100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Geriatrie - opgeloste voorbeeldexamenvragen

Rating
-
Sold
-
Pages
68
Uploaded on
19-05-2025
Written in
2023/2024

Alle vragen van Geriatrie opgelost aan de hand van de slides en het boekje.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
May 19, 2025
Number of pages
68
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

EXAMENVRAGEN GERIATRIE 2023-2024

II. Vragen in verband met frailty –prof Gielen – les 3
1. Bespreek het concept frailty.
2. Leg uit waarom heupfractuurpatiënten typisch kwetsbare ouderen zijn.
3. Hoe wordt frailty operationeel gedefinieerd?
4. Waaruit bestaat de behandeling van frailty?

III. Vragen in verband met sarcopenie – prof Gielen – les 3
1. Bespreek het concept sarcopenie en de operationele definitie van sarcopenie.
2. Bespreek de behandeling van sarcopenie.

IV. Vragen in verband met geriatrische syndromen – prof Flamaing – les 2 – boek
1. Wat zijn de kenmerken van een geriatrische patiënt?
2. Wat is comprehensive geriatric assessment (definitie, doelstelling, opbouw)?
3. Wat is een geriatrisch syndroom? Illustreer je antwoord aan de hand van een voorbeeld.
4. Wat zijn de doelstellingen en de belangrijkste onderdelen van het KB over het zorgprogramma
voor een geriatrische patiënt?

V. Vragen in verband met osteoporose – prof Gielen – les 9
1. Waarom vormen calcium en vitamine D de basispreventie tegen fracturen bij ouderen en
welke voorwaarden moeten vervuld zijn om met calcium en vitamine D ook daadwerkelijk de
kans op fracturen te verminderen?
2. Hoe wordt bij ouderen de diagnose van osteoporose gesteld?
3. Wat is er medicamenteus mogelijk in de behandeling van osteoporose buiten calcium en
vitamine D?
4. Hoe ontstaat osteoporose bij ouderen?

VI. Vragen in verband met ondervoeding – prof Gielen – les 6
1. Hoe definieer je ondervoeding en wat zijn de oorzaken van ondervoeding bij ouderen?
2. Bespreek energiebehoefte, energie-inname en het effect van eiwitsupplementen bij de oudere
persoon.
3. Bespreek de eiwitbehoefte, eiwitinname en het effect van eiwitsupplementen bij de oudere
persoon.
4. Met welke criteria wordt bij ouderen de diagnose en de ernst van ondervoeding vastgesteld?
Bespreek deze.
5. Waaruit bestaat het nutritioneel onderzoek bij ouderen met ongewild gewichtsverlies en wat
zijn de gevolgen van ongewild gewichtsverlies?
6. Bespreek de orale voeding en de sondevoeding in de behandeling van ondervoeding bij de
oudere persoon.
7. Bespreek parentrale voeding in de behandeling van ondervoeding bij de oudere persoon.

VII. Vragen in verband met vallen, duizeligheid en syncope – prof Flamaing & prof Dejaeger
A. Vallen – les 5
1. Bespreek de mogelijke gevolgen van een val voor een thuiswonende oudere.
2. Welke zijn de voornaamste oorzaken van een val?
3. Welke strategieën voor valpreventie ken je? Leg uit.
4. Welke risicofactoren ga je evalueren bij een thuiswonende oudere na een val?
5. Welke interventies maken eventueel deel uit van de secundaire valpreventie?

B. Duizeligheid en syncope – les 11 – boek!
1. Welke zijn de meest voorkomende oorzaken van vertigo op oudere leeftijd? Geef definitie, en
hoe kun je deze oorzaken met anamnese en klinisch onderzoek van elkaar onderscheiden?

, 2. Bespreek de kliniek (oorzaken, symptomen, diagnose en behandeling) bij de syncope van
cardiale origine
3. Bespreek de kliniek (oorzaken, symptomen, diagnose en behandeling) van de syncope door
orthostatische hypotensie.
4. Bespreek de kliniek (oorzaken, symptomen, diagnose en behandeling) van de vasovagale
syncope en sinus caroticus hypersensitiviteit.

VIII. Vragen in verband met delier Tournoy – les
1. Bespreek de diagnose en de klinische symptomen van het delirium.
2. Bespreek de risicofactoren en uitlokkende factoren van het delirium.
3. Bespreek de preventieve maatregelen in de behandeling van het delirium.
4. Bespreek de farmacologische behandeling van het delirium.

IX. Vragen in verband met infecties – prof Flamaing – les 2 – boek!
1. Welke factoren dragen bij tot de verhoogde vatbaarheid voor infecties bij oudere personen?
2. Hoe presenteren infecties zich bij ouderen en geef een voorbeeld.
3. Wat zijn de risicofactoren voor aspiratie en wat is een aspiratiepneumonie?
4. Welke vaccins worden aanbevolen bij ouderen? Waartegen beschermen deze vaccins?

X. Vragen in verband met farmacologie bij ouderen Tournoy – les 12
1. Welke farmacologische en farmacokinetische veranderingen bij oudere personen spelen een
rol bij het ontstaan van medicatiebijwerkingen?
2. Hoe kan je polyfarmacie bij ouderen evalueren?
3. Hoe kan je therapietrouw bij oudere personen bevorderen?

XI. Vragen in verband met levenseinde en zorgplanning bij ouderen – prof Fagard – les 4
1. Wat is vroegtijdige zorgplanning en welke zijn de vier opeenvolgende stappen in
het proces van vroegtijdige zorgplanning (korte omschrijving van elke stap, de
betrokkenen en het belang ervan)?
2. Leg het verschil uit tussen een positieve en een negatieve wilsverklaring en geef
een voorbeeld van elk (met de vermelding van hoe de wilsverklaring opgesteld dient
te worden, waar die bewaard wordt en hoelang die geldig blijft).
3. Wat is de uitkomst van reanimatie bij 70-plussers en welke factoren bepalen het
succes van een reanimatie? Wat is de betekenis van de DNR 0, 1, 2 en 3 code en
is de registratie definitief?
4. Euthanasie kan in België gevraagd worden bij ondraaglijk fysiek lijden, ondraaglijk
psychisch lijden en bij een onomkeerbaar coma. Vergelijk deze 3 op volgende
vlakken: In welke klinische omstandigheden is het euthanasieverzoek geldig? Hoe
gebeurt het euthanasieverzoek? Is er een standaarddocument voor het verzoek?
Hoeveel artsen buigen zich over het verzoek, aan welke voorwaarden moeten deze
artsen voldoen en wat is hun rol?



+ CASUSVRAAG
§ les 9 einde (Gielen)
§ extra op Toledo (Gielen)

Algemene notes
§ alles van professor Flamaing zijn super slechte ppt’s, daarbij heb ik boekje gelezen
§ al de rest heb ik gewoon de info van de ppt genomen, het boek overgeslaan

,II. Frailty

1. Bespreek het concept frailty.

Algemene definitie
Frailty = een klinische status waarbij er een toename is in de kwetsbaarheid van een individue voor het
ontwikkelen van afhankelijkheid en/of mortaliteit wanneer ze blootgesteld worden aan een stressor.

Concreet
Functioneren van al onze orgaansystemen (hart, nier, long, etc.) gaat onvermijdelijk, progressief achteruit
met ouder worden (geen orgaanziekte, NL verouderingsproces) = cumulatieve achteruitgang in
verschillende systemen → achteruitgang reservecapaciteit → persoon kan minder weerstand bieden
tegen stressoren → een ouderdomsgebonden kwetsbaarheid = frailty.

vb mogelijke stressoren: val, hartinfarct → stapelen op doorheen het leven → oudere patiënt komt
stressor tegen → heeft minder reservecapaciteit → meer kans om hier niet volledig boven op te komen:
persoon is kwetsbaarder voor het ontwikkelen van ziekte, comorbiditeit, functionele beperkingen,
afhankelijkheid en/of sterfte.
à frailty is een vicieuze cirkel: toegenomen kwetsbaarheid verhoogt de vatbaarheid voor aandoeningen
en de aandoeningen maken de persoon nog kwetsbaarder

Kliniek – verschillende vormen waarop frailty zich kan uiten

1. Frailty ≠ oud zijn
Frailty obv reservecapapciteit, grootte van reserves bepaalt de mate van kwetsbaarheid.
Wél: voorkomen van frailty stijgt met de leeftijd: hoe langer je leeft, hoe meer kans op frailty en
uiteindelijk, als je oud genoeg wordt, wordt iedereen frail.
§ rood = vroeger frail dan gemiddeld
§ geel = NL veroudering
§ groen = ideale manier van oud worden, reservecapaciteit wordt heel lang bewaard en op
het einde gaat deze plots snel achteruit, beleeft maar een korte periode van frailty

2. Frailty ≠ comorbiditeiten en functionele beperkingen, maar beschrijft de vatbaarheid hiervoor én
comorbiditeiten en functionele beperkingen kunnen frailty in de hand werken

à patiënten met co-morbiditeiten (vb. DM/VKF) en functionele beperkingen (vb. iemand met RA die een
fles niet kan opendraaien), zijn niet frail

à fraile patiënten zonder functionele beperkingen en comorbiditeiten, maar hebben hier wel kans op;
vb. oudere mens die alleen woont, geen medicatie moet nemen, redelijk goed zelfstandig kan leven, etc.
→ valt → herstelt moeilijk → heeft meer kans om infecties op te lopen → komt in het ziekenhuis terecht,
etc.
= fraile mens zonder functionele beperkingen en comorbiditeiten
! pas als resevecapaciteit onder bepaalde drempel daalt, ontstaan functionele beperkingen en
comorbiditeiten

Enkele voorbeelden van voorkomen van frailty-syndroom/typische-geriatrische pt:
- Verminderde mobiliteit, vaker vallen, inactiviteit, krachtverlies, …
- Appetijtsverlies, gewichtsverlies, incontinentie, cognitieve deterioratie, …
- Vaker infecties, osteoporose, orgaan falen, afhankelijkheid (ADL), sociale isolatie, …

, 2. Leg uit waarom heupfractuurpatiënten typisch kwetsbare ouderen zijn.

Frailty = proces van achteruitgang in ALLE orgaansystemen à fysieke en niet-fysieke domeinen
→ kern = musculoskeletale frailty
§ = achteruitgang van bot en spieren → sarcopenie en osteoporose
§ kern want heeft belangrijke gevolgen voor de patiënt

Typische kwetsbare, fraile oude persoon = patiënten die een heupfractuur hebben opgelopen.
→ heeft relatief ongunstige prognose, zelfs na geslaagde heelkunde en revalidatie
→ na 1j:
§ 80% nog steeds moeite met dagelijkse activiteit
§ >40% kan niet zonder hulp stappen (konden dit voor fractuur wel nog)
§ 20% sterft binnen het jaar door trauma en complicaties
§ 10-20% opgenomen in tehuis
§ significante daling QoL in alle domeinen
→ maar mortaliteit blijft 10-20j nog verhoogd, de prognose normaliseert niet na normale kwetsbare
periode van 6-12m (periode van meeste medische verwikkelingen/interventies).

Verklaring
Personen die heupfracturen doen zijn geen “gemiddelde” oudere persoon, maar ze hebben een
uitgesproken ouderdomsgebonden kwetsbaarheid die NIET ENKEL musculoskeletaal is.

Zij hebben een brede onderliggende comorbiditeit (naast osteoporose en sarcopenie) en heupfractuur is
de eerste klinische presentatie hiervan. Kwetsbaarheid uit zich in:
§ MS: gangstoornissen, vallen en fracturen, spierverlies/verlies spierkracht en
botverlies/botontkalking
§ niet-MS: verhoogd risico op hartfalen, infectiegevaar, sociale problemen

à 10-20j lang verhoogde mortaliteit (2-3x) is niet te verklaren door de val, maar tgv brede onderliggende
kwetsbaarheid
$13.15
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
gnkstudent11

Get to know the seller

Seller avatar
gnkstudent11 Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
7 months
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions