HOOFDSTUK 1 = DE JAARREKENING
WAT
- Jaarlijks financieel verslag van een onderneming
- Verantwoording van de onderneming over de ondernemingsgebeurtenissen van
het boekjaar
WAAROM
- Correcte info geven aan alle stakeholders (hebben relatie met organisatie)
o Leveranciers
o Banken
Willen weten als bedrijf lening wel kan terugbetalen
o Personeel
o Klanten
Kijken als het wel geleverd zal worden, anders geld kwijt
Bij grote uitgaven best jaarrekening opvragen
o Aandeelhouders
Krijgen dividend, dus willen weten hoe goed het bedrijf draait
o Overheid
Kijkt hoeveel belastingen het bedrijf moet betalen
WAAR
- Balanscentrale nationale bank België
- Vroeger fysiek nu digitaal
- Je kan iedereen zijn jaarrekening opvragen
WIE
- Alle Belgische ondernemingen moeten jaarrekening neerleggen
o BUITEN: VZW, ziekenhuizen, natuurlijke personen)
- Natuurlijk persoon (= ZIJN NIET VERPLICHT)
o Echt mens met identiteit
o Geen scheiding tussen persoonlijk & de onderneming zijn vermogen
o Heel je vermogen staat in voor de risico’s van de onderneming
- Rechtspersoon (vennootschap)
o Juridische constructie waardoor organisatie kan optreden als
handelingsbekwaam persoon
o Staat op zichzelf met eigen rechten, verplichtingen,..
o Heeft eigen vermogen apart van die van de vennoten
Rechtspersoon is de beste keuze !
o Kunnen niet aan je privé geld zitten
VENNOOTSCHAPPEN
- Vennootschapsvorm = juridisch kader waarbinnen onderneming wordt opgericht
- Bv; naamloze & besloten vennootschap
, SAMENVATTING BOEKHOUDEN – IMKE BOERJAN
NAAMLOZE VENNOOTSCHAP
- Minimum startkapitaal = 61 500 euro
- Minimum personen = 2
- Beperkt aansprakelijk (voor grote bedrijven & kunnen enkel aan geld v bedrijf)
BESLOTEN VENNOOTSCHAP
- Minimum startkapitaal = geen
- Minimum personen = 1
- Onbeperkt aansprakelijk (kunnen aan privé)
Niet elke vennootschap heeft dezelfde jaarrekening
- Kleine vennootschap = verkort schema
o < 100 werknemer gemiddeld per jaar
o Mag niet meer dan 1 van deze overschrijden (anders grote vennootschap)
50 werknemers
4 500 000 balanstotaal
9 000 000 jaaromzet
- Grote vennootschap = volledige jaarrekening
BOEKjaar is NIET gelijk aan KALENDERjaar
- Meestal gelijk aan kalenderjaar maar niet noodzakelijk
- Bv; je richt bedrijf 1 april op, boekjaar loopt tot 31 maart
HOOFDSTUK 2: AAN- & VERKOOP CYCLUS
Aankoopfacturen (AF) Verkoopfacturen (VF)
Verplicht op een factuur:
- Identificatie onderneming
- Identificatie klant
- Factuur nummer
- Factuur datum
- Detail van geleverde goederen, prijs, BTW, kortingen
- Uiterste datum betaling
- Factuurbedrag
- Verkoopsvoorwaarden
MvH = maatstaf van heffing
BTW = belasting op toegevoegde waarde
, SAMENVATTING BOEKHOUDEN – IMKE BOERJAN
btw altijd berekend op het totaal bedrag !!!
- Maandelijks/ 3 maandelijks btw administratie
- Verschil tussen de te betalen BTW & de terug te vorderen BTW
- 3 verschillende btw tarieven = 6% 12% 21%
o Op examen, als niet vermeld wordt => 21%
- Alles wat firma koopt = GEEN BTW
AANKOOPFACTUREN
Bijzondere gevallen
ADDITIONELE KOSTEN
o Service kosten, leveringskosten, douane kosten,…
o Opslag, verpakking, laden & lossen, keuring
COMMERCIËLE KORTING
o Klanten korting
o Promotiekorting (AF)
o Bereiken bepaalde hoeveelheid (AF)
o Korting door late levering (OCN)
o Korting wegens mindere kwaliteit (OCN) = ontvangde krediet nota
NOOIT = zomaar factuur weggooien => bij fout => kredietnota opmaken
Prijs – commerciële korting + additionele verkoopkosten
FINANCIËLE KORTING
o Bij contante of snelle betalingen < 30 DAGEN
o Moet uitdrukkelijk op factuur vermeld worden
o Pas korting bij betaling !!!
o Bedrag aan leverancier => zonder korting
o Als je weinig cash geld hebt
o Berekend op bedrag zonder BTW
NETTO PRIJS – FINANC. KORTING + BTW + FINANC. KORTING
Bedrag zelf berekenen, bv op examen staat betaald binnen 2 dagen moet je zelf korting
weten
Vb;
VERKOOPFACTUREN
Bijzondere gevallen