Wetenschapsfilosofie (PABA3023)
Inhoud
The prehistory of Science and Technology Studies (Sismondo, 2010)...................................2
Science and pseudoscience (Hansson, 2021)........................................................................4
What is replication (Nosek & Errington, 2020)........................................................................7
Philosophy of Social Science (Risjord)...................................................................................9
H1 Introduction.................................................................................................................... 9
H2 Objectivity, values and the possibility of a social science............................................12
H3 Theories, interpretations and concepts........................................................................14
H4 Interpretive methodology.............................................................................................16
H5 Action and Agency......................................................................................................19
H6 Modeling and Explaining.............................................................................................24
H7 Reductionisme............................................................................................................. 27
H8 Race and Other Social Constructions..........................................................................29
H9 Social norms................................................................................................................ 31
H10 Intentions, Institutions and Collective Action..............................................................34
H11 Causality and Law in the Social World.......................................................................36
,The prehistory of Science and Technology Studies
(Sismondo, 2010)
Er zijn veel discussies over wat wetenschap is. Vanuit het eerste perspectief is wetenschap
een formele activiteit, die kennis creeërt en optelt door het direct te confronteren met de
natuurlijke wereld. De systematische methode is belangrijk. Twee belangrijke filosofische
benaderingen in de wetenschap zijn het logisch positivisme (Wiener Kreis) en
falsificationisme (Popper). Logisch positivisten vinden dat de betekenis van een
wetenschappelijke theorie door empirische en logische overwegingen wordt gemaakt. Via
individuele data worden algemene stellingen ontwikkeld (inductief). Het positivisme heeft wel
wat problemen: als betekenis wordt gereduceerd naar observaties, kunnen twee theorieën
hetzelfde voorspellen, maar toch een andere betekenis hebben. Daarnaast is data vaak niet
terug te vinden in de theorie, omdat theorieën heel abstract zijn.
Inductieprobleem van Hume: er is niet een oneindig aantal casussen om waar te nemen. Je
hebt altijd een eindig aantal. Inductie is dus niet absoluut universeel geldig.
Popper vond in zijn demarcatiecriteria een lijn tussen wetenschap en non-wetenschap:
wetenschappelijke theorieën maken risicovolle voorspellingen en zijn falsifieerbaar.
Pseudowetenschap kunnen niet bekritiseerd worden en kunnen ieder feit verklaren.
Falsifieerbaarheid kent enkele problemen: wetenschappelijke theorieën zijn over het
algemeen vrij abstract, waardoor de meeste theorieën volgens Popper geen Wetenschap
zouden zijn. Bovendien zoeken wetenschappers vaak een verklaring om incorrecte
voorspellingen uit te leggen, in plaats van de theorieën te verwerpen.
Duhem-Quine thesis: een theorie kan nooit helemaal in isolatie worden getest. Je toetst het
hele web van overtuigingen en aannames. Als een voorspelling fout is, kan dit aan de
theorie liggen. Het kan echter ook aan de data, extra hypothesen, instrumenten of methoden
liggen. Dit is dus een deductieprobleem, omdat je ind e echte wereld met meer dan alleen
theorieën te maken hebt.
Realisme is dat de meeste wetenschappelijke theorieën ongeveer waar zijn. Dit komt door
steeds meer precisie, waardoor we dingen beter begrjipen. Daarnaast kom je tijdens het
maken van theorieën steeds dichterbij de waarheid. Ook door falisifiëren ken je de waarheid
steeds beter. Daarnaast worden methoden steeds systematischer, waardoor wetenschap
verbetert.
Wat gemeenschappelijk is bij heel veel van deze theorieën is dat normen de bron van het
succes van de wetenschap is. Voor positivisten is de kern dat theorieën de logische
representatie van data zijn. Voor falsificationisten spreken moeten theorieën verworpen
worden als data het tegenspreekt. Voor realisten zijn goede methoden de basis van
wetenschappelijke voortgang. Voor functionalisten zijn normen de regels die
wetenschappelijk gedrag reguleren.
A View of Technology
Technologie vervult een secundaire rol, omdat het vaak wordt gezien als toepassing van
wetenschap. Technologen identificeren behoeften, problemen en kansen en combineren
2
,kennis om dit te beantwoorden. Het combineert wetenschap met praktische creativiteit. De
vragen hierin gaan over de effecten: bepaalt technologie sociale relaties? Promoot
technologie vrijheid? Dit soort vragen komen naar voren. Als technologie een toegepaste
wetenschap is, wordt het beperkt door de beperkingen van de wetenschappelijke kennis.
