HC 13; internationaal privaatrecht; responsiecollege
Er zijn twee vormen van kwalificatie.
We hebben een rechtsverhouding met internationale elementen. Deze rechtsverhouding
moet worden ondergebracht bij een van de verwijzingscategorieën (bijv. overeenkomsten) >
dit noemen we primaire kwalificatie.
Als de kwalificatie plaatsvindt aan de hand van een verordening of verdrag (zoals Rome I),
dan moet de kwalificatie niet plaatsvinden volgens het eigen recht maar autonoom.
Subjectief aanknopingspunt: rechtskeuze. In welke omvang moeten we het gekozen recht
toepassen (dit is de secundaire kwalificatie) > in principe volgt de secundaire kwalificatie de
primaire kwalificatie.
Objectieve aanknopingspunten > plaats van ligging, plaats van schade, enz.
Secundaire kwalificatie volgt dus primaire kwalificatie > als we dus van een bepaalde
rechtsverhouding hebben gezegd dat het overeenkomstenrecht is, dan passen we Rome I
toe, ook al zou er een rechtskeuze gemaakt zijn.
Verwijzingsregels (art. 3-8 Rome I) gelden voor het normale privaatrecht met inbegrip van
regels van dwingend recht. Binnen de categorie van het dwingende recht kun je een kleine
categorie onderscheiden van super dwingend recht (de voorrangsregels)
Voorrangsregels > regels waarmee een openbaar belang is gediend, dat deze regels immuun
zijn voor het normale verwijzingsprocedé.
Art 9 Rome I (maakt een onderscheid tussen voorrangsregels van de lex fori en
voorrangsregels van het buitenland): voorrangsregels van de lex fori kan onze eigen rechter
naar believen toepassen (grote beoordelingsvrijheid). Gaat het om buitenlandse
voorrangsregels dan wordt deze mogelijkheid drastisch ingeperkt (art. 9 lid 3 Rome I) >
kunnen alleen worden toegepast indien:
1. Het moet gaan om verbodsbepalingen
2. Het moet gaan om voorrangsregels van het land van nakoming.
De toepassing van de scope rule bij voorrangsregels
Er zijn weinig wettelijke scope rules. Het gaat vaak om scope rules uit de jurisprudentie.
Wordt er op het tentamen iets gevraagd over voorrangsregel dan zal er duidelijk over een
bepaald belang worden gesproken (bijv. bescherming openbaar kunstbezit).
Wat is het verschil tussen art. 6 lid 1 sub a en b Rome I
Aan een van de twee moet worden voldaan
Sub a heeft het over de situatie waarin de professionele wederpartij van een consument
bepaalde activiteiten ontplooit in het land van de consument (bijv. aanwezigheid op een
beurs) > fysieke aanwezigheid
Sub b het richten van dergelijke activiteiten op het land van de consument (websites).
Er zijn twee vormen van kwalificatie.
We hebben een rechtsverhouding met internationale elementen. Deze rechtsverhouding
moet worden ondergebracht bij een van de verwijzingscategorieën (bijv. overeenkomsten) >
dit noemen we primaire kwalificatie.
Als de kwalificatie plaatsvindt aan de hand van een verordening of verdrag (zoals Rome I),
dan moet de kwalificatie niet plaatsvinden volgens het eigen recht maar autonoom.
Subjectief aanknopingspunt: rechtskeuze. In welke omvang moeten we het gekozen recht
toepassen (dit is de secundaire kwalificatie) > in principe volgt de secundaire kwalificatie de
primaire kwalificatie.
Objectieve aanknopingspunten > plaats van ligging, plaats van schade, enz.
Secundaire kwalificatie volgt dus primaire kwalificatie > als we dus van een bepaalde
rechtsverhouding hebben gezegd dat het overeenkomstenrecht is, dan passen we Rome I
toe, ook al zou er een rechtskeuze gemaakt zijn.
Verwijzingsregels (art. 3-8 Rome I) gelden voor het normale privaatrecht met inbegrip van
regels van dwingend recht. Binnen de categorie van het dwingende recht kun je een kleine
categorie onderscheiden van super dwingend recht (de voorrangsregels)
Voorrangsregels > regels waarmee een openbaar belang is gediend, dat deze regels immuun
zijn voor het normale verwijzingsprocedé.
Art 9 Rome I (maakt een onderscheid tussen voorrangsregels van de lex fori en
voorrangsregels van het buitenland): voorrangsregels van de lex fori kan onze eigen rechter
naar believen toepassen (grote beoordelingsvrijheid). Gaat het om buitenlandse
voorrangsregels dan wordt deze mogelijkheid drastisch ingeperkt (art. 9 lid 3 Rome I) >
kunnen alleen worden toegepast indien:
1. Het moet gaan om verbodsbepalingen
2. Het moet gaan om voorrangsregels van het land van nakoming.
De toepassing van de scope rule bij voorrangsregels
Er zijn weinig wettelijke scope rules. Het gaat vaak om scope rules uit de jurisprudentie.
Wordt er op het tentamen iets gevraagd over voorrangsregel dan zal er duidelijk over een
bepaald belang worden gesproken (bijv. bescherming openbaar kunstbezit).
Wat is het verschil tussen art. 6 lid 1 sub a en b Rome I
Aan een van de twee moet worden voldaan
Sub a heeft het over de situatie waarin de professionele wederpartij van een consument
bepaalde activiteiten ontplooit in het land van de consument (bijv. aanwezigheid op een
beurs) > fysieke aanwezigheid
Sub b het richten van dergelijke activiteiten op het land van de consument (websites).