Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Neurologie

Rating
-
Sold
-
Pages
42
Uploaded on
28-04-2025
Written in
2023/2024

Het is een uitgeschreven cursus die ik zelf heb geschreven, gebaseerd op de gegeven slides, informatie uit de les. Ik heb alle onnodige informatie weggelaten en extra informatie die wel belangrijk is erbij geschreven.

Institution
Module

Content preview

NEUROLOGIE
2. DE GROTE LOCALISATORISCHE SYNDROMEN
2.1 MOTORISCHE FUNCTIES VAN HET ZENUWSTELSEL
2.1.1 PYRAMIDAAL SYSTEEM
 Fysiologisch: stuurt bewuste, vrijwillige bewegingen en fijne motoriek aan via de
afdalende tractus corticospinalis, met kruising in de medulla oblongata. Het centraal
motorisch neuron (CMN) geeft signalen door aan het perifeer motorisch neuron
(PMN), dat direct de spieren aanstuurt.
 Letsels:
o CMN (= pyramidebaan): acuut paralyse (volledige verlamming), hypotonie &
areflexie → later hypertonie (spasticiteit) & hyperreflexie (nadien neemt het
PMN het over)
o PMN: parese (gedeeltelijke spierzwakte), hypotonie, areflexie, atrofie (het PMN
is het trofisch centrum vd spiervezels), fasciculaties
2.1.2 EXTRAPYRAMIDAAL SYSTEEM
 Fysiologisch: regelt automatische bewegingen zoals houding, balans en
spiercontrole. Het werkt samen met het piramidaal systeem om soepele en
gecoördineerde bewegingen mogelijk te maken.
 Letsels: hypertonie (rigiditeit + tandradfenomeen), dyskinesieën, rusttremor,
chorea (bewegingsonrust), hemiballisme (een heftige beweging typisch aan 1 kant
alsof ze hun ledemaat weggooien), myoclonie, dystonie (abnormale beweging met
een abnormale houding), en hypokinesie
2.1.3 CEREBELLAIR SYSTEEM
 Fysiologisch: verantwoordelijk voor de coördinatie, behoud van evenwicht en de
regeling van spiertonus
 Letsels: ataxie (ongecoördineerde bewegingen), hypermetrie (doorschieten van
bewegingen), intentietremor, dysdiadochokinese (niet kunnen uitvoeren van snel
alternerende bewegingen), hypotonie
2.2 SENSIEBELE FUNCTIES VAN HET ZENUWSTELSEL
2.2.1 VITALE SENSIBILITEIT
 Fysiologisch: pijn, temperatuur en grove tastzin. Het proces gaat via de opstijgende
tractus spinothalamicus met kruising direct na binnenkomst in het RM.
 Letsels: anesthesie + analgesie (totale onderbreking van perifere zenuw),
paresthesieën (deelse onderbreking van perifere zenuw)

2.2.2 GNOSTISCHE SENSIBILITEIT
 Fysiologisch: proprioceptie, discriminatiezin, fijne tastzin en vibratiezin. Het
proces verloopt via de opstijgende fasciculus gracilis en cuneatus met kruising in de
medulla oblongata.
 Letsels: sensorische ataxie (op wolkjes te lopen => Test van Romberg)
2.3 GROTE HERSENEN, HERSENSTAM EN RUGGENMERG
2.3.1 FRONTALE KWAB
 Fysiologisch: grootste volume van alle kwabben, dus hersenpathologie die GEEN
voorkeurslocatie heeft, komt het meest hier voor. Heeft een inhiberende en
faciliterende taak.



1

,  Letsels: motorische stoornissen (graspreflex, akinesie), expressieve/Broca afasie
(motorieke taalstoornis), cognitieve stoornissen (moeite met plannen en beslissen),
gedragsstoornissen (ontremming, euforie, desinhibitie), affectieve stoornissen
(depressie, akinetisch mutisme (niet meer of verminderd spreken))




2.3.2 PARIËTALE KWAB
 Letsels: sensorische stoornissen (verminderde of verstoorde tastzin), neglect
(verlies van bewustzijn van één kant van het lichaam), stoornissen in ruimtelijke
waarneming (problemen met herkennen van objecten of het navigeren in de ruimte),
agnosie (onvermogen om objecten te herkennen door tast, ondanks intacte zintuigen),
contralaterale homonieme hemianopsie (verlies van hetzelfde gezichtsveld in beide
ogen), praxiestoornissen (vergeten van het normale schema van ingewikkelde
motorische handelingen, zoals aankleden)
2.3.3 TEMPORALE KWAB
 Letsels: contralaterale homonieme hemianopsie, receptieve/Wernicke afasie
(begripstoornis), geheugenstoornissen, temporaalkwab epilepsie
2.3.4 OCCIPITALE KWAB
 Letsels: contralaterale homonieme hemianopsie, visuele agnosie
2.3.5 DIEPE STRUCTUREN VAN DE HEMISFEREN
 Basale ganglia (letsels zorgen typisch voor bewegingsstoornissen): chorea, athetose,
parkinsonbeeld
 Capsula interna (structuur waar veel passeert, nl sensorische, motorische, visuele,…
info, dus een kleine hersenbloeding legt dan ook alles plat): massieve contralaterale
uitval (sensorisch, motorisch, visueel, auditief)
2.3.6 HERSENSTAM
 Fysiologisch: de doorgangszone voor alle op- en neergaande zenuwbanen, alsook alle
kernen van de craniale zenuwen liggen hier ipsilateraal.
 Letsels: gekruiste syndromen
o Onderbreking van lange banen (pyramidaal en sensorisch systeem) 
contralaterale lichaamshelftuitval
o Letsel van de kernen van craniale zenuwen  homolaterale uitval

2.3.7 RUGGENMERG
 Letsels
o Totale ruggenmergsectie
 Acuut (spinale shock)
 Totale paralyse met hypotonie
 Volledige areflexie
 Geen controle over blaas en rectum
 Volledige gevoelloosheid onder niveau van het letsel
 Herstelfase (pyramidaal syndroom)
 Reflexen komen geleidelijk terug en worden overactief
 Hypertonie
o Hemisectie van het ruggenmerg = syndroom van Brown-Séquard (leidt tot
gekruiste uitval)
 Homolateraal:
 CMN uitval distaal vd lesie

2

,  PMN uitval op niveau vd lesie
 Verlies van proprioceptie (gnostische sensibiliteit)
 Contralateraal: verlies van pijn- en temperatuurszin (vitale
sensibiliteit)
o Centromedullair syndroom = a. spinalis anterior infarct
 Paralyse
 Verlies van pijn- en temperatuurszin
 Behoud van proprioceptie
o Medullaire compressie
 Primair syndroom: symptomen op niveau vh het letsel
 Secundair syndroom: symptomen distaal vh letsel
3. DIAGNOSTISCHE MIDDELEN IN DE NEUROLOGIE
3.1 TECHNISCHE ONDERZOEKEN
3.1.1 LUMBAALPUNCTIE (SPINAL TAP)
 Prelevatie van hersenvocht (cerebrospinaal vocht zonder andere bijmengingen zoals
bloed) voor biochemische analyse, celonderzoek, cultuur en antilichamen
 Aanprikken thv L3-L4 of L4-L5 (aanprikken van de durale zak op een plaats waar GEEN
ruggenmerg is)
 Normaal
o Kristalhelder
o 0 RBC => indien RBC zijn er 2 opties:
 1. Traumatische punctie: bij het door de huid prikken raakt men een vene
(contaminatie van veneus bloed in het staal)
 2. Bloed in CSV
=> Onderscheid tussen beide:
1. Na het uitspoelen van het naaldlumen zit er 5 druppels later GEEN
bloed meer in
2. Als er bloed in het CSV zit, is het eerste en tweede deel van het
bloedstaal hetzelfde
 Post-punctie hoofdpijn
o Typisch: erger bij rechtstaan, verbetert bij liggen
o Lek onderaan in de duraalzak: thv de nek is er een aanzuigeffect dat trekt op de
meningen en dat veroorzaakt een forse hoofdpijn
o Behandeling: veneus bloed inspuiten dat dan stolt waardoor het lek sluit (=
autologie bloedpatch)
3.1.2 BEELDVORMENDE ONDERZOEKEN
 CT: levert typisch axiale beelden op, deze kunnen wel gereconstrueerd worden
 MR : levert meteen beelden in 3 vlakken op
o fMRI (functionele MRI): berust op de O2-toevoer naar de hersenen die
plaatsvindt doordat er meer O2-rijk bloed naar een bepaald hersengebied wordt
gebracht (in O2-rijk bloed is O2 gebonden aan Hb) => wanneer een bepaald
gebied actief is, wordt er binnen een paar sec O2-rijk bloed gebracht naar dit
gebied => hemodynamic respons => wordt gemeten mbv fMRI
 Wanneer er veel O2-rijk bloed naar een bepaald hersengebied gaat, dan
wordt het fMRI-signaal dus opeens sterker => leidt tot een typisch signaal
van de hersenen = BOLD-signaal (Blood Oxygenation Level Dependent) =
verhouding tussen zuurstofrijk en zuurstofarm bloed
 Niet-invasieve manier om hersenfuncties in beeld te brengen
 PET (positron emissie tomografie)
o Hoe warmer de kleuren, hoe meer activiteit (hoe meer bloedflow of hoe
meer metabolisme)


