100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Thema 1: Principes van regulatie

Rating
-
Sold
1
Pages
16
Uploaded on
19-05-2025
Written in
2024/2025

Alle hoorcolleges, werkcolleges en interactieve colleges van thema 1 van het blok regulatie en integratie. Ook zijn de leerdoelen van dit thema uitgewerkt.

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
May 19, 2025
Number of pages
16
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Thema 1 – Principes van regulatie
HC1 Inleiding Regulatie en Integratie
Verschillende regelsystemen van ons lichaam bewaken de homeostase. De
controle over vitale parameters is erg belangrijk. Het aantal betrokken
regelkringen is daarmee recht evenredig met het vitaal belangen van een
parameter. Er kan dus hiërarchie en competitie zijn tussen verschillende
regelsystemen, ofwel een belangenstrijd.
Het afstemmen van functies van individuele organen op elkaar gebeurd via
nerveuze of humorale signalen. Een regelsysteem is de besturing van relatie
tussen de ingang (input) en de uitgang (output).
 Open regelsysteem = er is geen terugkoppeling
van de output naar de input, zoals bij het hart (Frank-
Starling).
 Gesloten regelsysteem = er is terugkoppeling (-/+)
tussen de output en de input, er ontstaat een balans.
Variaties kunnen voorkomen door middel van
terugkoppeling. Een sensor (S) meet de waarde, de
referentie (R) geeft de normwaarde, de
comparator (C) vergelijkt de waarde met R en de
effector (E) past dit aan. De referentiewaarde (R) en
de gemeten waarde (S) zijn nimmer gelijk, dit is namelijk de basis voor
terugkoppeling.
Een verstoring of fout van de effector is te compenseren door middel van
medicatie. Als de fout in de sensor of de referentie zit, kan dit fataal zijn. Bij een
herseninfarct (CVA) zijn er bijvoorbeeld (momenten van) ontkoppeling van het
AZS en de regeling van de bloedruk via het baroreceptorsysteem. Een andere
voorbeeld zijn de Cheyne-Stokes ademhaling, dit komt voort vanuit de
vertraging over de zenuwen, waardoor er een fase-verschuiving tussen de sensor
en de effector optreedt.
Het autonome zenuwstelsel veroorzaakt
de nerveuze signalen. Het AZS is onder te
verdelen in het parasympatisch (PS),
(ortho)sympatisch (OS) en het enterisch
systeem. Het hormonale systeem bestaat
uit endocriene organen en veroorzaakt het
humorale signaal.
Beide informatiekanalen werken met
receptoren en integreren beide in
cellen/weefsels/organen. Zowel nerveuze als
humorale kanalen kunnen het effect hebben
dat er endocriene producten uitgescheiden worden, denk daarbij aan de
neurohypofyse.
Het parasympatische zenuwstelsel waarborgt met name de anabole functies,
dat nodig is voor groei en herstel. Het (ortho)sympatische systeem is met name
belangrijk voor de katabole functies en fight-or-flight reacties, ook staat het OS

,in koppeling met het somatische zenuwstelsel. Deze systemen staan nooit “aan”
of “uit”, maar staan altijd in een bepaalde verhouding aan.
Als we kijken naar de anatomie zien we dat de primaire ganglia van beide
systemen in de hypothalamus liggen. De secundaire ganglia van het OS liggen
in de zijhoorn van het ruggenmerg en de tertiaire ganglia liggen para- of
prevertebraal. Paravertebraal is de grensstreng naast het ruggenmerg en
prevertebraal liggen in de buikholte. De secundaire ganglia van het PS liggen in
de medulla oblongata, de hersenstam en het sacrale ruggenmerg. De tertiaire
ganglia van het PS liggen dicht bij het doelorgaan.
Kenmerkend voor het PS is dus dat de pre-ganglionaire neuronen veel langer
zijn dan de post-ganglionaire, het tertiaire ganglion ligt namelijk dichterbij het
doelorgaan. Bij het OS is dit precies andersom; het post-ganglionaire neuron
is langer, omdat het tertiaire ganglion verder van het doelorgaan ligt.




De pre-ganglionaire overschakeling in beide systemen maakt gebruik van de
neurotransmitter acetylcholine (Ach) en de nicotine receptor (N 2). Een nicotine
receptor is een ligand gated ionkanaal. De post-ganglionaire overschakeling vindt
plaats via G-eiwit gebonden receptoren (GPCRs), dit is bij beide systemen net
anders:
 OS: adrenerge receptoren (α1, α2, β1, β2, β3)
 α receptoren hebben NA* > A* als agonist en β receptoren
hebben A > NA als agonist.
*NA = noradrenaline
*A = adrenaline
 PS: muscarinerge receptoren (M1, M2, M3, M4, M5)
 Ach als agonist

, Het bijniermerg is een uitzondering voor het autonome zenuwstelsel. De bijnier
wordt namelijk direct geïnnerveerd vanuit het ruggenmerg en heeft geen
schakeling in een tertiair ganglion. De bijnier is een endocrien orgaan. Het merg
van dit orgaan is van neuronale origine en de schors van epitheliale.
De bijnierschors bestaat uit 3 lagen (van buiten naar binnen):
 Zona glomerulosa: productie mineraalcorticoïden (aldosteron)
 Zona fasciculata: productie glucocorticoïden (cortisol)
 Zona reticularis: productie adrenogenen (DHEA)

Autonome dysreflexie
= Een acuut syndroom bij een dwarslaesie hoger dan Th 4-6.
Symptomen:
o Snel opkomende, heftige hoofdpijn
o Vlekken voor de ogen
o Rood hoofd
o Beklemd gevoel op de borst
o Heftig transpireren
o Onder de laesie: koude extremiteiten, kippenvel, bleke huid.
o Reflexen zijn clonisch: er is een intacte spinale reflexboog.
Bij een dwarslaesie is het contact met het vasomotorisch centrum in de
medulla verbroken. Er is daarom geen controle of modulatie meer mogelijk.
Afhankelijk van de hoogte van de laesie kan de bloeddruk snel oplopen. In het
gebied onder de laesie zullen bepaalde prikkels (zoals pijn) met de sympatische
vezels meelopen. Deze prikkels hebben een intacte reflexboog en zullen dan
voor een sympaticusrespons zorgen, er zal bijvoorbeeld vasoconstrictie zijn.
Inhibitie vanuit de hersenstam is dan niet meer mogelijk. Vasoconstrictie zorgt
voor een hoge bloeddruk, de parasympaticus zal dit proberen te compenseren
door de hartslag omlaag te brengen. Dit kan gevaarlijke situaties opleveren.

Hormonen zijn stoffen die afgegeven worden aan het bloed en een invloed
uitoefenen op alle gevoelige receptor. De structuur van de hormonen is belangrijk
voor de manier waarop zij in het bloed getransporteerd worden. Er zijn grofweg
drie soorten hormonen:

 Amines (bron: tyrosine, tryptofaan): catecholaminen, schildklierhormoon
(T3/T4).
 “binding proteins” dit voorkomt de vrije distributie, alleen de vrije
fractie is actief.
 Peptiden/eiwitten (bron: peptiden): insuline, LH, FSH.
 Vrij, ongebonden.
 Steroïde hormonen (bron: cholesterol): testosteron, oestrogeen, cortisol.
 “binding proteins”

De secretie van de hormonen verloopt op verschillende manieren:

Neuraal Adrenerg, cholinerg, dopaminerg, serotinerg.
Chronotroop Pulsatiel, dag/nacht ritme, seizoen, slapen/wakker.
Feedbackloops Hormoon-hormoon (HHB as)
Substraat-hormoon (insuline)
Mineraal-hormoon (ADH
$6.55
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
indypietersen

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
indypietersen Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
8 months
Number of followers
0
Documents
18
Last sold
7 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions