politieke geschiedenis van belgië
DE BELGISCHE REVOLUTIE
ACHTERGRONDEN, OORZAKEN EN AANLEIDING
het ancien régime in belgië
katholieke, oostenrijkse zuidelijke nederlanden bestonden uit heerlijkheden, graafschappen, hertogdommen, …
1789: franse revolutie en in de zuidelijke nederlanden de brabantse revolutie (“états belgiques unis”: verenigde
nederlandse staten)
1790: militaire herovering en herstel van het gezag van de habsburgers
1792: franse bezetting
1793: militaire herovering en herstel van het gezag van de habsburgers
1794: franse bezetting en (1795) aanhechting bij de franse republiek
1799-1804: franse republiek wordt het franse keizerrijk, napoleon
1814: militaire verovering door geallieerde legers en ‘voorlopig bestuur’
1815: congres van wenen: het “verenigd koninkrijk der nederlanden”
anomalieën
- limburg is groter op de kaart
- luxemburg heeft een andere kleur: viel buiten het koninkrijk der nederlanden
was een zogezegd onafhankelijk land want de stad (vesting) van luxemburg was van militair belang
o vredesverdragen wenen: bekommernis frankrijk indammen door voldoende grote staten
(koninkrijk der nederlanden = bufferstaat) en forten (luxemburg) ernaast te maken in handen
van de geallieerden
1
,internationale context 1830
overal opstanden (duitsland, belgië, parijs, italië, polen, …)
terug te trekken tot 1789: atlantische revolutiegolf (franse, amerikaanse revoluties: afbraak van het ancien
regime)
franse revolutie (van juli 1830 NIET 1789) belgische revolutie (augustus 1830): verband
botsende maatschappijmodellen staan tegenover elkaar
conservatieve grootmachten van europa (rusland, pruisen, oostenrijk): willen klok radicaal terugdraaien
franse anticlericale episode
- fiscale voorrechten van kerk afpakken
- proberen om katholicisme uit te roeien en te vervangen door een cultus van de rede
vijandschappen, wrok, …
MAAR ook erfenis van de franse revolutie (kiem van het europese liberalisme van de 19 de eeuw): de franse
revolutie heeft goede dingen gebracht: einde privileges, terugdringen kerk, grondwet met scheiding der
machten, verschillende rechten, …
2
,context voor willem I: het verenigd koninkrijk der nederlanden
krijgt het verenigd koninkrijk der nederlanden van de geallieerden bij het verdrag van wenen MAAR moet een
meer perfecte unie maken (zuidelijke en noordelijke nederlanden zijn verschillend)
noorden: protestants/calvinistisch, geen franstaligheid
zuiden: katholiek, franstaligheid
noord en zuid zijn vooral religieus verschillend (ipv. op vlak van taal)
wordt een opdracht voor willem
moet een evenredig deel aan politieke mandaten geven aan beide:
- bv. het afwisselend vergaderen in brussel en in den haag (was dus duidelijk nog geen homogeen land)
- bv. evenveel zuidelijke en noordelijke vertegenwoordigers in het parlement
gelijkberechtiging is benadeling voor het zuiden (er zijn meer belgen dan nederlanders)
oppositiebeweging op gang en wil liberale hervormingen (overal in europa eigenlijk)
(er was geen parlementair vorst, wel een grondwettelijk hof (= één van de kritieken op zijn beleid))
de liberale oppositiebeweging eist een grondwettelijke EN een parlementaire monarchie (een rechtstreeks
verkozen parlement dat de regering kan aansturen)
willem weigert is noordelijk calvinistisch en is bang voor de dominantie van de belgen, van het
katholicisme
geen grip op de regering
- de koning benoemt de ministers en is het hoofd van de uitvoerende macht
- de ministers moeten geen verantwoording afleggen aan het parlement
karikatuur op het onvermogen van de staten-generaal om de regering ook maar iets in de weg te leggen
wat kostte zijn troon?
3
, een onnatuurlijk politiek verbond ( andere europese landen): de heilige alliantie/het monsterverbond
liberalen en katholieken
horen eigenlijk lijnrecht tegenover elkaar te staan (herstel van de voorrechten, de katholieke kerk behouden
erfenis van de franse revolutie, de katholieke kerk verwerpen)
willem had hier niet op gerekend: tegen elkaar uit te spelen
katholieke kerken nemen meestal de kant van de conservatieve zijde (de kant van de vorst)
HIER: moderne stroming in het katholicisme: de zuidelijke nederlanden zijn door en door katholiek
er worden moderne rechten en politieke vrijheid aan een katholieke bevolking gegeven kan hen
niet slecht uitkomen
vinden elkaar dus rond het thema ‘vrijheid’
- liberalen: politieke vrijheden in lijn met de franse revolutie (pers, drukpers, eigendom, vergadering,
mening, …)
- katholieken: een nieuw autocraat dat staatsmacht wil drukken op de kerk (controle over onderwijs, wil een
pion ervan maken voor de staat) vrijheid van de kerk, vrijheid van het katholiek onderwijs zonder
overheidsinmenging, …
(een belg = een vrijheid minnend iemand)
vinden elkaar in een politiek programma (slogan: vrijheid): het buitenland ziet dat het koninkrijk der
nederlanden in een crisis zit in hoeverre is die constructie nog leefbaar?
adellijke vrouw (dikke abt – gravin) ondertekent petitie jaren ’90: petities tegen het beleid van willem
politieke patstelling
1829-1830: misoogsten hoge voedselprijzen (levensbedreigend en politiek levensgevaarlijk)
- referentie naar de arabische lente van 2011 aanleiding = hoge voedselprijzen
- verklaart waarom een brede bevolkingslaag aan opstanden en rellen doet
europese vorsten verliezen hun tronen
- willem zal hulp vragen aan conservatieve machten maar die hebben andere zaken te doen
- 1830: de koning van frankrijk is in ballingschap gezet in parijs
zenuwachtigheid in brussel van nederlandse autoriteiten (spill-over)
men wil politieke verandering (GEEN onafhankelijk belgië WANT niemand zit hierop te wachten verandering
binnen bestaande grenzen)
liberalen willen bv. aansluiting bij de franse republiek (radicalen) of gematigde hervormingen
HET VERLOOP VAN DE REVOLUTIE
4
DE BELGISCHE REVOLUTIE
ACHTERGRONDEN, OORZAKEN EN AANLEIDING
het ancien régime in belgië
katholieke, oostenrijkse zuidelijke nederlanden bestonden uit heerlijkheden, graafschappen, hertogdommen, …
1789: franse revolutie en in de zuidelijke nederlanden de brabantse revolutie (“états belgiques unis”: verenigde
nederlandse staten)
1790: militaire herovering en herstel van het gezag van de habsburgers
1792: franse bezetting
1793: militaire herovering en herstel van het gezag van de habsburgers
1794: franse bezetting en (1795) aanhechting bij de franse republiek
1799-1804: franse republiek wordt het franse keizerrijk, napoleon
1814: militaire verovering door geallieerde legers en ‘voorlopig bestuur’
1815: congres van wenen: het “verenigd koninkrijk der nederlanden”
anomalieën
- limburg is groter op de kaart
- luxemburg heeft een andere kleur: viel buiten het koninkrijk der nederlanden
was een zogezegd onafhankelijk land want de stad (vesting) van luxemburg was van militair belang
o vredesverdragen wenen: bekommernis frankrijk indammen door voldoende grote staten
(koninkrijk der nederlanden = bufferstaat) en forten (luxemburg) ernaast te maken in handen
van de geallieerden
1
,internationale context 1830
overal opstanden (duitsland, belgië, parijs, italië, polen, …)
terug te trekken tot 1789: atlantische revolutiegolf (franse, amerikaanse revoluties: afbraak van het ancien
regime)
franse revolutie (van juli 1830 NIET 1789) belgische revolutie (augustus 1830): verband
botsende maatschappijmodellen staan tegenover elkaar
conservatieve grootmachten van europa (rusland, pruisen, oostenrijk): willen klok radicaal terugdraaien
franse anticlericale episode
- fiscale voorrechten van kerk afpakken
- proberen om katholicisme uit te roeien en te vervangen door een cultus van de rede
