JURIDISCHE ASPECTEN EN
UITVOERINGSINSTRUMENTARIUM
Deel 1: De Bois &Loix 50%
Deel 2: Vloebergh 50%
Inhoudsopgave
College 1: WETGEVENDE KADERS OMGEVING...................................................1
1. Internationaal.............................................................................................................. 2
2. De Europese unie........................................................................................................ 3
3. De Belgische grondwet................................................................................................ 5
4. BWHI: Bijzondere Wet tot Hervorming der Instellingen...............................................7
5. Belgische federale wetten en Vlaamse decreten.........................................................7
6. Uitvoeringsbesluiten van overheden...........................................................................8
7. Soft law....................................................................................................................... 9
College 2: Hiërarchie vs Planningsinstrumentarium.........................................9
Verschil tussen planningslogica en juridische logica.......................................................9
Historiek plannings- en uitvoeringsinstrumentarium......................................11
Drie grote episodes met eigen juridisch instrumentarium.............................................11
Episode 1: Wet RO 1962 en gewestplannen..................................................................12
EPISODE 2: DECREET RO VAN ‘90 & STRUCTUURPLANNEN...........................................13
Episode 3: VCRO 2009 en beleidsplannen.....................................................................14
Ruimtelijke probleemschets..........................................................................15
Terminologie: RUIMTEBESLAG vs VERHARDING............................................................15
Juridische analyse instrumentarium..............................................................15
Ruimtelijk beleidsplan................................................................................................... 15
Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP)...................................................................................16
Stedenbouwkundige verordeningen..............................................................................19
Omgevingsvergunning.................................................................................................. 19
COLLEGE 1: WETGEVENDE KADERS OMGEVING
Opbouw les:
1. Internationaal
, 2. Europese unie
3. Belgische grondwet
4. Bwhi
5. Federale wetgeving en decreten
6. Uitvoeringsbesluiten
7. Soft law
8. Probleem bouwshift
Hiërarchie der normen: elke regelgevende laag “luistert” naar de hogere
1. INTERNATIONAAL
Verenigde naties creëren recht/regels op basis van verdragen.
Voorbeeld: VN Klimaatverdrag: Europese unie was een verdragpartij dus is ook
juridisch bindend in België
Geen rechtstreekse regelgeving, partijen van verdrag zetten verdragsrecht om in
rechtsregels
Bevat geen bepalingen, die concrete doelstelling rond ruimtegebruik afdwingen
NAVO kan wel echt regelgeving maken
ARTIKEL 7.1VN KLIMAATVERDRAG PARIJS:
Inzetten op klimaatmitigatie: milderen van schade, emissie broeikasgassen
beperken
Adaptatie: waar mitigatie niet werkt, schadelijke gevolgen opvangen door zich aan
te passen. Wordt steeds belangrijker want voor mitigatie is het bijna te laat.
Ondergeschiktheid van adaptatiedoelstellingen aan mitigatiedoelstellingen is
functioneel, ze wordt omschreven als de erkenning dat ‘de noodzaak van
adaptatie momenteel aanzienlijk is en dat een hoger mitigatieniveau de noodzaak
van extra adaptatie-inspanningen kan verminderen, en dat grotere
adaptatiebehoeften tot hogere adaptatiekosten kunnen leiden’.
Verdragspartijen worden wél verplicht om zelf een nationaal adaptatieplan op te
stellen dat internationaal wordt opgevolgd. Een adaptatieplan is evenwel een
, beleidsdocument; de juridische waarde daarvan is erg beperkt, omdat het de
prioritaire realisatie van deze doelstellingen niet waarborgt in de rechtsorde.
DUURZAAMHEIDSBEGINSEL:
Definitie concept ‘duurzame ontwikkeling’ volgens ‘Brundtland-commissie’:
“De belangrijkste mondiale milieuproblemen zijn het gevolg van de armoede in
het ene deel van de wereld, en de niet-duurzame consumptie en productie van
het andere deel van de wereld”.
Het rapport riep voor het eerst op tot duurzame ontwikkeling. Dit werd
gedefinieerd als: "een ontwikkeling die tegemoetkomt aan de noden van het
heden, zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun
behoeften te voorzien in het gedrang te brengen".
Duurzaamheidsbeginsel staat in de grondwet als streefdoel, niet afdwingbaar,
opgenomen in
Art. 3,3 van het Verdrag van de Europese Unie
Art. 7bis van de Belgische Grondwet
2. DE EUROPESE UNIE
Bevoegd voor milieu en klimaat
3 types bevoegdheden in EU:
Bevoegdheden die enkel de EU heeft: bvb munteenheid
Gedeelde bevoegdheid met lidstaten, gekoppeld aan subsidiariteitsbeginsel: bvb
milieu
o Vaak neemt EU wel deze bevoegdheid
Europese milieubeleid (art.191 VWEU): EU speelt belangrijke rol voor klimaatbeleid
Streeft volgende doelstellingen na:
Behoud, bescherming en verbetering kwaliteit van het milieu
Bescherming gezondheid mens
Behoedzaam en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen
Bevordering op internationaal vlak van maatregelen om het hoofd te bieden aan
regionale of mondiale milieuproblemen, en in het bijzonder bestrijding van
klimaatverandering
UITOEFENING BEVOEGDHEID
De Europese milieubevoegdheid is een gedeelde bevoegdheid met de lidstaten (zoals
bv ook energie, landbouw, veiligheid); bevoegdheidsuitoefening op basis van
subsidiariteitsbeginsel.
Het subsidiariteitsbeginsel houdt in dat de Europese Unie alleen ingrijpt in
beleidsterreinen die niet exclusief haar bevoegdheid zijn (zoals muntbeleid of douane),
wanneer lidstaten zelf deze doelen niet effectief kunnen bereiken op nationaal, regionaal
of lokaal niveau. Als de EU dit beter kan doen vanwege de schaal of impact, dan neemt zij
het over.
INSTRUMENTEN: RICHTLIJN VS. VERORDENING
UITVOERINGSINSTRUMENTARIUM
Deel 1: De Bois &Loix 50%
Deel 2: Vloebergh 50%
Inhoudsopgave
College 1: WETGEVENDE KADERS OMGEVING...................................................1
1. Internationaal.............................................................................................................. 2
2. De Europese unie........................................................................................................ 3
3. De Belgische grondwet................................................................................................ 5
4. BWHI: Bijzondere Wet tot Hervorming der Instellingen...............................................7
5. Belgische federale wetten en Vlaamse decreten.........................................................7
6. Uitvoeringsbesluiten van overheden...........................................................................8
7. Soft law....................................................................................................................... 9
College 2: Hiërarchie vs Planningsinstrumentarium.........................................9
Verschil tussen planningslogica en juridische logica.......................................................9
Historiek plannings- en uitvoeringsinstrumentarium......................................11
Drie grote episodes met eigen juridisch instrumentarium.............................................11
Episode 1: Wet RO 1962 en gewestplannen..................................................................12
EPISODE 2: DECREET RO VAN ‘90 & STRUCTUURPLANNEN...........................................13
Episode 3: VCRO 2009 en beleidsplannen.....................................................................14
Ruimtelijke probleemschets..........................................................................15
Terminologie: RUIMTEBESLAG vs VERHARDING............................................................15
Juridische analyse instrumentarium..............................................................15
Ruimtelijk beleidsplan................................................................................................... 15
Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP)...................................................................................16
Stedenbouwkundige verordeningen..............................................................................19
Omgevingsvergunning.................................................................................................. 19
COLLEGE 1: WETGEVENDE KADERS OMGEVING
Opbouw les:
1. Internationaal
, 2. Europese unie
3. Belgische grondwet
4. Bwhi
5. Federale wetgeving en decreten
6. Uitvoeringsbesluiten
7. Soft law
8. Probleem bouwshift
Hiërarchie der normen: elke regelgevende laag “luistert” naar de hogere
1. INTERNATIONAAL
Verenigde naties creëren recht/regels op basis van verdragen.
Voorbeeld: VN Klimaatverdrag: Europese unie was een verdragpartij dus is ook
juridisch bindend in België
Geen rechtstreekse regelgeving, partijen van verdrag zetten verdragsrecht om in
rechtsregels
Bevat geen bepalingen, die concrete doelstelling rond ruimtegebruik afdwingen
NAVO kan wel echt regelgeving maken
ARTIKEL 7.1VN KLIMAATVERDRAG PARIJS:
Inzetten op klimaatmitigatie: milderen van schade, emissie broeikasgassen
beperken
Adaptatie: waar mitigatie niet werkt, schadelijke gevolgen opvangen door zich aan
te passen. Wordt steeds belangrijker want voor mitigatie is het bijna te laat.
Ondergeschiktheid van adaptatiedoelstellingen aan mitigatiedoelstellingen is
functioneel, ze wordt omschreven als de erkenning dat ‘de noodzaak van
adaptatie momenteel aanzienlijk is en dat een hoger mitigatieniveau de noodzaak
van extra adaptatie-inspanningen kan verminderen, en dat grotere
adaptatiebehoeften tot hogere adaptatiekosten kunnen leiden’.
Verdragspartijen worden wél verplicht om zelf een nationaal adaptatieplan op te
stellen dat internationaal wordt opgevolgd. Een adaptatieplan is evenwel een
, beleidsdocument; de juridische waarde daarvan is erg beperkt, omdat het de
prioritaire realisatie van deze doelstellingen niet waarborgt in de rechtsorde.
DUURZAAMHEIDSBEGINSEL:
Definitie concept ‘duurzame ontwikkeling’ volgens ‘Brundtland-commissie’:
“De belangrijkste mondiale milieuproblemen zijn het gevolg van de armoede in
het ene deel van de wereld, en de niet-duurzame consumptie en productie van
het andere deel van de wereld”.
Het rapport riep voor het eerst op tot duurzame ontwikkeling. Dit werd
gedefinieerd als: "een ontwikkeling die tegemoetkomt aan de noden van het
heden, zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun
behoeften te voorzien in het gedrang te brengen".
Duurzaamheidsbeginsel staat in de grondwet als streefdoel, niet afdwingbaar,
opgenomen in
Art. 3,3 van het Verdrag van de Europese Unie
Art. 7bis van de Belgische Grondwet
2. DE EUROPESE UNIE
Bevoegd voor milieu en klimaat
3 types bevoegdheden in EU:
Bevoegdheden die enkel de EU heeft: bvb munteenheid
Gedeelde bevoegdheid met lidstaten, gekoppeld aan subsidiariteitsbeginsel: bvb
milieu
o Vaak neemt EU wel deze bevoegdheid
Europese milieubeleid (art.191 VWEU): EU speelt belangrijke rol voor klimaatbeleid
Streeft volgende doelstellingen na:
Behoud, bescherming en verbetering kwaliteit van het milieu
Bescherming gezondheid mens
Behoedzaam en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen
Bevordering op internationaal vlak van maatregelen om het hoofd te bieden aan
regionale of mondiale milieuproblemen, en in het bijzonder bestrijding van
klimaatverandering
UITOEFENING BEVOEGDHEID
De Europese milieubevoegdheid is een gedeelde bevoegdheid met de lidstaten (zoals
bv ook energie, landbouw, veiligheid); bevoegdheidsuitoefening op basis van
subsidiariteitsbeginsel.
Het subsidiariteitsbeginsel houdt in dat de Europese Unie alleen ingrijpt in
beleidsterreinen die niet exclusief haar bevoegdheid zijn (zoals muntbeleid of douane),
wanneer lidstaten zelf deze doelen niet effectief kunnen bereiken op nationaal, regionaal
of lokaal niveau. Als de EU dit beter kan doen vanwege de schaal of impact, dan neemt zij
het over.
INSTRUMENTEN: RICHTLIJN VS. VERORDENING