MAATSCHAPPELIJK PROJECT: EXAMEN
HOORCOLLEGE 1
WE ZITTEN NIET ALLEMAAL IN DEZELFDE BOOT
SOCIAAL WERK IS EEN MENSENRECHTENBEROEP
Sociaal werkers staan in de frontlinie van de samenleving, waar ze geconfronteerd worden met
schendingen van mensenrechten.
Als experten van het dagelijkse leven van mensen in een kwetsbare leefsitua7e beschikken sociaal
werkers over tal van mogelijkheden om mensonwaardige en onrechtvaardige situa<es om te buigen
en te werken aan de realisa7e van mensenrechten.
Daarom is sociaal werk een mensenrechtenberoep. Hoewel mensenrechten het moreel kompas zijn
voor het sociaal werk, blijA het zoeken naar manieren om abstracte principes als mensenrechten
concreet handen en voeten te geven in de prak7jk.
Intermezzo: “Armoede is meer dan geld tekort”
ð Armoede gaat over meer dan onbetaalde rekeningen en geldtekort, maar omvat ook de
schaarste aan basisbehoe4en zoals voedsel, huisves9ng, onderwijs, vrije 9jd enz…
Het is een veelzijdig en complex probleem, dat ook impact heeA op andere domeinen zoals
het sociale, fysieke en mentale. Om aan te tonen dat armoede onrechtvaardig is, gebruikt
men de rechten van de mens als instrument om dit mee zichtbaar te maken.
Hoe je als persoon iets ervaart, of naar kijkt, bepaalt hoe je ermee omgaat en welke reac<es
eruit volgen. Bij wie moeten we de oorzaak van armoede zoeken? Bij de persoon zelf of bij de
maatschappij? Hoe is de armoede veroorzaakt? Is het de schuld van iemand of is het een
ongeval?
Intermezzo: “Armoede is soms onzichtbaar”
ð Iedereen kijkt op zijn manier naar de wereld en dus ook naar “de persoon in armoede” en
armoede. Als een problema<ek zeer uitdrukkelijk en zichtbaar aanwezig is, zien we het. Dan is
er geen ontsnappen meer aan. Is elke persoon die in armoede leeA dan zichtbaar in onze
maatschappij?
Of op welke manier kunnen we ook “de onzichtbaren” zichtbaar maken, of terug deel laten
worden, als volwaardig burger in de maatschappij?
Op welke manier kunnen we dan als sociaal werker iemand ondersteunen/helpen? Niemand
wordt graag geholpen, we kennen het gevoel als we ouder/volwassen worden, dat we graag
zelf de dingen in handen nemen en eigen beslissingen kunnen/mogen maken. Het is dus
logisch dat mensen, op welke manier ze ook verkeren in een kwetsbare situa<e, eigenaarschap
willen bewaren over sommige zaken des levens en dus ook al eens gespannen of ‘ondankbaar’
kunnen reageren bij beslissingen (zelf uit goede bedoelingen) die boven hun hoofd genomen
worden. Belangrijk, als hulpverlener, is om door het gedrag van iemand te leren prikken en de
complexiteit achter “het verhaal” te leren zien.
Luisteren, empathie, begrip… zijn belangrijke sleutelcomponenten tot eventuele oplossing
voor armoede- problema<eken... Je kan heel veel oplossen als je vanuit een partnerschap –
tussen mensen & organisa<es, en mét de mensen in armoede probeert om de zaken aan te
pakken.
1
, Bespreek kri<sch het onderscheid tussen een economische en een sociologische kijk op armoede.
Behandel minimaal drie verschillende aspecten van het onderscheid.
ð Economische: klassieke invalshoek, klemtoon op inkomen als indicator, armoede als toestand,
te laag inkomen als oorzaken = verklaren
ð Sociologische: recenter perspec<ef, van inkomen naar sociale uitslui<ng, armoede als sociale
rela<es, armoede als complex – vele dimensies en gevolgen proberen begrijpen
Economisch perspec<ef:
• Benadert armoede vooral als een gebrek aan financiële middelen.
