Fysiologie en Ethische kwesties + Embryologie Partim 1
Ethische kwesties in de reproductieve geneeskunde
1. Welke van de volgende situaties wordt beschouwd als een
gelegenheidsindicatie voor gametendonatie?
a) Azoöspermie bij de man
b) Afwezigheid van eicellen bij de vrouw
c) Onvruchtbaarheid wegens leeftijd
d) Genetische indicatie
Een gelegenheidsindicatie verwijst naar situaties waarin gametendonatie
wordt overwogen omwille van sociale of persoonlijke omstandigheden, zoals bij
lesbische paren, alleenstaande vrouwen of wanneer onvruchtbaarheid optreedt
door leeftijd. Dit in tegenstelling tot medische indicaties. Een gameet is een
geslachtscel, zoals een zaadcel of een eicel, die wordt gebruikt bij de
voortplanting.
2. Wat is de maximale leeftijd voor een vrouw om een eicel pick-up te
ondergaan in een Belgisch fertiliteitscentrum?
a) 45 jaar
b) 47 jaar
c) 50 jaar
d) Er is geen leeftijdsgrens
3. Een echtpaar vraagt om geslachtskeuze bij IVF. Wat is de ethische en
wettelijke status hiervan in België?
a) Het is toegestaan als er een familiale geschiedenis is van
geslachtsgebonden ziekten
b) Het is altijd verboden.
c) Het is toegestaan als er geen medische indicatie is.
d) Het is toegestaan indien het paar het zelf betaalt.
4. Wat is de juridische status van draagmoederschapsovereenkomsten in
België?
a) Ze zijn wettelijk bindend.
b) Ze zijn juridisch ongeldig.
c) Ze worden geval per geval beoordeeld.
d) Ze zijn enkel geldig indien opgesteld door een advocaat.
5. In welke situatie is post-mortemimplantatie toegestaan volgens de MBV-
wet (2007)?
a) Altijd, zolang de wensmoeder instemt.
b) Enkel indien de wensvader vóór overlijden schriftelijk toestemming
heeft gegeven.
c) Altijd, als er ingevroren gameten beschikbaar zijn.
1
, d) Nooit.
6. Wat is een B-centrum in het kader van medisch begeleide voortplanting
(MBV)?
a) Een centrum dat enkel diagnoses stelt.
b) Een centrum dat diagnoses stelt en behandelingen uitvoert, inclusief
labo-procedures
c) Een centrum dat eicellen oogst en naar een ander centrum stuurt.
d) Een centrum dat enkel instaat voor psychologische begeleiding.
7. Wat is een van de voorwaarden voor post-mortemimplantatie?
a) De embryo’s/gameten kunnen worden overgedragen aan familieleden.
b) De levende partner kan weigeren embryo's/gameten te gebruiken.
c) De embryo’s/gameten mogen ten allen tijde gebruikt worden.
d) De embryo’s/gameten moeten onmiddelijk na het overlijden gebruikt
worden.
8. Welke van de volgende beweringen over anonieme donatie is correct
volgens de bronnen?
a) Anonieme donatie is verboden in België.
b) Anonieme donatie is de enige toegestane vorm van donatie.
c) Anonieme donatie is in principe de norm, maar gekende donatie is ook
toegestaan.
d) Anonieme donatie is verboden omwille van het recht van het kind op
afkomst.
9. Wat houdt Pre-implantatie genetische testing (PGT) in?
a) Het testen van de spermakwaliteit.
b) Het genetisch testen van de eicellen vóór bevruchting.
c) Het genetisch testen van embryo’s via biopsie.
d) Het testen van de moeder op erfelijke aandoeningen.
10.Wat is een belangrijk ethisch aspect bij medisch begeleide voortplanting
volgens de bronnen?
a) De rechten van de arts staan centraal.
b) De wensen van de ouders zijn de enige bepalende factor.
c) Er is een potentieel conflict van rechten en plichten tussen wensouders,
kind en de maatschappij
d) De maatschappij heeft de meeste rechten.
11.Wat is een van de deontologische aanbevelingen van de Nationale Raad
van de Orde van Artsen met betrekking tot draagmoederschap?
a) Commercieel draagmoederschap is toegestaan.
b) Een redelijke onkostenvergoeding is acceptabel.
c) De kandidaat draagmoeder hoeft geen eerdere zwangerschap te
hebben gehad
d) Een medische indicatie is niet nodig.
2
,12.Wat is de wettelijke bepaling omtrent het aantal vrouwen waaruit kinderen
kunnen geboren worden via eenzelfde donor?
a) Maximaal 4
b) Maximaal 6
c) Maximaal 10
d) Er is geen wettelijke beperking
13.Wat gebeurt er volgens het afstammingsrecht met de moederlijke
afstamming bij draagmoederschap?
a) De wensmoeder is direct de juridische moeder.
b) De draagmoeder is juridisch de moeder op het moment van de
geboorte.
c) De eiceldonor is de juridische moeder.
d) De wensmoeder en draagmoeder zijn juridisch gelijkgesteld.
14.Wat is de betekenis van dissociatie in het kader van reproductieve
geneeskunde?
a) Het samenbrengen van verschillende aspecten van de voortplanting.
b) Het opsplitsen van de verschillende aspecten van voortplanting, zoals
fysieke aanwezigheid van de partner en genetische verwantschap.
c) Het benadrukken van de genetische verbintenis tussen ouders en kind.
d) Het integreren van de rechten van ouders, kind en maatschappij.
Antwoorden:
1. c)
2. a)
3. a)
4. b)
5. b)
6. b)
7. b)
8. c)
9. c)
10.c)
3
, 11.b)
12.b)
13.b)
14.b)
seksualiteit en verstandelijke beperking
1. Welke van de volgende beweringen over seksualiteit en personen met een
verstandelijke beperking (MH) is correct volgens de bronnen?
a) Personen met een MH hebben een sterk afwijkende lichamelijke
ontwikkeling.
b) De psychosexuele ontwikkeling verloopt bij personen met een MH
meestal sneller dan bij mensen zonder MH.
c) Personen met een MH hebben een verhoogd risico op slachtofferschap
van seksueel misbruik
d) Personen met een MH hebben geen behoefte aan seksuele voorlichting.
2. Wat is een van de kenmerken van seksueel gedrag bij personen met een
verstandelijke beperking (MH) in intramurale woonomgevingen?
a) Het is meestal vergelijkbaar met seksueel gedrag van personen zonder
MH.
b) Het is vaak meer afwijkend dan bij personen in een extramurale setting.
c) Het is zelden een risico voor ongepast gedrag.
d) Het wordt sterk beïnvloed door de intelligentie en niet door de
woonomgeving.
3. Welke van de volgende factoren draagt volgens de bronnen bij aan een
verhoogd risico op seksueel misbruik bij personen met een verstandelijke
beperking (MH)?
a) Een goede kennis van seksualiteit en relaties.
b) Een sterk zelfvertrouwen en duidelijke communicatieve vaardigheden.
c) Een gebrekkige kennis van seksualiteit en de gevolgen van bepaald
gedrag.
d) Een open en veilige woonomgeving.
4. Wat is een kenmerk van daders van seksueel misbruik met een verstandelijke
beperking?
a) Ze zijn meestal goed geïnformeerd over seksuele relaties.
b) Ze hebben vaak een goede sociale integratie en weinig isolatie.
c) Ze zijn relatief vaak seksueel naïef, sociaal geïsoleerd en hebben een
voorkeur voor jonge kinderen.
d) Ze hebben een sterk ontwikkeld geweten en zelfcontrole.
4