ALGEMEEN
RECHTSTHEORETISCH UITGANGSPUNT
1. Studie-object (voorwerp dat we gaan bestuderen): bestaand recht (= lex lata ≠ lex ferenda)
Rechtspraak = juridische realiteit = concrete beslissingen genomen door rechters in specifieke
feitensituaties (af te leiden uit vonnissen en arresten via empirische waarnemingen)
Recht = sociaal feit = systematiek in de rechtspraak (de regelmaat die ervoor zorgt dat als je bepaalde
feiten voorlegt, dat je een bepaalde uitspraak zal krijgen) voorspelbaarheid O.W. HOLMES
o Als je voorspelt wat de rechters zullen doen, dan ga je erop anticiperen om te vermijden dat
je wordt veroordeeld
2. Theorie: poging om de realiteit te vatten in een aantal onderling consistente wetmatigheden
Rechtsleer = doctrine = een talige (in woorden en syntax) weergave van het recht
o Positieve rechtsleer de lege lata
o ≠ normatieve rechtsleer de lege ferenda
Doctrine = motivering in rechterlijke beslissing
o ≠ recht (ontologisch)
3. Rechtsregel : feitelijke wetmatigheid in rechterlijke beslissingen in functie van feiten
≠ empirisch waarneembare wet = tekst = bron van recht wet ≠ recht
Bestaat (‘toont zich’) alleen in de ‘werking’ ervan (‘toepassing’)
o Geformuleerde regel = theoretische constructie die bestaand recht zou weergeven
o Conformiteit beslissingen
4. Praktijk: discussie mogelijk over welke regel het recht het meest accuraat weergeeft
DUS aandacht aan alternatieve doctrines voor zelfde bestaande recht (er zijn verschillende
manieren om hetzelfde uit te leggen)
Gangbare doctrine = regels die volgens meeste juristen het recht accuraat weergeven, de
opinie die de meeste juristen delen
OVERZICHT VAN DE LEERSTOF
Thema: niet-contractuele verbintenissen tot schadeloosstelling
Klassiek: buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht grootste deel en core van de cursus
Andere schadevergoedingsmechanismen nodig om verbanden te zien met core
Indemnitaire verzekeringen
o Particuliere rechtstreekse eigenschadeverzekering
o Sociale rechtstreekse eigenschadeverzekering (ziekte & invaliditeit)
o Eigenschadeverzekering ten behoeve van derden (arbeidsongevallen)
Wettelijk opgelegde vergoedingsplicht verkeersschade WAM-verzekeraars
o Letselschade: medische ongevallen, gevallen waarin iemand schade heeft wegens
, medische ingrijpen
o Ongeval zonder vaststelbare aansprakelijkheid
Schadefondsen: alternatieve regelingen om schade vergoed te krijgen als het niet kan komt tot
aansprakelijkheid
HOOFDSTUK 1. INLEIDING
CONCEPTUELE SITUERING
HET BEGRIP AANSPRAKELIJKHEID
Is aansprakelijkheid een bron van verbintenissen?
Art. 5.3, lid 1 BW:
“Verbintenissen ontstaan uit een rechtshandeling (vooral contracten), uit een oneigenlijk contract,
uit de buitencontractuele aansprakelijkheid of uit de wet.”
– BA wordt dus vermeld als een bron van verbintenissen
– Bij nader inzien wordt het echter accurater omschreven als een verbintenis, en niet als een
bron ervan
Aansprakelijkheid (dédommagement) is de basis voor het recht op/de plicht tot schadeloosstelling
DUS aansprakelijkheid = verbintenis = een rechtsband op grond waarvan een SE van een SA,
indien nodig in rechte, de uitvoering van een prestatie mag eisen (art. 5.1 BW)
= rechtsgevolg dat objectief recht koppelt aan bepaalde feiten => aansprakelijkheid is een
verbintenis die ontstaat dootdat een rechtsregel aan bepaalde feiten het rechtsgevolg koppelt
dat er een verplichting tot schadeloosstelling ontstaat
Bron van aansprakelijkheid = rechtsregel (slides 01-29 -> 01-32) + (rechts)feit (slide 01-05)
– = de combinatie van een rechtsregel en bepaalde feitengehelen waaruit volgens deze regel
aansprakelijkheid spruit, waarvan een schadeveroorzakende fout een voorbeeld is
RECHTSFEITEN
Délits et quasi-délits =. De verbintenissen die hun oorsprong vinden in de eigen daad van degene die
verbonden is ontstaan ofwel uit oneigenlijke contracten, ofwel uit misdrijven of oneigenlijke misdrijven art.
1370, lid 4 oud BW (de vervanger is art. 5.3, lid 1 BW)
Structuur gangbare doctrine analyse
Constitutieve bestanddelen/elementen van een rechtsfeit = de bestaansvoorwaarden voor
aansprakelijkheid (de aansprakelijkheid ontstaat als het rechtsfeit er is, die rechtsfeit omvat 3
elementen => DUS het zijn geen elementen van de aansprakelijkheid)
o Schade (slides 02)
o Veroorzaakt door (= causaliteit) (slides 04)
o Tot aansprakelijkheid leidend feit (hierna ‘TALF’) (slides 03,05 en 06)
, => slechts hun co-existentie vormt dus een rechtsfeit, afzonderlijk genereren ze geen
rechtsgevolgen
=> aansprakelijkheid als een rechtsgevolg: de verbintenis tot schadeloosstelling ontstaat indien de in de
aansprakelijkheidsregel voor aansprakelijkheid vereiste feiten – de bestaansvoorwaarden voor
aansprakelijkheid – aanwezig zijn.
– Betekent dat het ‘bestaan’ van aansprakelijkheid nooit kan of moet worden bewezen. Het zijn de
feiten die volgens de regel de voorwaarden voor aansprakelijkheid vormen, die in geval van betwisting
moeten worden bewezen
CONTRACTUEEL V. EXTRACONTRACTUEEL
Contractuele aansprakelijkheid Buitencontractuele aansprakelijkheid
Frans FR: responsabilité contractuelle FR: responsabilité extracontractuelle
Engels ENG: contractual liability ENG: extra-contractual liabilty
Begrip (secundaire) verbintenis tot reparatie of (primaire) verbintenis tot reparatie of
compensatie van schade ten gevolge van compensatie van schade die niet het gevolg is
een wanprestatie = niet-nakoming van van een niet-nakoming van een contractuele
de primaire verbintenis (degene die uit verbintenis
het contract voortvloeit en niet werd
nageleefd)
Extra Alternatief/complement voor Subjectieve/foutaansprakelijkheid =
(dwang)uitvoering van een contractuele schade door eigen fout, tekortkoming
verbintenis => ENG: fault liabilty
Objectieve aansprakelijkheid = schade
ontstaan door ander rechtsfeit dan
eigen fout (niet te wijten aan jouw
eigen fout) => FR: responsabilité
objective/stricte; ENG: strict liabilty
FUNCTIE AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT 1
RELEVANTIE VAN DE FUNCTIE VAN EEN JURIDISCHE REGELING
Teleologische interpretatie van geformuleerde regels (bv. kijken wat de bedoeling van de wettekst is)
o De wil van de wetgever is niet vol te houden
o Alternatief? => je interpreteert de tekst op zo’n manier dat die
interpretatie het beste het doel bereikt waarvoor de tekst dient. Het doel is
de functie die de rechtsregel vandaag heeft
Toetsing aan gelijkheidsbeginsel (art. 10 GW)
, o Reden: om te kunnen toetsen/oordelen moet je weten wat de functies van de regel zijn
o Stap 1: zijn er verschillen?
o Stap 2: waarom zijn er verschillen?
o Stap 3: zijn de verschillen noodzakelijk?
o Stap 4: zijn de verschillen pertinent? => ten aanzien van het doel
VAAK VOORGEHOUDEN (MAAR TE VERWERPEN) FUNCTIES
1. Vergoeden of preventie van schade = bescherming (potentieel) benadeelden
Slachtoffervriendelijkheid zou een na te streven doel zijn in het aansprakelijkheidsrecht
Makkelijk te verwerpen: de functie van een juridische regeling kan niet bestaan in het algemeen
bereiken van een resultaat als dat resultaat volgens diezelfde regeling alleen volgt in die gevallen
waarin voldaan is aan in de regeling gestelde voorwaarden
Bedenkingen:
? waarom dan alleen aansprakelijkheid indien schade veroorzaakt door TALF?
o Het enige gevolg van dit vereiste is dat er in bepaalde gevallen geen
aansprakelijkheid zal zijn, namelijk wanneer er geen TALF is. maar vermits
het doel schade vergoeden is, zou er nog maar 1 vereiste moeten zijn,
namelijk schade
dit zou functioneel zijn. elk bijkomend eis die je stelt neemt af van
dat doel
aansprakelijkheidsrecht bepaalt wanneer wel en wanneer niet schadeloosstelling
= verwarring functie aansprakelijkheid en functie aansprakelijkheidsrecht
o de functie van aansprakelijkheid is schade vergoeden en de functie van het
aansprakelijkheidsRECHT is beslissen in welke gevallen we gaan vergoeden en in welke niet
(schadelast toewijzen). vandaar is er geen a priori reden dat het slachtoffervriendelijk en dus in
zoveel mogelijk gevallen moet gebeuren
o dat bij aansprakelijkheid schade wordt vergoed, is dus een mogelijk effect van het
aansprakelijkheidsrecht, maar niet de functie ervan
Conclusie: verwarring van de functie van aansprakelijkheidsrecht met de functie van aansprakelijkheid
Het is dan ook net omdat het aansprakelijkheidsrecht niet de functie heeft benadeelden te beschermen door
schade te vergoeden, dat alternatieve schadevergoedingsregelingen zijn ontstaan
2. Repressie = vermijden onwenselijk gedrag = handhaving primaire gedragsregels
het wordt gezien als een soort sanctieregeling. Dit klopt ook niet
? waarom dan alleen i.g.v. schade en vergoeding beperkt tot schade?
o Als de functie zou zijn om de regels te laten naleven, dan zou schade een irrelevant facet
moeten zijn
RECHTSTHEORETISCH UITGANGSPUNT
1. Studie-object (voorwerp dat we gaan bestuderen): bestaand recht (= lex lata ≠ lex ferenda)
Rechtspraak = juridische realiteit = concrete beslissingen genomen door rechters in specifieke
feitensituaties (af te leiden uit vonnissen en arresten via empirische waarnemingen)
Recht = sociaal feit = systematiek in de rechtspraak (de regelmaat die ervoor zorgt dat als je bepaalde
feiten voorlegt, dat je een bepaalde uitspraak zal krijgen) voorspelbaarheid O.W. HOLMES
o Als je voorspelt wat de rechters zullen doen, dan ga je erop anticiperen om te vermijden dat
je wordt veroordeeld
2. Theorie: poging om de realiteit te vatten in een aantal onderling consistente wetmatigheden
Rechtsleer = doctrine = een talige (in woorden en syntax) weergave van het recht
o Positieve rechtsleer de lege lata
o ≠ normatieve rechtsleer de lege ferenda
Doctrine = motivering in rechterlijke beslissing
o ≠ recht (ontologisch)
3. Rechtsregel : feitelijke wetmatigheid in rechterlijke beslissingen in functie van feiten
≠ empirisch waarneembare wet = tekst = bron van recht wet ≠ recht
Bestaat (‘toont zich’) alleen in de ‘werking’ ervan (‘toepassing’)
o Geformuleerde regel = theoretische constructie die bestaand recht zou weergeven
o Conformiteit beslissingen
4. Praktijk: discussie mogelijk over welke regel het recht het meest accuraat weergeeft
DUS aandacht aan alternatieve doctrines voor zelfde bestaande recht (er zijn verschillende
manieren om hetzelfde uit te leggen)
Gangbare doctrine = regels die volgens meeste juristen het recht accuraat weergeven, de
opinie die de meeste juristen delen
OVERZICHT VAN DE LEERSTOF
Thema: niet-contractuele verbintenissen tot schadeloosstelling
Klassiek: buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht grootste deel en core van de cursus
Andere schadevergoedingsmechanismen nodig om verbanden te zien met core
Indemnitaire verzekeringen
o Particuliere rechtstreekse eigenschadeverzekering
o Sociale rechtstreekse eigenschadeverzekering (ziekte & invaliditeit)
o Eigenschadeverzekering ten behoeve van derden (arbeidsongevallen)
Wettelijk opgelegde vergoedingsplicht verkeersschade WAM-verzekeraars
o Letselschade: medische ongevallen, gevallen waarin iemand schade heeft wegens
, medische ingrijpen
o Ongeval zonder vaststelbare aansprakelijkheid
Schadefondsen: alternatieve regelingen om schade vergoed te krijgen als het niet kan komt tot
aansprakelijkheid
HOOFDSTUK 1. INLEIDING
CONCEPTUELE SITUERING
HET BEGRIP AANSPRAKELIJKHEID
Is aansprakelijkheid een bron van verbintenissen?
Art. 5.3, lid 1 BW:
“Verbintenissen ontstaan uit een rechtshandeling (vooral contracten), uit een oneigenlijk contract,
uit de buitencontractuele aansprakelijkheid of uit de wet.”
– BA wordt dus vermeld als een bron van verbintenissen
– Bij nader inzien wordt het echter accurater omschreven als een verbintenis, en niet als een
bron ervan
Aansprakelijkheid (dédommagement) is de basis voor het recht op/de plicht tot schadeloosstelling
DUS aansprakelijkheid = verbintenis = een rechtsband op grond waarvan een SE van een SA,
indien nodig in rechte, de uitvoering van een prestatie mag eisen (art. 5.1 BW)
= rechtsgevolg dat objectief recht koppelt aan bepaalde feiten => aansprakelijkheid is een
verbintenis die ontstaat dootdat een rechtsregel aan bepaalde feiten het rechtsgevolg koppelt
dat er een verplichting tot schadeloosstelling ontstaat
Bron van aansprakelijkheid = rechtsregel (slides 01-29 -> 01-32) + (rechts)feit (slide 01-05)
– = de combinatie van een rechtsregel en bepaalde feitengehelen waaruit volgens deze regel
aansprakelijkheid spruit, waarvan een schadeveroorzakende fout een voorbeeld is
RECHTSFEITEN
Délits et quasi-délits =. De verbintenissen die hun oorsprong vinden in de eigen daad van degene die
verbonden is ontstaan ofwel uit oneigenlijke contracten, ofwel uit misdrijven of oneigenlijke misdrijven art.
1370, lid 4 oud BW (de vervanger is art. 5.3, lid 1 BW)
Structuur gangbare doctrine analyse
Constitutieve bestanddelen/elementen van een rechtsfeit = de bestaansvoorwaarden voor
aansprakelijkheid (de aansprakelijkheid ontstaat als het rechtsfeit er is, die rechtsfeit omvat 3
elementen => DUS het zijn geen elementen van de aansprakelijkheid)
o Schade (slides 02)
o Veroorzaakt door (= causaliteit) (slides 04)
o Tot aansprakelijkheid leidend feit (hierna ‘TALF’) (slides 03,05 en 06)
, => slechts hun co-existentie vormt dus een rechtsfeit, afzonderlijk genereren ze geen
rechtsgevolgen
=> aansprakelijkheid als een rechtsgevolg: de verbintenis tot schadeloosstelling ontstaat indien de in de
aansprakelijkheidsregel voor aansprakelijkheid vereiste feiten – de bestaansvoorwaarden voor
aansprakelijkheid – aanwezig zijn.
