12.1 NAAR EEN NIEUWE WERELDORDE
problemen in de Sovjet-Unie
De Sovjet-Unie had jaren ‘80 ernstige structurele problemen, die de geloofwaardigheid van
het communisme onder de bevolking deed aantasten. De economische groei was volledig
tot stilstand gekomen, omdat de Sovjet-Unie door de dure wapenwedloop bankroet was
geworden.
Destijdse leider Michael Gorbatsjov besloot enkele maatregelen in te voeren:
1. glasnost = meer persoonlijke vrijheid en openheid van zaken
2. perestrojka = meer politieke en economische vrijheid
3. brezjnevdoctrine werd losgelaten: de Sovjet-Unie zou niet meer ingrijpen als een
communistisch land communistisch zou worden
4. de Sovjet-Unie hield zich afzijdig om te kunnen bezuinigen op het leger
Deze maatregelen hadden echter het omgekeerde effect:
het einde van het communisme
In het verleden had de sociale onrust en verzet in Polen en Hongarije tot het ingrijpen van de
Sovjet-Unie geleid, maar nu ze dat niet meer deden kwamen andere communistische
regimes enorm onder druk te staan:
- 1989 de val van de Berlijnse Muur, waaronder we het plotselinge besluit van de DDR
om het verkeer tussen Oost en West weer toe te staan verstaan.
- Ook in andere Oostbloklanden werd het communisme afgeschaft
- En zelfs in de Sovjet-Unie worden eenpartijstaten opgeheven en de Sovjet-Unie
begint uiteen te vallen.
- In 1991 werd de Sovjet-Unie opgeheven en was de Koude Oorlog eindelijk voorbij.
GEVOLGEN in de voormalige Sovjet-Unie
1. Boris Jeltsin was de eerste democratisch gekozen president van Rusland. Hij stond
voor een moeilijke opgave, namelijk het starre politieke systeem veranderen en de
vastgelopen economie hervormen. Uiteindelijk ontstond er een soort kapitalistische
economie, waarin politieke zakenvrienden en hun politieke zakenvrienden zichzelf
enorm wisten te verrijken, ten koste van de gewone Russen.
2. Ook in andere voormalige Sovjet-Unie landen veranderde de economie en de
politiek. Sommige landen sloten zich aan bij parlementaire democratieën en
sommigen sloten zich aan bij de Europese Unie (Estland, Letland en Litouwen).
GEVOLGEN in Oost-Europa
1. Landen liberaliseerden de economie en voerden een parlementaire democratie in.
2. Sommige inwoners grepen terug op het nationalisme, wat hen voor de Sovjet-tijd
gebonden zou hebben.
→ Dit leidde opnieuw tot spanningen: wie behoorde tot welke natie en wie kreeg het voor het
zeggen?
, Dit gebeurde met name in Joegoslavië:
- Sinds 1918 was Joegoslavië een zelfstandige republiek waarin verschillende
bevolkingsgroepen waren verenigd, zoals de Serviërs, Slovenen, Kroaten en
Bosniërs.
- tussen 1991 en 2001 scheidden verschillende deelrepublieken zich af en raakten
bevolkingsgroepen verwikkeld in hevige burgeroorlogen, die de VN probeerde te
stoppen door met vredestroepen de bevolking te beschermen, wat niet altijd lukte.
- In 1995 werd het Nederlandse VN-bataljon (Dutchbat) in Bosnië onder de voet
gelopen door Servische troepen die vervolgens 8.000 Bosnische moslims
vermoorden.
- In 2002 nam de Nederlandse regering gedeeltelijk verantwoordelijkheid voor deze
gebeurtenis, en trad af.
→ Dit was de grootste volkenmoord in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog
de politieke islam
Islamitische strijdgroepen (slechts een miniem percentage van de miljard moslims in de
wereld) zorgen voor een conflict tussen de westerse waardes en die van sommige moslims.
Deze lijkt de opvolger van de Koude Oorlog in de 21e eeuw te zijn. De achtergrond hiervan
luidt als volgt.
Eind 20e eeuw worden de spanningen tussen christelijke en islamitische wereld steeds
groter. Dit is vooral zichtbaar door de opkomst van het moslimfundamentalisme.
Fundamentalisten zijn mensen die de oorspronkelijke uitgangspunten van hun geloof zo veel
mogelijk tot uiting willen brengen.
Zowel de christelijke als de islamitische fundamentalisten:
- hebben moeite met de gelijkheid tussen man en vrouw
- hebben moeite met grondrechten van homoseksuelen
- vinden dat moslims geen ander geloof mogen aannemen
- vinden dat wetgeving niet het resultaat mag zijn van democratische afspraken tussen
mensen, maar moet gebaseerd zijn op de goddelijke wetgeving, de sharia (de wet
van god)
Het nastreven van een samenleving waarin het woord van Allah bepalend is voor wetgeving
en beleid noemen we politieke islam. De opkomst van het moslimfundamentalisme en de
politieke islam hangt samen met 4 grote ontwikkelingen:
1. dekolonisatie en Koude Oorlog in het Midden-Oosten: Na de Tweede
Wereldoorlog gaven landen als Groot-Brittannië en Frankrijk hun macht in het
Midden-Oosten over aan lokale leiders. Deze leiders waren vaak nationalistisch en
niet bezig met religie. Tijdens de Koude Oorlog zochten sommigen steun bij de
Verenigde Staten, anderen bij de Sovjet-Unie en omdat het Midden-Oosten
belangrijk was voor olie, waren beide supermachten bereid deze leiders te steunen,
ook al waren ze niet democratisch. Na de Koude Oorlog verloren westerse ideeën
zoals socialisme en nationalisme hun populariteit en kregen mensen keerden
mensen naar de islam voor hoop.
2. Islamitisch verzet: Moslims vochten al in de 19e eeuw tegen westerse
overheersing. In 1979 lukte het islamitische groepen in Iran om de sjah af te zetten
en een islamitische regering te vormen. Ook de aanslagen op het World Trade