H3
Hoofdstuk 3 : Infecties van de maag-darm tractus
1.Inleiding
Tabel op dia 24 afdrukken (alle MO die we bespreken)
Dagelijkse passage van grote hoeveelheden bacteriën.
Maag – dunne darm – dikke darm
Sommige delen bevatten zeer uitgebreide flora.
Commensale flora speelt een belangrijke rol :
Verdediging van de maag/darmtractus tegen exogene bacteriën
1.1. Verdediging van maag/darm tractus
1) Maagzuur :
Hoge zuurtegraad geven weinig bacteriën overlevingskansen.
Grote gevoeligheid van maagdarminfecties ten gevolge van :
o Bacteriën in voedselbolussen, bijzonder van vet.
o Hogere pH ten gevolgde van medische ingrepen.
2) Galzure zouten in dunne darm:
Inhiberend of lethaal voor vele bacteriën.
Uitzonderingen hierop zijn de Enterobacteriaceae (McConkey agar)
Grote hoeveelheden proteolytische enzymen
Sterke gevasculariseerde darmmucosa van de dunne darm.
o Zeer aantrekkelijk voor de aanhechting van bacteriën.
o Ideale ingangspoort voor toxines.
3) Commensale flora
Bestaande uit anaërobe bacteriën, sporevormers en facultatief anaërobe
bacteriën zoals de enterobacteriën: kolonisatieresistentie
Antibiotica kunnen het evenwicht verstoren
4) Darmmotiliteit:
Zorgt ervoor dat bacteriën snel uit de darm verdwijnen.
Vnl. in dunne darm
Bij stasis: Overgroei van bacteriën
Diarree: Mechanisme dat optreedt om zo snel mogelijk de pathogenen te
verwijderen.
5) Immuunsysteem
1.2. Verwekkers van een infectie/intoxicatie van de
maag/darm tractus
Enterobacteriaceae
Salmonella enterica
Shigella sp.
Yersinia enterocolitica
Escherichia coli
Vibrio cholerae
Campylobacter jejuni/coli
1
,H3
Helicobacter pylori
Clostridium difficile
Bacillus cereus
Verwekkers van een invasieve infectie
Generalisatie : Niet enkel gelokaliseerd in de darm.
MO komen via voedsel en water in het gastro-intestinaal stelsel, maar kunnen via
de bloedbaan ergens ander in het lichaam terechtkomen.
Salmonella typhi/paratyphi
Listeria monocytogenes
Bacteroides fragilis
Verwekkers van een intoxicatie
Staphylococcus aureus
Bacillus cereus
Clostridium botulinum
1.3. Voedselinfectie (VTI : voedsel-toxico infecties)
Voedsel bevat levende micro-organismen (enteropathogenen) en deze worden
opgenomen in het lichaam.
Deze MO kunnen in de darm gastro-enteritis (infectie) veroorzaken
De levende MO kunnen in de darm :
Toxines produceren (enterotoxigeen) waterige diarree
Darmepitheel invaderen (entero-invasief) hevige reactie van het
immuunsysteemn, witte bloedcellen worden aangetrokken om deze reactie
te inhibiteren, gevolg ontstekingsreacties slijm en bloed in de stoelgang.
De meeste MO kunnen beide
Een aantal invaderende stammen kunnen via de bloedbanen andere
lichaamsdelen infecteren
Relatief lage incubatietijden
Ernst van de voedselinfectie afhankelijk van:
Virulentie of ziekmakend vermogen van het micro-organisme
Weerstand gastheer (YOPI)
Aantal opgenomen micro-organismen
Minimale infectiedosis MID
Bronnen:
MO aanwezig in darm van mens en dier en in oppervlaktewateren.
o Enterobacteriaceae: Salmonella, Shigella, Yersinia en E.coli
o Campylobacter
Overdracht:
Tijdens de slacht (Darmen intact houden bij slachten)
Via handen van voedselbereider ( toilethygiëne!)
