HT 1 evolutie en gedragsgenetica
Evolutie
Definiering perspectief
Definiering perspectief Grondvoorwaarden natuurlijke selectie
Overerving <-> variatie <-> selectie
Overerving De overdraagbare eigenschappen van een individu (bv slim zijn)
Variatie Verschillende overerbare eigenchappen ( mutaties die varieren)
Selectie Het kiezen van bepaalde eigenschappen om mee te nemen naar de
volgende generatie deze zorgen voor een reproductief succses.
Directe fitness Survival of the fittest (= vruchtbaarheid/mortaliteits/seksuele selectie)
Psychologische Fisische kenmerken die worden gecorraleert met de fisieke kenmerken.
relevantie (bv= korte persoon zal niet sociaal kunnen zijn zoals de lange persoon =
populair)
primaten
Zoogdieren kenmerken Groot brein, goede gezicht, slechte geurtalent , tweevoeter (smal geboorte
kanaal, beste brein op x/y as schaal
Ons afkomst in volgorde Primaten > haplorini > apen > smalneusaap> hominoidae > hominidae >
homininae > hominini > homosapiens- sapiens
Grootst gelijkaardige Chimpansees
primaat
Ontstaan van homo Oost afrika
sapiens
Rijpingsvertraging kinderen geboren met een zeer immatuur brein (typisch niet voltooid op
19j!) door een versmaalde geboortekanaal
Obstetrisch dilemma- De probleem van smal bekken om efficient te blijven zoals lopen, klimmen
hypothese etc, en grotte bek om onze nakomelingen zijn breinniet te versmallen.
Snoeien Heel veel connecties aanmakken om daarna de overtollige te verwijderen.
Process begint vn achteraan voraan (adolec. = prefron. Cortex)
- Kinderen v. 2-3 jaar hebben 50% meer verbindingen dan volwassenen.
11-12 jaar heel sterke snoeien.
- Belang van snoeien Sociaal functies // zelfregulatie // intelligentie en psychopathologie
(schizofrenia als teveel prunning)
Sociale brein- Complex sociaal leven hangen samen met complexe emoties en situaties
hypothese: die onze mentale vaardigheden oefenen om beter te kunnen zijn.
Evolutionaire psychologie
Adaption fellacy Homoseksualiteit
1
, JRM 2023-2024
Actuele schattingen: Oogkleur 95% Borstkanker 10%
Lengte 80% Maagzweren 70%
Gewicht 70%
Heritabiliteit dominante Tweelingstudies – adoptiestudies - combinatie
methoden
Formule van falconer Heritabiliteit = (concordantie MZ – concordantie DZ) x2 – Formule van
Falconer
• vb. 100% erfelijke eigenschap verwacht 100% - 50% x 2 = 100%
• vb. 50% erfelijke eigenschap verwacht 50% - 25% x 2 = 50%
• vb. concordantie IQ MZ =0,86; DZ= 0,60 heritabiliteit = 52%
2
, JRM 2023-2024
HT 2Macrostructuur van de ZNS
Het zenuwstelsel: de grote lijnen
Neuraxis Denkbeeldige lijn om de hersendelen te kunnen identifieren
Coupes Saggital coronal en horizontal
Hersenvliezen Verschillende hersenlagen om de hersenen te beschermen:
Dura – arachnoide & pia mater
Ventrikels Er bestaan 4 en deze bevatten vloeistof die helpen met transport, schokdempers
& ontw vd progenitorcellen
Choroïde plexus Maken van CVS
CVS Cerebrospinale vocht
Lumbaalpunctie Cvs aftrekken om veel hersen gerelateerde factoren te kunnen analyseren
Epidurale Heel sterke anistheticum (bevalling)
verdoving
Ontwikkeling van het zenuwstelsel
Ectoderm Bovenste laag van een embryo
Rostrale deel 3 verbonden kamers
Ventriculaire zone De wand van de neurale buis die progenitorcellen bevatten
Symmetrisch De eerste fase van de progenitorcellen om te groeien, deze groeien adhv mitose
delingsfase (splitsing) maar gaan niet lange afstanden gaan
Asymmetrische Progenitorcellen gaan niet enkel zichtzelf splitsen, maar nu ipv 2 vadercellen
delingsfase buiten komen 1 vadercel + 1 hersencel
Gliacellen De eerste verdiping van de asymetrische verdelingsfase.
Myeliniseren Neuronen krijgen een ectra laagje op zijn uiteindes
Neurogenese Het terug aanmaken van nieuwe neuronen ( hippocampus & ruikbrein)
Hongerwinter Fenomeen die plaats heeft genomen wanneer de orlog een generatie heeft
mensen fisiek beoordeeld & zal toegegeven worden aan hun grootkinderen
3. Structuur en functie van het centraal
zenuwstelsel
prosencephalon
Telencephalon
cortex
Witte stof Associatievezels: van 1 deel van een hemisfeer naar een ander deel
Commissurale vezels : verbinding tss 2 hemisferen van gelijke gebieden
Projectievezels: (langere afstand) verbindingen met diepe kernen, hersenstam,
cerebellum, ruggenmerg
3