Historische interieurs, stijlen en meubels
Inhoudstafel
1| HISTORISCHE INTERIEURS EN DESIGN HISTORY
2| LATE MIDDELEEUWEN – RENAISSANCE (15DE-16DE EEUW)
3| BAROK (17DE – BEGIN 18DE EEUW)
4| ROCOCO (TWEEDE HELFT 18DE EEUW)
5| REVIVAL STIJLEN (19DE EEUW)
6| ART NOUVEAU (19DE EEUW)
7| ART DÉCO(20STE EEUW)
8| GASTCOLLEGE: GEUREN EN ZINTUIGLIJKE ERVARING (DEVRIEZE)
9| GASTCOLLEGE: BRUYNZEELKEUKEN (GEERINCKX)
10| GASTCOLLEGE: ALLEDAAGSE GESCHIEDENIS VAN ENERGIE (WOUT SAELENS)
11| GASTCOLLEGE: INTERIEURS IN MUSEALE CONTEXT (BOKRIJK)
12| BEGRIPPENLIJST
13| TIJDLIJN
,1| Historische Interieurs en Design History
° Vakgebied dat onderzoekt wat ontwerpen ons vertelt over mensen, tijd, macht en gebruik
> design = geen neutrale vorm, maar actieve cultuurdrager
> erfgoed = wat we kiezen om te herinneren (en hoe we dat vormgeven)
Ontstaan als academisch vakgebied in de jaren 1970–80
> oorspronkelijk sterk gericht op Westerse modernistische canon (Bauhaus, Pevsner)
> later breder: ook gender, klasse, kolonialisme, ambacht, gebruik
Interdisciplinair: kruispunt van geschiedenis, sociologie, kunstwetenschap, erfgoedstudies
Groeiende aandacht voor alledaags ontwerp i.p.v. enkel ‘grote namen’
BRONNEN & BASISIDEEËN
Materiële cultuur = meer dan decoratie
> objecten zijn getuigen van dagelijks leven
> door dingen te bestuderen, lees je ideologieën, sociale structuren, identiteit
Erfgoed is geen passief overblijfsel, maar actief ontworpen
> wat bewaard wordt = een keuze
> hoe iets getoond wordt (museum, replica, interieur) = ook design
FILOSOFIE & BENADERING
Vraag niet alleen: “Wie maakte dit?” maar ook: Voor wie en wat was het effect
!Belang van zintuigen, gebruikservaring, emotie, herinnering
Design als bemiddeling tussen mens en wereld
> tussen lichaam en object, status en omgeving, heden en verleden
ARTIKELS
1. Ulrich – An Indian Basket, 1676
Mandje uit Rhode Island toont: koloniale overheersing, culturele toe-eigening, genderrollen in
textiel & huishouding
> Voorwerp = drager van trauma én vakmanschap
> vraagt om kritisch erfgoed denken
2. Dean – Slipware Dish (18de eeuw)
Lokaal aardewerk = vernacular design
> niet elitair, maar complex: ambacht + markt + identiteit
> ontwerpen worden beïnvloed door gebruik, beschikbaarheid, innovaties
> vernacular is niet “primitief”, maar waardevol cultureel product
3. Styles – Manufacturing, Consumption and Design (18de eeuw)
> massaproductie is niet per definitie zielloos
> consumenten kiezen actief, vormen trends
> ambacht en industrie lopen door elkaar
> toont spanningsveld tussen smaak, klasse, mode, productie
4. Lees-Maffei – Design and Heritage (2022)
> Erfgoed is altijd ontworpen: tentoonstellingen, interieurs, re-enactments
> Design bepaalt hoe we verleden ervaren
,2| Late middeleeuwen – renaissance (15de-16de eeuw)
Overgang Late Middeleeuwen - Renaissance is niet exact te bepalen
! verschillen in steden onderling bv Antwerpen sneller dan Brugge
! in steden werden stijlen sneller opgenomen dan in het platteland
! fel onder invloed van wat er in Frankrijk/Duitsland gebeurde
! meeste aandacht en onderzoek gaat uit naar Italië (architectuur)
! had vooral belangrijke staten en was nog geen land
CONTEXT
Grote uitwisseling van kunstenaars, studenten en vooral handel
vb. majolica: ontstaan in Italië > geïmporteerd in Nederlanden > daar geproduceerd
(goedkoper dan blijven importeren)
Nederlanden = heel verstedelijkt
> nood aan innovatie > nieuwe producten uit verschillende steden
Civilizing process: beleefdheid, etiquette, decorum, hygiëne
Renaissance = stijlperiode én cultuur
> vooral in gevels van publieke gebouwen en kerken
> nieuwe objecten door nieuwe gewoontes (vork – dineren)
19de eeuw: waarom interesse in Renaissance wooncultuur?
