Klinisch redeneren bij ouderen
H2 Verpleegkundige theorieën bij kwetsbare ouderen
Kijken naar zelfmanagement en zelfredzaamheid. Daarnaast naar copingstijlen en hoe te reageren op prikkels, aanpassingsvermogen.
Diagnose gestuurde zorg : NIC, NOC, ICF, Omaha.
Vraaggerichte zorg: wat wilt de client/ SDM
H4 Screening en geriatrisch assessment
Lichamelijke kwetsbaarheid – ADL afhankelijk of zelf kunnen
Psychische kwetsbaarheid – depressie, dementie, persoonlijkheidsproblemen
Sociale kwetsbaarheid – opleiding en inkomen
Kijk ook naar kwetsbaarheid van leven, de zin in het leven – zorg om kinderen, kleinkinderen, geen partner meer, sociaal netwerk,
afhankelijk zijn.
H5 Klinisch redeneren met behulp van redeneerhulpen
ICF is opgebouwd in 3 stappen
1 functies en anatomische eigenschappen
2 externe factoren en persoonlijke factoren
3 activiteiten en participatie
H6 Normale veroudering
Veroudering theorie 2 stromingen:
-Kans, door externe gebeurtenissen beschadigd DNA of systemen, waardoor organismen beschadigd raken.
-noodlot, soort genetisch ingebouwd programma is afgespeeld tot aftakking optreedt en uiteindelijk sterfte.
Kans – slijtagetheorie. Lichaam slijt en herstelt zich constant. Artrose slijt gewrichten, staar degeneratie gezichtsverlies, hart klopt,
elasticiteit van bloedvaten wordt minder, daardoor hogere bloeddruk en fysiek achteruit.
Kans- vrij radicale theorie. Onstabiele moleculen als bijproduct vrijkomen bij zuurstofmetabolisme in de cel. Ze zijn giftig en vormen
afwijkende moleculen in de cel. Syndromen als alzheimer, parkinson, kanker, beroertes, hartziekten en artritis.
Noodlot – immuunsysteemtheorie. Maakt antilichamen aan tegen indringende bacteriën. Als je ouder wordt wordt deze minder.
Noodlot – ageing clock theorie. Verouderen is geprogrammeerd in ons lichaam.
Noodlot – cellulaire theorie. Cellen kunnen een vast aantal keer delen. Daarna stopt het of krijg je ongecontroleerde celdelingen zoals bij
kanker.
H7 ADL en IADL
Prevalentie is het aantal mensen dat op een bepaald moment beperkingen in functioneren ervaart
Incidentie is aantal nieuwe mensen met beperkingen in functioneren gedurende bepaalde periode.
H10 Immobiliteit en vallen
Vallen komt wereldwijd op de 2e plek van dodelijke ongelukken.
Neurologisch systeem: zend prikkels naar het brein. Als brein verschillende aandoeningen heeft, kan immobiliteit/vallen veroorzaken.
Horen, zien en voelen werken ook mee met het evenwicht. Horen: vertraging in reactievermogen en sneller schrikken.
Motorisch systeem: Mobiliteit, spierkracht, flexibiliteit en snelheid nemen af.
Cardiovasculair systeem: duizeligheid komt veel voor, door te snel van houding veranderen, verdeelt het bloed niet snel genoeg door het
lichaam, wat duizeligheid veroorzaakt. Ook een tekort aan erytrocyten en hemoglobine of onvoldoende zuurstoftransportcapaciteit zorgt
ook voor duizeligheid.
Cognitief: inschattingsvermogen, aandacht en concentratie, ruimtelijk inzicht, loopsnelheid, vermogen om een situatie te beoordelen en
ontwijken wordt minder waardoor valgevaar ook groter wordt.
Persoonlijkheidfunctiekenmerk: Ouderen willen niet inzien of laten zien aan anderen dat handelingen niet meer lukken of dat ze regelmatig
vallen. Sommige vragen op tijd hulp om dit te voorkomen.
Sociale omgeving: beter inkomen is betere woning en meer mensen om je heen waardoor valgevaar minder is.
H11 ondervoeding en dehydratie
Ondervoeding en dehydratie zijn veel voorkomende symptomen bij ouderen. Waardoor organen en spieren ook minder worden.
Zelfmanagement betekend dat ouderen kunnen kiezen in hoeverre ze de regie over hun leven in de hand willen houden. Om een duwtje in
de goede richting te geven is nudging. Dit soms zonder dat ze het gelijk doorhebben. Bepaalde producten op ooghoogte zetten. Koffie in
een grotere mok aanbieden bij vochttekort. Preventie.
H12 Mondhygiëne
Als mondgezondheid verslechterd, neemt het risico toe als longontsteking, endocarditis (ontsteking binnenkant hart en/of hartkleppen),
beroertes, diabetes en zelfs alzheimer.
Meest voorkomende gebitsafwijkingen zijn cariës (tandbederf), erosie (gebitsslijtage), gingivitus en parodontale afwijkingen (ontsteking van
tandvlees en het steunweefsel rond tanden).
Mondzorg – inname/behoefte, afbraak/vertering, transport/slikken.