Echter stelt een ander perspectief dat technologie sociale structuren en menselijke actie
bepaalt. Mensen handelen in de context van beschikbare technologie en daarom kunnen
menselijke relaties alleen begrepen worden in de context van technologie.
Mumford stelt dat technologie in twee varianten komt:
- Polytechniek is levensgeoriënteerd en is geïntegreerd met de brede menselijke
behoeften en mogelijkheden. Het produceert kleinschalige en veelzijdige tools die
nuttig zijn voor menselijke doelen.
- Monotechniek produceert mega machines die kracht drastisch kunnen
vermeerderen, maar door regulatie en ontmenselijking.
Een technologisch wereldbeeld leidt volgens Heidegger tot loskoppeling van de wereld.
Zowel voor Mumford en Heidegger wordt moderne technologie gevormd door
wetenschappelijke rationaliteit. Ook Dewey (pragmatist) ziet wetenschap als theoretische
technologie en technologie als toegepaste wetenschap. Een pragmatist ziet rationeel
denken als instrumenteel.
3
, Science and pseudoscience (Hansson, 2021)
Purpose of demarcations
Het demarcatieprobleem heeft zowel theoretisch als praktisch nut. Theoretisch gezien
draagt het bij aan de filosofie om kennis helder vorm te geven. Praktisch is het belangrijk
voor het maken van keuzes. Pogingen om kennis te definiëren heeft een lange geschiedenis
en is terug te leiden naar Aristoteles’ posterior analytics. In de 20e eeuw werd wetenschap
naast pseudowetenschap gezet.
The science of pseudoscience
Pseudoscience heeft een denigerende lading. Science wordt vooral gebruikt voor
natuurwetenschappen en dergelijke onderzoeksvelden. Wetenschap is een feit-vindende
praktijk. Het is accuraat.
The pseudo of pseudoscience
Het is niet zo dat alle onderzoek die geen science zijn pseudoscience zijn. Daarom heeft
Mahner parascience toegevoegd: dit is voor alles wat niet wetenschappelijk en niet
pseudowetenschappelijk is. Wetenschap kent ook eenintern demarcatieprobleem om
onderscheid te maken tussen goede en slechte wetenschap.
Onwetenschappelijk is smaller dan niet-wetenschappelijk, omdat onwetenschappelijk een
bepaald conflict met wetenschap heeft. Pseudoscience is dan weer smaller dan
onwetenschappelijk, want onwetenschappelijk gaat meer over mismetingen e.d.
Pseudoscience is volgens de etymologie een verzameling overtuigingen over de wereld die
ten onrechte als wetenschap worden gezien.
Twee activiteiten om pseudowetenschappelijk te zijn:
- Niet wetenschappelijk zijn
- De belangrijkste voostanders proberen de impressie te wekken dat het wetenschap
is.
Een probleem met deze definitie is dat het te breed is. Fraude wordt bijvoorbeeld niet als
pseudowetenschap gezien, maar het voldoet wel aan de twee criteria. Er is dan een
deviante doctrine.
De term wetenschap heeft een geïndividualiseerd en niet-geïndividualiseerd gevoel. De
geïndividualiseerde is een wetenschappelijke tak van kennis. De niet-geïndividualiseerde
gebruikt wetenschap als voorbeeld. Pseudoscience zit vooral in de geïndividualiseerde tak.
Daarnaast is het van belang dat het als wetenschap wordt gebruikt. De herziene definitie
van pseudowetenschap is:it is part of a doctrine whose major proponents try to create the
impression that it represents the most reliable knowledge on its subject matter that is
currently available.
Alternatieve demarcatiecriteria
De meeste discussies gaan over normatieve problemen met de demarcatie van
pseudowetenschap, bijvoorbeeld het missen van de wetenschappelijke kwaliteit van
pseudowetenschap. Je kan het perspectief van de logisch positivisten of de falsificationisten
meenemen in de criteria. Kuhn ziet de capaciteit van puzzels oplossen als essentieel
kenmerk van normale wetenschap. Volgens Thagard is een theorie pseudowetenschappelijk
4