Oefenvragen
Seksualiteit
GZW3024
, Stellingen:
1. Geef aan of de volgende stelling waar of niet waar is en argumenteer
op basis van de literatuur uit het blokboek. Motiveer je antwoord.
‘Allerhande lichamelijke aandoeningen hebben een impact op het
seksueel functioneren en de seksuele beleving. De ernst van de
aandoening bepaalt de kwaliteit van het seksueel functioneren na de
aandoening.'
Antwoord: Niet waar. De grootste voorspeller van seksueel functioneren ná
ziekte, is het seksueel functioneren vóór de ziekte. Hierbij spelen
communicatievermogen en de mate van aanpassingsvermogen en flexibiliteit
een belangrijke rol.
2. Geef voor de volgende stelling een voorargument en een
tegenargument. Baseer je argumenten op basis van de literatuur uit
het blokboek. Motiveer je antwoord.
'Porno kijken vergroot de kans op seksuele dysfuncties, zeker wanneer
je porno begint te kijken tijdens de adolescentie'.
Voor:
- Porno kan voor een lager lichaamsbeeld zorgen (geen ideaal pornolichaam)
wat indirect kan bijdragen aan het risico op seksuele disfuncties. Denk
hierbij bijv. aan een erectiestoornis, waar faalangst en prestatiedruk een
grote rol speelt.
- Door porno te kijken op een jongere leeftijd vergroot het risico op seksueel
risicogedrag zoals grensoverschrijdend gedrag en soa’s. Soa’s kunnen een
negatieve invloed hebben op het biologische seksueel systeem.
Grensoverschrijdend gedrag hangt samen met trauma’s en verminderde
interesse/opwinding.
- Porno is vaak gericht op het mannelijk seksueel script met weinig aandacht
voor het vrouwelijk genot/orgasme. Als jongeren van dit script uitgaan kan
het dus zijn dat seks als onvoldoende belonend wordt ervaren waardoor
een interesse/opwindingsstoornis zou kunnen ontstaan.
Tegen:
- Voor veel jongeren is porno een ‘veilige’ manier om kennis te maken met
seks. Zij zijn veilig in de zin dat ze nergens toe worden gedwongen en
kunnen exploreren wat zij interessant/opwindend vinden. Hierbij is wel een
verschil in het opzoeken of tegenkomen van porno. Het ‘op zoek gaan
naar’ werkt als beschermende factor voor seksueel risicogedrag omdat de
jongere voorbereid is op wat zij gaan zien. Het per ongeluk tegenkomen of
het opgedrongen krijgen van, werkt dan weer als risicofactor.
3. Geef aan of de volgende stelling waar of niet waar is en argumenteer
op basis van de literatuur uit het blokboek. Motiveer je antwoord.
'Aseksualiteit is een dysfunctie en wordt gekenmerkt door een
desinteresse in seksueel verlangen'.
Seksualiteit
GZW3024
, Stellingen:
1. Geef aan of de volgende stelling waar of niet waar is en argumenteer
op basis van de literatuur uit het blokboek. Motiveer je antwoord.
‘Allerhande lichamelijke aandoeningen hebben een impact op het
seksueel functioneren en de seksuele beleving. De ernst van de
aandoening bepaalt de kwaliteit van het seksueel functioneren na de
aandoening.'
Antwoord: Niet waar. De grootste voorspeller van seksueel functioneren ná
ziekte, is het seksueel functioneren vóór de ziekte. Hierbij spelen
communicatievermogen en de mate van aanpassingsvermogen en flexibiliteit
een belangrijke rol.
2. Geef voor de volgende stelling een voorargument en een
tegenargument. Baseer je argumenten op basis van de literatuur uit
het blokboek. Motiveer je antwoord.
'Porno kijken vergroot de kans op seksuele dysfuncties, zeker wanneer
je porno begint te kijken tijdens de adolescentie'.
Voor:
- Porno kan voor een lager lichaamsbeeld zorgen (geen ideaal pornolichaam)
wat indirect kan bijdragen aan het risico op seksuele disfuncties. Denk
hierbij bijv. aan een erectiestoornis, waar faalangst en prestatiedruk een
grote rol speelt.
- Door porno te kijken op een jongere leeftijd vergroot het risico op seksueel
risicogedrag zoals grensoverschrijdend gedrag en soa’s. Soa’s kunnen een
negatieve invloed hebben op het biologische seksueel systeem.
Grensoverschrijdend gedrag hangt samen met trauma’s en verminderde
interesse/opwinding.
- Porno is vaak gericht op het mannelijk seksueel script met weinig aandacht
voor het vrouwelijk genot/orgasme. Als jongeren van dit script uitgaan kan
het dus zijn dat seks als onvoldoende belonend wordt ervaren waardoor
een interesse/opwindingsstoornis zou kunnen ontstaan.
Tegen:
- Voor veel jongeren is porno een ‘veilige’ manier om kennis te maken met
seks. Zij zijn veilig in de zin dat ze nergens toe worden gedwongen en
kunnen exploreren wat zij interessant/opwindend vinden. Hierbij is wel een
verschil in het opzoeken of tegenkomen van porno. Het ‘op zoek gaan
naar’ werkt als beschermende factor voor seksueel risicogedrag omdat de
jongere voorbereid is op wat zij gaan zien. Het per ongeluk tegenkomen of
het opgedrongen krijgen van, werkt dan weer als risicofactor.
3. Geef aan of de volgende stelling waar of niet waar is en argumenteer
op basis van de literatuur uit het blokboek. Motiveer je antwoord.
'Aseksualiteit is een dysfunctie en wordt gekenmerkt door een
desinteresse in seksueel verlangen'.