= romantiek: drang naar het verleden
1. Italië: pallazi en casae
=> Jacob Burckhardt: grote fan van Italiaanse traktaten
=> 21ste eeuw vernieuwde aandacht
- Woningen van rijke Italiaanse burgers > Firenze, Rome, Pisa en Venetië
- Uiterlijk vertoon = belangrijk > kledij, interieur en gevel = uithangbord familie (°consumptie)
- Eerste met ensembles van objecten en nadenken over de look, muziek in interieur, tegelkachel
- Voorlopers op Europa(nog Gotiek)
- Leon Battista Alberti: Re Aedificatoria
> waar moeten de ruimtes zijn in de woning? waar moet de winkel zijn? (normale huizen!)
> woongedeelte moet worden afgesloten van het werkgedeelte
2. Engeland: vernacular architecture
=> teruggrijpen naar het Victoriaans tijdperk
=> Arts&Crafts movement
- Weinig terug te vinden door ‘the great rebuilding’ (aanpassingen aan woningen)
- The Great Hall: belangrijke plek in de woning
, > bruine tinten, hoge ruimte, lichtinval, centraal haardvuur (enige verwarmde ruimte), textiel
> weinig meubels: 1 tafel(dais) met hiërarchische zetting (heer des huizen aan de kop met
mooiste stoel > de rest had bankjes)
- Dienstvertrekken tegenover Great Hall met stockage van tafelgerei etc
- Buitenkeuken
- Op termijn gaat vuur van het midden naar de zijkant + schoorsteen (rook, roet, stof) °kookplek +
meerdere ruimtes verwarmen + tussen plafonds zodat sneller warm
3. Nederlanden: huiselijkheid
=> pas heel laat interesse in
- vooral in schilderkunst te zien: vanaf 17de eeuw
- Vermeer: nadruk ligt op het huiselijke en familiale
Interieurs op schilderijen(15de eeuw)
Schilderijen, prenten en miniaturen in interieur = heel belangrijk voor religie
> rijke burgers
> interieur moest herkenbaar zijn om religie tot bij de man te brengen
CONTEXT
Wieg van consumptiecultuur in steden
> welvarende middenklasse > import uit kolonies/wereldhandel
> verandering in vraag naar goederen: ‘new luxuries’ (lichtere lakens)
> decoratie wordt belangrijker (sociale status + identiteit)
> goedkopere producten in grote oplage voor grotere groep bevolking
> ° kapitaalkrachtige groep ambachtslieden + kooplieden
Bronnen
Boedelinventarissen(=alles wat doorverkocht kon worden), receptenboeken, manierenboeken,
procesdossiers, miniaturen en schilderijen(hoe representatief?), archeologische rapporten,
objecten in musea
Italiaanse palazzi, casae en huizen
Firenze: palazzo
> focus op verticaliteit in de stad
(smalle, hoge huizen)
> kleine ramen
> Buiten gluren zonder gezien te worden:
belang tussen publiek en privé wordt groter
(ook interieur)
Inhoudstafel
1| HISTORISCHE INTERIEURS EN DESIGN HISTORY
2| LATE MIDDELEEUWEN – RENAISSANCE (15DE-16DE EEUW)
3| BAROK (17DE – BEGIN 18DE EEUW)
4| ROCOCO (TWEEDE HELFT 18DE EEUW)
5| REVIVAL STIJLEN (19DE EEUW)
6| ART NOUVEAU (19DE EEUW)
7| ART DÉCO(20STE EEUW)
8| GASTCOLLEGE: GEUREN EN ZINTUIGLIJKE ERVARING (DEVRIEZE)
9| GASTCOLLEGE: BRUYNZEELKEUKEN (GEERINCKX)
10| GASTCOLLEGE: ALLEDAAGSE GESCHIEDENIS VAN ENERGIE (WOUT SAELENS)
11| GASTCOLLEGE: INTERIEURS IN MUSEALE CONTEXT (BOKRIJK)
12| BEGRIPPENLIJST
13| TIJDLIJN
,1| Historische Interieurs en Design History
° Vakgebied dat onderzoekt wat ontwerpen ons vertelt over mensen, tijd, macht en gebruik
> design = geen neutrale vorm, maar actieve cultuurdrager
> erfgoed = wat we kiezen om te herinneren (en hoe we dat vormgeven)
Ontstaan als academisch vakgebied in de jaren 1970–80
> oorspronkelijk sterk gericht op Westerse modernistische canon (Bauhaus, Pevsner)
> later breder: ook gender, klasse, kolonialisme, ambacht, gebruik
Interdisciplinair: kruispunt van geschiedenis, sociologie, kunstwetenschap, erfgoedstudies
Groeiende aandacht voor alledaags ontwerp i.p.v. enkel ‘grote namen’
BRONNEN & BASISIDEEËN
Materiële cultuur = meer dan decoratie
> objecten zijn getuigen van dagelijks leven
> door dingen te bestuderen, lees je ideologieën, sociale structuren, identiteit
Erfgoed is geen passief overblijfsel, maar actief ontworpen
> wat bewaard wordt = een keuze
> hoe iets getoond wordt (museum, replica, interieur) = ook design
FILOSOFIE & BENADERING
Vraag niet alleen: “Wie maakte dit?” maar ook: Voor wie en wat was het effect
!Belang van zintuigen, gebruikservaring, emotie, herinnering
Design als bemiddeling tussen mens en wereld
> tussen lichaam en object, status en omgeving, heden en verleden
ARTIKELS
1. Ulrich – An Indian Basket, 1676
Mandje uit Rhode Island toont: koloniale overheersing, culturele toe-eigening, genderrollen in
textiel & huishouding
> Voorwerp = drager van trauma én vakmanschap
> vraagt om kritisch erfgoed denken
2. Dean – Slipware Dish (18de eeuw)
Lokaal aardewerk = vernacular design
> niet elitair, maar complex: ambacht + markt + identiteit
> ontwerpen worden beïnvloed door gebruik, beschikbaarheid, innovaties
> vernacular is niet “primitief”, maar waardevol cultureel product
3. Styles – Manufacturing, Consumption and Design (18de eeuw)
> massaproductie is niet per definitie zielloos
> consumenten kiezen actief, vormen trends
> ambacht en industrie lopen door elkaar
> toont spanningsveld tussen smaak, klasse, mode, productie
4. Lees-Maffei – Design and Heritage (2022)
> Erfgoed is altijd ontworpen: tentoonstellingen, interieurs, re-enactments
> Design bepaalt hoe we verleden ervaren
,2| Late middeleeuwen – renaissance (15de-16de eeuw)
Overgang Late Middeleeuwen - Renaissance is niet exact te bepalen
! verschillen in steden onderling bv Antwerpen sneller dan Brugge
! in steden werden stijlen sneller opgenomen dan in het platteland
! fel onder invloed van wat er in Frankrijk/Duitsland gebeurde
! meeste aandacht en onderzoek gaat uit naar Italië (architectuur)
! had vooral belangrijke staten en was nog geen land
CONTEXT
Grote uitwisseling van kunstenaars, studenten en vooral handel
vb. majolica: ontstaan in Italië > geïmporteerd in Nederlanden > daar geproduceerd
(goedkoper dan blijven importeren)
Nederlanden = heel verstedelijkt
> nood aan innovatie > nieuwe producten uit verschillende steden
Civilizing process: beleefdheid, etiquette, decorum, hygiëne
Renaissance = stijlperiode én cultuur
> vooral in gevels van publieke gebouwen en kerken
> nieuwe objecten door nieuwe gewoontes (vork – dineren)
19de eeuw: waarom interesse in Renaissance wooncultuur?
= romantiek: drang naar het verleden
1. Italië: pallazi en casae
=> Jacob Burckhardt: grote fan van Italiaanse traktaten
=> 21ste eeuw vernieuwde aandacht
- Woningen van rijke Italiaanse burgers > Firenze, Rome, Pisa en Venetië
- Uiterlijk vertoon = belangrijk > kledij, interieur en gevel = uithangbord familie (°consumptie)
- Eerste met ensembles van objecten en nadenken over de look, muziek in interieur, tegelkachel
- Voorlopers op Europa(nog Gotiek)
- Leon Battista Alberti: Re Aedificatoria
> waar moeten de ruimtes zijn in de woning? waar moet de winkel zijn? (normale huizen!)
> woongedeelte moet worden afgesloten van het werkgedeelte
2. Engeland: vernacular architecture
=> teruggrijpen naar het Victoriaans tijdperk
=> Arts&Crafts movement
- Weinig terug te vinden door ‘the great rebuilding’ (aanpassingen aan woningen)
- The Great Hall: belangrijke plek in de woning
, > bruine tinten, hoge ruimte, lichtinval, centraal haardvuur (enige verwarmde ruimte), textiel
> weinig meubels: 1 tafel(dais) met hiërarchische zetting (heer des huizen aan de kop met
mooiste stoel > de rest had bankjes)
- Dienstvertrekken tegenover Great Hall met stockage van tafelgerei etc
- Buitenkeuken
- Op termijn gaat vuur van het midden naar de zijkant + schoorsteen (rook, roet, stof) °kookplek +
meerdere ruimtes verwarmen + tussen plafonds zodat sneller warm
3. Nederlanden: huiselijkheid
=> pas heel laat interesse in
- vooral in schilderkunst te zien: vanaf 17de eeuw
- Vermeer: nadruk ligt op het huiselijke en familiale
Interieurs op schilderijen(15de eeuw)
Schilderijen, prenten en miniaturen in interieur = heel belangrijk voor religie
> rijke burgers
> interieur moest herkenbaar zijn om religie tot bij de man te brengen
CONTEXT
Wieg van consumptiecultuur in steden
> welvarende middenklasse > import uit kolonies/wereldhandel
> verandering in vraag naar goederen: ‘new luxuries’ (lichtere lakens)
> decoratie wordt belangrijker (sociale status + identiteit)
> goedkopere producten in grote oplage voor grotere groep bevolking
> ° kapitaalkrachtige groep ambachtslieden + kooplieden
Bronnen
Boedelinventarissen(=alles wat doorverkocht kon worden), receptenboeken, manierenboeken,
procesdossiers, miniaturen en schilderijen(hoe representatief?), archeologische rapporten,
objecten in musea
Italiaanse palazzi, casae en huizen
Firenze: palazzo
> focus op verticaliteit in de stad
(smalle, hoge huizen)
> kleine ramen
> Buiten gluren zonder gezien te worden:
belang tussen publiek en privé wordt groter
(ook interieur)