100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Geneeskundige Ziekteleer - 1e Master Diergeneeskunde - 2024-'25

Rating
-
Sold
5
Pages
162
Uploaded on
17-05-2025
Written in
2024/2025

Ruim geslaagd in eerste zit - Een volledige samenvatting van Het vak Geneeskundige ziekteleer, gedoceerd door verschillende docenten (zie voorblad). Alle lessen zijn in de samenvatting verwerkt met notities. Belangrijke termen staan in het rood en zaken die vermeld zijn specifiek voor het examen ook.

Show more Read less
Institution
Course

















Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
May 17, 2025
File latest updated on
May 18, 2025
Number of pages
162
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

GENEESKUNDIGE ZIEKTELEER
Prof. Pardon, Prof. Van Loon, Prof. Daminet, Prof. De
Paepe, Prof. Smets, Prof. Vandenabeele, Prof. Bhatti




1e Master Diergeneeskunde
Universiteit Gent

,INHOUD
H1 – Leverziekten – prof. Pardon ...........................................................................................................2
H2 – Ziekten nier – prof. Van Loon ....................................................................................................... 15
H3 – Ziekten urinewegen – prof. Van Loon ............................................................................................ 20
H4 – Ademhalingsziekten – prof. Pardon .............................................................................................. 31
H5 – Spieraandoeningen – prof. van Loon ............................................................................................ 68
H6 – Endocriene en metabole aandoeningen – prof. Van Loon .............................................................. 83
H7 – Gastro-enterologie – prof. daminet .............................................................................................. 93
H8 – Gezondheidsscreening hond en kat – prof. De Paepe .................................................................. 117
H9 – Inleiding Hematologie – prof. De Paepe ...................................................................................... 128
H10 – Cardiologie – prof. Smets ........................................................................................................ 137
H11 – Dermatologie – de jeukpatiënt – prof. Vandenabeele................................................................. 144
H12 – Neurologie – prof. Bhatti .......................................................................................................... 151




1

,GROTE HUISDIEREN
H1 – LEVERZIEKTEN – PROF. PARDON

KLINISCHE TEKENEN GEASSOCIEERD MET LEVERAANDOENINGEN: EERDER ASPECIFIEK

- Apathie/lethargie - Toegenomen grootte van de lever
- Anorexie - Pijn thv leverveld
- Jeuk (retentie galzouten)
- Prestatieverlies
- Perifeer oedeem (vnl. hypoalbuminemie)
- Vermageren
- Icterus: eerder zeldzaam bij - Ascites (vnl. portale hypertensie)
- Dermatitis (photosensitisatie)
onderliggende leveraandoening
- Bloedingen (stollingsstoornissen)
- Donkere urine
- Diarree (vnl. rund (portale hypertensie))
- Zenuwstoornissen
- Tenesmus
Leverpathologie

- Kan aanwezig zijn zonder klinische tekenen: enkel veranderingen in bloed-OZ
- Kan secundair optreden aan primaire aandoening
 Lever kan door sepsis aangetast worden  stijging leverenzymen
 TRP  abcessen in lever mogelijk

CAVUM: ICTERUS

- Niet steeds een leverprobleem!
- Hyperbilirubinemie ~icterus
- Urine
 Geconjugeerde bilirubine: afwezig tenzij bij onvoldoende biliaire excretie
 Urobiline: normaal in kleine hoeveelheden in urine (< 1 mg/dl)
- Pre-hepatische hyperbilirubinemie/icterus
1. Hemolyse: RBC kapot  Hb in bloed  verwerkt tot bilirubine
2. Vasten (> 2d, vnl paard): indirecte bilirubine stijging
 Vrijstelling VVZ  circulatie  competitie VVZ met bilirubine voor opname in lever
(transport EW ligandine: VZ bindend)
 Verminderde conjugatie in lever van glucose/glucuronzuur
 Doorgaans milde stijgingen (< 150 µmol/l)
 Zelden bilirubinurie
 Geen stijging leverenzymes (GGT/GLDH) of metabolieten (galzuren)
 Daalt na 24/36 uur indien opnieuw eten (uitz. delta bilirubine)
3. Syndroom van Gilbert: indirecte bilirubine stijging
 Persisterende indirecte hyperbilirubinemie
 Geen andere afwijkingen op BOZ
 Congenitaal defect uridine difosfatase glucuronyl transferase (UDP-GT)
 Geen therapie mogelijk/vereist
- Hepatische hyperbilirubinemie: leverparenchym
 Door niet opnemen niet geconjugeerd indirect bilirubine, niet meer kunnen conjugeren, niet
meer kunnen excreteren  oorzaak in levercel
- Post-hepatische hyperbilirubinemie: galwegen
 Ontsteking  obstructie, kan intra- of extra-hepatisch zijn



2

, ONDERZOEK VAN DE LEVER: BLOEDONDERZOEK


INDICATOREN VAN CELSCHADE (‘LEAKAGE ENZYMES’)
- Levercelschade
 AST: blijft lang verhoogd, ook in spier, aspecifiek, stijgt ook bij hemolyse/spierschade
 GLDH: leverspecifiek, korte T½, enkel bij acute leveraandoening
 SDH (sorbitol dehydrog.): meest leverspecifiek, moeilijk te bepalen, zelden praktijk
 ALT: humaan belangrijk, te weinig veranderingen bij GHD
- Galgangcelschade
 GGT: beperkte diagnostische waarde alleenstaand, zelden leverletsel zonder GGT ↗
 AF (alkalisch fosfatase): ook deel hepatocellulair, in darm, bot, placenta


FUNCTIONELE PARAMETERS: OOK BEÏNVLOED DOOR ZAKEN BUITEN DE LEVER GELEGEN
- Totaal bilirubine: meestal totaal gemeten
 Indirecte bilirubine = niet geconjugeerde bilirubine
 Directe bilirubine = geconjugeerde bilirubine
- Galzuren: zeer leverspecifiek, ook stijging bij (portosystemische) shunt (zelden GHD)
- Ammoniak: link met hepatoencephalopathie (bron lever of darm/pens! (hyper-NH3)
 Lever detoxificeert normaal NH3 door inbouw in ureum
- Albumine, ureum, glucose: Levercel kapot  deze producten niet aangemaakt  geen ureum,
geen stollingsfactoren, bij HK daling glucose (gluconeogenese belangrijk daar)

LEVERLIJDEN VS. LEVERINSUFFICIËNTIE

- Leverlijden = leverziekte: enzymes gestegen (bloed-OZ), afwijkingen in functietesten, maar alle
functies nog ongeveer ok
- Leverinsufficiëntie = leverfalen: acuut ↔ chronisch leverfalen
 Één of meerdere functies uitgevallen (gluconeogenese – detoxificatie – EW synthese)
 Laag ureum, hoog NH3, laag albumine, laag glucose (HK)
- Herstel mogelijk (grens 80%)
- Slechte prognose bij antimitotische agentia of fibrose

INDELING HYPERBILIRUBINEMIE

Pre-hepatisch Hepatisch Posthepatisch
- Hemolyse, vasten, Gilbert - Hepatocellulair: opname, conjugatie - Hepatobiliair/cholestatisch
of excretie - Milde ↑: AST, GLDH, SDH
- Geen ↑ AST, GLDH, SDH
- Duidelijke ↑: AST, GLDH, SDH - Duidelijke ↑ GGT (> 200 IU/L)
- Geen ↑ GGT, AP
- Galzuren (max tot 30 µmol/L - Milde ↑ GGT - ↑ AP
- Doorgaans geen ↑ AP - Galzuren > 25 µmol/L
bij vasten)
- Galzuren > 25 µmol/L - ↑ totaal bilirubine
- ↑ totaal bilirubine
- ↑ totaal bilirubine  Vaak > 25% directe
 Zeer hoog bij hemolyse en
Gilbert  Lichte ↑ direct bilirubine (< 25%) bilirubine
 Vaak ook indirect gestegen  Beperkte stijging indirect
 Matig bij vasten
- Duidelijke bilirubinurie - Milde bilirubinurie
 ↑ indirect bilirubine
- NH3 gestegen - Soms ↑ NH3
 Normaal direct bilirubine
- Geen bilirubinurie - leverfalen (grotere kans): - Leverfalen eerder zelden
 ↓ albumine, ureum, glucose
- NH3 niet gestegen
(zelden bij adult paard)
 Verlenging stollingstijden


3

,LEVERAANDOENINGEN

- Hepatoencephalopathie
- Hepatitis
 Infectieus: viraal – bacterieel – parasitair
 Toxisch: toxines – medicatie
 Ischemisch
 Idiopathisch
- Leververvetting
- Auto-immuun
- Genetisch: hemochromatose
- Tumoraal


HEPATOENCEPHALOPATHIE
= Zenuwstoornis in associatie met leverfalen gelinkt aan ↑ NH3 (hyperammoniakemie)

- Oorzaken hyperammoniakemie
 Leverfalen
 Gen. stoornis ureumcyclus (bv. Morgan veulens): NH3 niet norm gesynth. tot ureum
 ↑intestinale (darm/pens) NH3 productie: EW rijke voeding, kunstmest intox (bevat veel N)
 Levershunt

PATHOFYSIOLOGIE
- Complex, multifactorieel en controversieel
- Effecten van hyperammoniakemie: normaal omgezet tot ureum in lever
 ↑ NH3 uit hersenen verwijderen: door omzetten glutamaat + NH3  glutamine (osmotisch
actief)  zwelling asterocyten  hersenoedeem
 NH3 heeft rechtstreeks invloed op BHB
 ↑ influx aromatische AZ en ↓ vertakte keten AZ
 Influx aromatische stijgt als onderdeel v/d vorming van glutamine (detoxificatie)
 Influx aromatische AZ  verstoort catecholamine synthese, induceert prod v ‘valse’ NT
 Veranderde neurotransmissie
 Veroorzaakt abnormaliteiten i/d GABA en benzodiazepine pathway: gewijzigde expressie
benzodiazepine R en downregulatie glutamaat R
 Induceert oxidatieve stress en pro-inflammatoire cytokines thv hersenen
 Verstoort energiemetabolisme hersenen
 Verstoort cerebrale bloedvloei
- Netto resultaat: overproductie/onvoldoende afbraak benzodiazepine-likes/meer BZD R:
stimulatie activiteit GABA thv inhibitoire neuronen: depressief beeld
 Suf, apathisch dier kenmerkend voor hyperammoniakemie

SYMPTOMEN (VARIABEL)
- Initieel gedragsstoornis/karakterverandering
- Depressie
- Domkolder – ataxie – blindheid – geeuwen – cirkelbewegingen – head pressing
- Sterke en ongecontroleerde afweerbewegingen bij manipulatie
- Soms excitatie aanvallen
- Paard: bilaterale cornage/rund (- paard): tenesmus
- Donkere urine

4

,DIAGNOSE: BLOEDONDERZOEK
- NH3 ↑: > 100 mmol/L grens
- ↑ leverenzymes?  leveraandoening
- Leverenzymes niet ↑  NH3 overproductie darm/pens (endogene overproductie)
- Galzuren frequent gestegen
- Leverfalen mogelijk: laag albumine, ureum en glucose, stollingsfactoren

THERAPIE
- EW arm en KHD rijk dieet (kleine maaltijden verspreid over dag)
 Grashooi (oud) – pulp – zemelen – maïs (goede AZ ratio) – melasse – granen
- ↓ NH4+ prod: neomycine – lactulose (0.2 ml/kg 68% oplossing per os tid) – azijn
 Shift naar minder proteolytische flora die minder EW afbreekt  minder NH3 vrij
 Aanzuren met minder vrije NH3 tot gevolg
- Circulatoire (infuus K – glucose) en respiratoire (larynxparalyse) ondersteuning
- NSAID en anti-oxidantia
- Extra vertakte AZ
- Sedativa als excitatie (geen valium): dier kan in begin geëxciteeerd zijn, α2-agonisten
- Evt. mannitol als (vermoeden van) hersenoedeem
- Preventie fotosensibilisatie: sec. door niet verwerken van plantaardig phycoerythrine
- Lever-ondersteunende therapie: weinig concreet, ≠ producten op de markt (gebaseerd op B
vitamines, choline)

PROGNOSE
- Afh. onderliggende aandoening: > 80% kan terug herstellen van lever
- Hyper-NH3-emie z leverletsel: 50% herstelt in 2-3d met lactulose, olie en neomycine
- Gereserveerd voor leveraandoeningen


HEPATITIS

INFECTIEUS – VIRALE HEPATITIS
- Bovien: BHV-1 (neonati)
- Equine: Herpesvirus (EHV-1), Serum hepatitis (Thelier’s disease), Nonprimate hepacivirus
(NPHV), Equine pegivirus (EPgV), Equine pervovirus, Equine virale arteritis (EVA), Equine
infectieuze anemie (EIA)
- Herpesvirus hepatitis
 Herpesvirus feti
 Necrosehaardjes: afbeelding multifocaal
 Hepatocellulaire inclusies
 EHV (n IBR)
 Diagnose: meestal postmortem, PCR (evt op biopt)
- Virale hepatitis
 Diagnose
 Anamnese: bv. gebruik C. botulinum antitoxine of antitetanosserum
 Echografisch: vaak geen afwijkingen
 AS-ELISA/seroconversie
 Aantonen virus op leverbiopsie (PCR, WGS)
 Voordeel WGS: vroeger onbekende virussen vinden
 Behandeling: symptomatisch, zoals bij hepatoencephalopathie

5

,INFECTIEUS – BACTERIËLE HEPATITIS
Focale aantasting: leverabcessen (vnl. rund, zelden paard)

Oorzaak

- Hematogene aanvoer: van kiemen vanuit andere infectiehaard
 Chronische rumenitis/TRP/metritis/arthritis
 F. necrophorum, T. pyogenes
- Opklimmende infectie uit navel (navelvene loopt naar craniaal)
- Cholangitis/opklimmende infectie
- Direct aanprikken lever: zelf infectie induceren

Symptomen

- Geen (als goed omkapseld)
- Vage klachten: anorexie, intermitterende koorts, apathie, productiedaling, pijn, vermageren,
icterus uitzonderlijk (groot, drukkend abces, zeer groot aantal abcessen), koliek (bij druk)
- Indien uitbreiding naar v. cava caudalis of v. porta
 Portale hypertensie  ascites
 Septische shock
 Metastatische uitzaaiingen: metastatische interstitiële pneumonie, endocarditis
 Longbloeden  epistaxis

Diagnose

- Bloed OZ = chronisch en actief ontstekingsbeeld
 WBC, gamma’s, A/G ratio gedaald, fibrinogeen
 Meestal weinig veranderingen leverwaarden: abcessen meestal focaal en enzymstijging is ifv
% levercellen beschadigd  focaal geeft te laag %
- Echografie

Behandeling

- Prognose meestal slecht
- Langdurig AB: penicillin-aminoside, idealiter obv leverbiopt of
aspiraat abces
 Adhv antibiogram werken
- Recidieven mogelijk
- Chirurgie of aspiratie  lage kans op succes
 Vnl bij kalveren met abces in navelvene: marsupialiseren  verbinding buitenwereld om te
draineren
- Preventie
 Voorkomen penszuivering, voorkomen TRP, voorkomen navelinfecties (biestmanagement –
hygiëne)




6

,Hepatobiliair: cholangitis

1. Primair = bacteriële ontsteking galgangen
 Oorzaak
 Opklimmende infectie uit darm: E. coli, Salmonella, Klebsiella, …
 Binnendringen voedselpartikels
 Sec. aan chron. irritatie galgangen: parasitair (leverbot, rund), galstenen (paard)
 Chronisch actieve hepatitis
 Symptomen: koorts, icterus, lethargie, anorexie (alg. leverklachten)
 Diagnose
 BOZ: post-hepatische veranderingen, (chronisch) ontstekingsbeeld
 Leverbiopsie: histologie, cultuur en antibiogram (kiem kweken)
 Echografie paard: galgang nrml niet te zien, vergroot/wand verdikt  cholestase
 Behandeling: langdurig breedspectrum AB (sulfa-trim, peni-aminoside, cefalo’s (3e keuze),
metronidazole)
2. Galstenen (kan daar gevolg van zijn)
 Vnl. bij paard (middelbaar tot oude leeftijd), zelden bij rund
 Oorzaak: onvolledig bekend/variabel, galstase?, opklimmende
infectie? enterobacteriaceae, vreemde voorwerpen/ascaris?, V-
veranderingen galsamenstelling?, voeding: mens
 Samenstelling
 Variabel, bilirubine-cholesterol-galzouten-CaPO4-mengsels
 Ca-bilirubinaat of Ca-fosfaatkristallen
 Symptomen
 Symptoomloos, intermitterende koorts (niet door steen, wel door bact.
infectie), koliek, icterus, anorexie, traag progressief, terminaal
(fotosensibilisatie, hepatoencephalopathie)
 Diagnose
 Bloed-OZ: vnl. post-hepatische afwijking (initieel), tekenen leverinsufficiëntie mog,
chronisch ontstekingsbeeld
 Echografie: stenen (akoestische schaduw), verdichting/uitzetting galgangen, diffuse
verdichting leverweefsel terminaal

Stenen typisch echodense zones (wit): galgang echogeen in midden, geluidsgolven
door steen geabs  akoestische schaduw voorbij de golf

Als cholangitisch lang duurt gaan galgangen calcifiëren en krijg je ook schaduwen

 Leverbiopsie: periportale fibrose, galgangdilatatie, ontsteking
 Prognose: gereserveerd tot ongunstig (30-85%)
 Behandeling
 Symptomatisch: spasmolytica (scopolamine) – AB (indien inf.) – NSAID’s
 Etiologisch:
 Medicatie (ursodesoxycholaat bij cholesterolstenen, DMSO bij Ca-bilirubinaat
stenen)
 Chirurgie (in praktijk niet gemakkelijk, paard ook geen galblaas dus moet in lever
zelf zoeken naar stenen)
 Lithotripsie (stenen verbrijzelen met geluidsgolven)
3. Chronische actieve hepatitis



7

,Diffuse infectie

Etiologie

- Bacterieel: zoals cholangitis (etiologie niet opklimmend hier  via bloed aangevoerd)
- Aanvoer via bloed: Enterobacteriaceae, Clostridia, …)
- Ziekte van Tyzzer (veulen- C. piliforme)
 Acute necrotiserende hepatitis (7-42d oud): door toxines door sporen
 + myocarditis + enteritis + pleurale effusie/longstuwing
 Ongunstige prognose
 Penicilline – vloeistoftherapie – nutritioneel support
- Black disease (C. novyi type B – paard-rund-schaap)
 Associatie met migratie leverbot
 Peracute door binnen 24-72u
 Ongunstige prognose
 Penicilline, ampicilline

Diagnose

- Bloed-OZ: hepatische hyperbilirubinemie en ↑ leverenzymes, acuut ontstekingsbeeld
- Echo: heterogene densiteit (echodense haarden met kleine komeetstaarten); focale foci (gas-
accumulatie/infectie)
- Biopsie: ontsteking- necrose, cultuur (antibiogram)

Behandeling

- AB (cfr. supra), indien niet te laat

Preventie (rund-schaap)

- Clostridium vaccins

INFECTIEUS – PARASITAIRE HEPATITIS
- Leverbot
 Rund (hoofdoorzaak hepatitis), KHD  patente inf (rund ziek in chronische fase, HK en
alpaca door migratie ook al)
 Paard  geen patente inf (mest uitzonderlijke positief)
 Klinische tekenen: cfr. supra, ook anemie (Ru-KHK)
 Diagnose
 BOZ: meestal enkel GGT stijging (heel typisch!, tenzij cholestase), chronisch
ontstekingsbeeld, hypoalbuminemie-anemie (rund-schaap)
 Echografie: galgangen te zien, gedilateerd, verdikte wand
 Mest-OZ: rund, paard (zelden patente infectie)
 Serologie: tot 180d na infectie aantoonbaar, lage Se/hoge Sp AS-ELISA bij paard (weinig
vals pos, veel vals neg)
 Bij HK screening tool voor leverbot adhv tankmelk: optische densiteit ratio bepalen
- (ascariden): niet patent (zelden eitjes uitgescheiden  mest-OZ paard niet zo nuttig), parascaris
equorum/Toxocara vitulorum
- (lintworm)
- (migrerende strongyliden)



8

, TOXISCHE HEPATITIS
- Zeer veel hepatotoxines, medicatie

Koperintoxicatie

- Vnl. bij (dikbil)kalveren
- Vnl. chronische opstapeling
- Predispositie: schaap (texel), rund (vooral BWB) kalveren)
- Pathogenese: stapeling Cu, massaal vrijkomen (al dan niet met hemolytische crisis)
- Symptomen
 Apathie, anorexie
 Frequent icterus
 Methemoglobinemie: Cu is oxiderend gif  deoxy-Hb omgezet naar met-Hb die
geen O2 kan opnemen  bruinverkleuring  vnl. op ribben, sclera
 Acute sterfte
 Hemolytische crisis: hemolyse en (met)hemoglobinurie
- Diagnose
 Cu op bloed is niet diagnostisch (indicatief als gestegen): kan normaal zijn in
bloed ook al is er intoxicatie
 Cu-bepaling op leverweefsel
- Behandeling
 Chelatoren: ammoniummolybdaat, natriumthiosulfaat, penicillamine (zware metalen
binden)
 Ondersteunend: infuus-therapie (door hemolyse pigmentnefropathie mogelijk  nierfalen
mogelijk), met-Hb  zuurstoftekort

Pyrrolizidines

- Plantaardige toxines (alkaloïden)
 Senecio, Crotolaria (Kanaribosje), AMsinckia
 Alsike clover (basterdklaver; Trifolium hybridum)
 Grassen: Panicum, Brachiaria, Tribulus
- Paard: jakobskruiskruid! (Senecio jacobea)
- Gaat regeneratie lever verhinderen
- Vnl. opname via hooi gevaarlijk: paard maakt minder onderscheid (paard > HK)
- Chronisch progressief en cumulatief, 4-12w blootstelling voldoende
- Acute toxiciteit: opname 2-5% ds
- Eerst vage klachten: vermageren, minder eten, apathisch
- Frequenter dan bij andere leveraandoeningen: tenesme (bo) en larynxparalyse (eq)
- Dan leverinsufficiëntie: hepatoencephalopathie – fotosensibilisatie
- Prognose: sterk gereserveerd (galzuren > 50 µmol/L), dikwijls slecht

Diagnose

- BOZ: hepatocellulaire én hepatobiliaire schade, ↑ GGT/galzuren
- Leverbiopsie: fibrose, galgangproliferatie/-hyperplasie, periportale megalocytose, multinucleaire
hepatocyten
- Lijkschouwing: icterus en leverfibrose




9

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
DgkUgent Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
131
Member since
7 year
Number of followers
55
Documents
17
Last sold
2 days ago

4.1

10 reviews

5
3
4
6
3
0
2
1
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions