METHODOLOGIE
,Hoofdstuk 2; bouwstenen en
soorten sociaalwetenschappelijk
onderzoek
Sociaalwetenschappelijk onderzoek
= de productie van geldige en betrouwbare kennis over de sociale realiteit door het
combineren van theorie en empirie, waarbij methodologische principes worden toegepast.
Hoe komen we aan sociaalwetenschappelijke kennis?
1. Theorie (kennis)
2. Empirie (met behulp van onze zintuigen observeren hoe de wereld in elkaar zit)
We hebben beide nodig; empirische cyclus
Door enkel te observeren of enkel na te denken zonder te observeren in de echte wereld
bekomen we foute kennis en eindmateriaal
= empirische cyclus van onderzoek
Wat maakt wetenschappelijke kennis superieur aan bv eigen ervaringen?
Methodologische kenmerken
Observeerbare fenomenen (niet bovennatuurlijke fenomenen)
“Waarheid” is belangrijkste criterium (maakt niet uit of de geobserveerde feiten misschien
ongemakkelijk of onaangenaam zijn, het is belangrijk dat het strookt met systematische
observaties en zojuist mogelijke feiten)
!!! als er tegenbewijs voor een bepaalde stelling komt zijn we bereid de stelling op te geven
Theorie en empirie
Theorie?
Een geheel van samenhangende proposities die bepaalde fenomenen beschrijven of
verklaren
Voorbeeld in de sociologie; Job Demand-Control Model (theorie die de wortels van stress
zoeken via twee factoren; autonomie en werkdruk)
Twee basisblokken
I. Concept
= label of algemeen abstract idee om fenomenen (waarneembare zaken) te categoriseren
(vb; stress)
II. Proposities
= veronderstelde relaties tussen concepten (vb; concept slopende job gelinkt aan fenomeen
stress)
Kenmerken van wetenschappelijke theorie
Verklaringskracht (om de wereld rond ons te verklaren)
, Veralgemeenbaarheid (ruimer toepassingsgebied (formele theorie = meest algemene
theorie)
Spaarzaam hoe minder concepten/proposities, hoe beter de theorie
Logisch consistent (uitspraken mogen elkaar niet tegenspreken)
Empirisch toetsbaar
- verifieerbaarheid; nagaan of het te observeren valt
- falsifieerbaar; zelf observaties kunnen bedenken die de theorie kunnen verleggen
Soorten theorieën
- Formele theorie (gaat uit van bepaalde basisconcepten die alles soorten sociale fenomenen,
los van de inhoud, zouden kunnen verklaren)
- Grand theory door Mills
Een soort theorie die sociale fenomenen probeert te vatten vanuit één abstract
conceptueel kader, waarin het ordenen van de concepten belangrijker is dan het begrijpen
van de sociale werkelijkheid
Zo abstract dat het vaak niet empirisch getest kan worden (structureel functionalisme van
Parsons)
- Middle range theory
Theorie die berust op een reeks aannames over één bepaald sociaal fenomeen, waaruit
hypothese kunnen worden afgeleid die op hun beurt empirisch getoets kunnen worden.
Empirie?
Het ervaren van de wereld rond om ons door (zintuigelijke) waarnemingen
Uitdagingen
1. In welke mate is het mogelijk objectieve waarnemingen te doen die los staan van de
waarnemer? (Altijd gekleurd door vooronderstellingen/verwachtingen van de waarnemer)
2. Geïnteresseerd in fenomenen die niet makkelijk waarneembaar zijn moeilijkheidsgraad
Inducti e en deducti e
Theorie –> empirie
= deductie
Van het algemene naar het specifieke of bijzondere
Uit een algemene theorie leiden we verwachting of voorspellingen af = HYPOTHESE, die we
gaan confronteren met empirisch materiaal
Empirie theorie
= inductie
Van het specifieke of bijzondere naar het algemene
Uit concrete observaties destilleren we een algemene wetmatigheid
Vb; Durkheim, le suicide –> hij deed dit op inductieve manier
Achteraf zijn er studies die deze theorie op deductieve manier zijn gaan toetsen
Empirische cyclus van onderzoek
= wetenschappers stellen een theorie op op inductieve wijze, via deductie worden er daarna
hypnose geleid en die wordt dan getoetst aan nieuw empirisch materiaal, wanneer de theorie er
, niet in slaagt hieraan te voldoen zal de theorie worden aangepast. Hoe langer deze cyclus doorgaat
hoe correcter de theorie wordt
Geldigheid en betrouwbaarheid
Laten ons toe om elk onderzoek te beoordelen op kwaliteit
Altijd aanwezig in wetenschappelijk onderzoek
2 soorten fouten;
- Toevalsfouten error; geen regelmatig patroon
- Systematische fouten bias of vertekening; regelmatig voor (systematisch)
Geldigheid of validiteit
= verwijst naar afwezigheid van systematische fouten
Kunnen om vele redenen ontstaan;
1. Meetgeldigheid of meetvaliditeit = zijn theoretische concepten wel goed gemeten?
2. Externe geldigheid of validiteit= zijn de resultaten van het onderzoek wel toepasbaar op
een ruimere context kunnen we van specifieke populatie ook naar algemene populatie
veralgemenen
3. Interne geldigheid of validiteit= is de relatie tussen concepten binnen het onderzoek wel
correct voorgesteld? (Vragen over causaliteit)
Wanneer spreken over causaliteit
- Covariatie of samenhang
- Duidelijke tijdsorde tussen de fenomenen
- Mogelijke storende factoren onder controle houden
Oppassen voor schijnverband K doet zich voor bij A en B, dus als K afwezig is kan het
zorgen voor een ander resultaat
Causaliteit is het principe dat aangeeft dat er een oorzaak-gevolgrelatie bestaat tussen twee of
meer gebeurtenissen of fenomenen. Het betekent dat de ene gebeurtenis (de oorzaak) direct
invloed heeft op een andere gebeurtenis (het gevolg). In de wetenschap wordt causaliteit vaak
onderzocht om te begrijpen hoe en waarom bepaalde fenomenen plaatsvinden en om verbanden te
leggen tussen variabelen.
Betrouwbaarheid
= verwijst naar afwezigheid van toevallige fouten
- Minder erg dan systematische fouten de neiging om elkaar te neutraliseren (relatief groot
aantal observaties)
Enorm belangrijk in wetenschappelijk onderzoek; PEER REVIEW!!
Soorten wetenschappelijk onderzoek
1. theoriegericht/ fundamenteel onderzoek
= kennisproductie als doel op zich + formuleren van theorieën
2. praktijkgericht onderzoek
,Hoofdstuk 2; bouwstenen en
soorten sociaalwetenschappelijk
onderzoek
Sociaalwetenschappelijk onderzoek
= de productie van geldige en betrouwbare kennis over de sociale realiteit door het
combineren van theorie en empirie, waarbij methodologische principes worden toegepast.
Hoe komen we aan sociaalwetenschappelijke kennis?
1. Theorie (kennis)
2. Empirie (met behulp van onze zintuigen observeren hoe de wereld in elkaar zit)
We hebben beide nodig; empirische cyclus
Door enkel te observeren of enkel na te denken zonder te observeren in de echte wereld
bekomen we foute kennis en eindmateriaal
= empirische cyclus van onderzoek
Wat maakt wetenschappelijke kennis superieur aan bv eigen ervaringen?
Methodologische kenmerken
Observeerbare fenomenen (niet bovennatuurlijke fenomenen)
“Waarheid” is belangrijkste criterium (maakt niet uit of de geobserveerde feiten misschien
ongemakkelijk of onaangenaam zijn, het is belangrijk dat het strookt met systematische
observaties en zojuist mogelijke feiten)
!!! als er tegenbewijs voor een bepaalde stelling komt zijn we bereid de stelling op te geven
Theorie en empirie
Theorie?
Een geheel van samenhangende proposities die bepaalde fenomenen beschrijven of
verklaren
Voorbeeld in de sociologie; Job Demand-Control Model (theorie die de wortels van stress
zoeken via twee factoren; autonomie en werkdruk)
Twee basisblokken
I. Concept
= label of algemeen abstract idee om fenomenen (waarneembare zaken) te categoriseren
(vb; stress)
II. Proposities
= veronderstelde relaties tussen concepten (vb; concept slopende job gelinkt aan fenomeen
stress)
Kenmerken van wetenschappelijke theorie
Verklaringskracht (om de wereld rond ons te verklaren)
, Veralgemeenbaarheid (ruimer toepassingsgebied (formele theorie = meest algemene
theorie)
Spaarzaam hoe minder concepten/proposities, hoe beter de theorie
Logisch consistent (uitspraken mogen elkaar niet tegenspreken)
Empirisch toetsbaar
- verifieerbaarheid; nagaan of het te observeren valt
- falsifieerbaar; zelf observaties kunnen bedenken die de theorie kunnen verleggen
Soorten theorieën
- Formele theorie (gaat uit van bepaalde basisconcepten die alles soorten sociale fenomenen,
los van de inhoud, zouden kunnen verklaren)
- Grand theory door Mills
Een soort theorie die sociale fenomenen probeert te vatten vanuit één abstract
conceptueel kader, waarin het ordenen van de concepten belangrijker is dan het begrijpen
van de sociale werkelijkheid
Zo abstract dat het vaak niet empirisch getest kan worden (structureel functionalisme van
Parsons)
- Middle range theory
Theorie die berust op een reeks aannames over één bepaald sociaal fenomeen, waaruit
hypothese kunnen worden afgeleid die op hun beurt empirisch getoets kunnen worden.
Empirie?
Het ervaren van de wereld rond om ons door (zintuigelijke) waarnemingen
Uitdagingen
1. In welke mate is het mogelijk objectieve waarnemingen te doen die los staan van de
waarnemer? (Altijd gekleurd door vooronderstellingen/verwachtingen van de waarnemer)
2. Geïnteresseerd in fenomenen die niet makkelijk waarneembaar zijn moeilijkheidsgraad
Inducti e en deducti e
Theorie –> empirie
= deductie
Van het algemene naar het specifieke of bijzondere
Uit een algemene theorie leiden we verwachting of voorspellingen af = HYPOTHESE, die we
gaan confronteren met empirisch materiaal
Empirie theorie
= inductie
Van het specifieke of bijzondere naar het algemene
Uit concrete observaties destilleren we een algemene wetmatigheid
Vb; Durkheim, le suicide –> hij deed dit op inductieve manier
Achteraf zijn er studies die deze theorie op deductieve manier zijn gaan toetsen
Empirische cyclus van onderzoek
= wetenschappers stellen een theorie op op inductieve wijze, via deductie worden er daarna
hypnose geleid en die wordt dan getoetst aan nieuw empirisch materiaal, wanneer de theorie er
, niet in slaagt hieraan te voldoen zal de theorie worden aangepast. Hoe langer deze cyclus doorgaat
hoe correcter de theorie wordt
Geldigheid en betrouwbaarheid
Laten ons toe om elk onderzoek te beoordelen op kwaliteit
Altijd aanwezig in wetenschappelijk onderzoek
2 soorten fouten;
- Toevalsfouten error; geen regelmatig patroon
- Systematische fouten bias of vertekening; regelmatig voor (systematisch)
Geldigheid of validiteit
= verwijst naar afwezigheid van systematische fouten
Kunnen om vele redenen ontstaan;
1. Meetgeldigheid of meetvaliditeit = zijn theoretische concepten wel goed gemeten?
2. Externe geldigheid of validiteit= zijn de resultaten van het onderzoek wel toepasbaar op
een ruimere context kunnen we van specifieke populatie ook naar algemene populatie
veralgemenen
3. Interne geldigheid of validiteit= is de relatie tussen concepten binnen het onderzoek wel
correct voorgesteld? (Vragen over causaliteit)
Wanneer spreken over causaliteit
- Covariatie of samenhang
- Duidelijke tijdsorde tussen de fenomenen
- Mogelijke storende factoren onder controle houden
Oppassen voor schijnverband K doet zich voor bij A en B, dus als K afwezig is kan het
zorgen voor een ander resultaat
Causaliteit is het principe dat aangeeft dat er een oorzaak-gevolgrelatie bestaat tussen twee of
meer gebeurtenissen of fenomenen. Het betekent dat de ene gebeurtenis (de oorzaak) direct
invloed heeft op een andere gebeurtenis (het gevolg). In de wetenschap wordt causaliteit vaak
onderzocht om te begrijpen hoe en waarom bepaalde fenomenen plaatsvinden en om verbanden te
leggen tussen variabelen.
Betrouwbaarheid
= verwijst naar afwezigheid van toevallige fouten
- Minder erg dan systematische fouten de neiging om elkaar te neutraliseren (relatief groot
aantal observaties)
Enorm belangrijk in wetenschappelijk onderzoek; PEER REVIEW!!
Soorten wetenschappelijk onderzoek
1. theoriegericht/ fundamenteel onderzoek
= kennisproductie als doel op zich + formuleren van theorieën
2. praktijkgericht onderzoek