OCMW
PROFESSIONAL
Sociaal Werk
2025
,INTRODUCTIE LES – ONTSTAAN VAN OCMW
- In welk jaar is het OCMW ontstaan? 1976 = Voorheen de commissie voor openbare
onderstand (COO)uit 1925!
- Hoeveel categorieën LL bestaan er?
3 categorieën: samenwonende, alleenstaande en samenwonende met gezinslast
- Bedrag leefloon voor een alleenstaande?
Maandelijks 1.314,20 EUR
- Afkorting GPMI?
Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie
- Hoeveel mensen of hoeveel procent van de Belgische bevolking heeft risico om in
armoede te leven?
18,6% (2024) van de Belgische bevolking heeft risico om in armoede en sociale
uitsluiting te leven.
Meest risico: eenoudergezinnen, alleenstaanden en mensen zonder diploma
- Heb je een idee hoeveel Belgische kinderen risico heeft om in armoede en sociale
uitsluiting te leven?
12% (2023) van de Belgische kinderen heeft risico om in armoede en sociale
uitsluiting te leven. Ze leven onder de armoede risicogrens.
- Als je weet dat er ongeveer 270 000 Gentenaren zijn, hoeveel leven in Gent in armoede?
1 op 8 of 33 00 van de 270000 Gentenaars leven in (kans)armoede
- Een idee hoeveel leerlingen een Gentse school verlaten zonder diploma?
In het schooljaar 2022- 2023 verliet 1 op 6 van de leerlingen hun Gentse school
zonder diploma
- Als je weinig geld hebt, stel je wel eens noodzakelijk kosten uit. Hoeveel mensen stellen
hun gezondheidskosten uit door financiële redenen?
4,9 % van de mensen in België stelt gezondheidskosten uit om medische redenen,
bij mensen met armoederisico is dit 14,9%
- Leven mensen in armoede langer of korter dan gemiddeld?
Mensen in armoede leven 2 jaar minder lang
- Welke instantie of ministerie voert controle op OCMW regelgeving?
POD MI -> controle instantie rond OCMW regelgeving
Minister van Welzijn en Armoedebestrijding, Cultuur en Gelijke Kansen van Vlaanderen =
Caroline Gennez
Minister voor Asiel en Migratie, maatschappelijke integratie en Stedenbeleid = Anneleen Van
Bossuyt
1
,SOCIALE BESCHERMING IN BELGIË
Sociale Zekerheid voor Werknemers Sociale bijstand
(RSZ)
IT: Integratietegemoetkomingen - IVT: Inkomensvervangende tegemoetkomingen
TIJDLIJN – REGELS EN WETTEN ROND MAATSCHAPPELIJKE DIENSTVERLENING
Twee basiswetgevingen die de missie en opdracht van
een OCMW bepalen.
Daarnaast regelgeving op lokaal niveau, maar ook
aanvullende vormen van (financiële) hulpverlening per
OCMW. = autonomie van het lokaal bestuur (cfr.
Decreet lokaal sociaal beleid regiefunctie lokale
besturen voor het sociaal beleid in hun gemeente).
1. DE ORGANIEKE WET VAN 1976
Dit is een federale wet die officieel heet:
"Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk
welzijn (OCMW's)"
Belangrijkste inhoud:
2
, - Deze wet regelt de oprichting, structuur, en werking van de Openbare Centra voor
Maatschappelijk Welzijn (OCMW’s) in elke Belgische gemeente.
- Elk OCMW heeft als opdracht om elke inwoner het recht op maatschappelijke
dienstverlening te garanderen, zodat iedereen een menswaardig leven kan leiden.
- Die dienstverlening kan o.a. bestaan uit:
o Financiële hulp (leefloon)
o Hulp bij huisvesting
o Medische hulp
o Psychosociale begeleiding
Opmerking: Sinds 1 januari 2019 zijn de OCMW's in Vlaanderen gefuseerd met de
gemeentebesturen, als gevolg van het decreet lokaal bestuur. Toch blijft de Organieke Wet
van 1976 een belangrijke juridische basis.
2. RMI-WET VAN 2002
In Vlaanderen staat RMI traditioneel voor Revenu Minimum d’Insertion, de Franstalige
benaming voor wat in het Nederlands het leefloon is. De term komt oorspronkelijk uit de
federale regelgeving rond het recht op maatschappelijke integratie (de wet van 26 mei
2002).
Samenvattend:
- De Wet van 26 mei 2002 verving het vroegere minimex-systeem.
- Ze introduceerde het recht op maatschappelijke integratie (RMI).
- Dit kan bestaan uit een leefloon of een inschakelingsproject (bv. opleiding,
werkervaring).
- Uitgevoerd door de OCMW’s, op basis van de Organieke Wet van 1976.
Wet Inhoud Niveau
Organieke wet van 1976 Structuur en opdrachten van de Federaal
OCMW’s
Wet op het Recht op Recht op leefloon of begeleiding naar Federaal
Maatschappelijke Integratie werk
(RMI) van 2002
NON TAKE UP VAN RECHTEN
De term "non take-up van rechten" verwijst naar het fenomeen waarbij mensen die recht
hebben op bepaalde sociale voorzieningen uitkeringen of ondersteuning deze niet aanvragen of
ontvangen. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals:
- Onwetendheid – Mensen weten niet dat ze recht hebben op een bepaalde
ondersteuning.
- Complexe aanvraagprocedures – De bureaucratie en administratieve lasten zijn te
hoog.
- Stigma – Mensen schamen zich om hulp te vragen of willen niet als ‘afhankelijk’ worden
gezien.
- Gebrek aan vertrouwen – Mensen hebben geen vertrouwen in de overheid of
instanties.
3