Samenvatting Hoofdstuk 1: De pedagogische opdracht van het onderwijs
1.1 Inleiding
Elke leraar heeft idealen die samenhangen met zijn of haar visie op opvoeding en
onderwijs. Volgens Dasberg (1993) is het de taak van het onderwijs om mensen te
helpen bij hun 'menswording', zodat ze zowel meelopers als dwarsliggers kunnen
worden. Meelopen houdt in dat leerlingen kennismaken met en meelopen in bestaande
ontwikkelingen, terwijl dwarsliggen betekent dat ze kritisch leren kijken naar deze
ontwikkelingen. Dit vereist een veilige leeromgeving waarin leerlingen zich durven te
uiten.
1.2 De pedagogische opdracht van de basisschool
De pedagogische opdracht van de basisschool is het begeleiden van kinderen bij hun
menswording. Dit betekent dat kinderen leren om zowel meeloper als dwarsligger te zijn
en betrokken, sociale volwassenen worden. Ouders, school en gemeenschap hebben
hierin een gezamenlijke taak. De school vervult de taken die ouders niet kunnen
vervullen, zoals het aanleren van taal en rekenen.
1.3 Mensen op weg
Opvoeden is gericht op het begeleiden van kinderen naar volwassenheid. Langeveld
(1981) benadrukt dat opvoeding essentieel is voor de ontwikkeling van een volwaardig
mens. Hij onderscheidt:
• Opvoedingsmiddelen: Bewust gebruikte middelen door de opvoeder om een
opvoedingsdoel te bereiken, zoals beloning of straf.
• Opvoedingsfactoren: Elementen die niet bewust worden ingezet, zoals de
omgang en het milieu waarin het kind opgroeit.
1.4 Mens- en maatschappijbeelden
Een mensbeeld omvat opvattingen over de mens en zijn plaats in de wereld. Er zijn vier
soorten mensbeelden:
• Natuurlijk mensbeeld: De mens wordt gezien als een wezen dat van nature
bepaalde eigenschappen heeft.
• Cultureel mensbeeld: De mens kan zich losmaken van de natuur en cultuur
scheppen.
• Sociaal mensbeeld: De mens is gericht op samenwerking en gemeenschapszin.
• Individueel mensbeeld: De nadruk ligt op de autonomie en zelfontplooiing van
het individu.
1.5 De mens in zijn wereld
, De mens staat in relatie tot vier werelden:
1. De ander: Sociale relaties en interacties.
2. De natuur: De fysieke omgeving en ecologie.
3. De cultuur: Door de mens gecreëerde en beïnvloede omgeving.
4. De bovennatuur: Spirituele of religieuze dimensies.
1.6 Over opvoeding gesproken
Opvoeding is een proces waarbij het kind actief deelneemt aan zijn eigen ontwikkeling.
De opvoeder speelt hierin een begeleidende rol, waarbij het belangrijk is dat het kind
niet het gevoel heeft dat het wordt opgevoed.
1.7 Opvoeden: wie is verantwoordelijk?
Opvoeden is een gedeelde verantwoordelijkheid van ouders, school en samenleving. De
school neemt taken op zich die ouders niet kunnen vervullen, zoals het aanleren van
specifieke kennis en vaardigheden.
1.8 Over onderwijs gesproken
Onderwijs is meer dan het overdragen van kennis; het is ook gericht op de persoonlijke
en sociale vorming van leerlingen. Dit betekent dat onderwijs ook waarden en normen
overbrengt en bijdraagt aan de ontwikkeling van de identiteit van leerlingen.
1.9 Waardenoriëntatie en -opvoeding
Waarden zijn opvattingen over wat goed of slecht is en geven richting aan ons handelen.
Normen zijn gedragsregels die voortvloeien uit deze waarden. In het onderwijs is het
belangrijk om aandacht te besteden aan waardenoriëntatie en -opvoeding, zodat
leerlingen leren omgaan met verschillende waarden en normen in een pluriforme
samenleving.
Belangrijke begrippen:
• Socialisatie: Het proces waarbij kinderen de waarden, normen en gedragingen
van een samenleving aanleren.
• Cultuuroverdracht: Het doel van onderwijs om kennis, vaardigheden, waarden
en normen over te dragen aan nieuwe generaties.
• Selectie: Onderwijs als instrument voor het verdelen van kansen, zoals toegang
tot vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt.
• Kwalificatie: Het aanleren van cognitieve en praktische kennis en vaardigheden
voor deelname aan de samenleving.
1.1 Inleiding
Elke leraar heeft idealen die samenhangen met zijn of haar visie op opvoeding en
onderwijs. Volgens Dasberg (1993) is het de taak van het onderwijs om mensen te
helpen bij hun 'menswording', zodat ze zowel meelopers als dwarsliggers kunnen
worden. Meelopen houdt in dat leerlingen kennismaken met en meelopen in bestaande
ontwikkelingen, terwijl dwarsliggen betekent dat ze kritisch leren kijken naar deze
ontwikkelingen. Dit vereist een veilige leeromgeving waarin leerlingen zich durven te
uiten.
1.2 De pedagogische opdracht van de basisschool
De pedagogische opdracht van de basisschool is het begeleiden van kinderen bij hun
menswording. Dit betekent dat kinderen leren om zowel meeloper als dwarsligger te zijn
en betrokken, sociale volwassenen worden. Ouders, school en gemeenschap hebben
hierin een gezamenlijke taak. De school vervult de taken die ouders niet kunnen
vervullen, zoals het aanleren van taal en rekenen.
1.3 Mensen op weg
Opvoeden is gericht op het begeleiden van kinderen naar volwassenheid. Langeveld
(1981) benadrukt dat opvoeding essentieel is voor de ontwikkeling van een volwaardig
mens. Hij onderscheidt:
• Opvoedingsmiddelen: Bewust gebruikte middelen door de opvoeder om een
opvoedingsdoel te bereiken, zoals beloning of straf.
• Opvoedingsfactoren: Elementen die niet bewust worden ingezet, zoals de
omgang en het milieu waarin het kind opgroeit.
1.4 Mens- en maatschappijbeelden
Een mensbeeld omvat opvattingen over de mens en zijn plaats in de wereld. Er zijn vier
soorten mensbeelden:
• Natuurlijk mensbeeld: De mens wordt gezien als een wezen dat van nature
bepaalde eigenschappen heeft.
• Cultureel mensbeeld: De mens kan zich losmaken van de natuur en cultuur
scheppen.
• Sociaal mensbeeld: De mens is gericht op samenwerking en gemeenschapszin.
• Individueel mensbeeld: De nadruk ligt op de autonomie en zelfontplooiing van
het individu.
1.5 De mens in zijn wereld
, De mens staat in relatie tot vier werelden:
1. De ander: Sociale relaties en interacties.
2. De natuur: De fysieke omgeving en ecologie.
3. De cultuur: Door de mens gecreëerde en beïnvloede omgeving.
4. De bovennatuur: Spirituele of religieuze dimensies.
1.6 Over opvoeding gesproken
Opvoeding is een proces waarbij het kind actief deelneemt aan zijn eigen ontwikkeling.
De opvoeder speelt hierin een begeleidende rol, waarbij het belangrijk is dat het kind
niet het gevoel heeft dat het wordt opgevoed.
1.7 Opvoeden: wie is verantwoordelijk?
Opvoeden is een gedeelde verantwoordelijkheid van ouders, school en samenleving. De
school neemt taken op zich die ouders niet kunnen vervullen, zoals het aanleren van
specifieke kennis en vaardigheden.
1.8 Over onderwijs gesproken
Onderwijs is meer dan het overdragen van kennis; het is ook gericht op de persoonlijke
en sociale vorming van leerlingen. Dit betekent dat onderwijs ook waarden en normen
overbrengt en bijdraagt aan de ontwikkeling van de identiteit van leerlingen.
1.9 Waardenoriëntatie en -opvoeding
Waarden zijn opvattingen over wat goed of slecht is en geven richting aan ons handelen.
Normen zijn gedragsregels die voortvloeien uit deze waarden. In het onderwijs is het
belangrijk om aandacht te besteden aan waardenoriëntatie en -opvoeding, zodat
leerlingen leren omgaan met verschillende waarden en normen in een pluriforme
samenleving.
Belangrijke begrippen:
• Socialisatie: Het proces waarbij kinderen de waarden, normen en gedragingen
van een samenleving aanleren.
• Cultuuroverdracht: Het doel van onderwijs om kennis, vaardigheden, waarden
en normen over te dragen aan nieuwe generaties.
• Selectie: Onderwijs als instrument voor het verdelen van kansen, zoals toegang
tot vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt.
• Kwalificatie: Het aanleren van cognitieve en praktische kennis en vaardigheden
voor deelname aan de samenleving.