H4
Enterobacteriaceae
Inleiding
Algemene eigenschappen van enterobacteriaceae
Gramnegatieve bacillen
Zeer verspreid in de natuur en op het darmslijmvlies van mens en dier
30-tal genera en 70-tal species
Facultatief anaeroob
Snelle glucosevergisters
Cytochroomoxidase negatief
Nitraatreductie tot nitriet
Enteropathogenen
Verwekkers van enteritis zijn :
Salmonella
Shigella
Yersinia enterocolitica
E. coli bepaalde serotypen
Commensalen
Meeste E. coli >109/g faeces
Klebsiella pneumoniae
Proteus mirabilis
Opportunistische of nosocomiale pathogenen
Tot de transiënte darmflora behoren
Enterobacter
Serratia
Citrobacter
Morganella
Providencia
Veel resistenter tegen antibiotica
Kolonisatie van patiënten behandeld met antibiotica.
Geringe pathogeniteit
Identificatie enterobacteriaceae
Vanuit de groei op isolatiebodems (McC en BA).
Identificatie d.m.v. identificatiebodems en biochemische testen.
Serotypering met specifieke antisera van enteropathogenen.
1
, H4
Identificatiebodems
Korte reeks : KIA, MIU, citraat, …
Lange reeks : FAM (fenylalanine malonaat), ONPG, Lysine, Ornithine en
Arginine decarboxylase en Methylrood/Voges Proskauer
MIU : Motility Indol Urease
Halfvaste bodem, wordt geënt met steekenting
3 Eigenschappen aflezen :
Beweeglijkheid: troebele of heldere voedingsbodem.
Urease-activiteit wordt aangetoond door alkalinisatie (gevormde
ammoniak) met roze verkleuring van fenolroodindicator.
Indolproductie wordt aangetoond door toevoeging van het KOVACS-
reagens.
Simmons Citraat agar
VB met natriumcitraat als enige koolstofbron
Broomthymolblauw als indicator
Ammoniumfosfaat als enige stikstofbron
1 eigenschap nagaan
Als bacteriën kunnen groeien in aanwezigheid van een eenvoudige
C-bron zoals natriumcitraat in aanwezigheid van een niet organische
N-bron dan veroorzaakt dit alkalinisatie.
Dit is zichtbaar door blauwverkleuring van de bodem.
Commerciële systemen
API : Analytical profile index
Eén teststrip bestaat uit een aantal microtubes die gedehydrateerde
substraten bevatten.
Deze worden geïnoculeerd met de in suspensie gebrachte bacteriën.
Tijdens de incubatie ontstaan er kleurveranderingen, spontaan of na het
toedienen van reagentia.
Op basis van het ontstane kleurenpatroon kan de bacterie geïdentificeerd
worden.
Enterobacteriacea
Salmonella – Shigella – Yersinia – E. coli
Salmonella Enterica
Gram negatief, facultatief anaeroob, niet-sporenvormend en staafvormig
Habitat = intestinale traject van mens en dier
Besmetting gebeurt faeco-oraal
Pathogeen bij mens en dier
2
Enterobacteriaceae
Inleiding
Algemene eigenschappen van enterobacteriaceae
Gramnegatieve bacillen
Zeer verspreid in de natuur en op het darmslijmvlies van mens en dier
30-tal genera en 70-tal species
Facultatief anaeroob
Snelle glucosevergisters
Cytochroomoxidase negatief
Nitraatreductie tot nitriet
Enteropathogenen
Verwekkers van enteritis zijn :
Salmonella
Shigella
Yersinia enterocolitica
E. coli bepaalde serotypen
Commensalen
Meeste E. coli >109/g faeces
Klebsiella pneumoniae
Proteus mirabilis
Opportunistische of nosocomiale pathogenen
Tot de transiënte darmflora behoren
Enterobacter
Serratia
Citrobacter
Morganella
Providencia
Veel resistenter tegen antibiotica
Kolonisatie van patiënten behandeld met antibiotica.
Geringe pathogeniteit
Identificatie enterobacteriaceae
Vanuit de groei op isolatiebodems (McC en BA).
Identificatie d.m.v. identificatiebodems en biochemische testen.
Serotypering met specifieke antisera van enteropathogenen.
1
, H4
Identificatiebodems
Korte reeks : KIA, MIU, citraat, …
Lange reeks : FAM (fenylalanine malonaat), ONPG, Lysine, Ornithine en
Arginine decarboxylase en Methylrood/Voges Proskauer
MIU : Motility Indol Urease
Halfvaste bodem, wordt geënt met steekenting
3 Eigenschappen aflezen :
Beweeglijkheid: troebele of heldere voedingsbodem.
Urease-activiteit wordt aangetoond door alkalinisatie (gevormde
ammoniak) met roze verkleuring van fenolroodindicator.
Indolproductie wordt aangetoond door toevoeging van het KOVACS-
reagens.
Simmons Citraat agar
VB met natriumcitraat als enige koolstofbron
Broomthymolblauw als indicator
Ammoniumfosfaat als enige stikstofbron
1 eigenschap nagaan
Als bacteriën kunnen groeien in aanwezigheid van een eenvoudige
C-bron zoals natriumcitraat in aanwezigheid van een niet organische
N-bron dan veroorzaakt dit alkalinisatie.
Dit is zichtbaar door blauwverkleuring van de bodem.
Commerciële systemen
API : Analytical profile index
Eén teststrip bestaat uit een aantal microtubes die gedehydrateerde
substraten bevatten.
Deze worden geïnoculeerd met de in suspensie gebrachte bacteriën.
Tijdens de incubatie ontstaan er kleurveranderingen, spontaan of na het
toedienen van reagentia.
Op basis van het ontstane kleurenpatroon kan de bacterie geïdentificeerd
worden.
Enterobacteriacea
Salmonella – Shigella – Yersinia – E. coli
Salmonella Enterica
Gram negatief, facultatief anaeroob, niet-sporenvormend en staafvormig
Habitat = intestinale traject van mens en dier
Besmetting gebeurt faeco-oraal
Pathogeen bij mens en dier
2