Inname – bewustzijn, hongergevoel, slikreflex
Afbraak – geen gebitsproblemen/kauwen, bevochtigen met speeksel, begin verteringsproces
Transport – orale fase (voedsel achter in de mond
1
H2 Verpleegkundige theorieën bij kwetsbare ouderen
Kijken naar zelfmanagement en zelfredzaamheid. Daarnaast naar copingstijlen en hoe te reageren op prikkels, aanpassingsvermogen.
Diagnose gestuurde zorg : NIC, NOC, ICF, Omaha.
Vraaggerichte zorg: wat wilt de client/ SDM
H4 Screening en geriatrisch assessment
Lichamelijke kwetsbaarheid – ADL afhankelijk of zelf kunnen
Psychische kwetsbaarheid – depressie, dementie, persoonlijkheidsproblemen
Sociale kwetsbaarheid – opleiding en inkomen
Kijk ook naar kwetsbaarheid van leven, de zin in het leven – zorg om kinderen, kleinkinderen, geen partner meer, sociaal netwerk,
afhankelijk zijn.
H5 Klinisch redeneren met behulp van redeneerhulpen
ICF is opgebouwd in 3 stappen
1 functies en anatomische eigenschappen
2 externe factoren en persoonlijke factoren
3 activiteiten en participatie
H6 Normale veroudering
Veroudering theorie 2 stromingen:
-Kans, door externe gebeurtenissen beschadigd DNA of systemen, waardoor organismen beschadigd raken.
-noodlot, soort genetisch ingebouwd programma is afgespeeld tot aftakking optreedt en uiteindelijk sterfte.
Kans – slijtagetheorie. Lichaam slijt en herstelt zich constant. Artrose slijt gewrichten, staar degeneratie gezichtsverlies, hart klopt,
elasticiteit van bloedvaten wordt minder, daardoor hogere bloeddruk en fysiek achteruit.
Kans- vrij radicale theorie. Onstabiele moleculen als bijproduct vrijkomen bij zuurstofmetabolisme in de cel. Ze zijn giftig en vormen
afwijkende moleculen in de cel. Syndromen als alzheimer, parkinson, kanker, beroertes, hartziekten en artritis.
Noodlot – immuunsysteemtheorie. Maakt antilichamen aan tegen indringende bacteriën. Als je ouder wordt wordt deze minder.
Noodlot – ageing clock theorie. Verouderen is geprogrammeerd in ons lichaam.
Noodlot – cellulaire theorie. Cellen kunnen een vast aantal keer delen. Daarna stopt het of krijg je ongecontroleerde celdelingen zoals bij
kanker.
H7 ADL en IADL
Prevalentie is het aantal mensen dat op een bepaald moment beperkingen in functioneren ervaart
Incidentie is aantal nieuwe mensen met beperkingen in functioneren gedurende bepaalde periode.
H10 Immobiliteit en vallen
Vallen komt wereldwijd op de 2e plek van dodelijke ongelukken.
Neurologisch systeem: zend prikkels naar het brein. Als brein verschillende aandoeningen heeft, kan immobiliteit/vallen veroorzaken.
Horen, zien en voelen werken ook mee met het evenwicht. Horen: vertraging in reactievermogen en sneller schrikken.
Motorisch systeem: Mobiliteit, spierkracht, flexibiliteit en snelheid nemen af.
Cardiovasculair systeem: duizeligheid komt veel voor, door te snel van houding veranderen, verdeelt het bloed niet snel genoeg door het
lichaam, wat duizeligheid veroorzaakt. Ook een tekort aan erytrocyten en hemoglobine of onvoldoende zuurstoftransportcapaciteit zorgt
ook voor duizeligheid.
Cognitief: inschattingsvermogen, aandacht en concentratie, ruimtelijk inzicht, loopsnelheid, vermogen om een situatie te beoordelen en
ontwijken wordt minder waardoor valgevaar ook groter wordt.
Persoonlijkheidfunctiekenmerk: Ouderen willen niet inzien of laten zien aan anderen dat handelingen niet meer lukken of dat ze regelmatig
vallen. Sommige vragen op tijd hulp om dit te voorkomen.
Sociale omgeving: beter inkomen is betere woning en meer mensen om je heen waardoor valgevaar minder is.
H11 ondervoeding en dehydratie
Ondervoeding en dehydratie zijn veel voorkomende symptomen bij ouderen. Waardoor organen en spieren ook minder worden.
Zelfmanagement betekend dat ouderen kunnen kiezen in hoeverre ze de regie over hun leven in de hand willen houden. Om een duwtje in
de goede richting te geven is nudging. Dit soms zonder dat ze het gelijk doorhebben. Bepaalde producten op ooghoogte zetten. Koffie in
een grotere mok aanbieden bij vochttekort. Preventie.
H12 Mondhygiëne
Als mondgezondheid verslechterd, neemt het risico toe als longontsteking, endocarditis (ontsteking binnenkant hart en/of hartkleppen),
beroertes, diabetes en zelfs alzheimer.
Meest voorkomende gebitsafwijkingen zijn cariës (tandbederf), erosie (gebitsslijtage), gingivitus en parodontale afwijkingen (ontsteking van
tandvlees en het steunweefsel rond tanden).
Mondzorg – inname/behoefte, afbraak/vertering, transport/slikken.
Inname – bewustzijn, hongergevoel, slikreflex
Afbraak – geen gebitsproblemen/kauwen, bevochtigen met speeksel, begin verteringsproces
Transport – orale fase (voedsel achter in de mond
1