BQ What factors shape infancy?
Ontwikkelingspsychologie: de studie van verandering tijdens het leven in fysiologie, cognitie,
emotie en sociaal gedrag/interactie van genen met vroege gebeurtenissen
Prenatale periode: de tijd in de buik van de moeder
Peutertijd (infancy): geboorte tot 18/24 maanden oud
Kindertijd (childhood): van 18/14 maanden tot 11/14 jaar oud
Adolescentie: 11/14 jaar tot 18/21 jaar oud
Volwassenheid: vanaf 18/21 jaar oud
Consistentie van dit patroon laat zien dat genen de volgorde en timing van ontwikkeling bepalen
9.1 Human development starts in the womb
Zygote: eerste cel van een nieuw leven
Na 2 weken plant de zygote zich in de baarmoederwand
Van 2 weken tot 2 maanden: embryo, de organen en interne systemen worden gevormd,
schade aan het embryo kan levenslange gevolgen hebben
Na 2 maanden: foetus, alles bestaat al maar het kind gaat groeien en wordt sterker
Twee aspecten van vroege breingroei:
- Specifieke brein regio’s volgroeien en beginnen te werken
- Regio’s in het brein leren te communiceren met elkaar door synaptische connecties
Breincircuits ontwikkelen door myelinisatie, dit begint bij de ruggenmerg (eerste trimester van
zwangerschap) en gaat daarna naar de neuronen (tweede trimester).
De meeste neuronen zijn al aangemaakt, maar tijdens de kindertijd groeien de neuronen en hun
connecties met elkaar. Vooral in de frontale kwab gebeurt dit.
Genetische instructies zorgen ervoor dat het brein groeit, maar het brein is ook erg plastisch.
Synaptisch snoeien: Het brein organiseert zichzelf als reactie op bepaalde ervaringen, waarbij
het bepaalde connecties behoudt en andere wegsnoeit.
Voeding beïnvloedt bepaalde ontwikkelingen, zoals myelinisatie
Als een omgeving niet stimulerend is, wordt het brein minder geavanceerd, en wordt het
moeilijker om complexe informatie te verwerken, problemen op te lossen of het ontwikkelen van
een complex taalvermogen
Armoede, komt vaak samen met stress, slechte voeding, geweld, wat de breinontwikkeling
vermindert
Dus genen en de omgeving beïnvloeden elkaar en zorgen samen voor de ontwikkeling van het
brein.
Teratogenen: geneesmiddelen die het embryo/foetus beschadigen
Zika virus zorgt voor breinfouten zoals microcefalie (=abnormaal klein hoofd)
Teratogenen kunnen lichamelijke en ‘geestelijke’ fouten veroorzaken. Lichamelijke fouten
kunnen snel herkend worden maar andere fouten zoals negatief sociaal gedrag of moeilijk bij
het leren van taal kan pas later ontdekt worden. De mate waarin een teratogeen invloed kan