vijandschappen, wrok, …
MAAR ook erfenis van de franse revolutie (kiem van het europese liberalisme van de 19 de eeuw): de franse
revolutie heeft goede dingen gebracht: einde privileges, terugdringen kerk, grondwet met scheiding der
machten, verschillende rechten, …
2
,context voor willem I: het verenigd koninkrijk der nederlanden
krijgt het verenigd koninkrijk der nederlanden van de geallieerden bij het verdrag van wenen MAAR moet een
meer perfecte unie maken (zuidelijke en noordelijke nederlanden zijn verschillend)
noorden: protestants/calvinistisch, geen franstaligheid
zuiden: katholiek, franstaligheid
noord en zuid zijn vooral religieus verschillend (ipv. op vlak van taal)
wordt een opdracht voor willem
moet een evenredig deel aan politieke mandaten geven aan beide:
- bv. het afwisselend vergaderen in brussel en in den haag (was dus duidelijk nog geen homogeen land)
- bv. evenveel zuidelijke en noordelijke vertegenwoordigers in het parlement
gelijkberechtiging is benadeling voor het zuiden (er zijn meer belgen dan nederlanders)
oppositiebeweging op gang en wil liberale hervormingen (overal in europa eigenlijk)
(er was geen parlementair vorst, wel een grondwettelijk hof (= één van de kritieken op zijn beleid))
de liberale oppositiebeweging eist een grondwettelijke EN een parlementaire monarchie (een rechtstreeks
verkozen parlement dat de regering kan aansturen)
willem weigert is noordelijk calvinistisch en is bang voor de dominantie van de belgen, van het
katholicisme
geen grip op de regering
- de koning benoemt de ministers en is het hoofd van de uitvoerende macht
- de ministers moeten geen verantwoording afleggen aan het parlement
karikatuur op het onvermogen van de staten-generaal om de regering ook maar iets in de weg te leggen
wat kostte zijn troon?
3
, een onnatuurlijk politiek verbond ( andere europese landen): de heilige alliantie/het monsterverbond
liberalen en katholieken
horen eigenlijk lijnrecht tegenover elkaar te staan (herstel van de voorrechten, de katholieke kerk behouden
erfenis van de franse revolutie, de katholieke kerk verwerpen)
willem had hier niet op gerekend: tegen elkaar uit te spelen
katholieke kerken nemen meestal de kant van de conservatieve zijde (de kant van de vorst)
HIER: moderne stroming in het katholicisme: de zuidelijke nederlanden zijn door en door katholiek
er worden moderne rechten en politieke vrijheid aan een katholieke bevolking gegeven kan hen
niet slecht uitkomen
vinden elkaar dus rond het thema ‘vrijheid’
- liberalen: politieke vrijheden in lijn met de franse revolutie (pers, drukpers, eigendom, vergadering,
mening, …)
- katholieken: een nieuw autocraat dat staatsmacht wil drukken op de kerk (controle over onderwijs, wil een
pion ervan maken voor de staat) vrijheid van de kerk, vrijheid van het katholiek onderwijs zonder
overheidsinmenging, …
(een belg = een vrijheid minnend iemand)
vinden elkaar in een politiek programma (slogan: vrijheid): het buitenland ziet dat het koninkrijk der
nederlanden in een crisis zit in hoeverre is die constructie nog leefbaar?
adellijke vrouw (dikke abt – gravin) ondertekent petitie jaren ’90: petities tegen het beleid van willem
politieke patstelling
1829-1830: misoogsten hoge voedselprijzen (levensbedreigend en politiek levensgevaarlijk)
- referentie naar de arabische lente van 2011 aanleiding = hoge voedselprijzen
- verklaart waarom een brede bevolkingslaag aan opstanden en rellen doet
europese vorsten verliezen hun tronen
- willem zal hulp vragen aan conservatieve machten maar die hebben andere zaken te doen
- 1830: de koning van frankrijk is in ballingschap gezet in parijs
zenuwachtigheid in brussel van nederlandse autoriteiten (spill-over)
men wil politieke verandering (GEEN onafhankelijk belgië WANT niemand zit hierop te wachten verandering
binnen bestaande grenzen)
liberalen willen bv. aansluiting bij de franse republiek (radicalen) of gematigde hervormingen
HET VERLOOP VAN DE REVOLUTIE
4