PEDIATRIE
KIND MET EEN BEPERKING
DEFINIËRING
= Verstandelijke beperking VS ontwikkelingsachterstand
VERSTANDELIJKE BEPERKING
= wordt gekenmerkt door
Een significante beperking in het intellectueel functioneren (gedefinieerd als een intelligentiequotiënt
(IQ) < 70) én in het adaptief gedrag (of vermogen zich aan te passen aan veranderende
omstandigheden)
Beperking is ontstaan vóór de leeftijd van 18 jaar.
EEN ALGEMENE ONTWIKKELINGSACHTERSTAND.
= Bij jongere kinderen wordt hier vaak over gesproken
➢ Hier is sprake van beperking in 2 of meer ontwikkelingsdomeinen
VB: de fijne of grove motoriek, spraak en interactie
1
, VERKLARING GEBRUIKTE BEGRIPPEN
INTELLECTUEEL FUNCTIONEREN (INTELLIGENTIE)
= hogere cognitieve functies zoals leren, redeneren, probleemoplossend vermogen. Als maat van intelligentie
wordt doorgaans het IQ gebruikt, gemeten met een IQ-test
ADAPTIEF GEDRAG
= hiermee worden voor het dagelijks functioneren essentiële conceptuele, sociale en praktische vaardigheden
bedoeld:
1. CONCEPTUELE VAARDIGHEDEN
= gesproken en geschreven taal, begrip van het concept tijd, omgaan met geld en getallen en eigen
initiatief
2. SOCIALE VAARDIGHEDEN
= sociale interactie en verantwoordelijkheidsgevoel, zelfvertrouwen, weerbaarheid, behoedzaamheid,
probleemoplossend vermogen in sociale context, het kennen en respecteren van regels en wetten
3. PRAKTISCHE VAARDIGHEDEN
= persoonlijke verzorging, werkzaamheden, inschatten en beïnvloeden van de eigen gezondheid, reizen
en openbaar vervoer gebruiken, dagplanning, veiligheid, gebruik van geld, gebruiken van
communicatiemiddelen.
ERNSTIG MEERVOUDIG BEPERKING OF EMB
= hiermee wordt verstaan:
1. Ernstige cognitieve beperking
= totaal IQ < 30 of ontwikkelingsleeftijd < 2 jaar
2. Motorisch functioneren beperkt tot zich niet kunnen voortbewegen of zich kunnen voortbewegen met
hulpmiddelen
2
KIND MET EEN BEPERKING
DEFINIËRING
= Verstandelijke beperking VS ontwikkelingsachterstand
VERSTANDELIJKE BEPERKING
= wordt gekenmerkt door
Een significante beperking in het intellectueel functioneren (gedefinieerd als een intelligentiequotiënt
(IQ) < 70) én in het adaptief gedrag (of vermogen zich aan te passen aan veranderende
omstandigheden)
Beperking is ontstaan vóór de leeftijd van 18 jaar.
EEN ALGEMENE ONTWIKKELINGSACHTERSTAND.
= Bij jongere kinderen wordt hier vaak over gesproken
➢ Hier is sprake van beperking in 2 of meer ontwikkelingsdomeinen
VB: de fijne of grove motoriek, spraak en interactie
1
, VERKLARING GEBRUIKTE BEGRIPPEN
INTELLECTUEEL FUNCTIONEREN (INTELLIGENTIE)
= hogere cognitieve functies zoals leren, redeneren, probleemoplossend vermogen. Als maat van intelligentie
wordt doorgaans het IQ gebruikt, gemeten met een IQ-test
ADAPTIEF GEDRAG
= hiermee worden voor het dagelijks functioneren essentiële conceptuele, sociale en praktische vaardigheden
bedoeld:
1. CONCEPTUELE VAARDIGHEDEN
= gesproken en geschreven taal, begrip van het concept tijd, omgaan met geld en getallen en eigen
initiatief
2. SOCIALE VAARDIGHEDEN
= sociale interactie en verantwoordelijkheidsgevoel, zelfvertrouwen, weerbaarheid, behoedzaamheid,
probleemoplossend vermogen in sociale context, het kennen en respecteren van regels en wetten
3. PRAKTISCHE VAARDIGHEDEN
= persoonlijke verzorging, werkzaamheden, inschatten en beïnvloeden van de eigen gezondheid, reizen
en openbaar vervoer gebruiken, dagplanning, veiligheid, gebruik van geld, gebruiken van
communicatiemiddelen.
ERNSTIG MEERVOUDIG BEPERKING OF EMB
= hiermee wordt verstaan:
1. Ernstige cognitieve beperking
= totaal IQ < 30 of ontwikkelingsleeftijd < 2 jaar
2. Motorisch functioneren beperkt tot zich niet kunnen voortbewegen of zich kunnen voortbewegen met
hulpmiddelen
2