Tip vr examen: de slides met actualiteit zijn de belangrijkste, ‘kan ik dit artikel op een volledige manier
linken aan de leerstof?’
4. Macro-economische grootheden
➔ Meeste dit semester = macro-economie
4.1 De economische kringloop
Totstandkoming BBP: samenwerking gezinnen + bedrijven + overheid + buitenland
Voorstelling: kringloopschema om onderlinge verbondenheid te tonen
➔ Deze schema’s niet kunnen tekenen, mr herkennen welke transactie t is (bv nummerplaten)
- Gegevens bijgehouden dr INR (instituut NR), NBB, FOD Economie & Federaal Planbureau (David Clarinval,
MR = federaal minister economie & werk)
Gezinnen & bedrijven komen elkaar tegen in
die 2 markten, verschil volle en gestipte
blauwe lijn, goed KE hoe dit werkt
4.2 De berekening vd economische activiteit: 3 benaderingen
1. Productieoptiek
a. PRODUCT: de totale waarde vd goederen & diensten die in 1 jaar zijn GEPRODUCEERD
2. Bestedingsoptiek
a. BESTEDINGEN: de totale UITGAVEN die in 1 jaar naar de producenten vloeien
,3. Inkomensoptiek
a. INKOMEN: bedrag in 1 jaar VERDIEND voor productieve prestaties
➔ Alle 3, na verloop v tijd, gelijk aan elkaar!
Dus 3 manieren om de economische activiteit te berekenen (want komt altijd wel ongvr op zelfde neer)
Definitie BBP
BBP: bruto binnenlands product: de totale marktwaarde v alle EINDproducten & -diensten, geproduceerd
op bep periode, in bep land; → maatstaf welvaart in land/regio
= BBP tegen marktprijzen (<-> factorprijzen) → als factorprijzen niet worden gespecifieerd zijn het marktprijzen
≠ BNP
Verklaring
• ‘marktwaarde’ → output wordt gewaardeerd tegen marktprijzen
• ‘v alle eind-’ → enkel waarde v eindproducten om dubbele telling te vermijden
• ‘goederen en diensten’ → zowel materiële als immateriële diensten
• ‘geproduceerd’ → wat in dat jaar geproduceerd werd, dus bv. geen tweedehands
• ‘binnen een land’ → meet waarde v productie binnen geografische grenzen v.e. land
• ‘in een bepaalde periode’ → “ ” “ ” “ ” binnen bepaald tijdsinterval, meestal 1 jaar of kwartaal
Dus om dubbele telling te vermijden = van eindproducten + het moet geproduceerd zijn
BBP – Componenten
❖ BBP = de som van
o Consumptie (C)
o Investeringen (I)
o Overheidsaankopen (G)
o Netto export (NX) (= export (X) – import (M))
❖ BBP = C + I + G + NX
Economische kringloop met sparen & investeren
→ geld- & kapitaalmarkt
valt hier ook onder
,kunnen uitleggen hoe dit werkt!
BBP tegen markt- & factorprijzen
- BBP tegen marktprijzen → goederen & diensten gewaardeerd aan marktprijs
- BBP tegen factorprijzen
• Marktprijs bevat elementen die niks te maken hebben met waarde v product
– Indirecte belastingen & subsidies
• Bij factorprijzen halen we deze elementen uit de marktprijzen
Economische kringloop in gesloten economie met overheid
→ overheid komt erbij
BNP
Bruto nationaal product = BBP + primaire inkomens ontvangen door eigen arbeiders ih buitenland –
primaire inkomens betaald ah buitenland
➔ BBP = binnen geografische grenzen, belang WAAR geproduceerd
➔ BNP = belang WIE heeft geproduceerd
Voorbeeld: Fransman produceert iets in België → hoort bij BBP, maar aftrekken van je BNP)
, Economische kringloop in open economie→ buitenland!
Nationaal inkomen
= het inkomen dat de gezinnen ontvangen vd bedrijven, overheid & buitenland + niet-uitgekeerde winsten
v onderneming (reserves & directe belastingen)
OF: de som v alle vergoedingen ad productiefactoren arbeid & kapitaal die eigendom zijn v eigen
ingezetenen.
- Doorgaans tegen factorprijzen
- Zie H6
Oefeningen: Wooclaps slide 17 - 19
4.3 Het reële & nominale BBP
Economische groei bestuderen → vooral focus op of er meer geproduceerd is
Stijging v BBP is mogelijk dr stijging in prijzen OF productie
- Nominale BBP / BBP tegen lopende prijzen = geldbedrag v BBP
o Hier krijg je veel prijsbewegingen omdat het tegen lopende prijzen is = onhandig i.h. algemeen
- Reële BBP / BBP nr volume = prijsbewegingen uitgeschakeld
o BBP in kettingeuro’s = BBP gemeten in prijzen vh onmiddellijk voorafgaande jaar → zo schakel
je effect v prijsverandering uit
linken aan de leerstof?’
4. Macro-economische grootheden
➔ Meeste dit semester = macro-economie
4.1 De economische kringloop
Totstandkoming BBP: samenwerking gezinnen + bedrijven + overheid + buitenland
Voorstelling: kringloopschema om onderlinge verbondenheid te tonen
➔ Deze schema’s niet kunnen tekenen, mr herkennen welke transactie t is (bv nummerplaten)
- Gegevens bijgehouden dr INR (instituut NR), NBB, FOD Economie & Federaal Planbureau (David Clarinval,
MR = federaal minister economie & werk)
Gezinnen & bedrijven komen elkaar tegen in
die 2 markten, verschil volle en gestipte
blauwe lijn, goed KE hoe dit werkt
4.2 De berekening vd economische activiteit: 3 benaderingen
1. Productieoptiek
a. PRODUCT: de totale waarde vd goederen & diensten die in 1 jaar zijn GEPRODUCEERD
2. Bestedingsoptiek
a. BESTEDINGEN: de totale UITGAVEN die in 1 jaar naar de producenten vloeien
,3. Inkomensoptiek
a. INKOMEN: bedrag in 1 jaar VERDIEND voor productieve prestaties
➔ Alle 3, na verloop v tijd, gelijk aan elkaar!
Dus 3 manieren om de economische activiteit te berekenen (want komt altijd wel ongvr op zelfde neer)
Definitie BBP
BBP: bruto binnenlands product: de totale marktwaarde v alle EINDproducten & -diensten, geproduceerd
op bep periode, in bep land; → maatstaf welvaart in land/regio
= BBP tegen marktprijzen (<-> factorprijzen) → als factorprijzen niet worden gespecifieerd zijn het marktprijzen
≠ BNP
Verklaring
• ‘marktwaarde’ → output wordt gewaardeerd tegen marktprijzen
• ‘v alle eind-’ → enkel waarde v eindproducten om dubbele telling te vermijden
• ‘goederen en diensten’ → zowel materiële als immateriële diensten
• ‘geproduceerd’ → wat in dat jaar geproduceerd werd, dus bv. geen tweedehands
• ‘binnen een land’ → meet waarde v productie binnen geografische grenzen v.e. land
• ‘in een bepaalde periode’ → “ ” “ ” “ ” binnen bepaald tijdsinterval, meestal 1 jaar of kwartaal
Dus om dubbele telling te vermijden = van eindproducten + het moet geproduceerd zijn
BBP – Componenten
❖ BBP = de som van
o Consumptie (C)
o Investeringen (I)
o Overheidsaankopen (G)
o Netto export (NX) (= export (X) – import (M))
❖ BBP = C + I + G + NX
Economische kringloop met sparen & investeren
→ geld- & kapitaalmarkt
valt hier ook onder
,kunnen uitleggen hoe dit werkt!
BBP tegen markt- & factorprijzen
- BBP tegen marktprijzen → goederen & diensten gewaardeerd aan marktprijs
- BBP tegen factorprijzen
• Marktprijs bevat elementen die niks te maken hebben met waarde v product
– Indirecte belastingen & subsidies
• Bij factorprijzen halen we deze elementen uit de marktprijzen
Economische kringloop in gesloten economie met overheid
→ overheid komt erbij
BNP
Bruto nationaal product = BBP + primaire inkomens ontvangen door eigen arbeiders ih buitenland –
primaire inkomens betaald ah buitenland
➔ BBP = binnen geografische grenzen, belang WAAR geproduceerd
➔ BNP = belang WIE heeft geproduceerd
Voorbeeld: Fransman produceert iets in België → hoort bij BBP, maar aftrekken van je BNP)
, Economische kringloop in open economie→ buitenland!
Nationaal inkomen
= het inkomen dat de gezinnen ontvangen vd bedrijven, overheid & buitenland + niet-uitgekeerde winsten
v onderneming (reserves & directe belastingen)
OF: de som v alle vergoedingen ad productiefactoren arbeid & kapitaal die eigendom zijn v eigen
ingezetenen.
- Doorgaans tegen factorprijzen
- Zie H6
Oefeningen: Wooclaps slide 17 - 19
4.3 Het reële & nominale BBP
Economische groei bestuderen → vooral focus op of er meer geproduceerd is
Stijging v BBP is mogelijk dr stijging in prijzen OF productie
- Nominale BBP / BBP tegen lopende prijzen = geldbedrag v BBP
o Hier krijg je veel prijsbewegingen omdat het tegen lopende prijzen is = onhandig i.h. algemeen
- Reële BBP / BBP nr volume = prijsbewegingen uitgeschakeld
o BBP in kettingeuro’s = BBP gemeten in prijzen vh onmiddellijk voorafgaande jaar → zo schakel
je effect v prijsverandering uit