Les 1: inleiding en diafragma
1. Opbouw lichaam
1.1 Embryologische oorsprong => niet zo belangrijk om te kennen
Embryologisch => eerst ziet elk zoogdier er zelf uit => vanaf stage 23 begint er echt een
‘kind’ te vormen
Vrucht => 2 holtes (= dooierzak (vesicula umbilicalis) + amnion) => tussen heb je
embryonale schijf
In embryonale schijf: 3 lagen waar verschillende onderdelen
worden gebouwd
• Ectoderm
• Mesoderm
• Endoderm
➔ Blijft geen schijf => gaat groeien => bepaalde lagen meer dan
andere => draaien en keren => schijf gaat een stuk van de
dooierzak incorporeren => kan bv gastrointestinaal stelsel
worden
➔ Hartregio bij embryo is boven hoofd => naarmate schijf
groeit => meer op plaats
Kieuwbogen => staan in voor allerlei ontwikkeling => bevatten ook zenuwen en
bloedvaten => hieruit weten wat eruit ontstaat
1.2 Onderverdeling lichaam
Lichaam onderverdelen in 3 grote ruimten
• Thoraxholte = cavitas thoracica
• Abdominale holte = cavitas abdominalis
• Pelvis holte = cavitas plevicis
➔ In holte => spatium retroperitoneale = bindweefselige ruimte => hierin BV (aorta
abdominalis)
➔ Orgaan bekleed met sereus vlies
Rond orgaan: visceraal vlies
Tegen bindweefselige ruimte/wand = pariëtaal vlies
Verbinding met bindweefselruimte = meson
➢ Deze vliezen geven een VL => zorgt dat wrijving tussen organen mogelijk is
Dit heb je telkens voor elke holte => naam gaat van holte afhangen => zie prometheus p8
voor namen
1
,2. Thorax holte
2.1 Mediastinum
= middelste deel in thoraxholte => verdeelt ruimte in 2 delen van longen
Kan onderverdeeld worden in:
• Mediastinum superior (geel)
• Mediastinum inferior (rood)
Mediastinum medium: hart (roos)
Mediastinum posterior: aorta en oesophagus + aantal vaten (blauw)
Mediastinum anterius: smalle ruimte waar niet veel doorloopt (groen)
3. Diafragma
3.1 Algemene opbouw
= spier die de hoofdademhalingsfunctie verzorgt => “scheidingslijn” tussen thoracale en
abdominale holte
In 3 delen beschouwen:
• Pars lumbalis (groen)
• Pars costalis (blauw)
• Pars sternalis (rood)
➔ Hechten vast op pezig platform = centrum tendineum
Kan naar beneden toe getrokken worden => volume
wordt groter => longen zetten uit => inademen ao
Spier ontspannen => koepel naar boven => uitademen
3 gaten:
• Foramen vena cavae =>( v. cava inf, phrenico – abdominale tak van r N
phrenicus)
• Hiatus oesophageus => (oesophagus, truncus vagalis ant en post)
• Hiatus aorticus => (aorta descendes, ductus thoracicus)
Aantal spleten:
• Trigonum sternocostale => daar nog kleine bv die doortreden
• Nog aantal aan lumbale zijde
2
,3.2 Diafragma koepel en recessi
Diafragma => heeft 2 koepels => 1 ligt hoger dan de andere
➔ Gaat helemaal tot aan de ribben => nauwe spleten ontstaan = recessi
Inademen=> koepel gaat naar beneden => langs de zijkanten => spleten gaan
meer open staan => longen gaan ook wat in die spleet gaan
2 belangrijke:
- Recessus costo diafragmatica = spleet tussen ribben en diafragma
- Recessus costomediastinalis = spleet tussen ribben en mediastinum
3.3 Diafragma mechanica
In expiratie toestand (uitademen) -> diafragma komt ongeveer tot 4e
intercostaal ruimte
In inspiratie toestand (inademen)-> diafragma tot 5/6e intercostaal
ruimte
Positie diafragma kan variëren naar hoe je staat of ligt
3.4 Diafragma bevloeiing
Phrenica = diafragma
- Craniale zijde => bevloeit door 3 arteriën
Vanuit aorta => A phrenica superior dextra en sinistra
A. thoracica interna => aan de binnenkant van
ribbenrooster
➢ Tak net naast het hart: A. pericardiacophrenica
➢ Tak aan voorzijde: A. musculophrenica
- Caudale zijde => bevloeit door 1 arterie
A. phrenica inferior dextra en sinistra
3
, 3.5 Diafragma bezenuwing
Bezenuwing door N phrenicus
➔ aftakking van hoog cervicale wervels (c1-c3)-> loopt over scalenus anterior => duikt
in thoracale ruimte => loopt langs zijkant mediastinum => zo naar de zijkant van het
hart => verschil rode en groene takken
rode tak: efferente tak => effect hebben => spier aansturen
groene tak: afferent => iets krijgen => van periferie naar CZS
DUS: n phrenicus krijgt prikkeling van sternum en pericard
4