Bijzonder strafrecht artikelen
Week 2
J.P. Cnossen, Wisselwerking tussen commuun en bijzonder materieel strafrecht. Een analyse en
waardering in het licht van de beginselen van codificatie, schuld en legaliteit, Den Haag: Boom
2024, par. 3.4 (p. 74-84)
Het legaliteitsbeginsel is vastgelegd in onder andere art. 16 GW. wordt geredeneerd vanuit het
mensbeeld dat de mens rationeel kan handelen.
Het schuldbeginsel= je bent schuldig als je wilsvrijheid had. Bevat een kwalitatief vereiste. Het
legaliteitsbeginsel bevat een constitutief vereiste: elke vorm van machtsuitoefening moet berusten op
een wet.
Functies legaliteitsbeginsel:
- Rechtsbescherming: tegen macht overheid
- Instrumenteel: preventie, plegen van strafbare feiten ontmoedigen
- Zorgt voor rechtszekerheid
- Reflectief: strafrecht moet beoordeeld worden adhv legaliteit
5 deelgebieden legaliteit:
1. Lex scripta
2. Lex certa
3. Lex stricta
4. Lex preavia
5. Lex mitior
We gaan in op lex scripta en lex certa.
Lex scripta:
- = codificatie als ultieme vorm van legaliteit. Codificatie is de ultieme verwezenlijking van het
lex scripta beginsel.
- Verbod van terugwerkende kracht pas strafbaar vanaf het moment dat het in de wet staat.
Hierdoor moet een rechter ook terughoudend zijn met zijn interpretatieruimte.
- Analogieverbod/ verbod van extensieve interpretatie
- Zorgt voor rechtszekerheid
Lex certa:
- Normen moeten zo helder mogelijk worden opgeschreven
- Ook uitstraling naar strafvorderlijke mogelijkheden
- Hoe bepaal je of daaraan voldaan is? Waar liggen de grenzen van het lex certa beginsel?
Kijken naar jurisprudentie over het lex certa beginsel. Dat is eigenlijk de enige manier
arresten krusla, Sunday times, Cantoni
Beperking hiervan is dat je opzoek gaat naar gevallen waarin het minimum gezocht
wordt, wat een norm komt niet voor de rechter als de norm klip en klaar is. dus je gaat
vooral de ondergrens vinden van het beginsel. Je vindt dan niet wanneer de maximale
duidelijkheid wordt bereikt, terwijl je wel naar de maximale duidelijkheid streeft met lex
certa= paradox
, HR Krulsla:
- Was een bepaalde groente wel of geen sla? Wetgever moet delicten zo duidelijk mogelijk
omschrijven. Vaagheid is wel onvermijdelijk, anders worden normen veel te lang. Ziet dus
het criterium van “onvermijdelijke vaagheid”. EHRM noemt dit ook in haar arresten.
- Van professionele marktdeelnemers kan worden verwacht dat zij zich laten informeren over
de normen die van toepassing zijn op de sector waarin zij zich bevinden. “laten” laat al zien
dat het te ingewikkeld is voor marktdeelnemers om dit zelf uit te vogelen.
EHRM Sunday times:
- Eisen aan de wet:
Accessible recht moet toegankelijk zijn. komt in NL nauwelijks voor
Foresee gaat voer de vraag of de persoon die klaagt bij EHRM kon voorzien dat zijn
gedrag tot strafbaarheid zou leiden. Gaat dus niet alleen over de norm, maar ook over de
persoon die hem overtreed. Bv. gewone burger kon het niet voorzien, maar iemand die in
een bepaalde sector werkt wel.
EHRM Cantoni t. Frankrijk:
- Supermarktmanagers vroegen zich af of een bepaalde norm voldoende duidelijk was. Het
EHRM heeft het dan over foreseeability & special care
Foreseeability hangt af van de context, het werkveld waarvoor het ontwikkelt is & de
normadressaat. De mate of een norm acceptabel is, hangt dus ook af van tot wie de
norm is gericht. Dit kan ertoe leiden dat een norm uit het commune strafrecht veel
strenger wordt gehanteerd dan een norm uit het bijzonder strafrecht. Heeft te maken
met relativiteit van meneer Escher. Het legaliteitsbeginsel wordt gerelativeerd tegen de
achtergrond waarbinnen het beginsel actief is.
special care duidt op een zorgplicht voor mensen die actief zijn in een bepaalde sector.
Week 3
D.R. Doorenbos, 'Opzet in de Wet op de economische delicten. Beter boos dan kleurloos', AA 2021,
p. 253-257.
HR stelt dat in de WED kleurloos opzet moet gelden. Doorenbos vindt dat boos opzet beter zou
passen.
Boos opzet: Bij deze vorm van opzet was er opzet voor het overtreden van de strafwet. De dader wist
dat de gedraging strafbaar was en heeft willens en wetens de strafwet overtreden. Dit moet dus los
worden gezien van de gedraging zelf, het gaat hier om het besef dat de strafwet wordt overtreden.
Kleurloos opzet: De handeling moet hier opzettelijk en wederrechtelijk zijn. De dader hoeft dus niet te
weten of de bedoeling te hebben gehad de strafwet te overtreden, maar hoeft alleen wederrechtelijk
gehandeld te hebben
In commuun strafrecht is opzet kleurloos. Vroeger ging de HR in WED uit van boos opzet voor
misdrijven, maar daar kwam in 1952 verandering in: ook in WED ging kleurloos opzet gelden.
Redenen waarom dit niet goed is:
- het strafbaar handelen zit in bijzondere wetten niet in de opzet waarmee het gedrag
plaatsvind, maar juist in de opzet om de norm niet na te leven (iemand levert bewust een
norm niet na)
Week 2
J.P. Cnossen, Wisselwerking tussen commuun en bijzonder materieel strafrecht. Een analyse en
waardering in het licht van de beginselen van codificatie, schuld en legaliteit, Den Haag: Boom
2024, par. 3.4 (p. 74-84)
Het legaliteitsbeginsel is vastgelegd in onder andere art. 16 GW. wordt geredeneerd vanuit het
mensbeeld dat de mens rationeel kan handelen.
Het schuldbeginsel= je bent schuldig als je wilsvrijheid had. Bevat een kwalitatief vereiste. Het
legaliteitsbeginsel bevat een constitutief vereiste: elke vorm van machtsuitoefening moet berusten op
een wet.
Functies legaliteitsbeginsel:
- Rechtsbescherming: tegen macht overheid
- Instrumenteel: preventie, plegen van strafbare feiten ontmoedigen
- Zorgt voor rechtszekerheid
- Reflectief: strafrecht moet beoordeeld worden adhv legaliteit
5 deelgebieden legaliteit:
1. Lex scripta
2. Lex certa
3. Lex stricta
4. Lex preavia
5. Lex mitior
We gaan in op lex scripta en lex certa.
Lex scripta:
- = codificatie als ultieme vorm van legaliteit. Codificatie is de ultieme verwezenlijking van het
lex scripta beginsel.
- Verbod van terugwerkende kracht pas strafbaar vanaf het moment dat het in de wet staat.
Hierdoor moet een rechter ook terughoudend zijn met zijn interpretatieruimte.
- Analogieverbod/ verbod van extensieve interpretatie
- Zorgt voor rechtszekerheid
Lex certa:
- Normen moeten zo helder mogelijk worden opgeschreven
- Ook uitstraling naar strafvorderlijke mogelijkheden
- Hoe bepaal je of daaraan voldaan is? Waar liggen de grenzen van het lex certa beginsel?
Kijken naar jurisprudentie over het lex certa beginsel. Dat is eigenlijk de enige manier
arresten krusla, Sunday times, Cantoni
Beperking hiervan is dat je opzoek gaat naar gevallen waarin het minimum gezocht
wordt, wat een norm komt niet voor de rechter als de norm klip en klaar is. dus je gaat
vooral de ondergrens vinden van het beginsel. Je vindt dan niet wanneer de maximale
duidelijkheid wordt bereikt, terwijl je wel naar de maximale duidelijkheid streeft met lex
certa= paradox
, HR Krulsla:
- Was een bepaalde groente wel of geen sla? Wetgever moet delicten zo duidelijk mogelijk
omschrijven. Vaagheid is wel onvermijdelijk, anders worden normen veel te lang. Ziet dus
het criterium van “onvermijdelijke vaagheid”. EHRM noemt dit ook in haar arresten.
- Van professionele marktdeelnemers kan worden verwacht dat zij zich laten informeren over
de normen die van toepassing zijn op de sector waarin zij zich bevinden. “laten” laat al zien
dat het te ingewikkeld is voor marktdeelnemers om dit zelf uit te vogelen.
EHRM Sunday times:
- Eisen aan de wet:
Accessible recht moet toegankelijk zijn. komt in NL nauwelijks voor
Foresee gaat voer de vraag of de persoon die klaagt bij EHRM kon voorzien dat zijn
gedrag tot strafbaarheid zou leiden. Gaat dus niet alleen over de norm, maar ook over de
persoon die hem overtreed. Bv. gewone burger kon het niet voorzien, maar iemand die in
een bepaalde sector werkt wel.
EHRM Cantoni t. Frankrijk:
- Supermarktmanagers vroegen zich af of een bepaalde norm voldoende duidelijk was. Het
EHRM heeft het dan over foreseeability & special care
Foreseeability hangt af van de context, het werkveld waarvoor het ontwikkelt is & de
normadressaat. De mate of een norm acceptabel is, hangt dus ook af van tot wie de
norm is gericht. Dit kan ertoe leiden dat een norm uit het commune strafrecht veel
strenger wordt gehanteerd dan een norm uit het bijzonder strafrecht. Heeft te maken
met relativiteit van meneer Escher. Het legaliteitsbeginsel wordt gerelativeerd tegen de
achtergrond waarbinnen het beginsel actief is.
special care duidt op een zorgplicht voor mensen die actief zijn in een bepaalde sector.
Week 3
D.R. Doorenbos, 'Opzet in de Wet op de economische delicten. Beter boos dan kleurloos', AA 2021,
p. 253-257.
HR stelt dat in de WED kleurloos opzet moet gelden. Doorenbos vindt dat boos opzet beter zou
passen.
Boos opzet: Bij deze vorm van opzet was er opzet voor het overtreden van de strafwet. De dader wist
dat de gedraging strafbaar was en heeft willens en wetens de strafwet overtreden. Dit moet dus los
worden gezien van de gedraging zelf, het gaat hier om het besef dat de strafwet wordt overtreden.
Kleurloos opzet: De handeling moet hier opzettelijk en wederrechtelijk zijn. De dader hoeft dus niet te
weten of de bedoeling te hebben gehad de strafwet te overtreden, maar hoeft alleen wederrechtelijk
gehandeld te hebben
In commuun strafrecht is opzet kleurloos. Vroeger ging de HR in WED uit van boos opzet voor
misdrijven, maar daar kwam in 1952 verandering in: ook in WED ging kleurloos opzet gelden.
Redenen waarom dit niet goed is:
- het strafbaar handelen zit in bijzondere wetten niet in de opzet waarmee het gedrag
plaatsvind, maar juist in de opzet om de norm niet na te leven (iemand levert bewust een
norm niet na)