Leidende vraag 1: Waardoor veranderde de maatschappelijke verhoudingen in
Nederland tussen 1948 en 1978?
Economische groei:
Na de Tweede Wereldoorlog
werden de vooroorlogse sociale
verhoudingen in Nederland
aanvankelijk hersteld. De verzuiling
keerde weer terug.
Continuïteit → de verzuiling bleef
hetzelfde (voor en na WOII)
Veranderingen?
Binnenland:
- In het interbellum zaten er voornamelijk confessionele partijen in het Nederlandse
kabinet. Na WOII werden dit de rooms-rode kabinetten (KVP met PvdA). Ofwel een
combinatie van katholieken en socialisten. → rooms: katholieke, rode: socialisten.
Buitenland:
- Nederland sloot zich aan bij de NAVO (militaire samenwerking zonder Rusland) en
de EGKS (economische samenwerking die ervoor zorgde dat kolen en staal verdeeld
, werden, want als één land alle kolen en staal hebben hadden zij een enorme militaire
voorsprong → gevaarlijk in tijden van oorlog)
- Nederland was niet meer neutraal, maar sloot zich in de Koude Oorlog aan bij de VS.
(Bij deze neutraliteitsbreuk stopte de continuïteit)
- Een groot deel van de oorzaak hiervan lag bij het Marshallplan. Nederland kreeg
direct na WOII vanuit de VS te maken met het Marshallplan/Marshallhulp. Dit
European Recovery Program (ERP) was gericht op de economische wederopbouw
van de door de oorlog getroffen landen in Europa. Een belangrijke drijfveer van deze
hulp was het vormen van een sterke buffer tegen de expansie van het communisme
vanuit de Sovjet-Unie van Stalin.
Marshallplan
Het grootste verschil met de vooroorlogse jaren was de sterke economische groei.
Toch kwam deze welvaart niet méteen op gang.
Er werd meer ingevoerd dan uitgevoerd. Om meer te produceren moesten in het buitenland
bijvoorbeeld steenkool, machines en tractoren worden gekocht. Maar geld daarvoor was er
niet.
Daarom ging de regering in op het Amerikaanse aanbod om te helpen met geld en goederen
> Marshallplan.
Andere motor(en) achter de groei?
1. Industrialisatie. In veel delen van het land ontstond industrie of werd de bestaande
industrie uitgebreid. → meer fabrieken
Nederland tussen 1948 en 1978?
Economische groei:
Na de Tweede Wereldoorlog
werden de vooroorlogse sociale
verhoudingen in Nederland
aanvankelijk hersteld. De verzuiling
keerde weer terug.
Continuïteit → de verzuiling bleef
hetzelfde (voor en na WOII)
Veranderingen?
Binnenland:
- In het interbellum zaten er voornamelijk confessionele partijen in het Nederlandse
kabinet. Na WOII werden dit de rooms-rode kabinetten (KVP met PvdA). Ofwel een
combinatie van katholieken en socialisten. → rooms: katholieke, rode: socialisten.
Buitenland:
- Nederland sloot zich aan bij de NAVO (militaire samenwerking zonder Rusland) en
de EGKS (economische samenwerking die ervoor zorgde dat kolen en staal verdeeld
, werden, want als één land alle kolen en staal hebben hadden zij een enorme militaire
voorsprong → gevaarlijk in tijden van oorlog)
- Nederland was niet meer neutraal, maar sloot zich in de Koude Oorlog aan bij de VS.
(Bij deze neutraliteitsbreuk stopte de continuïteit)
- Een groot deel van de oorzaak hiervan lag bij het Marshallplan. Nederland kreeg
direct na WOII vanuit de VS te maken met het Marshallplan/Marshallhulp. Dit
European Recovery Program (ERP) was gericht op de economische wederopbouw
van de door de oorlog getroffen landen in Europa. Een belangrijke drijfveer van deze
hulp was het vormen van een sterke buffer tegen de expansie van het communisme
vanuit de Sovjet-Unie van Stalin.
Marshallplan
Het grootste verschil met de vooroorlogse jaren was de sterke economische groei.
Toch kwam deze welvaart niet méteen op gang.
Er werd meer ingevoerd dan uitgevoerd. Om meer te produceren moesten in het buitenland
bijvoorbeeld steenkool, machines en tractoren worden gekocht. Maar geld daarvoor was er
niet.
Daarom ging de regering in op het Amerikaanse aanbod om te helpen met geld en goederen
> Marshallplan.
Andere motor(en) achter de groei?
1. Industrialisatie. In veel delen van het land ontstond industrie of werd de bestaande
industrie uitgebreid. → meer fabrieken