3

, o PET werkt met radioactieve tracers, de klassieke tracer voor PET is een GLU
molecule waar een radioactief Fluor atoom aan hangt => hoe meer van
die radioactieve atomen op een welbepaalde plaats, hoe meer signalen op een
tomografisch beeld
3.2 NEUROFYSIOLOGISCHE/ELECTROFYSIOLOGISCHE/FUNCTIONELE ONDERZOEKEN
 EEG (electro-encefalografie): meet elektrische activiteit van de hersenen
o Filmpje vd hersenen ( ECG): signaal is duizend keer zwakker dan het
signaal van het ECG
o Meet het potentiaal verschil tussen verschillende contactpunten
o Goedkoop en niet-invasief (<=> er bestaat ook een invasief EEG)
o Bij bepaalde vormen van neurologische aandoeningen zijn er zeer specifieke
EEG afwijkingen
(= footprints), vb. epilepsie (epileptiforme EEG activiteiten in de temporaalkwab)
 EP (geëvoceerde potentialen): uitgelokte EEG signalen => als we dit maar 1 keer
zouden uitlokken dan zou het nauwelijks zichtbaar zijn, maar als we het voldoende niet-
random (op een vast moment) herhalen, ontstaat een gesommeerd signaal
o Uitgemiddeld EEG na een specifieke stimulus: visueel, sensorisch, auditief,
cognitief
 VEP = visueel geëvoceerde potentiaal
 SSEP = somato-sensorisch geëvoceerde potentiaal
 BERA = brainstem geëvoceerde potentiaal
 Long-latency evoked potential = cognitive evoked potential
 EMG (elektromyografie): meet elektrische activiteit van spieren en de zenuwen die ze
aansturen


4. AANDOENINGEN VAN HET PERIFEER ZENUWSTELSEL
4.1 RADICULOPATHIE
 Aantasting van één of meerdere zenuwwortels
o Sensibele dermatoomuitval: hypoësthesie
o Pijnzin (meer aangetast) > tastzin
o Hyporeflexie (uitval van afferent deel van reflexboog)
o Motorische uitval is mogelijk: spierzwakte en atrofie => motorische uitval is de
blgste component van een niet-pluis gevoel
o Pijn staat vaak op de voorgrond
o Uitstralende “electrische schokken”
o Paresthesieën
o Typisch meer sensorische klachten dan motorische klachten
o Eiwitverhoging in lumbaalvocht (omdat er inflammatie en cellulaire verandering
is => radices baden in de durale zak in CSV => als er iets fout is met de radices,
zijn er afwijkingen in het CSV)
 Oorzaken
o Trauma: afscheuren van één of meerdere wortels (vnl cervicaal) => meest
klassiek: zijdelingse draaibeweging van het hoofd bij motorrijders die vallen of bij
andere verkeersaccidenten
o Compressie
 Discusprolaps (vnl laag lumbaal)
 Arthrosis deformans (vnl cervicaal)
4.1.1 ISCHIADICUSNEURALGIE
 Oorzaak
o Dragen van zware lasten


4

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Uploaded on
April 28, 2025
Number of pages
42
Written in
2023/2024
Type
SUMMARY

Subjects

$9.00
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
emmavandenbroucke

Get to know the seller

Seller avatar
emmavandenbroucke Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
3
Member since
7 year
Number of followers
0
Documents
5
Last sold
6 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions