Anatomie 3: vasculaire anatomie
hfdst 1: hoofd en hals
1.1 neusholte = vorm tent met tussenschot (voorste gedeelte=kraakbeen, achterste=bot)
- elke zijde 3 neusschelpen (=conchae nasales) -> eronder loopt gang (=meatus nasi) =>
bovenste, middelste en onderste neusschelp
- bodem: bovenzijde verhemelte
- hoogste zone: reukzenuw (door lamina cribrosa van os ethmoidale)
- links en rechts: sinussen (met slijmvlies bekleed) => sunisitis
- Neus tussenschot leunt op de maxilla
- Smalle gang in de neus om te bevochtigen en stoffige delen op te vangen
Welke? uitmonden
Maxillaire sinussen Middelste neusgang
Frontale sinussen Middelste neusgang
Ethmoïdale sinussen Bovenste neusgang
Sphenoïdale sinussen Bovenste neusgang
Traankanaal (ductus nasolacrimalis) onderste neusgang
1.2 mondholte en verhemelte
In de mondholte gebeurt?
- Analyse ingenomen voedsel (smaak en textuur)
- Mechanische verwerking
- Menging speeksel (glijden)
- 1ste vertering koolhydraten en lipiden
Mondholte afgelijnd door slijmvlies (gelaagd niet verhoornd epitheel)
Verdeeld door gebit
- Voorste deel:
o Slijmvlies continu met lippenrood, huid, tandvlees
, o M. orbicularis oris
- Achterste deel:
o Dak=verharde verhemelte (palatum durum)
o Achteraan=zachte verhemelte (palatum molle)
- Achteraan mondholte: huig -> hierin M. uvulae (verkort en heft huig + sluit neusholte langs
achter bij slikken)
- Zijwanden: voorste en achterste amandelpijler (spieren: Mm palatoglossus en
palatopharyngeus) met daartussen tonsil (lymfoïd weefsel)
Verhemelte 2 spieren:
spier M. levator veli palatini
oorsprong Punt van os petrosum
verloop Naar voor en onder
Insertie Aponeurosis palatina (fascia zachte verhemelte)
innervatie N. vagus
Functie Opening buis van Eustachius tijdens slikken (verbinding middenoor en keelholte
open)
spier M. levator veli palatini
oorsprong Fossa scaphoidea van proc. pterygoideus
verloop Naar onder en slaan rond hamalus
Insertie Laterale boord aponeurose
innervatie N. mandibularis
Functie Idem hierboven
1.3 keelholte
Pharynx= ruimte spijsverteringskanaal en luchtwegen kruisen voor WZ ->
hangt aan de schedelbasis (bevat bindweefsel)
- Nasopharynx: gedeelte achter neus (lymfoïd weefsel + uitgang buis
van Eustachius) (‘infectie polipen’)
- Oropharynx: achter de mondholte achter de amandelpijlers -> geeft
uit in slokdarm
- Laryngopharynx: boven strottenhoofd
Vasthechting schedel
- Achteraan: op middellijn os occipitale
- Naar lateraal aan spina os sphenoidale
- Naar onder en voor: achterrand lamina mediana
- Via raphne pterygomandibularis naar linea mylohyoidea tot laatste maaltand
- Onderaan op os hyoideum, cartilago thyroidea, cricoidea
Achteraan stevige bindweefselstreng = raphne pharyngis -> insertie voor Mm. Constrictores
pharyngis (3 delen + dwarsgestreept)
- Functie: pharynx vernauwen tijdens slikken (reflex)
- Innervatie: N. vagus
, - Superior: aanhechting hoog op hamulus, raphe pterygomandibularis, linea mylohyoidea,
wortel tong
- Medius: cornu majus van os hyoideum, lig. stylohyoideum, lateraal lig. tussen os hyoideum
en catrilago thyroideum
- Inferior: vertrekt kraakbeenskelet strottenhoofd
spier M. stylopharyngeus
oorsprong Proc. styloideus
verloop caudaal
Insertie Uitrafeling wand pharynx
innervatie N. glossopharyngeus
Functie Heft pharynx tijdens slikken
spier M. palatoglossus
oorsprong Laterale rand aponeuroses zachte verhemelte
verloop Voorste amandelpijler naar beneden
Insertie tongwortel
innervatie N. Vagus
Functie Vernauwt mondholte
spier M. palatopharyngeus (3 onderdelen)
verloop Achterste amandelpijler
innervatie N. Vagus
Functie Pharynx sluiten bij slikken
1.4 tong en mondbodem
Mondbodem bestaat uit: M. digastricus en M. mylohyoideus
Tong:
- onderaan: frenulum
- corpus
- links en rechts uitmonding speekselklieren
- waarneming voedsel
- achteraan: tongwortel (hierachter: cartilago epigloticca)
extrinsieke tongspieren:
spier M. geniohyoideus
oorsprong Spina mentalis mandibulae
Insertie Mediane voorzijde os hyoideum
innervatie N. hypoglossus
Functie Uitsteken tong
spier M. genioglossus
oorsprong Spina mentalis mandibulae
Insertie Septum en tongrug
, innervatie N. hypoglossus en N. spinalis C1
Functie Uitsteken tong
spier M. hyoglossus (dieper dan de styloglossus + bedekt door styloglossus,
digastricus en mylohyoideus)
oorsprong Cornu majus van os hyoideum
verloop Vanachter en onder naar voor en boven
Insertie In de tong tot bij de apex
innervatie N. hypoglossus
Functie Tong intrekken
spier M. styloglossus
oorsprong Proc. styloideus
verloop Vanachter en onder naar voor en boven
Insertie tong
innervatie N. hypoglossus
Functie Trekt de tong naar achter en boven
1.5 speekselklieren
- oorspeekselklier (parotis) -> pannekoek achter het onderkaaksbeen
o oppervlakkige kwab: tussen huid en M. masseter
o diepe kwab: dicht tegen pharynx -> maakt viskeuze afscheiding
(amylase bevat)
o afvoergang komt uit in wang
o hierdoor verloopt N. facialis
- sublinguale klier -> onder de tong + mondt uit links en rechts naast tongriempje
- submandibulaire klier -> ligt in mondbodem (binnenzijde van de onderkaak) -> gehaakt rond
M. myloyoideus
o diepe kwab tegen extrinsieke tongspieren (kapsel: collageen bindweefsel rond
parenchym van klier -> kwabbetjes + kanalensysteem
o einde: secreterend eindstuk: muceuze en sereuze epitheelcellen (druiventros)
Verdwijning van speeksel (auto-immuunziekte) -> ernstige mondinfecties
hfdst 2: luchtwegen
2.1 larynx = bovenste deel ademhalingswegen (trachea aansluit)
2.1.1 kraakbeen elementen
op niveau C5: kraakbeengedeelte -> bogen die open zijn naar achter en kraakbeenelementen
cartilago thyroidea
- 2 laminae + transversale snede hoefijzervormig in elkaar doorlopen in een hoek
- Boven en onder -> incisurae superior en inferior
hfdst 1: hoofd en hals
1.1 neusholte = vorm tent met tussenschot (voorste gedeelte=kraakbeen, achterste=bot)
- elke zijde 3 neusschelpen (=conchae nasales) -> eronder loopt gang (=meatus nasi) =>
bovenste, middelste en onderste neusschelp
- bodem: bovenzijde verhemelte
- hoogste zone: reukzenuw (door lamina cribrosa van os ethmoidale)
- links en rechts: sinussen (met slijmvlies bekleed) => sunisitis
- Neus tussenschot leunt op de maxilla
- Smalle gang in de neus om te bevochtigen en stoffige delen op te vangen
Welke? uitmonden
Maxillaire sinussen Middelste neusgang
Frontale sinussen Middelste neusgang
Ethmoïdale sinussen Bovenste neusgang
Sphenoïdale sinussen Bovenste neusgang
Traankanaal (ductus nasolacrimalis) onderste neusgang
1.2 mondholte en verhemelte
In de mondholte gebeurt?
- Analyse ingenomen voedsel (smaak en textuur)
- Mechanische verwerking
- Menging speeksel (glijden)
- 1ste vertering koolhydraten en lipiden
Mondholte afgelijnd door slijmvlies (gelaagd niet verhoornd epitheel)
Verdeeld door gebit
- Voorste deel:
o Slijmvlies continu met lippenrood, huid, tandvlees
, o M. orbicularis oris
- Achterste deel:
o Dak=verharde verhemelte (palatum durum)
o Achteraan=zachte verhemelte (palatum molle)
- Achteraan mondholte: huig -> hierin M. uvulae (verkort en heft huig + sluit neusholte langs
achter bij slikken)
- Zijwanden: voorste en achterste amandelpijler (spieren: Mm palatoglossus en
palatopharyngeus) met daartussen tonsil (lymfoïd weefsel)
Verhemelte 2 spieren:
spier M. levator veli palatini
oorsprong Punt van os petrosum
verloop Naar voor en onder
Insertie Aponeurosis palatina (fascia zachte verhemelte)
innervatie N. vagus
Functie Opening buis van Eustachius tijdens slikken (verbinding middenoor en keelholte
open)
spier M. levator veli palatini
oorsprong Fossa scaphoidea van proc. pterygoideus
verloop Naar onder en slaan rond hamalus
Insertie Laterale boord aponeurose
innervatie N. mandibularis
Functie Idem hierboven
1.3 keelholte
Pharynx= ruimte spijsverteringskanaal en luchtwegen kruisen voor WZ ->
hangt aan de schedelbasis (bevat bindweefsel)
- Nasopharynx: gedeelte achter neus (lymfoïd weefsel + uitgang buis
van Eustachius) (‘infectie polipen’)
- Oropharynx: achter de mondholte achter de amandelpijlers -> geeft
uit in slokdarm
- Laryngopharynx: boven strottenhoofd
Vasthechting schedel
- Achteraan: op middellijn os occipitale
- Naar lateraal aan spina os sphenoidale
- Naar onder en voor: achterrand lamina mediana
- Via raphne pterygomandibularis naar linea mylohyoidea tot laatste maaltand
- Onderaan op os hyoideum, cartilago thyroidea, cricoidea
Achteraan stevige bindweefselstreng = raphne pharyngis -> insertie voor Mm. Constrictores
pharyngis (3 delen + dwarsgestreept)
- Functie: pharynx vernauwen tijdens slikken (reflex)
- Innervatie: N. vagus
, - Superior: aanhechting hoog op hamulus, raphe pterygomandibularis, linea mylohyoidea,
wortel tong
- Medius: cornu majus van os hyoideum, lig. stylohyoideum, lateraal lig. tussen os hyoideum
en catrilago thyroideum
- Inferior: vertrekt kraakbeenskelet strottenhoofd
spier M. stylopharyngeus
oorsprong Proc. styloideus
verloop caudaal
Insertie Uitrafeling wand pharynx
innervatie N. glossopharyngeus
Functie Heft pharynx tijdens slikken
spier M. palatoglossus
oorsprong Laterale rand aponeuroses zachte verhemelte
verloop Voorste amandelpijler naar beneden
Insertie tongwortel
innervatie N. Vagus
Functie Vernauwt mondholte
spier M. palatopharyngeus (3 onderdelen)
verloop Achterste amandelpijler
innervatie N. Vagus
Functie Pharynx sluiten bij slikken
1.4 tong en mondbodem
Mondbodem bestaat uit: M. digastricus en M. mylohyoideus
Tong:
- onderaan: frenulum
- corpus
- links en rechts uitmonding speekselklieren
- waarneming voedsel
- achteraan: tongwortel (hierachter: cartilago epigloticca)
extrinsieke tongspieren:
spier M. geniohyoideus
oorsprong Spina mentalis mandibulae
Insertie Mediane voorzijde os hyoideum
innervatie N. hypoglossus
Functie Uitsteken tong
spier M. genioglossus
oorsprong Spina mentalis mandibulae
Insertie Septum en tongrug
, innervatie N. hypoglossus en N. spinalis C1
Functie Uitsteken tong
spier M. hyoglossus (dieper dan de styloglossus + bedekt door styloglossus,
digastricus en mylohyoideus)
oorsprong Cornu majus van os hyoideum
verloop Vanachter en onder naar voor en boven
Insertie In de tong tot bij de apex
innervatie N. hypoglossus
Functie Tong intrekken
spier M. styloglossus
oorsprong Proc. styloideus
verloop Vanachter en onder naar voor en boven
Insertie tong
innervatie N. hypoglossus
Functie Trekt de tong naar achter en boven
1.5 speekselklieren
- oorspeekselklier (parotis) -> pannekoek achter het onderkaaksbeen
o oppervlakkige kwab: tussen huid en M. masseter
o diepe kwab: dicht tegen pharynx -> maakt viskeuze afscheiding
(amylase bevat)
o afvoergang komt uit in wang
o hierdoor verloopt N. facialis
- sublinguale klier -> onder de tong + mondt uit links en rechts naast tongriempje
- submandibulaire klier -> ligt in mondbodem (binnenzijde van de onderkaak) -> gehaakt rond
M. myloyoideus
o diepe kwab tegen extrinsieke tongspieren (kapsel: collageen bindweefsel rond
parenchym van klier -> kwabbetjes + kanalensysteem
o einde: secreterend eindstuk: muceuze en sereuze epitheelcellen (druiventros)
Verdwijning van speeksel (auto-immuunziekte) -> ernstige mondinfecties
hfdst 2: luchtwegen
2.1 larynx = bovenste deel ademhalingswegen (trachea aansluit)
2.1.1 kraakbeen elementen
op niveau C5: kraakbeengedeelte -> bogen die open zijn naar achter en kraakbeenelementen
cartilago thyroidea
- 2 laminae + transversale snede hoefijzervormig in elkaar doorlopen in een hoek
- Boven en onder -> incisurae superior en inferior