Seksualiteit en globalisering
Samenvatting van alle verplichte artikelen
Inhoud
1. Hoofdstuk 1..............................................................................................2
1.1. Globalisering......................................................................................2
1.1.1. Held McGrew – 2002....................................................................2
1.1.2. GEORGE RITZER - Rethinking Globalization:
Glocalization/Grobalization and Something/Nothing..............................3
1.1.3. Sparks- What’s wrong with globalization.....................................7
1.1.4. Steger – globalization: a contested concept................................9
1.2. Seksualiteit en globalisering............................................................10
1.2.1. Altman – Sexuality and Globalization.........................................10
1.2.2. Farr – seksualiteit en globalisering.............................................11
2. Hoofdstuk 2............................................................................................13
2.1. Global people flows..........................................................................13
2.1.1. Freeman – migratiestromen in globalisering..............................13
2.2. Seks trafficking................................................................................15
2.2.1. Augustin.....................................................................................15
2.2.2. Jeffreys.......................................................................................16
2.2.3. Kathy Miriam..............................................................................17
2.2.4. O’Connel Davidson....................................................................19
2.2.5. Het Palermo protocol.................................................................20
2.3. Seks toerisme..................................................................................21
2.3.1. Opperman..................................................................................21
6.1.1. Ryan & Hall................................................................................23
6.1.2. Williams from Ritzer...................................................................24
6.2. Vrouwelijk toerisme.........................................................................26
6.2.1. Jeffreys.......................................................................................26
6.2.2. Sanchez Taylor...........................................................................27
6.2.3. Smith.........................................................................................28
7. Hoofdstuk 3............................................................................................30
7.1. Seksuele en reproductieve rechten.................................................30
7.1.1. Jolly............................................................................................30
, 7.1.2. Petchesky...................................................................................31
7.1.3. WHO...........................................................................................32
1. Hoofdstuk 1
1.1. Globalisering
1.1.1. Held McGrew – 2002
Globalisering duidt op de toenemende schaal, groeiende omvang, versnelling en
verdiepende impact van transcontinentale stromen en patronen van sociale interactie.
Verwijst naar: verschuiving/transformatie in de schaal van menselijke organisatie > die
afgelegen gemeenschappen verbindt en het bereik van machtsrelaties vergroot.
Het creëert:
- Besef van toenemende onderlinge verbondenheid
- Nieuwe vijandelijkheden en conflicten
- Reactionaire politiek
- Diepgewortelde xenofobie
Groot deel van de wereldbevolking wordt uitgesloten van de voordelen van globalisering
= heftig betwist proces.
Ongelijkheid van globalisering zorgt dat het verre van een universeel proces is dan
uniform wordt ervaren over hele planeet.
Concept globalisering niet nieuw.
Oorsprong: 19de eeuw en begin 20ste eeuw > verschillende personen (bvb. Marx)
Bekendheid: ’60 – ’70 van de term globalisering
‘Gouden tijdperk’ van globalisering = klassieke idee van gescheiden binnenlandse
en internationale zaken niet meer voldoende
Wat in buitenland gebeurde > vaker invloed in eigen land
Val van het staatssocialisme en opkomst kapitalisme > ’90 groeide bewustzijn
globalisering
Binnen academische wereld:
- Geen eensgezindheid over wat globalisering precies is
- Theorieën en politieke stromingen bieden tegenstrijdige verklaringen en reacties
Toch kan je twee kampen onderscheiden:
1. Globalisten = geloven dat globalisering een echte, diepe verandering is
2. Sceptici = denken dat dit overdreven wordt en de aandacht afleid van
belangrijkere problemen
Deze termen zijn ideaaltypes = vereenvoudigde modellen om het debat overzichtelijker
te maken.
De sceptici Globalisten
- Globalisering een vaag en - Verwerpen idee dat globalisering
misleidend begrip > gaat eerder Amerikanisering is > erkennen wel
om verwesterlijking of dat het vaak Westerse belangen
, amerikanisering. Wat we zien is dient
geen nieuwe vorm van - Globalisering als uitdrukking van
globalisering, maar diepgaande structurele
internationalisering of veranderingen in sociale
regionalisering organisatie op mondiale schaal
- Veel mensen profiteren niet van - Nadruk op ruimtelijke dimensies
deze ontwikkelingen > macht blijft en zien schalen als dynamisch met
bij groten. Globalisering is een elkaar verbonden
mythe die het neoliberale beleid - Geschiedenis = cruciaal > moeten
moet legitimeren, met als doel een plaatsen binnen lange
wereldwijde vrijemarkteconomie termijntrends (fasen stilstand en
- Marxisten: globalisering is een versnelling)
moderne vorm van imperialisme > - Deze perspectieven benadrukken
kapitaal altijd op zoek naar nieuwe hoe globalisering traditionele
markten + Westerse landen structuren verandert:
economische controle sociaaleconomische organisatie,
- Geopolitiek: alleen machtige territoriale ordening en
staten zoals VS kunnen invloed machtsverhoudingen worden
uitoefenen geen wereldwijd hertekend. De natiestaat wordt
gelijk proces uitgedaagd doordat activiteiten
grenzen overstijgen, wat leidt tot
herconfiguratie van plaats,
grondgebied en macht.
- Globalisering maakt nieuwe
vormen van transnationale
organisatie mogelijk > lokale
gemeenschappen worden
kwetsbaarder voor mondiale
gebeurtenissen > macht op
grotere schaal georganiseerd
1.1.2. GEORGE RITZER - Rethinking Globalization:
Glocalization/Grobalization and Something/Nothing
Glokalisering = betekent dat het wereldwijde en het lokale met elkaar vermengd
worden, waardoor er in elke streek iets unieks ontstaat.
Het benadrukt dat globalisering juist tot verschillen (hetrogeniteit) leidt tussen
plaatsen, en niet tot één uniforme wereld. Het gaat dus tegen het idee in dat
Westerse (of Amerikaanse) invloeden overal dezelfde gevolgen hebben, zoals dat
overal dezelfde cultuur of systemen zouden ontstaan.
Waarom glokalisering een populaire theorie? = Ze staan in scherp contrast met de
moderniseringstheorie, die lange tijd populair was in de sociologie en sociale
wetenschappen, maar tegenwoordig vaak bekritiseerd en bespot wordt.
Sommige mensen geloven dat Westerse invloed (vooral CS) grote rol speelt in de wereld
> nieuwe term: grobalisering
Grobalisering = landen, bedrijven en organisaties proberen hun macht en invloed
wereldwijd uit te breiden, vaak op een manier die anderen hun wil oplegt.
Anders dan glokalisering dat juist kijkt naar hoe het globale en het lokale met elkaar
vermengd worden en unieke resultaten opleveren.
Grobalisering zorgt vaak voor een soort leegte > wereld meer gelijk maakt door overal
dezelfde invloed te verspreiden
Glokalisering zorgt voor verbinding en variatie tussen globaal en lokaal
, CONCEPTUALISERING VAN NIETS (EN IETS)
Niets = sociale vorm die centraal wordt bedacht en gecontroleerd, en weinig unieke
inhoud heeft
Iets = lokaal bedacht en rijk aan specifieke inhoud
Bestaan niet los van elkaar, maar vormen een continuüm van iets naar niets.
Idee van niets wordt verstrekt door werk van antropoloog Marc Augé over non-places =
plekken zonder identiteit of betekenis > geldt ook voor non-things, non-people, … Elk van
deze vormen hoort bij het niets-uiteinde.
Voorbeelden:
Een creditcard is een voorbeeld van niets, omdat het centraal wordt gemaakt en
weinig onderscheidend is.
Een traditionele kredietlijn bij een lokale bank is een voorbeeld van iets, omdat die
lokaal wordt geregeld en persoonlijk is.
De fysieke bank is een place (iets), het telefooncentrum een non-place (niets), de
medewerkers aan de telefoon zijn non-people, en geautomatiseerde diensten zijn non-
services.
Dus: niets en iets zijn tegengestelden op een schaal waarbij niets verwijst naar centrale,
standaard en betekenisloze vormen, en iets naar lokale, unieke en betekenisvolle vormen.
NIETS/IETS EN GROBALISERING/GLOKALISERING
Grobalisering van niets (1)
Glokalisering van iets (4)
Deze vormen een
spanningsveld in de wereld
> veel druk om niets
wereldwijd te verspreiden
via grobalisering. >
tegengehouden door de
glokalisering van iets.
Er is een speciale relatie
tussen grobalisering-niets
en glokalisering-iets =
versterken elkaar, maar het
ene veroorzaakt het andere niet direct.
DE GROBALISERING VAN IETS
Sommige vormen van iets zijn internationaal meer verspreid geraakt, zoals
gastronomische voeding, handwerk, maatkleding en Rolling Stones-concerten > weinig
affiniteit tussen globalisering en iets, omdat:
1) De wereldwijde vraag naar iets veel kleiner is dan naar niets.
2) Iets is vaak complex en kan kenmerken bevatten die in sommige culturen
afstotend zijn.
3) Iets is meestal duurder, waardoor minder mensen het kunnen betalen.
4) Door de hoge kosten is er minder reclamebudget, wat de vraag laag houdt.
5) Iets is moeilijker massaal te produceren.
Samenvatting van alle verplichte artikelen
Inhoud
1. Hoofdstuk 1..............................................................................................2
1.1. Globalisering......................................................................................2
1.1.1. Held McGrew – 2002....................................................................2
1.1.2. GEORGE RITZER - Rethinking Globalization:
Glocalization/Grobalization and Something/Nothing..............................3
1.1.3. Sparks- What’s wrong with globalization.....................................7
1.1.4. Steger – globalization: a contested concept................................9
1.2. Seksualiteit en globalisering............................................................10
1.2.1. Altman – Sexuality and Globalization.........................................10
1.2.2. Farr – seksualiteit en globalisering.............................................11
2. Hoofdstuk 2............................................................................................13
2.1. Global people flows..........................................................................13
2.1.1. Freeman – migratiestromen in globalisering..............................13
2.2. Seks trafficking................................................................................15
2.2.1. Augustin.....................................................................................15
2.2.2. Jeffreys.......................................................................................16
2.2.3. Kathy Miriam..............................................................................17
2.2.4. O’Connel Davidson....................................................................19
2.2.5. Het Palermo protocol.................................................................20
2.3. Seks toerisme..................................................................................21
2.3.1. Opperman..................................................................................21
6.1.1. Ryan & Hall................................................................................23
6.1.2. Williams from Ritzer...................................................................24
6.2. Vrouwelijk toerisme.........................................................................26
6.2.1. Jeffreys.......................................................................................26
6.2.2. Sanchez Taylor...........................................................................27
6.2.3. Smith.........................................................................................28
7. Hoofdstuk 3............................................................................................30
7.1. Seksuele en reproductieve rechten.................................................30
7.1.1. Jolly............................................................................................30
, 7.1.2. Petchesky...................................................................................31
7.1.3. WHO...........................................................................................32
1. Hoofdstuk 1
1.1. Globalisering
1.1.1. Held McGrew – 2002
Globalisering duidt op de toenemende schaal, groeiende omvang, versnelling en
verdiepende impact van transcontinentale stromen en patronen van sociale interactie.
Verwijst naar: verschuiving/transformatie in de schaal van menselijke organisatie > die
afgelegen gemeenschappen verbindt en het bereik van machtsrelaties vergroot.
Het creëert:
- Besef van toenemende onderlinge verbondenheid
- Nieuwe vijandelijkheden en conflicten
- Reactionaire politiek
- Diepgewortelde xenofobie
Groot deel van de wereldbevolking wordt uitgesloten van de voordelen van globalisering
= heftig betwist proces.
Ongelijkheid van globalisering zorgt dat het verre van een universeel proces is dan
uniform wordt ervaren over hele planeet.
Concept globalisering niet nieuw.
Oorsprong: 19de eeuw en begin 20ste eeuw > verschillende personen (bvb. Marx)
Bekendheid: ’60 – ’70 van de term globalisering
‘Gouden tijdperk’ van globalisering = klassieke idee van gescheiden binnenlandse
en internationale zaken niet meer voldoende
Wat in buitenland gebeurde > vaker invloed in eigen land
Val van het staatssocialisme en opkomst kapitalisme > ’90 groeide bewustzijn
globalisering
Binnen academische wereld:
- Geen eensgezindheid over wat globalisering precies is
- Theorieën en politieke stromingen bieden tegenstrijdige verklaringen en reacties
Toch kan je twee kampen onderscheiden:
1. Globalisten = geloven dat globalisering een echte, diepe verandering is
2. Sceptici = denken dat dit overdreven wordt en de aandacht afleid van
belangrijkere problemen
Deze termen zijn ideaaltypes = vereenvoudigde modellen om het debat overzichtelijker
te maken.
De sceptici Globalisten
- Globalisering een vaag en - Verwerpen idee dat globalisering
misleidend begrip > gaat eerder Amerikanisering is > erkennen wel
om verwesterlijking of dat het vaak Westerse belangen
, amerikanisering. Wat we zien is dient
geen nieuwe vorm van - Globalisering als uitdrukking van
globalisering, maar diepgaande structurele
internationalisering of veranderingen in sociale
regionalisering organisatie op mondiale schaal
- Veel mensen profiteren niet van - Nadruk op ruimtelijke dimensies
deze ontwikkelingen > macht blijft en zien schalen als dynamisch met
bij groten. Globalisering is een elkaar verbonden
mythe die het neoliberale beleid - Geschiedenis = cruciaal > moeten
moet legitimeren, met als doel een plaatsen binnen lange
wereldwijde vrijemarkteconomie termijntrends (fasen stilstand en
- Marxisten: globalisering is een versnelling)
moderne vorm van imperialisme > - Deze perspectieven benadrukken
kapitaal altijd op zoek naar nieuwe hoe globalisering traditionele
markten + Westerse landen structuren verandert:
economische controle sociaaleconomische organisatie,
- Geopolitiek: alleen machtige territoriale ordening en
staten zoals VS kunnen invloed machtsverhoudingen worden
uitoefenen geen wereldwijd hertekend. De natiestaat wordt
gelijk proces uitgedaagd doordat activiteiten
grenzen overstijgen, wat leidt tot
herconfiguratie van plaats,
grondgebied en macht.
- Globalisering maakt nieuwe
vormen van transnationale
organisatie mogelijk > lokale
gemeenschappen worden
kwetsbaarder voor mondiale
gebeurtenissen > macht op
grotere schaal georganiseerd
1.1.2. GEORGE RITZER - Rethinking Globalization:
Glocalization/Grobalization and Something/Nothing
Glokalisering = betekent dat het wereldwijde en het lokale met elkaar vermengd
worden, waardoor er in elke streek iets unieks ontstaat.
Het benadrukt dat globalisering juist tot verschillen (hetrogeniteit) leidt tussen
plaatsen, en niet tot één uniforme wereld. Het gaat dus tegen het idee in dat
Westerse (of Amerikaanse) invloeden overal dezelfde gevolgen hebben, zoals dat
overal dezelfde cultuur of systemen zouden ontstaan.
Waarom glokalisering een populaire theorie? = Ze staan in scherp contrast met de
moderniseringstheorie, die lange tijd populair was in de sociologie en sociale
wetenschappen, maar tegenwoordig vaak bekritiseerd en bespot wordt.
Sommige mensen geloven dat Westerse invloed (vooral CS) grote rol speelt in de wereld
> nieuwe term: grobalisering
Grobalisering = landen, bedrijven en organisaties proberen hun macht en invloed
wereldwijd uit te breiden, vaak op een manier die anderen hun wil oplegt.
Anders dan glokalisering dat juist kijkt naar hoe het globale en het lokale met elkaar
vermengd worden en unieke resultaten opleveren.
Grobalisering zorgt vaak voor een soort leegte > wereld meer gelijk maakt door overal
dezelfde invloed te verspreiden
Glokalisering zorgt voor verbinding en variatie tussen globaal en lokaal
, CONCEPTUALISERING VAN NIETS (EN IETS)
Niets = sociale vorm die centraal wordt bedacht en gecontroleerd, en weinig unieke
inhoud heeft
Iets = lokaal bedacht en rijk aan specifieke inhoud
Bestaan niet los van elkaar, maar vormen een continuüm van iets naar niets.
Idee van niets wordt verstrekt door werk van antropoloog Marc Augé over non-places =
plekken zonder identiteit of betekenis > geldt ook voor non-things, non-people, … Elk van
deze vormen hoort bij het niets-uiteinde.
Voorbeelden:
Een creditcard is een voorbeeld van niets, omdat het centraal wordt gemaakt en
weinig onderscheidend is.
Een traditionele kredietlijn bij een lokale bank is een voorbeeld van iets, omdat die
lokaal wordt geregeld en persoonlijk is.
De fysieke bank is een place (iets), het telefooncentrum een non-place (niets), de
medewerkers aan de telefoon zijn non-people, en geautomatiseerde diensten zijn non-
services.
Dus: niets en iets zijn tegengestelden op een schaal waarbij niets verwijst naar centrale,
standaard en betekenisloze vormen, en iets naar lokale, unieke en betekenisvolle vormen.
NIETS/IETS EN GROBALISERING/GLOKALISERING
Grobalisering van niets (1)
Glokalisering van iets (4)
Deze vormen een
spanningsveld in de wereld
> veel druk om niets
wereldwijd te verspreiden
via grobalisering. >
tegengehouden door de
glokalisering van iets.
Er is een speciale relatie
tussen grobalisering-niets
en glokalisering-iets =
versterken elkaar, maar het
ene veroorzaakt het andere niet direct.
DE GROBALISERING VAN IETS
Sommige vormen van iets zijn internationaal meer verspreid geraakt, zoals
gastronomische voeding, handwerk, maatkleding en Rolling Stones-concerten > weinig
affiniteit tussen globalisering en iets, omdat:
1) De wereldwijde vraag naar iets veel kleiner is dan naar niets.
2) Iets is vaak complex en kan kenmerken bevatten die in sommige culturen
afstotend zijn.
3) Iets is meestal duurder, waardoor minder mensen het kunnen betalen.
4) Door de hoge kosten is er minder reclamebudget, wat de vraag laag houdt.
5) Iets is moeilijker massaal te produceren.