100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Materieel Strafrecht Samenvatting 24/25 Universiteit Leiden

Rating
-
Sold
-
Pages
47
Uploaded on
12-05-2025
Written in
2024/2025

Deze samenvatting bevat alle relevante voorgeschreven litteratuur, arresten en jurisprudentie. Verder zitten er ook stappenplannen uit de werkgroepopdrachten in met verwijzingen naar de juiste wetsartikelen. Met deze samenvatting die alle stof bevat, haal je gegarandeerd het tentamen!

Show more Read less
Institution
Module











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
May 12, 2025
Number of pages
47
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Materieel Strafrecht Samenvatting
Week 1: Inleiding, legaliteit en wederrechtelijkheid
Het publieke strafrecht wenst ongerichte wraak en dus het voorkomen van eigeninrichting.
Het materiële strafrecht regelt:
- Welke gedragingen onder welke omstandigheden strafbaar zijn
- Waaruit de strafbaar bestaan
- Onder welke voorwaarden het strafrecht mag worden toegepast
Het formele strafrecht is het rechtsgebied dat de voorschriften bevat die bepalingen via
welke weg het strafrecht zich moet verwezenlijken.

Bronnen materieel strafrecht:
- Internationale verdragen
- EU-recht
- De wet: commuun en bijzonder strafrecht
- Lagere regelgeving
- Nationale en internationale rechtspraak

Het Wetboek van Strafrecht trad in werking in 1886 nadat het was voorbereid door
commissie-De Wal, die geheel bestond uit klassieke denkers (Klassieke Richting) waardoor
het ontwerp sober en eenvoudig was. In de periode vanaf 1911 hebben veel bijstellingen
plaatsgevonden van deze sobere klassieke denkbeelden van het Wetboek onder invloed van
de Moderne Richting. Uiteindelijk is het Wetboek van strafrecht een compromis geworden
tussen deze twee denkrichtingen. We spraken daarom van de verenigingstheorie:
proportionele vergelding is hierbij de grondslag van de straf, echter met de bijzondere
doelen voor de dader als persoon in oogschouw genomen.

Het strafrecht moet worden gezien als uiterst redmiddel (ultimum remedium). Het
opportuniteitsbeginsel en de mogelijkheid van de rechter om van een straf af te zien bieden
mogelijkheden om aan de terughoudendheid van het strafrecht gehoor te geven. Daarnaast
is het dat het strafrecht er niet op is gericht om het aangebrachte leed te herstellen of
ongedaan maken. De primaire grondslag van het strafrecht is vergelding.

Rechtsdelicten (misdrijven): niet primair afkeurenswaardig omdat het als zodanig in de
strafwet omschreven is, maar omdat het zó een afkeurenswaardige gedraging is dat het niet
onbestraft kan blijven. Deze delicten weerspiegelen de bescherming van de meest essentiële
rechtsgoederen: de integriteit van het leven en lichaam, zedelijkheid, eigendom etc. Men
spreekt daarom van de klassieke misdrijven. Met wetsdelicten (overtredingen) hebben een
veel oppervlakkiger karakter en grijpen niet zo diep in, in de gewetensfunctie van de mens
als mens.

Een groot verschil tussen misdrijven en overtredingen is dat bij misdrijven altijd een
bestanddeel is opgenomen dat opzet of schuld (culpa) uitdrukt.

Plato is van mening dat de straf vooral de misdadiger moest verbeteren. Volgens Hugo de
Groot was de straf juist de wil van de dader: hij heeft het feit begaan omdat hij de straf
simpelweg wilde. Rousseau gaat uit van het ‘contract social’ dat mensen net als bij een
privaatrechtelijke overeenkomst bindt aan de gevolgen van het strafrecht. Kant was van

,mening dat onrecht moest worden vergolden (‘Kategorischen Imperativ’). Hegel was van
mening dat de vergelding bestond uit een juiste afweging tussen straf en het gepleegde
misdrijf.

Ook de Klassieke Richting ziet de vergelding als grondslag voor de straf. Beccaria is de
geestelijke vader van deze richting waarin het ‘contract social’ een essentieel uitgangspunt
vormt. Hierbij is iedere burger in zoverre vrij (liberale gedachte) en de staat onthoudt zich
van ingrijpen. Er worden gezegd dat het klassieke strafrecht een daadstrafrecht blijft.

De rechtvaardiging van de straf is gelegen in het doel daarvan, dit in tegenstelling tot de
absolute theorieën waar het doel door de vergelding wordt bepaald.

Waar n de Klassieke Richting de liberale vrijheid centraal stond, waar slechts door nauw
omschreven wetten een inbreuk op mocht worden gemaakt, wordt er bij de Moderne
Richting uitgegaan van buiten zijn vrije wil gelegen invloeden.

In Nederland wordt uitgegaan van de verenigingstheorie waarin een onderscheid wordt
gemaakt tussen de rechtsgrond en het doel van het strafrecht. De rechtvaardiging voor de
straf is in deze gemengde theorie de vergelding. Verschil met de Moderne Richting is dat de
doelen nooit boven de grens van vergelding uit mogen komen; er mag dus niet
disproportioneel worden gehandeld naar een bepaald doel. De rechter kan dus verschillende
doeleinden beogen, maar wel binnen de gegeven grenzen.

Het accent van de vergelding is aldus meer verschoven naar de maatschappelijke
doelgerichtheid. De maatschappij moet worden hersteld d.m.v. resocialisatie.

Hedendaags is er nog steeds sprake van vergeldend (retributief) recht en niet herstellend
(restitutief) recht.

Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen twee soorten harmonisatie:
a. Materiële harmonisatie: het recht van een lidstaat wordt dusdanig afgestemd op
Europese normen, dat deze normen adequaat gehandhaafd kunnen worden. Het gaat
hierbij om een verplichting om gestelde gedragsnormen te handhaven.
b. Formele harmonisatie: het gaat hier om het op elkaar afstemmen van afzonderlijke
strafrechtsystemen van lidstaten. Dit is vooral gericht op wederzijdse erkenning.

Typen delicten:
- Commissie- en omissiedelicten: commissiedelict ziet op handelen, omissiedelict juist
op nalaten.
- Materieel en formeel omschreven delicten: bij een formeel omschreven delict is het
enkele doen al voldoende, terwijl bij het materieel omschreven delict het gevolg van
de gedraging van belang is.
- Krenkingsdelicten en gevaarzettingsdelicten: bij gevaarzettingsdelicten treedt het
strafrecht reeds in werking voordat bepaalde gevaren zich hebben gerealiseerd,
terwijl bij een krenkingsdelict er een daadwerkelijke krenking van een bepaald
rechtsgoed moet hebben plaatsgevonden.

,Het verschil tussen persoonlijke en onpersoonlijke omstandigheden:
a. Persoonlijke omstandigheden: treffen de dader als persoon. Onderverdeeld in:
o Inwendige persoonlijke omstandigheden: behelzen een bepaalde psychische
gesteldheid van de dader waarmee hij de daad onder bepaalde
omstandigheden en met bepaalde gevolgen heeft verricht (opzet en culpa).
o Uitwendige persoonlijke omstandigheden: houden een bepaalde
hoedanigheid of kwaliteit van de dader in; het gaat hier om kwaliteitsdelicten.
b. Onpersoonlijke omstandigheden: betreffen de gedraging van de dader. Deze kunnen
bestaat uit begeleidende omstandigheden van de gedraging en uit gevolgen van de
gedraging.

Materiële vragen (art. 350 Sv):
1. Is bewezen dat het feit daadwerkelijk door de verdachte is begaan?
 Nee? Vrijspraak (art. 352 Sr)
2. Welk strafbaar feit levert dit op?
 Nee? OVAR (art. 352 Sr)
3. Is de verdachte strafbaar?
 Nee? OVAR (art. 352)
4. Welke straf en/of maatregel is dan toepasselijk?
 Straf en/of maatregel of eventueel schuldverklaring zonder straf (art. 9a Sr)

Het legaliteitsbeginsel (art. 1 Sr) valt uiteen in verschillende deelnormen en deze kunnen
zich zowel tot de rechter als de wetgever richten:
1. Duidelijk geformuleerd delictsomschrijvingen (lex certa)
o Vereiste van toegankelijke en duidelijke strafnormen 
voorzienbaarheidsvereiste
o Behoorlijke mate van vaagheid toegestaan (HR Onbehoorlijk gedrag)
2. Gebondenheid van de rechter aan de wet
o In gevallen waarin open termen worden gebruikt ontkomt de rechter er niet
aan de wet te interpreteren. De rechter heeft hierbij een zekere
interpretatievrijheid, maar hij dient zijn bevoegdheden niet te buiten te gaan:
1. Grammaticale interpretatiemethode: rechter stemt interpretatie af op de
betekenis van de wettelijke bepaling in de wet.
2. Wetshistorische interpretatiemethode: rechter stemt interpretatie af naar
de bedoeling die de wetgever heeft gehad met het opstellen van de
wettelijke bepaling.
3. Wetssystematische interpretatiemethode: rechter stemt interpretatie af
op argumenten die hij ontleent aan het systeem van de regeling waarvan
de bepaling deel uitmaakt.
4. Teleologische interpretatiemethode: interpretatie van delictsbestanddeel
wordt o.a. ontleend aan de strekking of ratio van de bepaling waarin het
bestanddeel fungeert; wordt vooral gekeken naar betekenis van de
bepaling naar hedendaagse opvattingen.
5. Functionele interpretatiemethode: in overeenstemming met de
maatschappelijke functie die de desbetreffende strafbepaling vervult,
verkrijgt die betekenis voor het concrete geval.
3. Verbod van analogie

, o Wanneer de rechter een bestaande wettelijke strafbepaling analogisch
toepast op een geval waarvoor de strafbepaling niet is geschreven, vult hij op
eigen houtje een lacune in de wetgeving en maakt hij gebruik van een
staatsbevoegdheid die alleen de wetgever toekomt.
4. Gewoonterecht is geen recht (lex scripta)
o Een beroep op gewoonte als onmiddellijke bron van strafbaarheid kan
willekeur in de hand werken, waartegen het legaliteitsbeginsel zich nou juist
tegen verzet.
o Volgens het EHRM kan er ook aan het legaliteitsbeginsel worden voldaan als
het gaat om ongeschreven recht.
5. Verbod van terugwerkende kracht (art. 1 lid 1 Sr)
o Dit is niet alleen vanuit de noodzaak van rechtszekerheid, maar ook vanuit het
belang van de generaal-preventieve werking van het strafrecht: een
delictsomschrijving kan alleen afschrikkend werken m.b.t. gedragingen die ná
de totstandkoming van de wettelijke strafbaarstelling worden verricht.
o Tenzij: mildheidsgebod (art. 1 lid 2 Sr; art. 49 HGEU)
6. Nulla-poena regel
o Er mogen geen onbekende straffen of straffen die het wettelijk maximum te
boven gaan worden opgelegd.
7. Noodzaak om de wet te kennen
o Het niet kennen van de wet is in strijd met het beginsel van rechtszekerheid
en staat in de weg aan het generaal-preventieve beginsel.

Voorwaarden voor strafbaarheid:
1. Er is een menselijke gedraging
2. Die valt binnen de grenzen van een wettelijke delictsomschrijving
3. Die wederrechtelijk is
4. En aan schuld te wijten is

Wederrechtelijkheid heeft betrekking op het norm overschrijdende karakter van de
gedraging die in de delictsomschrijving strafbaar is gesteld.
In de meeste gevallen wordt de wederrechtelijkheid niet als bestanddeel genoemd, vanwege
het uitgangspunt dat iedere delictsomschrijving een omschrijving is van een wederrechtelijke
gedraging. Soms is het echter nodig om in de delictsomschrijving een term te gebruiken die
kernachtig gevallen uitsluit. Twee soorten opvattingen van ‘wederrechtelijk’:
- Enge opvatting: ‘zonder eigen recht’/’zonder toestemming van de rechthebbende’;
facetwederrechtelijkheid (HR Veearts).
- Ruime opvatting: strijd met het objectieve recht. Betekenis van het bestanddeel
wederrechtelijk min of meer gelijkgesteld aan de betekenis van het element
wederrechtelijk. Wederrechtelijkheid wordt vastgesteld als bewezen kan worden dat
de gedraging in strijd is met de normen van ‘behoren’, van maatschappelijke
betamelijkheid en dus met het objectieve recht.

Twee hoofdopvattingen over opheffen van wederrechtelijkheid:
- Formele wederrechtelijkheid: alleen de wet kan de wederrechtelijkheid opheffen. Dit
zijn de wettelijke rechtvaardigingsgronden (art. 40 Sr e.v.)

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
dylanmfs Universiteit Leiden
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
24
Member since
2 year
Number of followers
7
Documents
19
Last sold
2 weeks ago

5.0

2 reviews

5
2
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions