Contractenrecht
Algemene inleiding
Belang van het algemeen verbintenissenrecht (boek 5 BW)
Alle bijzondere overeenkomsten volgen het regime van het algemeen
verbintenissenrecht
- Beginsel van wilsautonomie: contract = wet partijen (art 5.69 BW)
- Beginsel van consensualisme: loutere wilsovereenstemming
- Basisvereisten voor geldigheid contract:
Geldige toestemming, zonder wilsgebreken
Bekwaamheid contractspartijen
Bepaald voorwerp
Geoorloofde oorzaak
- Algemene regels contractuele aansprakelijkheid
- Algemene regels tenietgaan overeenkomst
- Algemene regels betreffende wederkerige contracten
Benoemde en onbenoemde overeenkomsten
Benoemde contracten
- Benoemde of bijzondere overeenkomsten onderworpen aan specifieke
regeling, onderscheidt ze van een doorsnee contract (algemene regels in
boek 5 BW)
- De wetgever reikt een soort modelcontract aan, een sjabloon (template)
bevordert rechtszekerheid
Bv. bij de bakker brood kopen = koopcontract -> overeenkomst
tussen de zaak (bv. wit brood) en prijs (bv. €2,5) -> we staan er niet
bij stil. Brood in mijn handen = levering (overhandiging van een
goed)
Soms niet zo evident: bv. restaurant heeft elke dag 500 broden
nodig. Kan ze zelf gaan halen bij de bakker, of aan restaurant te
leveren -> extra modaliteit. Ik moet ze betalen, ook al zijn ze nog
niet geleverd. Ik ben er wel al eigenaar van geworden
- De hier behandelde contracten komen (in principe) uit het oud BW: koop,
huur van goederen (gedeeltelijke geregionaliseerd), aanneming van werk,
lastgeving, dading en bewaargeving. De materie is zeer omvangrijk en dus
moet er worden gekozen (bv. niet: pacht)
- Belangrijke wijzigingen op komst boek 7 BW
- Ook buiten het BW talrijke benoemde overeenkomsten, sommige zo
belangrijk dat zij een eigen, rechtstak vormen (verzekeringsrecht,
arbeidsrecht, …)
Veel van die basisregels zijn van aanvullend recht: je mag ze gebruiken, maar
het moet niet
1
, - Niet bij consumentenkoop
Ook enkele regels van openbare orde (bv. art 1792 OBW) -> relatief zeldzaam
Wel veel dwingend recht: zwakkere partij wordt beschermd
Onbenoemde contracten
- Geen specifiek wettelijk omschreven kader
- Soms toch wel “benoemd”, maar zonder eigen wettelijke regeling: leasing,
factoring, sponsoring, …
- “Echt” onbenoemd: eigensoortig en gemengd
- Eigensoortig (sui generis): autonomie inhoud, kan niet worden herleid tot
één benoemd contract of combinatie van contracten bv. franchising
- Gemengd: samenstelling van verscheidene benoemde overeenkomsten bv.
verhuiscontract: aanneming van werk -> de verhuizer voert materieel werk
uit tegen betaling. Een verhuiswagen wordt verplaatst van punt A naar
punt B (transportregels toepassen)
Kwalificatie van contracten
- Combinatie, absorptie en zelfstandigheid
- Vaak hybride contracten, die kenmerken vertonen van verschillende
courante overeenkomsten. Maar welke regels gelden dan?
- 3 methodes: de combinatiemethode, de absorptiemethode, en de al
vermelde kwalificatie als eigensoortige (sui generis) overeenkomst (art
5.67 BW)
Combinatiemethode = regels van de samenstellende benoemde
overeenkomsten worden toegepast op de corresponderende onderdelen van de
gemengde overeenkomst (bv. koop, huur, lastgeving). Je hebt bv. een combinatie
van een aanneming van werk: aannemer krijgt de bevoegdheid om bepaalde
contracten voor u te sluiten (lastgeving). Op het ene passen we de regels van
aanneming toe, en op het ander de regels van lastgeving. Vaak spreken deze
regels elkaar tegen, dan niet mogelijk
Absorptiemethode = enkel rekening houden met de regels van de benoemde
overeenkomst, die het zwaarst doorweegt in de verhouding tussen de contracten
(bv. koop en aanneming)
Indien geen van beide methodes werkt: kwalificatie als eigensoortige (sui
generis) overeenkomst. Eventueel toepassing van bepaalde regels naar analogie
Ceci n’est pas une pipe? Kunnen contractspartijen hun baby de naam geven die
ze willen? Zie art 5.68 BW
- Rechter is niet noodzakelijk gebonden, maar moet wil van partijen
respecteren (niet als het gaat om ontwijken regel dwingend recht of
openbare orde)
- Schijnzelfstandigheid arbeidsrecht: als iemand zegt dat hij zelfstandig
werkt, maar hij volgt uiteindelijk alle maatregelen van 1 opdrachtgever, is
hij niet zelfstandig, maar wel een arbeider
- Huur: geen huur maar “dienstverlening”, ontwijken dwingende regels
handelshuur
2
,Bescherming B2C-relaties (consumenten)
- Vele beperkingen contractsvrijheid: handelshuur, pacht, woninghuur,
landverzekering, …
- WER, boek VI, marktpraktijken en consumentenbescherming (art VI.1 –
VI.128 WER): Contracten met consumenten en verboden “onrechtmatige
bedingen”. Consument en contractuele wederpartij, de onderneming, zeer
ruim gedefinieerd
- Vrijwaren van het contractueel evenwicht: consument is zwakkere partij
die niet kan onderhandelen (geen negotiating of bargaining power, take it
or leave it, nadelige toetredings- en adhesiecontracten, onbegrijpelijke
bedingen enz.) bv. “plaats van levering steeds geacht de zetel. Van de
verkoper te zijn”: waar zit de angel? Zie art 624 Ger W
- Stelling: regels moeilijk vindbaar voor burger
- Met al deze regels moet rekening gehouden worden gehouden bij het
sluiten van een contract met een consument (koop, aanneming van werk
…)
- Dus in feite: altijd voorafgaande kwalificatie, niet alleen “dit is een koop”,
maar ook “dit is een consumentenkoop, een handelskoop, een koop tussen
particulieren?” (bv. aankoop en plaatsing ramen)
- Stelling: vergaande regulitis bv. art VI.37, §1
- “Grijze” lijst: bedingen die de rechter soeverein kan beoordelen op hun
onrechtmatigheid, maar die niet per se (in elk geval) onrechtmatig zijn (art
VI.83), in totaal 33 gevallen
- Sanctie: nietigheid beding (art VI.84)
Art VI.82 WER
Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een
overeenkomst worden alle omstandigheden rond de sluiting van de
overeenkomst, alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een
andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, op het ogenblik waarop de
overeenkomst is gesloten in aanmerking genomen, rekening houdend met de
aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft.
Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter wordt tevens rekening
gehouden met het in artikel VI.37, §1, bepaalde vereiste van duidelijkheid en
begrijpelijkheid van het beding.
De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen
betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst,
noch op de gelijkwaardigheid van, enerzijds, de prijs of vergoeding, en,
anderzijds, de als tegenprestatie te leveren goederen of te verrichten diensten,
voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd
Voorbeelden zwarte lijst
- De leveringstermijn van een product eenzijdig bepalen of wijzigen (5);
- De consument verbieden de ontbinding van de overeenkomst te vragen
ingeval de onderneming haar verbintenis niet nakomt (7);
- De onderneming ontslaan van haar aansprakelijkheid voor haar opzet, haar
grove schuld of voor die van haar aangestelden of lasthebbers, of,
behoudens overmacht, voor het niet-uitvoeren van een verbintenis die een
van de voornaamste prestaties van de overeenkomst vormt (13);
3
, - De wettelijke waarborg voor verborgen gebreken, bepaald bij de artikelen
1641 tot 1649
Oud BW, of de wettelijke verplichting tot levering van een goed dat met de
overeenkomst in overeenstemming is, bepaald bij de artikelen 1649bis tot
1649octies Oud BW, opheffen of verminderen (14);
- Het bedrag vastleggen van de vergoeding verschuldigd door de consument
die zijn verplichtingen niet nakomt, zonder in een gelijkwaardige
vergoeding te voorzien ten laste van de onderneming die in gebreke blijft
(17);
- Een andere rechter aanwijzen dan deze die is aangewezen door artikel
624, 1°, 2° en 4°
Ger.W., onverminderd de toepassing van Verordening Brussel I-bis (23).
Bescherming B2B-relaties (ondernemers)
- Recente titel 3/1 in boek VI WER (art VI.91/1 – VI.91/10)
- 3 grote lijnen
Verbod op misbruiken van economische afhankelijkheid
Controle van onrechtmatige bedingen
Uitbreiding van de verboden marktpraktijken in een B2B-context
- Onrechtmatige bedingen – zelfde stramien als voor consumenten:
algemene “grijze” zone (art VI.91/3) plus “zwarte” lijst, maar beperkter,
slechts 4 bedingen onrechtmatig per se (art VI.91/4) plus 8 bedingen, met
vermoeden onrechtmatigheid tot bewijs tegendeel (art VI.91/5)
- Sanctie: nietigheid beding (art VI.91/6)
Bijzondere commissie onrechtmatige bedingen
- Bevoegd voor bedingen zowel tegenover consumenten als tegenover
ondernemers (art VI.86-87 WER en art VI.91/8-9)
- Formuleert aanbevelingen op aanvraag van de minister, de
consumentenorganisaties en de betrokken interprofessionele en
bedrijfsgroeperingen. Kan ook van ambtswege optreden
Productaansprakelijkheid (niet examen)
- = buitenbeentje (overgewaaid uit Amerikaans recht)
- Productaansprakelijkheid: “een producent is verantwoordelijk voor de
schade die wordt veroorzaakt door een product dat hij in het
maatschappelijk verkeer heeft gebracht en dat als gebrekkig wordt
ervaren”
- Buitencontractuele en objectieve aansprakelijkheid (dus niets te maken
met een contract), maar kan rol spelen wanneer bewijslast voor
contractuele aansprakelijkheid te zwaar is
- België: boek 6 BW, voorheen Wet productaansprakelijkheid 1991 (op basis
van EU richtlijn van 1985), ongewijzigd overgenomen
- Product: elke lichamelijk roerend goed, ook elektriciteit
- Producent: fabrikant van het eindproduct, of fabrikant van onderdeel of
grondstof, ieder die zijn naam of merk op het product aanbrengt, en de
invoerder in de Europese unie
4
Algemene inleiding
Belang van het algemeen verbintenissenrecht (boek 5 BW)
Alle bijzondere overeenkomsten volgen het regime van het algemeen
verbintenissenrecht
- Beginsel van wilsautonomie: contract = wet partijen (art 5.69 BW)
- Beginsel van consensualisme: loutere wilsovereenstemming
- Basisvereisten voor geldigheid contract:
Geldige toestemming, zonder wilsgebreken
Bekwaamheid contractspartijen
Bepaald voorwerp
Geoorloofde oorzaak
- Algemene regels contractuele aansprakelijkheid
- Algemene regels tenietgaan overeenkomst
- Algemene regels betreffende wederkerige contracten
Benoemde en onbenoemde overeenkomsten
Benoemde contracten
- Benoemde of bijzondere overeenkomsten onderworpen aan specifieke
regeling, onderscheidt ze van een doorsnee contract (algemene regels in
boek 5 BW)
- De wetgever reikt een soort modelcontract aan, een sjabloon (template)
bevordert rechtszekerheid
Bv. bij de bakker brood kopen = koopcontract -> overeenkomst
tussen de zaak (bv. wit brood) en prijs (bv. €2,5) -> we staan er niet
bij stil. Brood in mijn handen = levering (overhandiging van een
goed)
Soms niet zo evident: bv. restaurant heeft elke dag 500 broden
nodig. Kan ze zelf gaan halen bij de bakker, of aan restaurant te
leveren -> extra modaliteit. Ik moet ze betalen, ook al zijn ze nog
niet geleverd. Ik ben er wel al eigenaar van geworden
- De hier behandelde contracten komen (in principe) uit het oud BW: koop,
huur van goederen (gedeeltelijke geregionaliseerd), aanneming van werk,
lastgeving, dading en bewaargeving. De materie is zeer omvangrijk en dus
moet er worden gekozen (bv. niet: pacht)
- Belangrijke wijzigingen op komst boek 7 BW
- Ook buiten het BW talrijke benoemde overeenkomsten, sommige zo
belangrijk dat zij een eigen, rechtstak vormen (verzekeringsrecht,
arbeidsrecht, …)
Veel van die basisregels zijn van aanvullend recht: je mag ze gebruiken, maar
het moet niet
1
, - Niet bij consumentenkoop
Ook enkele regels van openbare orde (bv. art 1792 OBW) -> relatief zeldzaam
Wel veel dwingend recht: zwakkere partij wordt beschermd
Onbenoemde contracten
- Geen specifiek wettelijk omschreven kader
- Soms toch wel “benoemd”, maar zonder eigen wettelijke regeling: leasing,
factoring, sponsoring, …
- “Echt” onbenoemd: eigensoortig en gemengd
- Eigensoortig (sui generis): autonomie inhoud, kan niet worden herleid tot
één benoemd contract of combinatie van contracten bv. franchising
- Gemengd: samenstelling van verscheidene benoemde overeenkomsten bv.
verhuiscontract: aanneming van werk -> de verhuizer voert materieel werk
uit tegen betaling. Een verhuiswagen wordt verplaatst van punt A naar
punt B (transportregels toepassen)
Kwalificatie van contracten
- Combinatie, absorptie en zelfstandigheid
- Vaak hybride contracten, die kenmerken vertonen van verschillende
courante overeenkomsten. Maar welke regels gelden dan?
- 3 methodes: de combinatiemethode, de absorptiemethode, en de al
vermelde kwalificatie als eigensoortige (sui generis) overeenkomst (art
5.67 BW)
Combinatiemethode = regels van de samenstellende benoemde
overeenkomsten worden toegepast op de corresponderende onderdelen van de
gemengde overeenkomst (bv. koop, huur, lastgeving). Je hebt bv. een combinatie
van een aanneming van werk: aannemer krijgt de bevoegdheid om bepaalde
contracten voor u te sluiten (lastgeving). Op het ene passen we de regels van
aanneming toe, en op het ander de regels van lastgeving. Vaak spreken deze
regels elkaar tegen, dan niet mogelijk
Absorptiemethode = enkel rekening houden met de regels van de benoemde
overeenkomst, die het zwaarst doorweegt in de verhouding tussen de contracten
(bv. koop en aanneming)
Indien geen van beide methodes werkt: kwalificatie als eigensoortige (sui
generis) overeenkomst. Eventueel toepassing van bepaalde regels naar analogie
Ceci n’est pas une pipe? Kunnen contractspartijen hun baby de naam geven die
ze willen? Zie art 5.68 BW
- Rechter is niet noodzakelijk gebonden, maar moet wil van partijen
respecteren (niet als het gaat om ontwijken regel dwingend recht of
openbare orde)
- Schijnzelfstandigheid arbeidsrecht: als iemand zegt dat hij zelfstandig
werkt, maar hij volgt uiteindelijk alle maatregelen van 1 opdrachtgever, is
hij niet zelfstandig, maar wel een arbeider
- Huur: geen huur maar “dienstverlening”, ontwijken dwingende regels
handelshuur
2
,Bescherming B2C-relaties (consumenten)
- Vele beperkingen contractsvrijheid: handelshuur, pacht, woninghuur,
landverzekering, …
- WER, boek VI, marktpraktijken en consumentenbescherming (art VI.1 –
VI.128 WER): Contracten met consumenten en verboden “onrechtmatige
bedingen”. Consument en contractuele wederpartij, de onderneming, zeer
ruim gedefinieerd
- Vrijwaren van het contractueel evenwicht: consument is zwakkere partij
die niet kan onderhandelen (geen negotiating of bargaining power, take it
or leave it, nadelige toetredings- en adhesiecontracten, onbegrijpelijke
bedingen enz.) bv. “plaats van levering steeds geacht de zetel. Van de
verkoper te zijn”: waar zit de angel? Zie art 624 Ger W
- Stelling: regels moeilijk vindbaar voor burger
- Met al deze regels moet rekening gehouden worden gehouden bij het
sluiten van een contract met een consument (koop, aanneming van werk
…)
- Dus in feite: altijd voorafgaande kwalificatie, niet alleen “dit is een koop”,
maar ook “dit is een consumentenkoop, een handelskoop, een koop tussen
particulieren?” (bv. aankoop en plaatsing ramen)
- Stelling: vergaande regulitis bv. art VI.37, §1
- “Grijze” lijst: bedingen die de rechter soeverein kan beoordelen op hun
onrechtmatigheid, maar die niet per se (in elk geval) onrechtmatig zijn (art
VI.83), in totaal 33 gevallen
- Sanctie: nietigheid beding (art VI.84)
Art VI.82 WER
Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een
overeenkomst worden alle omstandigheden rond de sluiting van de
overeenkomst, alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een
andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, op het ogenblik waarop de
overeenkomst is gesloten in aanmerking genomen, rekening houdend met de
aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft.
Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter wordt tevens rekening
gehouden met het in artikel VI.37, §1, bepaalde vereiste van duidelijkheid en
begrijpelijkheid van het beding.
De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen
betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst,
noch op de gelijkwaardigheid van, enerzijds, de prijs of vergoeding, en,
anderzijds, de als tegenprestatie te leveren goederen of te verrichten diensten,
voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd
Voorbeelden zwarte lijst
- De leveringstermijn van een product eenzijdig bepalen of wijzigen (5);
- De consument verbieden de ontbinding van de overeenkomst te vragen
ingeval de onderneming haar verbintenis niet nakomt (7);
- De onderneming ontslaan van haar aansprakelijkheid voor haar opzet, haar
grove schuld of voor die van haar aangestelden of lasthebbers, of,
behoudens overmacht, voor het niet-uitvoeren van een verbintenis die een
van de voornaamste prestaties van de overeenkomst vormt (13);
3
, - De wettelijke waarborg voor verborgen gebreken, bepaald bij de artikelen
1641 tot 1649
Oud BW, of de wettelijke verplichting tot levering van een goed dat met de
overeenkomst in overeenstemming is, bepaald bij de artikelen 1649bis tot
1649octies Oud BW, opheffen of verminderen (14);
- Het bedrag vastleggen van de vergoeding verschuldigd door de consument
die zijn verplichtingen niet nakomt, zonder in een gelijkwaardige
vergoeding te voorzien ten laste van de onderneming die in gebreke blijft
(17);
- Een andere rechter aanwijzen dan deze die is aangewezen door artikel
624, 1°, 2° en 4°
Ger.W., onverminderd de toepassing van Verordening Brussel I-bis (23).
Bescherming B2B-relaties (ondernemers)
- Recente titel 3/1 in boek VI WER (art VI.91/1 – VI.91/10)
- 3 grote lijnen
Verbod op misbruiken van economische afhankelijkheid
Controle van onrechtmatige bedingen
Uitbreiding van de verboden marktpraktijken in een B2B-context
- Onrechtmatige bedingen – zelfde stramien als voor consumenten:
algemene “grijze” zone (art VI.91/3) plus “zwarte” lijst, maar beperkter,
slechts 4 bedingen onrechtmatig per se (art VI.91/4) plus 8 bedingen, met
vermoeden onrechtmatigheid tot bewijs tegendeel (art VI.91/5)
- Sanctie: nietigheid beding (art VI.91/6)
Bijzondere commissie onrechtmatige bedingen
- Bevoegd voor bedingen zowel tegenover consumenten als tegenover
ondernemers (art VI.86-87 WER en art VI.91/8-9)
- Formuleert aanbevelingen op aanvraag van de minister, de
consumentenorganisaties en de betrokken interprofessionele en
bedrijfsgroeperingen. Kan ook van ambtswege optreden
Productaansprakelijkheid (niet examen)
- = buitenbeentje (overgewaaid uit Amerikaans recht)
- Productaansprakelijkheid: “een producent is verantwoordelijk voor de
schade die wordt veroorzaakt door een product dat hij in het
maatschappelijk verkeer heeft gebracht en dat als gebrekkig wordt
ervaren”
- Buitencontractuele en objectieve aansprakelijkheid (dus niets te maken
met een contract), maar kan rol spelen wanneer bewijslast voor
contractuele aansprakelijkheid te zwaar is
- België: boek 6 BW, voorheen Wet productaansprakelijkheid 1991 (op basis
van EU richtlijn van 1985), ongewijzigd overgenomen
- Product: elke lichamelijk roerend goed, ook elektriciteit
- Producent: fabrikant van het eindproduct, of fabrikant van onderdeel of
grondstof, ieder die zijn naam of merk op het product aanbrengt, en de
invoerder in de Europese unie
4