffers, vooral wanneer de aansprakelijke zelf
financieel niet sterk staat.
MAAR
De regels van het Burgerlijk Wetboek over aansprakelijkheid (zoals besproken in
hoofdstuk 7) zijn in principe niet van dwingend recht. Dit wordt expliciet bevestigd
in artikel 6.1 BW. Dat betekent dat partijen er onderling van kunnen afwijken bij
overeenkomst.
1. Afwijking na het ontstaan van de schade
Na het schadegeval kunnen partijen samen een regeling treffen waarbij de benadeelde
instemt met een lagere vergoeding dan waarop hij volgens de wet recht zou hebben.
Dit gebeurt vaak in de vorm van een:
Vaststellingsovereenkomst;
Kwijting.
Zo’n regeling komt veel voor in de praktijk. Typisch verloop:
Er ontstaat schade.
De benadeelde onderzoekt wat er gebeurd is en wie aansprakelijk zou zijn.
Die spreekt de vermoedelijke aansprakelijke aan, vaak schriftelijk.
In veel gevallen erkent de aangesproken partij (of diens verzekeraar) de
aansprakelijkheid en betaalt een afgesproken bedrag.
Dat bedrag kan lager liggen dan de integrale schade, maar indien de benadeelde in
een geldige overeenkomst verklaart dat dit bedrag alles dekt, kan hij later geen
Pagina 2 van 59
, HOOFDSTUK 7 INHOUD VAN AANSPRAKELIJKHEID
bijkomende schadevergoeding meer eisen — zelfs niet als hij kan aantonen dat zijn
schade groter was.
2. Afwijking vooraf: exoneratie en schadebeding
Partijen kunnen ook op voorhand bindende afspraken maken die afwijken van het
gemeen recht:
Bijvoorbeeld: aansprakelijkheid beperken tot zware
fouten (exoneratiebeding);
Of: een vaste schadevergoeding bepalen bij een fout, los van de werkelijke
schade (schadebeding).
Let wel: ook deze afwijkingen moeten worden vastgelegd in geldige contractuele
bepalingen.
3. Rechter oordeelt niet “ultra petita”
Ten slotte: wanneer een geschil voor de rechter komt, mag deze niet méér toekennen
dan gevraagd. Dit heet het ultra petita-verbod. Voorbeeld:
De eiser vordert €1.000 schadevergoeding.
Zelfs als de rechter meent dat de schade eigenlijk €2.000 bedraagt, mag hij
slechts €1.000 toekennen.
Ook geldt: als partijen het over een bepaald feit eens zijn, zal de rechter dat feit als
vaststaand beschouwen. De rechter onderzoekt enkel de betwiste feiten.
Bewijslast voor het bestaan en de omvang van schade
1. Bewijs van het bestaan van schade
Het bestaan van schade is een essentiële voorwaarde voor aansprakelijkheid. Degene die
zich op aansprakelijkheid beroept, moet bewijzen dat er effectief schade is geleden.
Als het bestaan van de schade niet bewezen wordt, kan er geen sprake zijn van
aansprakelijkheid.
Zodra de rechter vaststelt dat er schade is, en dat deze is veroorzaakt door een tot
aansprakelijkheid leidend feit (TALF), dan volgt daaruit automatisch het bestaan van
aansprakelijkheid. Dat betekent concreet dat de benadeelde recht heeft op
schadeloosstelling, en dat de aansprakelijke de plicht heeft om die schade te vergoeden.
2. Bewijs van de omvang van de schade
Wanneer eenmaal aansprakelijkheid is vastgesteld, komt de vraag naar de precieze
inhoud van de schadeloosstelling. Deze inhoud wordt bepaald door de omvang van de
schade. De verbintenis tot schadeloosstelling strekt zich immers uit tot de volledige
schade — maar niet meer dan dat.
De benadeelde moet aantonen:
Pagina 3 van 59