Samenvatting arbeidsrecht
Voor het tentamen gebruik je de readers van arbeidsrecht (8021 & 8164) en twee
artikelen op Brightspace. Op het tentamen mag je de reader arbeidswetgeving
(8164) meenemen, gemarkeerd met tabjes.
Inhoudsopgave
Les 1 – Inleiding arbeidsrecht.........................................................................2
Les 2 – Totstandkoming arbeidsovereenkomst, gelijke behandeling, bijzondere
bedingen....................................................................................................... 6
Les 3 – Geen arbeid/wel loon, ziekte, verlof en vakantie.................................11
Les 4 - Ontslagrecht op hoofdlijnen...............................................................14
1
van 15
,Les 1 – Inleiding arbeidsrecht
Een arbeidsovereenkomst is een wederkerige overeenkomst. Een
wederkerige overeenkomst is een overeenkomst waarbij er meerdere rechten
en plichten zijn. Plicht van arbeid leveren door de werknemer en plicht van loon
geven van de werkgever.
Er zijn twee soorten recht:
1. Regelend/aanvullend recht en dwingend recht.
2. Publiek en privaatrecht.
Het publiekrecht is het recht van de overheid dat de rest van de bevolking niet
kan. Het andere gebied is het privaatrecht, dit kan iedereen. Dwingend recht is
het recht waar je niet van af mag wijken, aanvullend recht mag je wel van
afwijken. De arbeidsovereenkomst valt over het privaatrecht met veel dwingend
recht.
Bij arbeidsrecht heb je twee partijen: werkgever en werknemer. De werknemer is
in de regel de zwakkere partij. Er is veel dwingend recht in de
arbeidsovereenkomst om de werknemer te beschermen als zwakkere partij.
Soorten recht in arbeidsrecht:
Aanvullend recht (regelend recht) = op iedere manier mag je afwijken.
Semidwingend recht = je mag hier alleen afwijken via een schriftelijke
afspraak.
5/8e dwingend recht = je mag hier alleen afwijken als werkgever wanneer
je hierover afspraken maakt met de ondernemersraad.
Driekwart (3/4e) dwingend recht = je mag hier alleen afwijken als er
afspraken gemaakt zijn in de CAO.
Van semidwingend tot driekwart dwingend recht wordt het steeds moeilijker om
af te wijken.
Vaak staat er in het artikel zelf of aan het einde van het artikel of je
mag afwijken, anders staat het aan het einde van de afdeling.
Vanaf 50 werknemers is een onderneming verplicht om een ondernemingsraad te
hebben.
Oefening
art. 7:634 lid 2 BW = driekwart -> ‘er mag van lid 2 worden afgeweken bij
collectieve arbeidsovereenkomst’ staat in lid 3
art. 7:634 lid 1 BW = dwingend -> in artikel 645 staat dat je niet mag
afwijken.
art. 7:638 lid 8 BW (2 keer) = aanvullend en semi -> semidwingend want
‘afwijking van de vorige volzin kan bij schriftelijke overeenkomst worden
bepaald’ aanvullend want ‘tenzij een voorkomend geval de werknemer
daarmee instemt’
art. 5:16 WAZO (2 keer) = driekwart en 5/8e -> driekwart want er staat
collectieve arbeidsovereenkomst en 5/8e want als er geen CAO is kan er
ook afgeweken worden door een schriftelijke overeenkomst met de
ondernemersraad.
2
van 15
, Het arbeidsrecht staat in verschillende regelingen zoals het BW,
arbeidsomstandighedenwet, wet arbeid en zorg, wet gelijke behandeling
(geslacht, leeftijd, etc.), arbeidstijdenwet etc.
Definitie arbeidsovereenkomst = Art. 7:610 BW = als een artikel voldoet aan de 4
voorwaarden is het een arbeidsovereenkomst, of je dit nou wilt of niet want het is
dwingend recht.
1. In dienst van
2. Loon
3. Gedurende zekere tijd
4. Arbeid
Arbeid = een voor de werkgever productieve arbeidsprestatie, daarom is een
stagiaire die in het kader van een reguliere opleiding praktijkervaring opdoet en
geen of door het leerproces slechts in toenemende mate productieve arbeid
verricht, heeft niet voldaan aan het element ‘arbeid’ van de definitie van de
arbeidsovereenkomst (Verhulp, in: T&C Arbeidsrecht, art. 7:610 BW, aant. 2b) Er
moet wel persoonlijk arbeid verricht worden, dus alleen door degene die
aangewezen is om de taak uit te voeren. Iemand die mee doet aan een
televisieprogramma kan ook onder arbeid vallen en dus een
arbeidsovereenkomst zijn.
Loon = tegenprestatie van werkgever voor de door de werknemer verrichtte
arbeid, fooi bijvoorbeeld niet. Er zijn een aantal wetten van toepassing op loon:
Art. 7:617 BW toegestane vormen van loon (dwingend recht?)
Art. 7:623 BW tijdstip van betaling
Art. 7:625 BW niet tijdige betaling
Art. 7:626 BW loonstrookje
Art. 7:628 BW geen arbeid/geen loon en geen arbeid/wel loon.
Vrijwilligers werk is dus geen arbeidsovereenkomst want er is geen sprake van
loon.
Gedurende zekere tijd = geen onderscheidend karakter, vrij loos criterium,
gewoon benoemen.
In dienst van = gezag = de werkgever heeft eigenlijk gezag over de
werknemer. Het in dienst van onderscheid een arbeidsovereenkomst van een
zelfstandige ondernemer overeenkomst, omdat hier de werkgever geen gezag
heeft over de opdrachtnemer.
Het materieel gezagscriterium = de werkgever heeft de bevoegdheid tot
het geven van eenzijdige instructies aan de werknemer tijdens het
verrichten van arbeid, hierbij is bevoegdheid voldoende.
Het formeel gezagscriterium = wordt gebruikt om het verder in te kleuren
en helderheid te krijgen. Hierbij wordt gekeken naar continuïteit,
eindeverantwoordelijkheid en wijze van loonbetaling.
Er zijn meerdere overeenkomsten waarbij arbeid wordt verricht, zoals de
overeenkomst van opdracht en de overeenkomst van aanneming tot werk:
Overeenkomst van opdracht: Art. 7:400 BW
“De overeenkomst van opdracht is de overeenkomst waarbij de ene partij,
de opdrachtnemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever,
verbindt anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst
werkzaamheden te verrichten die in iets anders bestaan dan het tot stand
brengen van een werk van stoffelijke aard, het bewaren van zaken, het
3
van 15
Voor het tentamen gebruik je de readers van arbeidsrecht (8021 & 8164) en twee
artikelen op Brightspace. Op het tentamen mag je de reader arbeidswetgeving
(8164) meenemen, gemarkeerd met tabjes.
Inhoudsopgave
Les 1 – Inleiding arbeidsrecht.........................................................................2
Les 2 – Totstandkoming arbeidsovereenkomst, gelijke behandeling, bijzondere
bedingen....................................................................................................... 6
Les 3 – Geen arbeid/wel loon, ziekte, verlof en vakantie.................................11
Les 4 - Ontslagrecht op hoofdlijnen...............................................................14
1
van 15
,Les 1 – Inleiding arbeidsrecht
Een arbeidsovereenkomst is een wederkerige overeenkomst. Een
wederkerige overeenkomst is een overeenkomst waarbij er meerdere rechten
en plichten zijn. Plicht van arbeid leveren door de werknemer en plicht van loon
geven van de werkgever.
Er zijn twee soorten recht:
1. Regelend/aanvullend recht en dwingend recht.
2. Publiek en privaatrecht.
Het publiekrecht is het recht van de overheid dat de rest van de bevolking niet
kan. Het andere gebied is het privaatrecht, dit kan iedereen. Dwingend recht is
het recht waar je niet van af mag wijken, aanvullend recht mag je wel van
afwijken. De arbeidsovereenkomst valt over het privaatrecht met veel dwingend
recht.
Bij arbeidsrecht heb je twee partijen: werkgever en werknemer. De werknemer is
in de regel de zwakkere partij. Er is veel dwingend recht in de
arbeidsovereenkomst om de werknemer te beschermen als zwakkere partij.
Soorten recht in arbeidsrecht:
Aanvullend recht (regelend recht) = op iedere manier mag je afwijken.
Semidwingend recht = je mag hier alleen afwijken via een schriftelijke
afspraak.
5/8e dwingend recht = je mag hier alleen afwijken als werkgever wanneer
je hierover afspraken maakt met de ondernemersraad.
Driekwart (3/4e) dwingend recht = je mag hier alleen afwijken als er
afspraken gemaakt zijn in de CAO.
Van semidwingend tot driekwart dwingend recht wordt het steeds moeilijker om
af te wijken.
Vaak staat er in het artikel zelf of aan het einde van het artikel of je
mag afwijken, anders staat het aan het einde van de afdeling.
Vanaf 50 werknemers is een onderneming verplicht om een ondernemingsraad te
hebben.
Oefening
art. 7:634 lid 2 BW = driekwart -> ‘er mag van lid 2 worden afgeweken bij
collectieve arbeidsovereenkomst’ staat in lid 3
art. 7:634 lid 1 BW = dwingend -> in artikel 645 staat dat je niet mag
afwijken.
art. 7:638 lid 8 BW (2 keer) = aanvullend en semi -> semidwingend want
‘afwijking van de vorige volzin kan bij schriftelijke overeenkomst worden
bepaald’ aanvullend want ‘tenzij een voorkomend geval de werknemer
daarmee instemt’
art. 5:16 WAZO (2 keer) = driekwart en 5/8e -> driekwart want er staat
collectieve arbeidsovereenkomst en 5/8e want als er geen CAO is kan er
ook afgeweken worden door een schriftelijke overeenkomst met de
ondernemersraad.
2
van 15
, Het arbeidsrecht staat in verschillende regelingen zoals het BW,
arbeidsomstandighedenwet, wet arbeid en zorg, wet gelijke behandeling
(geslacht, leeftijd, etc.), arbeidstijdenwet etc.
Definitie arbeidsovereenkomst = Art. 7:610 BW = als een artikel voldoet aan de 4
voorwaarden is het een arbeidsovereenkomst, of je dit nou wilt of niet want het is
dwingend recht.
1. In dienst van
2. Loon
3. Gedurende zekere tijd
4. Arbeid
Arbeid = een voor de werkgever productieve arbeidsprestatie, daarom is een
stagiaire die in het kader van een reguliere opleiding praktijkervaring opdoet en
geen of door het leerproces slechts in toenemende mate productieve arbeid
verricht, heeft niet voldaan aan het element ‘arbeid’ van de definitie van de
arbeidsovereenkomst (Verhulp, in: T&C Arbeidsrecht, art. 7:610 BW, aant. 2b) Er
moet wel persoonlijk arbeid verricht worden, dus alleen door degene die
aangewezen is om de taak uit te voeren. Iemand die mee doet aan een
televisieprogramma kan ook onder arbeid vallen en dus een
arbeidsovereenkomst zijn.
Loon = tegenprestatie van werkgever voor de door de werknemer verrichtte
arbeid, fooi bijvoorbeeld niet. Er zijn een aantal wetten van toepassing op loon:
Art. 7:617 BW toegestane vormen van loon (dwingend recht?)
Art. 7:623 BW tijdstip van betaling
Art. 7:625 BW niet tijdige betaling
Art. 7:626 BW loonstrookje
Art. 7:628 BW geen arbeid/geen loon en geen arbeid/wel loon.
Vrijwilligers werk is dus geen arbeidsovereenkomst want er is geen sprake van
loon.
Gedurende zekere tijd = geen onderscheidend karakter, vrij loos criterium,
gewoon benoemen.
In dienst van = gezag = de werkgever heeft eigenlijk gezag over de
werknemer. Het in dienst van onderscheid een arbeidsovereenkomst van een
zelfstandige ondernemer overeenkomst, omdat hier de werkgever geen gezag
heeft over de opdrachtnemer.
Het materieel gezagscriterium = de werkgever heeft de bevoegdheid tot
het geven van eenzijdige instructies aan de werknemer tijdens het
verrichten van arbeid, hierbij is bevoegdheid voldoende.
Het formeel gezagscriterium = wordt gebruikt om het verder in te kleuren
en helderheid te krijgen. Hierbij wordt gekeken naar continuïteit,
eindeverantwoordelijkheid en wijze van loonbetaling.
Er zijn meerdere overeenkomsten waarbij arbeid wordt verricht, zoals de
overeenkomst van opdracht en de overeenkomst van aanneming tot werk:
Overeenkomst van opdracht: Art. 7:400 BW
“De overeenkomst van opdracht is de overeenkomst waarbij de ene partij,
de opdrachtnemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever,
verbindt anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst
werkzaamheden te verrichten die in iets anders bestaan dan het tot stand
brengen van een werk van stoffelijke aard, het bewaren van zaken, het
3
van 15