100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Diagnostiek in de klinische psychologie ()

Rating
4.0
(1)
Sold
38
Pages
86
Uploaded on
03-05-2025
Written in
2023/2024

Dit is een Nederlandse samenvatting van H1 t/m H9 en H11 van het boek 'Psychologische diagnostiek in de gezondheidszorg' van F. Luteijn en D.P.H. Barelds (ISBN: 9789024408115 ) en de artikelen Tiemens (2018), Groenier et al. (2008), Hengeveld & Schudel (2003), Merkelbach & Dandachi-Fitzgerald (2010), 'Kenniscentrum Persoonlijkheidsstoornissen', H2 van Emmelkamp & Meyerbröker (2019), Batstra (2021), Cortese & Coghill (2018), Scouws (2015), Rijkeboer & Thunissen (2009) en H5 Indicatiestelling. Deze stof wordt gebruikt bij het tweede/derdejaarsvak Diagnostiek in de Klinische Psychologie aan de Universiteit Utrecht. Met hulp van deze samenvatting heb ik 7,5 gehaald voor het tentamen. Dit is een uitgebreide samenvatting waarin wat in het boek en artikelen staat terugkomt, maar in een begrijpelijke, verkorte vorm.

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H1 t/m h9 en h11
Uploaded on
May 3, 2025
Number of pages
86
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

DKP – aantekeningen boek
H1: het diagnostisch proces
 Wat houdt klinische psychodiagnostiek in?
Klinische psychodiagnostiek – professionele activiteit die steunt op (1)
theorievorming over de problemen/klachten en problematische gedragingen,(2)
operationalisatie en (3) meting daarvan, en toepassing van relevante
diagnostische methoden.
 Hypothesen over gedragingen, emoties/motivaties en cognities worden
geformuleerd o.b.v. een theorie en vervolgens geoperationaliseerd, gemeten en
getoetst via een gefaseerd diagnostisch proces.
 Wat zijn de stappen van het diagnostische proces?
Het psychodiagnostisch proces is op te bouwen volgens de empirische cyclus van
wetenschappelijk onderzoek – observatie (verzamelen van empirisch materiaal) -
> inductie (formulering van theorie en hypothesen) -> deductie (afleiden van
toetsbare voorspellingen) -> toetsing (m.b.v. nieuw materiaal) -> evaluatie. Het
diagnostische proces omvat de volgende stappen:
1. Aanmelding – omvat de aanvraag van de verwijzer en de hulpvraag van
de cliënt. Deze hoeven niet hetzelfde te zijn: de cliënt vraagt meestal
om een oplossing van diens probleem, de verwijzer meestal een
onderkenning, verklaring, predictie of advies i.v.m. de behandeling. De
diagnosticus analyseert en specificeert de aanvraag en hulpvraag,
raadpleegt dossiergegevens en exploreert de belevingswereld van de
cliënt.
Analyse van de aanvraag, leidt tot:
a. Informatie over de verwijzer en de rol van de setting – wat is
diens referentiekader, wat is diens relatie met de cliënt, hoe
worden gegevens gebruikt, is het een feitelijke (vraagt om
onderzoek uit te voeren) of eigenlijke verwijzer (neemt het
initiatief tot onderzoeken), over welke bevoegdheden beschikt de
verwijzer.
b. Informatie over het type en de inhoud van de aanvraag – is de
aanvraag open (exclusief hypotheses) of gesloten (inclusief
hypotheses) opgesteld, wat is de setting van waaruit de
aanvraag afkomstig is/hoe specifiek is de aanvraag, onder welke
soort basisvraag valt de aanvraag.
De analyse wordt gesteund door wat de verwijzer al weet over de cliënt
en in hoeverre de cliënt zich zelf heeft aangemeld en instemt met het
onderzoek.
 Test die gebruikt kan worden in deze fase = Multimodale Anamnese
voor Psychotherapie (MAP).
2. Reflectie van de diagnosticus – in deze fase kent de diagnosticus
gewichten toe aan de stukken informatie die die heeft verzameld. De
diagnosticus moet zich bewust zijn van mogelijke biases in het klinisch
oordelen in het algemeen in die die tegenover de cliënt heeft. In deze
fase kunnen ook nieuwe vragen opkomen van de diagnosticus.

,3. Het diagnostisch scenario – de diagnosticus ordent alle vragen van de
aanvrager en de cliënt, diens eigen vragen en diens kennis over het
probleem. Vanuit die ordening stelt de diagnosticus een eerste,
voorlopige theorie op over de problematische gedragingen van de
cliënt. Er wordt bepaald wat gerangschikt wordt onder de onderkenning
en wat onder de verklaring. Belangrijk is om niet alles onder de
onderkenning te scharen. In theorie is de volgorde onderkenning ->
verklaring -> predictie -> indicatie -> evaluatie, maar dit kan in de
praktijk afwijken. Bovendien hoeven niet alle basisvragen onderzocht te
worden in elke situatie, dit hangt af van de vragen die in de
aanmeldingsfase aan bod zijn gekomen. De meeste aanvragen
omvatten wel de onderkenning, verklaring en indicatie.
4. Het diagnostisch onderzoek – bestaat uit zes stappen:
a. Hypothesevorming – een hypothese is een veronderstelling
van een samenhang in de werkelijkheid, die zo geformuleerd is
dat er concrete, verifieerbare voorspelling uit af te leiden is, die
dus toetsbaar is.
Onderkennende hypothese = aanwezigheid van
psychopathologie of differentiaaldiagnose.
Verklarende hypothese = een lijst met verklaringsfactoren en
hun inducerende of in stand houdende rol.
Predictieve hypothese = steunt op empirische kennis over
succesvolle predictoren.
Indicerende hypothese = veronderstellingen over welke
behandelaren en welke behandeling het best passend is bij de
cliënt en diens problematiek.
 De hypotheses zijn niet alleen gebaseerd op de conclusies uit
de onderkenning, verklaring en predictie maar steunen ook op de
ziekte-, genezings- en gezondheidstheorie van de cliënt: het
cliëntperspectief en wat die verwacht en wat die wilt bereiken.
b. Keuze van onderzoeksmiddelen – de keuze wordt bepaald
door de aard van de vraag, de psychometrische kwaliteit van
instrumenten en efficiëntieoverwegingen.
Onderzoeksmiddel voor onderkenning = objectieve instrumenten
die afgestemd zijn op meer stoornissen tegelijk of op specifieke
psychopathologische beelden + observaties, anamnestische
informatie en gegevens van informanten.
Onderzoeksmiddel voor verklaring = instrumenten die zich
richten op verklaringsfactoren, zoals individuele verschillen in
intelligentie, cognitieve vaardigheden,
persoonlijkheidseigenschappen en structurele kenmerken van de
persoon, en contextfactoren, zoals gezinsfunctionering,
situatiekenmerken en sociaaleconomische klasse.
Onderzoeksmiddel voor indicatie = hulpvragenlijst.
Onderzoeksmiddel voor predictie = instrumenten die predictieve
validiteit bezitten.
c. Formulering van toetsbare voorspellingen – het opstellen
van criteria waartegen men toetst. Als men niet van tevoren
bepaalt wanneer een hypothese bevestigd of ontkracht wordt,
dan is de kans groot dat er altijd wel een element te vinden is die

, de hypothese bevestigt (risico op interpretatiebias en
confirmatiebias). Dit betekent niet dat niets achteraf
beredeneerd mag worden, maar hier moet de diagnosticus wel
een goede onderbouwing voor hebben.
d. Afname en scoring – uit de afname van de testen komt
kwantitatieve en kwalitatieve informatie. Eerst wordt er per test
geanalyseerd, los van de hypothesen, de bevindingen worden
daarna pas vergeleken met de toetsingscriteria voor de gestelde
hypothesen. De diagnosticus maakt gebruik van normtabellen en
observatiegegevens over hoe de cliënt de taak heeft uitgevoerd
en hoe de relatie tussen diagnosticus en cliënt is.
e. Argumentatie – de uitkomsten van afname en scoring worden
teruggekoppeld naar de hypothesen en voorspellingen. De
diagnosticus geeft alle gebruikte bronnen een gewicht afhankelijk
van het belang van die bron en de psychometrische kwaliteit. In
deze fase wordt ook bepaald of de hypothese wordt verworpen of
niet, of dat die verder onderzocht moet worden. Hiervoor
gebruikt de diagnosticus zowel ondersteunend als niet-
ondersteunend materiaal. De diagnosticus probeert tot een
samenvattend beeld te komen waarin zoveel mogelijk uitkomsten
geïntegreerd worden.
f. Verslag – bevat de resultaten van het diagnostisch onderzoek
voor de verwijzer. Het verslag bestaat uit de vijf stappen van het
diagnostisch proces. Het verslag heeft twee functies:
(1) Het beargumenteren van de conclusies van het onderzoek:
meestal bevat het verslag een geclausuleerd antwoord, d.w.z. het
antwoord bevat allerlei voorwaarden waaronder de gedane
uitspraken geldig zijn. Het bevat feiten, interpretatie van de
feiten en conclusies, de gebruikte bronnen en kan ook specifieke
testuitslagen bevatten als die relevant zijn.
(2) Effectief communiceren over de cliënt: zo weet de verwijzer
wat de diagnosticus bedoelt.
Ook wordt er gerapporteerd aan de cliënt, maar dit is meestal
mondeling, waardoor de cliënt ook inspraak heeft op het verslag
en de uitkomst ervan.
Het is van belang dat alle informatie is aangepast aan de behoeften en vragen
van de cliënt. De cliënt moet het kunnen begrijpen, dat de informatie aansluit bij
diens ervaring en de cliënt vertrouwd kan raken met het denken van
diagnosticus.
 Tot welke vijf basisvragen kunnen de vragen van cliënten, verwijzers en
psychodiagnostici herleid worden?
Er zijn doorgaans vijf soorten basisvragen:
o Onderkenning – wat zijn de problemen, wat lukt er nog, wat gaat er
mis? Hierin staat inventarisatie en beschrijving van het probleem,
ordening en categorisering van disfunctioneel gedrag/stoornissen en
inschatting van de ernst van het probleemgedrag, centraal. Er zijn
twee soorten vormen van formuleren:

,  Classificeren – het klinisch beeld onderbrengen bij een type
probleem.
 Diagnostisch formuleren – hierin staat het individu met diens
unieke beeld centraal.
 Beide soorten formuleren hebben voor- en nadelen: classificeren
vergemakkelijkt de communicatie tussen partijen, maar deelt wel op
in hokjes, is beperkt en leidt tot vaststellen van comorbiditeit.
Diagnostisch formuleren doet recht aan de uniciteit van het individu,
maar empirische ondersteuning ontbreekt soms.
o Verklaring – waarom zijn bepaalde problemen er en wat houdt ze in
stand? Deze vraag omvat het probleem, condities die het optreden
van het probleem verklaren en de relatie tussen deze constructen.
Er zijn vier soorten verklaringen:
 Locus – de verklaring ligt binnen vs. buiten de persoon;
 Aard van controle – verklaring is een oorzaak (bepaalde
voorafgaande condities) of reden (vrijwillige/intentionele
keuze);
 Synchrone/diachrone verklaringscondities – synchroon:
verklaringscondities vallen samen met het te verklaren
gedrag. Diachroon: verklaringscondities gaan aan dat gedrag
vooraf.
 Inducerende en continuerende condities – inducerend: doen
gedragsproblemen ontstaan. Continuerend: houden
gedragsproblemen in stand.
In de praktijk kan men het best zoeken naar verklaringen in de
huidige situatie die het probleem in stand houden, want deze kan
men mogelijk nog beïnvloeden.
o Predictie – hoe zullen de problemen van de cliënt zich in de
toekomst verder ontwikkelen? Dit is een kansuitspraak, die mede
het behandelvoorstel beïnvloedt.
 Predictie = verband tussen predictor (het nu aanwezige gedrag)
en criterium (het toekomstige gedrag).
 Soms krijgt de diagnosticus een praktische vraag waar empirische
evidentie nog ontoereikend voor is. Intervisie (met meer experts)
speelt hierin een belangrijke rol.
 Er wordt door verzekeringsmaatschappijen en andere instanties
vaak veel belang gehecht aan het antwoord op een predictieve
vraag, terwijl het foutmarge vaak bij zo’n predictie vrij groot is.
o Indicatie – hoe kunnen de problemen opgelost worden? Hierin wordt
gekeken of de cliënt behandeling nodig heeft en zo ja, welke
behandeling en welke behandelaar. Dit is niet zozeer een selectie
van één behandeling, dat doet de behandelaar, maar meer een
richtlijn van mogelijkheden. Om tot indicatie over te gaan, moeten
de stappen van verklaring en predictie afgerond zijn. Bovendien
dient de diagnosticus de volgende kennis te bezitten:
 Kennis over behandelingen en behandelaren;
 Kennis over het relatieve nut van behandelingen;
 Kennis over de aanvaarding van de indicatie door de cliënt. Er
kan rekening gehouden worden met de voorkeuren van de
cliënt door (1) het cliëntperspectief te exploreren en te

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
7 months ago

4.0

1 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
emmavandenakker Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
132
Member since
2 year
Number of followers
35
Documents
14
Last sold
4 days ago

4.5

14 reviews

5
7
4
7
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions