De verlichting
1. vrijheid is de kern van de verlichting (17-18e eeuw)
→ groot- brittannië, frankrijk & duitssprekende landen
- frans is de cultuurtaal
reactie op ancien regime; absolute vorst, standenmaatschappij, privileges voor adel & clerus
→ ideeën
- vrijheid tegen elke vorm van dwang (op de mens)
- logisch denken
- gelijkheid
vrijheid v denken = licht voor onze ogen volgens de filosofen → verdrijft slavernij, onrechtvaardigheid &
bijgeloof
licht symbool voor vrijheid, rede (verstand) en geluk = verlichting
2. de verlichting omvat alle aspecten vh leven
1 ste encyclopedie; ‘encyclopédie’ van diderot en d’alembert in frankrijk
- encyclopedia britannica
- ontstaan door bijeenkomst v filosofen, wetenschappers & schrijvers in koffiehuizen en salons
→ stimulans voor de wetenschappers
- menselijke verstand + zintuiglijke waarneming
- onderzoek opgericht door mecenas (meestal vorst)
- nog te veel invloed van de kerk, geen vrij wetenschappelijk onderzoek toegelaten
ideeën van de verlichte filosofen
vrijheid v denken & onderzoek
- beter onderwijs, strijd tegen analfabetisme
- nieuwe opvatting over voeding
- organisatie samenleving en relatie volk-vorst
- basis van het gezag: afspraak volk - vorst (geen god/ romeins recht)
vertegenwoordigers
john locke
gelijkheid vrijheid
- gelijk bij de geboorte (tabula rosa) - staat berust op overeenkomst v mensen= sociaal
- ongelijkheid ontstaan tijdens arbeidsproces: groep contract
met productiemiddelen & met arbeidskrachten (kloof - macht overgedragen aan regelmatig verkozen
rijk- arm) vertegenwoordigers, streven welzijn volk na (taak),
niet naleving regels = verwijdering
- machtsmisbruik voorkomen → scheiding machten
- hoogste gezag = wetgevende macht
- scheiding kerk- staat
1
, j.j. rousseau
gelijkheid vrijheid
- natuurlijke gelijkheid vd mens - volkssoevereiniteit = macht aan volk
- sociale versch zo klein mogelijk gehouden in goede - meerderheidsprincipe: overeenkomst die besproken
staatsordening en waarover gestemd wordt, probleem als niet
- romanticus = idee ‘retour à la nature’, gelukkig in iedereen akkoord gaat
natuur, min aan materiële behoeften & beperkte - solidariteit
gemeenschap - vrije, geen blinde gehoorzaamheid aan staat
montesquiu
vrijheid
- belang v adel
- scheiding 3 machten: wetgevende, uitvoerende & rechterlijke macht
voltaire
vrijheid verdraagzaamheid
- belang vorst - voor vrede & beveiliging tegen onrecht
- scheiding 3 machten - kwaad lag in bijgeloof + onverdraagzaamheid vd kerk
- deïsme (tegen theïsme), god is schepper maar
bestuurt d wereld niet
adam smith
economische liberalisme
- pleit voor vrijhandel
- collectieve welvaart = som v welvaart v alle individuen
- arbeidsverdeling: concentratie v arbeidstak op 1 plaats & ruimte
- arbeidsspecialisatie (internationaal); ieder land toeleggen op bepaalde productie v
goederen
- gevolg: elk producent ontdekt gat in de markt, verhoogde productie → goedkoper
- beperkte staatsinterventie: het organiseren van openbare werken & belastinginning!
verlicht despotisme
vorsten zagen hun machten als goddelijke recht, aantal vorsten raakten onder indruk vd verlichtingsideeën
(Frederik II v Pruisen, Tsarina Catharina II v rusland, Habsburgse keizer jozef II)
→ autocratie (= macht bij 1 pers) gecombineerd met verlichting= verlicht despotisme
verlichte despoten= houden bestuur nog in eigen handen, geïnspireerd door de verlicht: wetten & regels zo
goed mogelijk voor het volk (zij hebben geen inspraak)
De onafhankelijkheidsstrijd van de 13 amerikaanse kolonies
1. kolonies in de nieuwe wereld
(15e) begin ontdekkingen (columbus);
- ontstaan kolonies op amerikaans continent
- verdrag van Tordesillas: ontdekte gebieden verdeeld over spanje & portugal
- oudste naam: Florida; het land van de bloemen (dr Juan Ponce de Leon)
2
, → kolonies kwamen tot stand dr diverse redenen:
1. religieuze redenen
2. puur commerciële redenen - koninklijke gunst
3. politieke redenen; leven volgens de eigen wetten
(17e) noordelijke gebieden vd nieuwe wereld= toevluchtsoord voor veel Europeanen (religieus)
Quakers:
In europa → versch radicale groepen (groep met bepaalde opvatting)
- sommige: afscheiden vd kerk, noemen zich ‘mensen v vrede’; weigeren dienstplicht, tegen
godsdienst en verdraagzaamheid, voor afschaffing slavernij
Pennsylvania gesticht door Quaker William Penn (vaak in gevangenis + weggestuurd v universiteit)
- geschonken door Karel II (schuld v vader) = ‘land van de wouden van Penn’
- hoofdstad: Philadelphia = broederliefde
- verdragen met indianen, maar toch gevochten (vooral Ierse & Schotse kolonisten)
- engeland → worden ze ketters genoemd
Massachusetts
- gesticht door Puriteinen (the pilgrim fathers)
- 1620: vertrokken met Mayflower (beroemd schip), de helft vd kolonisten overleeft eerste winter
niet → veel geleerd v Wampanoah- indianen, verbeterde leefomstandigheden
Maryland
- 1630/40: gesticht katholieken niet tevreden met kerk nr nieuwe wereld
- genoemd nr koningin Engeland
Europese staatshoofden stimuleerden avonturiers, kooplieden om nieuwe wereld verkennen (commercieel)
- Noord & Zuid- Carolina vernoemd nr Karel II (Charles II)
- Holland onder Karel (Charles II) ; New York, Delaware & New Jersey
- engelse koning George II → Georgia (hoofstad: Atlanta)
- oudste kolonie: Virginia voor de tabaksteelt
→ als gevolg van situatie op politiek vlak in thuisland, konden leven volgens hun wetten
- ‘wilden’ (= indianen) moesten plaatsmaken voor hun met bijbelse levenshouding
- conflicten, oorzaak: behoefte aan vruchtbaar land → oorspronkelijke bevolking werd beroofd van
voorouderlijke gronden + nr armoede reservaten gedeporteerd
elite in kolonies: grootgrondbezitters, rijke kooplieden, advocaten, (blank & geletterd)
amerikanen:
- meerderheid: kleine boeren, winkeliers, handwerklieden (blank& geletterd)
→ sterk gevoel v onafhankelijkheid = ruggengraat v revolutie
- armste blanken: boeren, arbeiders zonder land & ongeschoolde arbeiders in steden
→ slecht: laag loon, niet gng werk, slechte economie, maakten hen opstandig
- afrikaanse amerikanen (half miljoen, ⅕ bevolking)
→ geen rechten, bijna allemaal slaven,
indianen: (allochtone bevolking)
→ 200.000 oorspronkelijke bewoners, leefden verspreid in eigen stammen & leiders
geen homogeen geheel vd kolonies
13 engelse kolonies aan de oostkust, vijandig & veel ruzie over landsgrenzen, handel
3