Via besmet keuken gerei , kruiscontaminatie tussen bereide en rauwe
levensmiddelen
Incidentie:
Virale infecties > bacteriële infecties
Daling van het aantal infecties door voorzorgsmaatregelen
2
, H3
Werkelijke incidentie > gerapporteerde gevallen
o Milde aandoening
o Geen analyse
o Geen rapportering aan het Ministerie van Volksgezondheid
Voorkomen / belang van VTI
Zeer frequent voorkomende infecties
In Europa de voornaamste groep van ziekten na aandoeningen van het
ademhalingsstelsel
Lage mortaliteit
Seizoensgebonden
Vnl. tijdens de zomermaanden
“Outbreak”
Minstens 2 zieken door eenzelfde bron
Verwekkers VTI’s
Van elke bacterie volgt de studie van :
Morfologie
Virulentiefactoren
Pathologie
Cultuur en identificatie
(Antibiogram/antibioticaresistentie)
1.4. Voedselintoxicatie
= voedselvergiftiging
Geen levende MO, maar wel toxines.
Productie van toxinen in levensmiddelen of opname van toxinen
Een MO produceert tijdens het leven metabolieten en deze zijn toxis voor de
mens.
Hittebestendig
Exotoxinen (opgenomen via voedsel en komt in de darm terecht en gaat via de
bloedbanen naar de hersenen en veroorzaakt daar problemen) / enterotoxinen
(niet geproduceerd in de darm, maar werkt wel in op de darm)
Stafylotoxine door Staphylococcus aureus
Cereulide door Bacillus cereus
Botuline door Clostridium botulinum
Aflatoxine (mycotoxine) door Aspergillus flavus (schimmel dat mico-toxine
produceert)
o De toxines gaan enkel op lange termijn problemen veroorzaken
(vaak leverproblemen)
Korte incubatietijden
Ernst van de voedselintoxicatie (voedselvergiftiging) afhankelijk van:
Soort toxine
o Gastro-enteritis door stafylotoxine en cereulide
o Botulisme door botuline
o Carcinogene werking op lever en nieren door mycotoxinen
Concentratie van het opgenomen toxine
3
Hoofdstuk 3 : Infecties van de maag-darm tractus
1.Inleiding
Tabel op dia 24 afdrukken (alle MO die we bespreken)
Dagelijkse passage van grote hoeveelheden bacteriën.
Maag – dunne darm – dikke darm
Sommige delen bevatten zeer uitgebreide flora.
Commensale flora speelt een belangrijke rol :
Verdediging van de maag/darmtractus tegen exogene bacteriën
1.1. Verdediging van maag/darm tractus
1) Maagzuur :
Hoge zuurtegraad geven weinig bacteriën overlevingskansen.
Grote gevoeligheid van maagdarminfecties ten gevolge van :
o Bacteriën in voedselbolussen, bijzonder van vet.
o Hogere pH ten gevolgde van medische ingrepen.
2) Galzure zouten in dunne darm:
Inhiberend of lethaal voor vele bacteriën.
Uitzonderingen hierop zijn de Enterobacteriaceae (McConkey agar)
Grote hoeveelheden proteolytische enzymen
Sterke gevasculariseerde darmmucosa van de dunne darm.
o Zeer aantrekkelijk voor de aanhechting van bacteriën.
o Ideale ingangspoort voor toxines.
3) Commensale flora
Bestaande uit anaërobe bacteriën, sporevormers en facultatief anaërobe
bacteriën zoals de enterobacteriën: kolonisatieresistentie
Antibiotica kunnen het evenwicht verstoren
4) Darmmotiliteit:
Zorgt ervoor dat bacteriën snel uit de darm verdwijnen.
Vnl. in dunne darm
Bij stasis: Overgroei van bacteriën
Diarree: Mechanisme dat optreedt om zo snel mogelijk de pathogenen te
verwijderen.
5) Immuunsysteem
1.2. Verwekkers van een infectie/intoxicatie van de
maag/darm tractus
Enterobacteriaceae
Salmonella enterica
Shigella sp.
Yersinia enterocolitica
Escherichia coli
Vibrio cholerae
Campylobacter jejuni/coli
1
,H3
Helicobacter pylori
Clostridium difficile
Bacillus cereus
Verwekkers van een invasieve infectie
Generalisatie : Niet enkel gelokaliseerd in de darm.
MO komen via voedsel en water in het gastro-intestinaal stelsel, maar kunnen via
de bloedbaan ergens ander in het lichaam terechtkomen.
Salmonella typhi/paratyphi
Listeria monocytogenes
Bacteroides fragilis
Verwekkers van een intoxicatie
Staphylococcus aureus
Bacillus cereus
Clostridium botulinum
1.3. Voedselinfectie (VTI : voedsel-toxico infecties)
Voedsel bevat levende micro-organismen (enteropathogenen) en deze worden
opgenomen in het lichaam.
Deze MO kunnen in de darm gastro-enteritis (infectie) veroorzaken
De levende MO kunnen in de darm :
Toxines produceren (enterotoxigeen) waterige diarree
Darmepitheel invaderen (entero-invasief) hevige reactie van het
immuunsysteemn, witte bloedcellen worden aangetrokken om deze reactie
te inhibiteren, gevolg ontstekingsreacties slijm en bloed in de stoelgang.
De meeste MO kunnen beide
Een aantal invaderende stammen kunnen via de bloedbanen andere
lichaamsdelen infecteren
Relatief lage incubatietijden
Ernst van de voedselinfectie afhankelijk van:
Virulentie of ziekmakend vermogen van het micro-organisme
Weerstand gastheer (YOPI)
Aantal opgenomen micro-organismen
Minimale infectiedosis MID
Bronnen:
MO aanwezig in darm van mens en dier en in oppervlaktewateren.
o Enterobacteriaceae: Salmonella, Shigella, Yersinia en E.coli
o Campylobacter
Overdracht:
Tijdens de slacht (Darmen intact houden bij slachten)
Via handen van voedselbereider ( toilethygiëne!)
Via besmet keuken gerei , kruiscontaminatie tussen bereide en rauwe
levensmiddelen
Incidentie:
Virale infecties > bacteriële infecties
Daling van het aantal infecties door voorzorgsmaatregelen
2
, H3
Werkelijke incidentie > gerapporteerde gevallen
o Milde aandoening
o Geen analyse
o Geen rapportering aan het Ministerie van Volksgezondheid
Voorkomen / belang van VTI
Zeer frequent voorkomende infecties
In Europa de voornaamste groep van ziekten na aandoeningen van het
ademhalingsstelsel
Lage mortaliteit
Seizoensgebonden
Vnl. tijdens de zomermaanden
“Outbreak”
Minstens 2 zieken door eenzelfde bron
Verwekkers VTI’s
Van elke bacterie volgt de studie van :
Morfologie
Virulentiefactoren
Pathologie
Cultuur en identificatie
(Antibiogram/antibioticaresistentie)
1.4. Voedselintoxicatie
= voedselvergiftiging
Geen levende MO, maar wel toxines.
Productie van toxinen in levensmiddelen of opname van toxinen
Een MO produceert tijdens het leven metabolieten en deze zijn toxis voor de
mens.
Hittebestendig
Exotoxinen (opgenomen via voedsel en komt in de darm terecht en gaat via de
bloedbanen naar de hersenen en veroorzaakt daar problemen) / enterotoxinen
(niet geproduceerd in de darm, maar werkt wel in op de darm)
Stafylotoxine door Staphylococcus aureus
Cereulide door Bacillus cereus
Botuline door Clostridium botulinum
Aflatoxine (mycotoxine) door Aspergillus flavus (schimmel dat mico-toxine
produceert)
o De toxines gaan enkel op lange termijn problemen veroorzaken
(vaak leverproblemen)
Korte incubatietijden
Ernst van de voedselintoxicatie (voedselvergiftiging) afhankelijk van:
Soort toxine
o Gastro-enteritis door stafylotoxine en cereulide
o Botulisme door botuline
o Carcinogene werking op lever en nieren door mycotoxinen
Concentratie van het opgenomen toxine
3