Belangrijke personen/theorieën/Stromingen
Personen
Karl Popper (Deductie):
o Science vs Pseudoscience (Vb. Psychoanalyse van Freud)
o Falsificatie en demarcatie criterium. Door demarctie kun je
onderscheiden wat wetenschap en pseudowetenschap is,
omdat wetenschappelijke beweringen falsifieerbaar zijn.
o Deductieve benadering van wetenschap, terwijl inductie
echter veel wordt gebruikt.
o Modus tollens is dan ook een deductieve benadering, waarbij
een hypothese wordt getest door te proberen deze te
falsifieren in plaats van deze te bevestigen.
Als theorie, dan observatie. Geen observatie -> theorie
niet waar.
o Kritiek op popper: is de theoriegeladenheid van
waarnemingen, omdat deze niet ‘neutraal’ te observeren zijn,
en dit vanuit een bepaalde vraag hoort te gaan.
Lakatos (Deductie): student van Popper en nuanceert falsificatie.
Zinvol om niet gelijk theorie te verwerpen wanneer resultaat in
overeenstemming is.
o Onderzoeksprogramma’s: manier om theorieën te
begrijpen, stelt dat ze een theoretische kern hebben met
ring van hulphypothesen.
Positieve heuristiek, kern wordt omwikkeld met extra
argumenten voor een bepaalde theorie, ofwel extra
bronnen.
Negatieve heuristiek wordt de kern beschermd van
tegenargumenten.
o Ad hoc alleen aanvaardbaar bij specificatie voor empirische
inhoud
Harry collins:
o Replicatie van groot belang
o Experimenter regress: een competent uitgevoerd
experiment zal altijd het juiste resultaat opleveren, echter ook
cirkelredenering want als het niet de juiste resultaten oplevert,
ben je of incompetent of het originele onderzoek is niet goed
uitgevoerd.
o Tacit knowledge (impliciet): Niet alles kan in de methode
sectie van een paper staan, omdat niet alle kennis expliciet
gemaakt kan worden.
Impliciete kennis gebaseerd op persoonlijke/contextuele
kennis en ervaring en niet formaliseerbaar (soft
knowledge).
David Hume (Empirist -> causatie bestaat niet):
, o Inductieprobleem: Inductie niet rationeel te benaderen want
gewoonte van mensen. Uniformiteit van natuur niet te
verantwoorden zonder een beroep te doen op uniformiteit zelf
(kunnen slechts aannemen dat toekomst op verleden lijkt -
uniformiteit- doormiddel van bewijs en waarnemingen uit het
verleden -> cirkelredenering.
o Uniformiteit: Stelt dan ook dat (natuur)wetten en patronen
die we in het verleden hebben waargenomen, ook in de
toekomst zullen gelden. Het kan echter niet door empirisch
bewijs worden gerechtvaardigd, we baseren het namelijk op
inductieve redenering (toekomst is gelijk aan verleden), wat
inductieproblemen meebrengt.
o Inference tot he best explanation: De meest logische
verklaring/theorie is waarschijnlijk de beste en juiste (Ockhams
Razor). Hierbij is spaarzaamheid (parsimony) belangrijk,
theorie moet zo simpel mogelijk
Thomas Bayes (Statistiek, geen inductie of deductie)
o Subjectieve waarschijnlijkheid: Je overtuiging/theorie
constant bijstellen als subjectieve waarschijnlijkheid met
nieuwe informatie.
Carl Hempel (Empirist):
o Covering law model: normatieve benadering, als je iets wilt
verklaring moet je het zo doen.
Deductieve benadering: Fenomeen te verklaren aan
de hand van 2 feiten en 1 wetmatigheid/regel (law of
nature). Verklaring lijkt op structuur van argument, en
bestaat uit creëren van argument met premissen die
logischerwijs leidt tot de conclusie, omdat het argument
de conclusie inhoudt.
Algemene wet: Objecten vallen door zwaartekracht
Feit: De bal werd losgelaten
Verklaring: Door de algemene wet (zwaartekracht)
en het feit (loslaten van bal) kun je verklaren dat
de bal op de grond valt
o Kritiek op Hempel van Okasha: verklaringen zijn
asymmetrisch en niet symmetrisch omdat de verklaarde feiten
niet altijd omgedraaid kunnen worden (vlaggenmast probleem,
regen en natte straat probleem).
Merton (self-fullfilling prohecy):
o Mattheus effect: Als wetenschapper een bepaald niveau van
reputatie opbouwt, zal deze hier blijven en sneller voortgang
boeken. Wetenschappers die hieronder blijven, blijven hangen
voor de rest van carrière.
Wie heeft zal nog meer krijgen, maar die niets heeft zal
nog meer van worden afgenomen -> Vrouw die zwanger
, wordt zal achterblijven want het gaat beter met diegene
met voorsprong
o Institution under attack: De wetenschap is een sociale
instelling met eigen normen, waarden en gedragscodes die dit
regularen, en constant onder druk staat vanuit verschillende
samenlevingshoeken:
Politiek: Ontkennen of censureren van vindingen voor
eigen belang
Commercieel: Promotie/verbergen nadelige resultaten
Intern: Publicatiedruk, comptetitie voor financiering,
datafabricatie, etc.
o Open science: Wetenschap heeft normen en waarden die
beschermd moeten worden, zijn niet gecodificeerd maar
geïnternaliseerd:
Universalisme (kritiek -> de rol van peer-review)
Communisme (kritiek -> moeten we alles delen?)
Belangeloosheid
Georganiseerd skepticisme
o Kritiek door Ian Mitrov: Self-fulfilling prophecy te
simplistisch en lang niet altijd van toepassing. Daarnaast
beloningstructuur nu belangrijker.
Thomas Kuhn:
o Radicaal -> Wilde beter beeld van ontwikkeling van de
wetenschap
o Volgens hem toets wetenschap geen theorieën, maar is bezig
met het oplossen van bepaalde problemen
o Normal science: periode waarin binnen een bepaald
paradigma wordt gewerkt door wetenschappers om
problemen op te lossen. Bestaat uit:
Aannames in paradigma, worden niet betwijfelt
Exemplars: fundamentele veronderstellingen en
voorbeelden van hoe onderzoek uitgevoerd moet
worden en hoe wereld werkt in
Waarden
o Anomalie: Wanneer een probleem niet kan worden opgelost
of verklaart door een paradigma, treedt er een crisis op en
een wetenschappelijke revolutie. Dit is geen rationele
keuze, maar een sociaal proces. Leidt tot de aanname van een
nieuw wetenschapsparadigma.
Incommensurabiliteit: Paradigma’s hebben geen
geemeenschappelijke taal/standaard dus kunnen niet
worden vergeleken, eigenlijk compleet ander
wereldbeeld. De verlijking op zichzelf is ook afkomstig
bepaald paradigma -> relativisme.
o Theorie-geladenheid: Feiten alleen betekenis binnen
paradigma.
, Ian Hacking:
o Making up people: Een nieuwe wetenschappelijke
classificatie kan een nieuw mens doen ontstaan, want nieuwe
manier om iemand te zijn.
o Looping effect: Wanneer geclassificeerd persoon interacteert
met de nieuwe classificatie. Kan zowel verzetten als
aannemen.
o Big Q: Inductieve methode bezig met genereren van
onderzoeken van betekenis (kwalitatief)
o Little Q: Incorporeren kwalitatieve methode in overwegend
kwantitatief onderzoek paradigma. Vaak als aanvulling.
Bruno Latour:
o Wetenschap is relativistisch, het is verantwoordelijk voor
uitbreiding van de wereld.
o Geen kloof tussen wereld en woord, maar materiële kleine
stapjes.
Inscription devices: instrumenten die tabellen en
tekens in lab produceren, welke aantonen dat er geen
kloof is tussen werkelijkheid en wetenschappelijke
theorieën.
Werkelijkheid (buiten ons) -> Tekst in een paar
stapjes. Werkelijkheid naar theorie makkelijk te
volgen, en wetenschappers halen realiteit van
buiten ons naar binnen (de wetenschap)
o Krediet als valuta: Eigen economie binnen wetenschap, je
publiceert niet alleen voor beloning, maar voor
geloofwaardigheid en krediet, en is een winst doormiddel van
citaties waardoor je meer kan onderzoeken.
Krediet: De erkenning en waardering voor het werk, kan
vergeleken worden met investeerders van japitaal,
waarbij opgebouwde krediet kan ingezet kan worden om
nieuwe kansen te creeëren en verder krediet te vergaren
-> kredietcyclus.
o Kredietcyclus: Cylcus die onderzoekers doorlopen door
papers te produceren
Erkenning: Door ontdekking
Geloofwaardigheid: Door publicatie
en peer-reviews
Financiering: Nieuw geld door
publicatie voor apparatuur
Reputatie: Versterkt door
financiering
Nieuwe publicatie: terug bij begin cyclus
Earp & Trafimow (Conservatief -> Paradigma niet ter discussie):
o Replicatie geen toets, maar nieuwe informatie
Personen
Karl Popper (Deductie):
o Science vs Pseudoscience (Vb. Psychoanalyse van Freud)
o Falsificatie en demarcatie criterium. Door demarctie kun je
onderscheiden wat wetenschap en pseudowetenschap is,
omdat wetenschappelijke beweringen falsifieerbaar zijn.
o Deductieve benadering van wetenschap, terwijl inductie
echter veel wordt gebruikt.
o Modus tollens is dan ook een deductieve benadering, waarbij
een hypothese wordt getest door te proberen deze te
falsifieren in plaats van deze te bevestigen.
Als theorie, dan observatie. Geen observatie -> theorie
niet waar.
o Kritiek op popper: is de theoriegeladenheid van
waarnemingen, omdat deze niet ‘neutraal’ te observeren zijn,
en dit vanuit een bepaalde vraag hoort te gaan.
Lakatos (Deductie): student van Popper en nuanceert falsificatie.
Zinvol om niet gelijk theorie te verwerpen wanneer resultaat in
overeenstemming is.
o Onderzoeksprogramma’s: manier om theorieën te
begrijpen, stelt dat ze een theoretische kern hebben met
ring van hulphypothesen.
Positieve heuristiek, kern wordt omwikkeld met extra
argumenten voor een bepaalde theorie, ofwel extra
bronnen.
Negatieve heuristiek wordt de kern beschermd van
tegenargumenten.
o Ad hoc alleen aanvaardbaar bij specificatie voor empirische
inhoud
Harry collins:
o Replicatie van groot belang
o Experimenter regress: een competent uitgevoerd
experiment zal altijd het juiste resultaat opleveren, echter ook
cirkelredenering want als het niet de juiste resultaten oplevert,
ben je of incompetent of het originele onderzoek is niet goed
uitgevoerd.
o Tacit knowledge (impliciet): Niet alles kan in de methode
sectie van een paper staan, omdat niet alle kennis expliciet
gemaakt kan worden.
Impliciete kennis gebaseerd op persoonlijke/contextuele
kennis en ervaring en niet formaliseerbaar (soft
knowledge).
David Hume (Empirist -> causatie bestaat niet):
, o Inductieprobleem: Inductie niet rationeel te benaderen want
gewoonte van mensen. Uniformiteit van natuur niet te
verantwoorden zonder een beroep te doen op uniformiteit zelf
(kunnen slechts aannemen dat toekomst op verleden lijkt -
uniformiteit- doormiddel van bewijs en waarnemingen uit het
verleden -> cirkelredenering.
o Uniformiteit: Stelt dan ook dat (natuur)wetten en patronen
die we in het verleden hebben waargenomen, ook in de
toekomst zullen gelden. Het kan echter niet door empirisch
bewijs worden gerechtvaardigd, we baseren het namelijk op
inductieve redenering (toekomst is gelijk aan verleden), wat
inductieproblemen meebrengt.
o Inference tot he best explanation: De meest logische
verklaring/theorie is waarschijnlijk de beste en juiste (Ockhams
Razor). Hierbij is spaarzaamheid (parsimony) belangrijk,
theorie moet zo simpel mogelijk
Thomas Bayes (Statistiek, geen inductie of deductie)
o Subjectieve waarschijnlijkheid: Je overtuiging/theorie
constant bijstellen als subjectieve waarschijnlijkheid met
nieuwe informatie.
Carl Hempel (Empirist):
o Covering law model: normatieve benadering, als je iets wilt
verklaring moet je het zo doen.
Deductieve benadering: Fenomeen te verklaren aan
de hand van 2 feiten en 1 wetmatigheid/regel (law of
nature). Verklaring lijkt op structuur van argument, en
bestaat uit creëren van argument met premissen die
logischerwijs leidt tot de conclusie, omdat het argument
de conclusie inhoudt.
Algemene wet: Objecten vallen door zwaartekracht
Feit: De bal werd losgelaten
Verklaring: Door de algemene wet (zwaartekracht)
en het feit (loslaten van bal) kun je verklaren dat
de bal op de grond valt
o Kritiek op Hempel van Okasha: verklaringen zijn
asymmetrisch en niet symmetrisch omdat de verklaarde feiten
niet altijd omgedraaid kunnen worden (vlaggenmast probleem,
regen en natte straat probleem).
Merton (self-fullfilling prohecy):
o Mattheus effect: Als wetenschapper een bepaald niveau van
reputatie opbouwt, zal deze hier blijven en sneller voortgang
boeken. Wetenschappers die hieronder blijven, blijven hangen
voor de rest van carrière.
Wie heeft zal nog meer krijgen, maar die niets heeft zal
nog meer van worden afgenomen -> Vrouw die zwanger
, wordt zal achterblijven want het gaat beter met diegene
met voorsprong
o Institution under attack: De wetenschap is een sociale
instelling met eigen normen, waarden en gedragscodes die dit
regularen, en constant onder druk staat vanuit verschillende
samenlevingshoeken:
Politiek: Ontkennen of censureren van vindingen voor
eigen belang
Commercieel: Promotie/verbergen nadelige resultaten
Intern: Publicatiedruk, comptetitie voor financiering,
datafabricatie, etc.
o Open science: Wetenschap heeft normen en waarden die
beschermd moeten worden, zijn niet gecodificeerd maar
geïnternaliseerd:
Universalisme (kritiek -> de rol van peer-review)
Communisme (kritiek -> moeten we alles delen?)
Belangeloosheid
Georganiseerd skepticisme
o Kritiek door Ian Mitrov: Self-fulfilling prophecy te
simplistisch en lang niet altijd van toepassing. Daarnaast
beloningstructuur nu belangrijker.
Thomas Kuhn:
o Radicaal -> Wilde beter beeld van ontwikkeling van de
wetenschap
o Volgens hem toets wetenschap geen theorieën, maar is bezig
met het oplossen van bepaalde problemen
o Normal science: periode waarin binnen een bepaald
paradigma wordt gewerkt door wetenschappers om
problemen op te lossen. Bestaat uit:
Aannames in paradigma, worden niet betwijfelt
Exemplars: fundamentele veronderstellingen en
voorbeelden van hoe onderzoek uitgevoerd moet
worden en hoe wereld werkt in
Waarden
o Anomalie: Wanneer een probleem niet kan worden opgelost
of verklaart door een paradigma, treedt er een crisis op en
een wetenschappelijke revolutie. Dit is geen rationele
keuze, maar een sociaal proces. Leidt tot de aanname van een
nieuw wetenschapsparadigma.
Incommensurabiliteit: Paradigma’s hebben geen
geemeenschappelijke taal/standaard dus kunnen niet
worden vergeleken, eigenlijk compleet ander
wereldbeeld. De verlijking op zichzelf is ook afkomstig
bepaald paradigma -> relativisme.
o Theorie-geladenheid: Feiten alleen betekenis binnen
paradigma.
, Ian Hacking:
o Making up people: Een nieuwe wetenschappelijke
classificatie kan een nieuw mens doen ontstaan, want nieuwe
manier om iemand te zijn.
o Looping effect: Wanneer geclassificeerd persoon interacteert
met de nieuwe classificatie. Kan zowel verzetten als
aannemen.
o Big Q: Inductieve methode bezig met genereren van
onderzoeken van betekenis (kwalitatief)
o Little Q: Incorporeren kwalitatieve methode in overwegend
kwantitatief onderzoek paradigma. Vaak als aanvulling.
Bruno Latour:
o Wetenschap is relativistisch, het is verantwoordelijk voor
uitbreiding van de wereld.
o Geen kloof tussen wereld en woord, maar materiële kleine
stapjes.
Inscription devices: instrumenten die tabellen en
tekens in lab produceren, welke aantonen dat er geen
kloof is tussen werkelijkheid en wetenschappelijke
theorieën.
Werkelijkheid (buiten ons) -> Tekst in een paar
stapjes. Werkelijkheid naar theorie makkelijk te
volgen, en wetenschappers halen realiteit van
buiten ons naar binnen (de wetenschap)
o Krediet als valuta: Eigen economie binnen wetenschap, je
publiceert niet alleen voor beloning, maar voor
geloofwaardigheid en krediet, en is een winst doormiddel van
citaties waardoor je meer kan onderzoeken.
Krediet: De erkenning en waardering voor het werk, kan
vergeleken worden met investeerders van japitaal,
waarbij opgebouwde krediet kan ingezet kan worden om
nieuwe kansen te creeëren en verder krediet te vergaren
-> kredietcyclus.
o Kredietcyclus: Cylcus die onderzoekers doorlopen door
papers te produceren
Erkenning: Door ontdekking
Geloofwaardigheid: Door publicatie
en peer-reviews
Financiering: Nieuw geld door
publicatie voor apparatuur
Reputatie: Versterkt door
financiering
Nieuwe publicatie: terug bij begin cyclus
Earp & Trafimow (Conservatief -> Paradigma niet ter discussie):
o Replicatie geen toets, maar nieuwe informatie