– Betekent dat het ‘bestaan’ van aansprakelijkheid nooit kan of moet worden bewezen. Het zijn de
feiten die volgens de regel de voorwaarden voor aansprakelijkheid vormen, die in geval van betwisting
moeten worden bewezen
CONTRACTUEEL V. EXTRACONTRACTUEEL
Contractuele aansprakelijkheid Buitencontractuele aansprakelijkheid
Frans FR: responsabilité contractuelle FR: responsabilité extracontractuelle
Engels ENG: contractual liability ENG: extra-contractual liabilty
Begrip (secundaire) verbintenis tot reparatie of (primaire) verbintenis tot reparatie of
compensatie van schade ten gevolge van compensatie van schade die niet het gevolg is
een wanprestatie = niet-nakoming van van een niet-nakoming van een contractuele
de primaire verbintenis (degene die uit verbintenis
het contract voortvloeit en niet werd
nageleefd)
Extra Alternatief/complement voor Subjectieve/foutaansprakelijkheid =
(dwang)uitvoering van een contractuele schade door eigen fout, tekortkoming
verbintenis => ENG: fault liabilty
Objectieve aansprakelijkheid = schade
ontstaan door ander rechtsfeit dan
eigen fout (niet te wijten aan jouw
eigen fout) => FR: responsabilité
objective/stricte; ENG: strict liabilty
FUNCTIE AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT 1
RELEVANTIE VAN DE FUNCTIE VAN EEN JURIDISCHE REGELING
Teleologische interpretatie van geformuleerde regels (bv. kijken wat de bedoeling van de wettekst is)
o De wil van de wetgever is niet vol te houden
o Alternatief? => je interpreteert de tekst op zo’n manier dat die
interpretatie het beste het doel bereikt waarvoor de tekst dient. Het doel is
de functie die de rechtsregel vandaag heeft
Toetsing aan gelijkheidsbeginsel (art. 10 GW)
, o Reden: om te kunnen toetsen/oordelen moet je weten wat de functies van de regel zijn
o Stap 1: zijn er verschillen?
o Stap 2: waarom zijn er verschillen?
o Stap 3: zijn de verschillen noodzakelijk?
o Stap 4: zijn de verschillen pertinent? => ten aanzien van het doel
VAAK VOORGEHOUDEN (MAAR TE VERWERPEN) FUNCTIES
1. Vergoeden of preventie van schade = bescherming (potentieel) benadeelden
Slachtoffervriendelijkheid zou een na te streven doel zijn in het aansprakelijkheidsrecht
Makkelijk te verwerpen: de functie van een juridische regeling kan niet bestaan in het algemeen
bereiken van een resultaat als dat resultaat volgens diezelfde regeling alleen volgt in die gevallen
waarin voldaan is aan in de regeling gestelde voorwaarden
Bedenkingen:
? waarom dan alleen aansprakelijkheid indien schade veroorzaakt door TALF?
o Het enige gevolg van dit vereiste is dat er in bepaalde gevallen geen
aansprakelijkheid zal zijn, namelijk wanneer er geen TALF is. maar vermits
het doel schade vergoeden is, zou er nog maar 1 vereiste moeten zijn,
namelijk schade
dit zou functioneel zijn. elk bijkomend eis die je stelt neemt af van
dat doel
aansprakelijkheidsrecht bepaalt wanneer wel en wanneer niet schadeloosstelling
= verwarring functie aansprakelijkheid en functie aansprakelijkheidsrecht
o de functie van aansprakelijkheid is schade vergoeden en de functie van het
aansprakelijkheidsRECHT is beslissen in welke gevallen we gaan vergoeden en in welke niet
(schadelast toewijzen). vandaar is er geen a priori reden dat het slachtoffervriendelijk en dus in
zoveel mogelijk gevallen moet gebeuren
o dat bij aansprakelijkheid schade wordt vergoed, is dus een mogelijk effect van het
aansprakelijkheidsrecht, maar niet de functie ervan
Conclusie: verwarring van de functie van aansprakelijkheidsrecht met de functie van aansprakelijkheid
Het is dan ook net omdat het aansprakelijkheidsrecht niet de functie heeft benadeelden te beschermen door
schade te vergoeden, dat alternatieve schadevergoedingsregelingen zijn ontstaan
2. Repressie = vermijden onwenselijk gedrag = handhaving primaire gedragsregels
het wordt gezien als een soort sanctieregeling. Dit klopt ook niet
? waarom dan alleen i.g.v. schade en vergoeding beperkt tot schade?
o Als de functie zou zijn om de regels te laten naleven, dan zou schade een irrelevant facet
moeten zijn