• De focus ligt op inkomen, uitgaven en economische ongelijkheid.
• Oplossingen worden gezocht in herverdeling van middelen, sociale zekerheid en
inkomensondersteuning.
Sociologisch perspec<ef:
• Ziet armoede als een sociaal proces van uitslui<ng, ongelijke kansen en beperkte par<cipa<e.
• Benadrukt de maatschappelijke en structurele oorzaken van armoede, zoals ongelijkheid in
onderwijs, werk, gezondheid en sociale netwerken.
• Oplossingen richten zich op structurele veranderingen, gelijke kansen, sociale inclusie en het
doorbreken van s<gma<sering.
Defini<es
Armoede of pauperisme is volgens de defini<e van de Verenigde Na<es het niet kunnen voorzien in
de primaire levensbehoe<en, noodzakelijk om een menswaardig bestaan te kunnen leiden.
• Primaire levensbehoeAen zijn schoon en drinkbaar
water, voedsel, kleding, huisves<ng en gezondheidszorg.
• Armoede ontstaat bij een (chronisch) tekort aan betaal- of ruilmiddelen bij bepaalde personen,
waardoor de aanschaf van noodzakelijke bestaansmiddelen buiten het bereik van die personen
valt.
Ook het geen toegang hebben tot secundaire levensbehoe<en kan ervaren worden als armoede,
vooral als in een samenleving anderen dat wel hebben.
• Secundaire levensbehoeAen zijn bijvoorbeeld de aanschaf van luxegoederen, het maken
van reizen en het deelnemen aan onderwijs, sport en andere sociale ac<viteiten.
Defini<e Vlaanderen
Defini<e armoede met een extra dimensie eraan toegevoegd: “de invloed van “de levensloop” van een
persoon” – Jaarboek armoede 2024
® Zowel de <ming als de volgorde van levensgebeurtenissen en transi<es kunnen bepalend zijn
voor de effecten die ze hebben op de verdere levensloop
2
, ð In dit jaarboek wordt er ingezoomd op verschillende domeinen van armoede.
Naast klassieke thema's als onderwijs, wonen, gezondheid en werk, heeA het Jaarboek voor
het eerst een longitudinale bril opgezet waardoor de dynamiek, de instroom én de
uitstroom van de armoede beter in kaart gebracht kan worden.
ð Het belang van een levensloopperspec9ef voor armoede en ongelijkheid wordt hierbij als
extra dimensie in de verf gezet. De context waarin men opgroeit, familierela7es,
levensgebeurtenissen, transi7es en kantelmomenten, structurele omstandigheden of shock
events, beleidsaspecten zoals het type welvaartsstaat ... kunnen de inciden<e van armoede
en ongelijkheid <jdens de levensloop van een individu beïnvloeden.
De Vlaamse armoededefini<e stelt dat armoede een situa<e is van “een tekort aan middelen om
menswaardig te kunnen leven, dat zich manifesteert op verschillende levensdomeinen, en waar
mensen weinig of geen toegang hebben tot maatschappelijke grondrechten”.
Mul<dimensionaliteit
• Armoede gaat niet alleen over geld, maar ook over huisves<ng, onderwijs, gezondheid,
sociale rela<es, cultuur...
• Posi<ef: brede kijk op armoede.
• Kri<sche kangekening: gevaar dat de economische dimensie onderbelicht blijA, terwijl
financiële tekorten vaak centraal staan.
Recht op maatschappelijke grondrechten
• Armoede wordt gekoppeld aan mensenrechten (bv. recht op wonen, onderwijs, gezondheid).
• Posi<ef: maakt armoede zichtbaar als onrecht, niet alleen als individueel probleem.
• Kri<sche kangekening: rechten bestaan op papier, maar toegang tot die rechten is niet al<jd
gegarandeerd.
Structureel en rela<oneel karakter
• Armoede wordt gezien als een proces van sociale uitslui<ng en beperkt burgerschap.
• Posi<ef: erkent maatschappelijke verantwoordelijkheid.
• Kri<sche kangekening: de rol van beleid en macht wordt niet expliciet benoemd.
Par<cipa<ef tot stand gekomen
• De defini<e werd mede opgesteld met mensen in armoede.
• Posi<ef: erkenning van ervaringskennis.
• Kri<sche kangekening: weinig vertaald naar bindend beleid of afdwingbare rechten.
Brillen om naar armoede te kijken
® Bril van veroordeling
® Bril van verwondering
® Bril van uit ons eigen referen<ekader
SOORTEN ARMOEDE
Absolute/volledige armoede: hier gaat het om leven en dood. Je hebt nog net genoeg geld, voedsel
en kleding om niet dood te gaan, maar te weinig om te leven. Dit komt vooral voor in
ontwikkelingslanden. Een tekort aan basisbehoeAen zoals voedsel, onderdak, gezondheidszorg en
onderwijs, ongeacht de algemene levensstandaard in een land.
Waarbij mensen leven onder de armoedegrens
Rela7eve armoede: hier gaat het om ongelijke verdeling van inkomens. Jij verdient minder dan een
ander, maar je bent niet ‘echt’ arm.
Zie Armoedemaatstaf EU = ‘rela<ef’
Die verwijst naar de ongelijkheid binnen een samenleving.
3
, Mensen kunnen niet deelnemen aan het gewone maatschappelijk leven zoals dat in hun samenleving
gebruikelijk is (vb. vrije<jdsac<viteiten, internet, kledij, sociale contacten), ook al zijn hun
basisbehoeAen misschien deels ingevuld.
= dus akankelijk van de levensstandaard en verwach<ngen in een bepaalde samenleving.
Sociale armoede: je kan doordat je te weinig geld hebt niet meer normaal meedoen met het leven.
Het komt erop neer dat je sociale contacten vervagen.
Armoede bij werkenden: dit is er als je bijvoorbeeld te weinig verdient of als er maar één iemand geld
verdient in het gezin.
Kansarmoede: deze mensen hebben niet alleen een laag inkomen, maar worden ook uitgesloten op
verschillende domeinen zoals opleiding, huisves<ng, welzijn, gezondheid, vorming, vrije<jdsbesteding,
poli<eke en sociale zeggingskracht en cultuur.
Genera7earmoede: het wordt doorgegeven van ouder op kind. Dit wordt ook wel ‘armoede kringloop’
genoemd.
Wat is een belangrijk verschil tussen absolute en rela<eve armoede? VB VRAAG
Mensen in absolute armoede leven onder de lage-inkomensgrens en hebben weinig tot geen
toegang tot voldoende voedsel, huisves<ng, gezondheidszorg en/of onderwijs en mensen die leven
in rela<eve armoede hebben onvoldoende middelen om te kunnen voorzien in maatschappelijke
erkende behoeAen en te par<ciperen in de samenleving
FEITEN EN STATISTIEKEN
Wereldbank à Ongeveer 9% van de wereldbevolking leeA onder de armoedegrens van 1,80 EUR
(1,90$) per dag
= ongeveer 700 miljoen mensen die met erns<ge ontberingen kampen
Armoedegrens in 2023 BELGIË:
Er leven 1 op 7 Belgen onder de armoedegrens (1 op 8 in 2025)
PAS OP! Niet enkel als je onder de armoedegrens zit, leef je in armoede (1 op 5)
à 1 op 5 heeA een risico op armoede en sociale uitslui<ng = niet de mogelijkheid hebben om
dingen te doen of te kopen die zorgen voor een behoorlijk leven
1 op 6 Gentenaars leeA onder de armoedegrens = onvoldoende inkomen om een goed leven te
kunnen leiden
Drie indicatoren om armoede te meten (Europees).
1: Inkomensarmoede (armoede op basis van inkomen)
2: Lage werkintensiteit
3: Erns<ge materiële en sociale depriva<e
o Gebrek aan essen<ële goederen of diensten – verwarming, degelijke kleding, toegang
medische zorg
® Wanneer risico op armoede en sociale uitslui<ng?
o Mensen die MET TEN MINSTE 1 v/d 3 RISICO’S WORDEN GECONFRONTEERD
4
HOORCOLLEGE 1
WE ZITTEN NIET ALLEMAAL IN DEZELFDE BOOT
SOCIAAL WERK IS EEN MENSENRECHTENBEROEP
Sociaal werkers staan in de frontlinie van de samenleving, waar ze geconfronteerd worden met
schendingen van mensenrechten.
Als experten van het dagelijkse leven van mensen in een kwetsbare leefsitua7e beschikken sociaal
werkers over tal van mogelijkheden om mensonwaardige en onrechtvaardige situa<es om te buigen
en te werken aan de realisa7e van mensenrechten.
Daarom is sociaal werk een mensenrechtenberoep. Hoewel mensenrechten het moreel kompas zijn
voor het sociaal werk, blijA het zoeken naar manieren om abstracte principes als mensenrechten
concreet handen en voeten te geven in de prak7jk.
Intermezzo: “Armoede is meer dan geld tekort”
ð Armoede gaat over meer dan onbetaalde rekeningen en geldtekort, maar omvat ook de
schaarste aan basisbehoe4en zoals voedsel, huisves9ng, onderwijs, vrije 9jd enz…
Het is een veelzijdig en complex probleem, dat ook impact heeA op andere domeinen zoals
het sociale, fysieke en mentale. Om aan te tonen dat armoede onrechtvaardig is, gebruikt
men de rechten van de mens als instrument om dit mee zichtbaar te maken.
Hoe je als persoon iets ervaart, of naar kijkt, bepaalt hoe je ermee omgaat en welke reac<es
eruit volgen. Bij wie moeten we de oorzaak van armoede zoeken? Bij de persoon zelf of bij de
maatschappij? Hoe is de armoede veroorzaakt? Is het de schuld van iemand of is het een
ongeval?
Intermezzo: “Armoede is soms onzichtbaar”
ð Iedereen kijkt op zijn manier naar de wereld en dus ook naar “de persoon in armoede” en
armoede. Als een problema<ek zeer uitdrukkelijk en zichtbaar aanwezig is, zien we het. Dan is
er geen ontsnappen meer aan. Is elke persoon die in armoede leeA dan zichtbaar in onze
maatschappij?
Of op welke manier kunnen we ook “de onzichtbaren” zichtbaar maken, of terug deel laten
worden, als volwaardig burger in de maatschappij?
Op welke manier kunnen we dan als sociaal werker iemand ondersteunen/helpen? Niemand
wordt graag geholpen, we kennen het gevoel als we ouder/volwassen worden, dat we graag
zelf de dingen in handen nemen en eigen beslissingen kunnen/mogen maken. Het is dus
logisch dat mensen, op welke manier ze ook verkeren in een kwetsbare situa<e, eigenaarschap
willen bewaren over sommige zaken des levens en dus ook al eens gespannen of ‘ondankbaar’
kunnen reageren bij beslissingen (zelf uit goede bedoelingen) die boven hun hoofd genomen
worden. Belangrijk, als hulpverlener, is om door het gedrag van iemand te leren prikken en de
complexiteit achter “het verhaal” te leren zien.
Luisteren, empathie, begrip… zijn belangrijke sleutelcomponenten tot eventuele oplossing
voor armoede- problema<eken... Je kan heel veel oplossen als je vanuit een partnerschap –
tussen mensen & organisa<es, en mét de mensen in armoede probeert om de zaken aan te
pakken.
1
, Bespreek kri<sch het onderscheid tussen een economische en een sociologische kijk op armoede.
Behandel minimaal drie verschillende aspecten van het onderscheid.
ð Economische: klassieke invalshoek, klemtoon op inkomen als indicator, armoede als toestand,
te laag inkomen als oorzaken = verklaren
ð Sociologische: recenter perspec<ef, van inkomen naar sociale uitslui<ng, armoede als sociale
rela<es, armoede als complex – vele dimensies en gevolgen proberen begrijpen
Economisch perspec<ef:
• Benadert armoede vooral als een gebrek aan financiële middelen.
• De focus ligt op inkomen, uitgaven en economische ongelijkheid.
• Oplossingen worden gezocht in herverdeling van middelen, sociale zekerheid en
inkomensondersteuning.
Sociologisch perspec<ef:
• Ziet armoede als een sociaal proces van uitslui<ng, ongelijke kansen en beperkte par<cipa<e.
• Benadrukt de maatschappelijke en structurele oorzaken van armoede, zoals ongelijkheid in
onderwijs, werk, gezondheid en sociale netwerken.
• Oplossingen richten zich op structurele veranderingen, gelijke kansen, sociale inclusie en het
doorbreken van s<gma<sering.
Defini<es
Armoede of pauperisme is volgens de defini<e van de Verenigde Na<es het niet kunnen voorzien in
de primaire levensbehoe<en, noodzakelijk om een menswaardig bestaan te kunnen leiden.
• Primaire levensbehoeAen zijn schoon en drinkbaar
water, voedsel, kleding, huisves<ng en gezondheidszorg.
• Armoede ontstaat bij een (chronisch) tekort aan betaal- of ruilmiddelen bij bepaalde personen,
waardoor de aanschaf van noodzakelijke bestaansmiddelen buiten het bereik van die personen
valt.
Ook het geen toegang hebben tot secundaire levensbehoe<en kan ervaren worden als armoede,
vooral als in een samenleving anderen dat wel hebben.
• Secundaire levensbehoeAen zijn bijvoorbeeld de aanschaf van luxegoederen, het maken
van reizen en het deelnemen aan onderwijs, sport en andere sociale ac<viteiten.
Defini<e Vlaanderen
Defini<e armoede met een extra dimensie eraan toegevoegd: “de invloed van “de levensloop” van een
persoon” – Jaarboek armoede 2024
® Zowel de <ming als de volgorde van levensgebeurtenissen en transi<es kunnen bepalend zijn
voor de effecten die ze hebben op de verdere levensloop
2
, ð In dit jaarboek wordt er ingezoomd op verschillende domeinen van armoede.
Naast klassieke thema's als onderwijs, wonen, gezondheid en werk, heeA het Jaarboek voor
het eerst een longitudinale bril opgezet waardoor de dynamiek, de instroom én de
uitstroom van de armoede beter in kaart gebracht kan worden.
ð Het belang van een levensloopperspec9ef voor armoede en ongelijkheid wordt hierbij als
extra dimensie in de verf gezet. De context waarin men opgroeit, familierela7es,
levensgebeurtenissen, transi7es en kantelmomenten, structurele omstandigheden of shock
events, beleidsaspecten zoals het type welvaartsstaat ... kunnen de inciden<e van armoede
en ongelijkheid <jdens de levensloop van een individu beïnvloeden.
De Vlaamse armoededefini<e stelt dat armoede een situa<e is van “een tekort aan middelen om
menswaardig te kunnen leven, dat zich manifesteert op verschillende levensdomeinen, en waar
mensen weinig of geen toegang hebben tot maatschappelijke grondrechten”.
Mul<dimensionaliteit
• Armoede gaat niet alleen over geld, maar ook over huisves<ng, onderwijs, gezondheid,
sociale rela<es, cultuur...
• Posi<ef: brede kijk op armoede.
• Kri<sche kangekening: gevaar dat de economische dimensie onderbelicht blijA, terwijl
financiële tekorten vaak centraal staan.
Recht op maatschappelijke grondrechten
• Armoede wordt gekoppeld aan mensenrechten (bv. recht op wonen, onderwijs, gezondheid).
• Posi<ef: maakt armoede zichtbaar als onrecht, niet alleen als individueel probleem.
• Kri<sche kangekening: rechten bestaan op papier, maar toegang tot die rechten is niet al<jd
gegarandeerd.
Structureel en rela<oneel karakter
• Armoede wordt gezien als een proces van sociale uitslui<ng en beperkt burgerschap.
• Posi<ef: erkent maatschappelijke verantwoordelijkheid.
• Kri<sche kangekening: de rol van beleid en macht wordt niet expliciet benoemd.
Par<cipa<ef tot stand gekomen
• De defini<e werd mede opgesteld met mensen in armoede.
• Posi<ef: erkenning van ervaringskennis.
• Kri<sche kangekening: weinig vertaald naar bindend beleid of afdwingbare rechten.
Brillen om naar armoede te kijken
® Bril van veroordeling
® Bril van verwondering
® Bril van uit ons eigen referen<ekader
SOORTEN ARMOEDE
Absolute/volledige armoede: hier gaat het om leven en dood. Je hebt nog net genoeg geld, voedsel
en kleding om niet dood te gaan, maar te weinig om te leven. Dit komt vooral voor in
ontwikkelingslanden. Een tekort aan basisbehoeAen zoals voedsel, onderdak, gezondheidszorg en
onderwijs, ongeacht de algemene levensstandaard in een land.
Waarbij mensen leven onder de armoedegrens
Rela7eve armoede: hier gaat het om ongelijke verdeling van inkomens. Jij verdient minder dan een
ander, maar je bent niet ‘echt’ arm.
Zie Armoedemaatstaf EU = ‘rela<ef’
Die verwijst naar de ongelijkheid binnen een samenleving.
3
, Mensen kunnen niet deelnemen aan het gewone maatschappelijk leven zoals dat in hun samenleving
gebruikelijk is (vb. vrije<jdsac<viteiten, internet, kledij, sociale contacten), ook al zijn hun
basisbehoeAen misschien deels ingevuld.
= dus akankelijk van de levensstandaard en verwach<ngen in een bepaalde samenleving.
Sociale armoede: je kan doordat je te weinig geld hebt niet meer normaal meedoen met het leven.
Het komt erop neer dat je sociale contacten vervagen.
Armoede bij werkenden: dit is er als je bijvoorbeeld te weinig verdient of als er maar één iemand geld
verdient in het gezin.
Kansarmoede: deze mensen hebben niet alleen een laag inkomen, maar worden ook uitgesloten op
verschillende domeinen zoals opleiding, huisves<ng, welzijn, gezondheid, vorming, vrije<jdsbesteding,
poli<eke en sociale zeggingskracht en cultuur.
Genera7earmoede: het wordt doorgegeven van ouder op kind. Dit wordt ook wel ‘armoede kringloop’
genoemd.
Wat is een belangrijk verschil tussen absolute en rela<eve armoede? VB VRAAG
Mensen in absolute armoede leven onder de lage-inkomensgrens en hebben weinig tot geen
toegang tot voldoende voedsel, huisves<ng, gezondheidszorg en/of onderwijs en mensen die leven
in rela<eve armoede hebben onvoldoende middelen om te kunnen voorzien in maatschappelijke
erkende behoeAen en te par<ciperen in de samenleving
FEITEN EN STATISTIEKEN
Wereldbank à Ongeveer 9% van de wereldbevolking leeA onder de armoedegrens van 1,80 EUR
(1,90$) per dag
= ongeveer 700 miljoen mensen die met erns<ge ontberingen kampen
Armoedegrens in 2023 BELGIË:
Er leven 1 op 7 Belgen onder de armoedegrens (1 op 8 in 2025)
PAS OP! Niet enkel als je onder de armoedegrens zit, leef je in armoede (1 op 5)
à 1 op 5 heeA een risico op armoede en sociale uitslui<ng = niet de mogelijkheid hebben om
dingen te doen of te kopen die zorgen voor een behoorlijk leven
1 op 6 Gentenaars leeA onder de armoedegrens = onvoldoende inkomen om een goed leven te
kunnen leiden
Drie indicatoren om armoede te meten (Europees).
1: Inkomensarmoede (armoede op basis van inkomen)
2: Lage werkintensiteit
3: Erns<ge materiële en sociale depriva<e
o Gebrek aan essen<ële goederen of diensten – verwarming, degelijke kleding, toegang
medische zorg
® Wanneer risico op armoede en sociale uitslui<ng?
o Mensen die MET TEN MINSTE 1 v/d 3 RISICO’S WORDEN GECONFRONTEERD
4