Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 36 pages
Summary

Samenvatting gespreksvaardigheden (boek: Empathie in actie) + lesnotities

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 36 pages

Samenvatting van alle hoofdstukken in het boek (Empathie in actie) mét voorbeelden. De lesnotities (niet in boek) zijn op het einde ook verwerkt. Ik haalde een 17/20 in eerste zit. Succes!

Content preview

HOOFDSTUK 1 – WAT ZIJN GESPREKSVAARDIGHEDEN?

WAT IS COMMUNICATIE

‣ Communicatie = een middel om een boodschap over te brengen
‣ Verbaal en non-verbaal
‣ Zender en ontvanger  belang van één- en tweezijdige communicatie
o Communicatie gaat in 2 richtingen
‣ Beïnvloeding, interactie, interpretatie
‣ Gespreksvaardigheden = kwaliteiten om een goed gesprek te voeren:
o Open houding, zelfvertrouwen, oogcontact, stemvolume, intonatie, actief luisteren,
positie, houding, vragen stellen, …
o ‘levelen’ = jezelf aanpassen aan jouw gesprekspartner
o Goed overleggen, op een vriendelijke manier
o Luistervaardigheden zijn vaak ook even belangrijk!


1.1 ZENDER – ONTVANGER MODEL
Model van Shannon & Weaver:




‣ Stap 1: Intrapersoonlijke voorbereiding  de zender bereidt een boodschap voor = codering
o Waarom wil je iets zeggen? Wat wil je zeggen? Hoe wil je iets zeggen?
‣ Stap 2: boodschap wordt overgebracht
‣ Stap 3: boodschap komt aan  decodering = het ontcijferen van de boodschap
o = het opvangen en verwerken van prikkels uit de communicatie
o Waarnemen, interpreteren en luisteren
o Wordt beïnvloed door objectiviteit, subjectiviteit en intersubjectiviteit

Kritiek:

- Eenrichtingsverkeer (A naar B, geen feedback)
- Geen rekening gehouden met context
- Geen rekening met non-verbale communicatie


feedback




feedback


RUIS



1

, 1.1.1 CODEREN

Zender probeert boodschap over te brengen naar de ontvanger

 Door communicatie

Zender zet boodschap om in bepaalde symbolen (verbaal als non-verbaal)


1.1.2 HET KANAAL/MEDIUM

Wanneer boodschap gecodeerd is  boodschap via kanaal naar de ontvanger overbrengen (de manier waarop)
- Spraak, telefoon, sms, lied, gedicht…

1.1.3 DECODEREN

Gecodeerde boodschap die via kanaal werd overgebracht naar de ontvanger  gedecodeerd worden
- Boodschap moet waargenomen en opgevangen worden
Wanneer ze is opgevangen  geïnterpreteerd
- Ontvanger kent betekenis toe aan de boodschap

 Opvangen en interpreteren van de boodschap beïnvloed door:
‣ Objectiviteit of neutraliteit
‣ Subjectiviteit
‣ Intersubjectiviteit


Objectiviteit/neutraliteit:

Objectiviteit = zakelijkheid en feitelijkheid  de ontvangen info is meetbaar en controleerbaar

‣ De info die we ontvangen is meestal niet meetbaar of controleerbaar.

‣ Mens kan niet objectief waarnemen, ons hoofd registreert een keuze van gedragingen die het wilt
veroordelen
‣ Beter om de term ‘neutraliteit’ te gebruiken
o We kunnen wel neutraal waarnemen; verstreken tijd in minuten, aantal mensen…


Subjectiviteit:

Subjectiviteit = op een eigen persoonlijke wijze betekenis toekennen aan informatie (leuk, stom, mooi..)

‣ Waarneming kan neutraal zijn, maar de interpretatie is ALTIJD subjectief!!
‣ Waarnemingen kunnen voor iedereen hetzelfde zijn (buitenkant), maar iedereen trekt andere
conclusies (binnenkant)


Intersubjectiviteit:

Intersubjectiviteit = wanneer interpretaties van mensen met elkaar vergeleken worden

‣ = decoderen van een boodschap met verschillende mensen & deze decodering uitwisselen
‣ Doel: tot een gezamenlijke mening komen (kan van belang zijn in de hulpverlening)
o Sollicitatiegesprek nabespreken

1.1.4 RUIS:

Storende factoren die optreden wanneer de boodschap van zender naar ontvanger gaat  misverstanden in
communicatie

‣ Ruis kan langs beide kanten gebeuren: bij zender + bij ontvanger!!

2

, ‣ Betekenis achter boodschap is onzichtbaar dus beoordelen we op basis van ons eigen referentiekader
o Stempel is snel gezet,
‣ In professionele gesprekken moet je extra alert zijn voor ruis
o Checken wat de ander bedoelt  stigmatisering voorkomen

Factoren die een invloed hebben:
‣ Factoren in de context: plaats, aanwezigheid van derden, tijdstip, …
o Docent geeft kritiek in bijzijn van medestudenten  opmerkingen op een bepaalde manier
interpreteren, je zou er anders mee omgaan als dit na de les zou zijn

‣ Factoren bij het communicatiemiddel (medium): drager van communicatie
o Ontvanger kan boodschap niet goed coderen
o dialect, slechte kopie, …

‣ Factoren bij jezelf: Boodschap komt niet goed over
o onvoldoende voorbereiding, gevoelens naar de andere persoon toe, verbaal/nonverbaal
tegenstrijdig

‣ Factoren bij de ander:
o de andere is boos op jou, gevoelens van de andere, humeur, interesses, oordelen…




1.2 DE COMMUNICATIETHEORIE VAN WATZLAWICK

Communicatie is meer dan alleen maar het overbrengen van een boodschap of informatie. De interpretatie
van de taal bepaalt de betekenis.

AXIOMA 1: de onmogelijkheid om niet te communiceren – alle gedrag is communicatie
Elk gedrag, verbaal of non-verbaal, is een vorm van communicatie

‣ Ook niet-verbaal communiceren, zwijgen, iemand negeren, bepaalde kledij, .. is communicatie
‣ Je stuurt onbewust een boodschap uit naar de andere
o Vb: je niet moeien in een discussie wil niet zeggen dat je niets te maken hebt met de situatie:
 Door te zwijgen heb je ervoor gezorgd dat ze niet uit de discussie zijn geraakt

‣ Binnenkant van communicatie = wat er in ons omgaat (in ons hart, ons hoofd en onze
bedoelingen)  niet zichtbaar  geen invloed op anderen
‣ Buitenkant van communicatie = gedrag dat wordt geuit en wordt waargenomen door
zintuigen  wel zichtbaar  wel invloed op anderen
‣ De overkant / effect van communicatie = de wijze waarop anderen dit gedrag interpreteren,
betekenis geven aan het gedrag  mensen geven betekenis aan woorden, intonaties, toon,
mimiek, etc. vanuit hun eigen referentiekader



AXIOMA 2: als ik wat zeg, zeg ik iets over hoe ik wil dat de ander met mij omgaat

Communicatie heeft een gelaagdheid (inhoudsniveau en betrekkingsniveau) en speelt zich ook af
binnen een bepaalde context.


‣ Inhoudsniveau = WAT er gezegd wordt = de buitenkant van communicatie en digitale taal
o Niet per se of het waar of juist is

‣ Betrekkingsniveau = HOE de ander met de inhoud moet omgaan  zegt iets over de aard van
de relatie van de betrokkene met de ander = informatie over de binnenkant, betrekking/relatie

3

, tussen mensen
o Expressieve boodschap: iemand toont al communicerend iets over zichzelf en hoe hij
wil dat de anderen hem zien
o Relationele boodschap: iemand toont al communicerend hoe hij de andere ervaart

o Appellerende boodschap: iemand toont al communicerend wat hij verwacht van de
ander

 Meestal in analoge taal (zie axioma 4)

‣ Contextniveau = PLAATS, TIJD, en RUIMTE  waardoor ze andere
betekenissen krijgen


Jill, wil jij vanavond de tafel afruimen?



Jill, jij ruimt vanavond de tafel af!


AXIOMA 3: wat waar is voor mij, is dat niet voor de ander
‣ We nemen de wereld waar door een gekleurde bril
‣ Wat waar is voor mij, is dat nog niet voor een ander
‣ We communiceren vanuit ons eigen referentiekader
‣ We denken op een eigen manier en zo kijken we naar de ander
‣ Iemand kan een boodschap helemaal anders opvatten dan de zender bedoelt
o Kan leiden tot misverstanden
‣ Herkaderen en heretiketteren = belangrijk!

Ik plan niet veel en doe mijn ding een beetje dus als iemand een uitgebreide planning heeft, zie ik die
persoon als een strever. Maar dat wilt niet zeggen dat die persoon een strever is natuurlijk.



AXIOMA 4: mensen beïnvloeden met woorden en vooral zonder woorden

‣ Digitale taal = verbale taal: woorden
o 7% van onze communicatie
‣ Analoge taal = non-verbale taal: lichaamstaal gecombineerd met intonatie
o 93% van onze communicatie
 55% visueel (lichaamstaal, houding, gebaren)
 38% vocaal (stemhoogte, toon, stemvolume, intonatie)

Kort door de bocht
‣ Digitale- en analoge taal congruent, liggen gelijk  wegen evenveel in de communicatie
‣ Digitale- en analoge taal incongruent, woorden komen niet overeen met lichaam  7, 38, 55 regel

“Ik ben niet boos!” terwijl ik met mijn voet op de grond stamp en gefronst kijk



AXIOMA 5: communicatie is zowel symmetrisch als complementair.

‣ Symmetrische interactie: gelijkheid
Harmonieuze o Gedragspatronen spiegelen elkaar
relatie vereist: ‣ Complementaire interactie: tegengesteld gedrag
voldoende
afwisseling en
vermengen 4

Table of contents

  1. 01 HOOFDSTUK 1 – WAT ZIJN GESPREKSVAARDIGHEDEN? 1
    1. Communicatie = een middel om een boodschap over te brengen 1
    2. Gespreksvaardigheden = kwaliteiten om een goed gesprek te voeren: 1
    3. Subjectiviteit = op een eigen persoonlijke wijze betekenis toekennen aan informatie (leuk, stom, mooi..) 2
    4. Intersubjectiviteit = wanneer interpretaties van mensen met elkaar vergeleken worden 2
    5. AXIOMA 1: de onmogelijkheid om niet te communiceren – alle gedrag is communicatie Elk gedrag, verbaal of non-verbaal, is een vorm van communicatie 3
    6. AXIOMA 2: als ik wat zeg, zeg ik iets over hoe ik wil dat de ander met mij omgaat 3
    7. AXIOMA 3: wat waar is voor mij, is dat niet voor de ander 4
    8. We nemen de wereld waar door een gekleurde bril 4
    9. Wat waar is voor mij, is dat nog niet voor een ander 4
    10. AXIOMA 4: mensen beïnvloeden met woorden en vooral zonder woorden 4
    11. AXIOMA 5: communicatie is zowel symmetrisch als complementair. 4
  2. 02 HOOFDSTUK 2 – EMPATHISCH LUISTEREN 6
    1. empathie: 6
    2. Echtheid (congruentie): 6
    3. Onvoorwaardelijke acceptatie: 6
    4. Werkalliantie als vertrekpunt: 6
    5. 2.2.1 VERBAAL AANDACHTGEVEND GEDRAG: 8
    6. 2.2.2 NON_VERBAAL AANDACHTGEVEND GEDRAG 8
    7. Het non-verbale als gespreksstimulans 8
    8. = vragen waarbij de belanghebbende zichzelf kan verkennen met steun van de gesprekleider + de belanghebbende heeft een actieve bijdrage en een vergroot aandeel in spreektijd 9
    9. = vragen waarbij er weinig ruimte en weinig inbreng is voor de belanghebbenden 9
    10. = vragen die de creativiteit stimuleren door na te denken over nieuwe inhouden of onverwachte richtingen 10
    11. Parafraseren = kort in eigen woorden weergeven van het belangrijkste dat de GP gezegd heeft 12
  3. 03 HOOFDSTUK 3 – GESPREKSOPBOUW 15
    1. 3.1.1 VOORBEREIDINGSFASE 15
    2. 3.1.2 OPENINGSFASE 15
    3. 3.1.3 VERKENNINGSFASE 15
    4. 3.1.4 OVERLEGFASE 15
    5. 3.1.5 AFRONDING 15
  4. 04 HOOFDSTUK 4 – GEVEN VAN FEEDBACK 16
    1. Feedback = een letterlijke terugkoppeling, geeft informatie over het effect van ons gedrag op anderen en biedt de kans om iets te leren over onszelf en ons gedrag 16
  5. 05 HOOFDSTUK 5 – SPREKEN VOOR EEN GROEP 21
  6. 06 HOOFDSTUK 6 – TELEFONEREN 25
  7. 07 HOOFDSTUK 7 – EFFECTIEF VERGADEREN 28
  8. 08 HOOFDSTUK 8 – DOELEN BESPREKEN, INFORMEREN EN ADVISEREN 32
    1. Tips: 32
    2. Adviseren = richting geven aan de oplossing die je GP gaat kiezen 33
    3. Technische problemen 33
    4. Persoonlijke problemen 33
    5. Valkuilen: 33
  9. 09 LESNOTITIES – ONLINE COMMUNICATIE 35

Connected book
 image
Ilse Colaes, Francisca Van Drongelen Empathie in actie
Publisher: 01 september 2023 ISBN: 9789464759174 Edition: 1

Document information

Study
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
May 16, 2025
Number of pages
36
Written in
2024/2025
Type
Summary
$11.78

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
6
Followers
0
Items
1
Last sold
3 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions