Cursus communicatie
Communicatie is een uitwisseling van woorden/gedachten, als mensen met elkaar praten is
het communicatie, maar communicatie kan bijvoorbeeld ook een online of fysieke reclame
zijn. Het is een manier om een boodschap of idee over te brengen.
● Omgang met anderen
● Lichaamstaal
● Marketing
● Sociale media
Communicatie is een proces van tweerichtingsverkeer waarbij de interactie essentieel is.
Zender → boodschap (encoderen)
Medium → ontvanger (decoderen)
Een boodschap bestaat uit 4 elementen:
● Informatiele/zakelijke aspect → informatie die je overbrengt
● Relationele aspect → hoe je iets aan iemand vertelt met betrekking tot je relatie tot
die persoon toe.
● Zelf expressieve aspect → emotionele
● Appellerende aspect → roept iemand om iets te gaan doen
Komt de boodschap aan ?
● Afhankelijk van:
○ Referentiekader en context
■ Geheel van gewoonten, regels, ervaringen, normen en waarden
waarop de ontvanger zijn denken baseert.
○ Maatschappelijke- en omgevingsfactoren
○ Redundantie → overtollige informatie
■ Functionele redundantie
■ Disfunctionele redundantie
■ Neutrale redundantie
○ Ruis → factoren die het communicatieproces verstoren
, Beperkingen klassieke communicatiemodel:
● Ontvanger is nooit passief
● De macht ligt nu meer bij de ontvanger die zelf bepaald waar die naar kijkt
Communicatietheorieën
1. Stimulus - respons
Een stimulus leidt tot een bepaalde respons, wat er wordt gezegd doe je.
Het idee is dat ontvangers klakkeloos accepteren en overnemen wat de zender hen
voorschotelt (injectienaaldtheorie)
2. Two step flow
Influencers beïnvloeden een grotere doelgroep, er is een tussenpersoon die de
informatie overbrengt.
Intermediair tussen de zender en een grotere (doel) groep.
3. Uses and gratifications
Mensen bepalen wat ze met media doen, jij bepaalt zelf met welke media je iets
doet.
De keuzes en beslissingen baseer je op je eigen behoeften.
4. Agendasetting
Media bepalen waarover wordt gesproken maar niet wat wij denken. Je bepaalt zelf
wat je denkt
5. Netwerkmodellen
Leden van een netwerk beïnvloeden elkaar, familie, vrienden etc.
6. Framing
Bij framing kies je er bewust voor om bepaalde woorden en beelden te gebruiken
waarbij je een aantal specifieke zaken uitlicht, sommige dingen blijven dus ook buiten
beeld.
Mensen overtuigen door informatie op een bepaalde manier te presenteren.
Selectieve perceptie
● Je ziet wat je wil zien, wat je al weet of wat jouw kennis bevestigt.
Framing en labelling
● Framing
○ Communicatie techniek om mensen te overtuigen door informatie op een
bepaalde manier te presenteren
● Labelling
○ Het inkleuren door naamgeving en woordgebruik
Encoderen: Het omzetten van gedachten in woorden en beelden door de zender
Decoderen: Het omzetten van een boodschap in gedachten door de ontvanger
Communicatie is een uitwisseling van woorden/gedachten, als mensen met elkaar praten is
het communicatie, maar communicatie kan bijvoorbeeld ook een online of fysieke reclame
zijn. Het is een manier om een boodschap of idee over te brengen.
● Omgang met anderen
● Lichaamstaal
● Marketing
● Sociale media
Communicatie is een proces van tweerichtingsverkeer waarbij de interactie essentieel is.
Zender → boodschap (encoderen)
Medium → ontvanger (decoderen)
Een boodschap bestaat uit 4 elementen:
● Informatiele/zakelijke aspect → informatie die je overbrengt
● Relationele aspect → hoe je iets aan iemand vertelt met betrekking tot je relatie tot
die persoon toe.
● Zelf expressieve aspect → emotionele
● Appellerende aspect → roept iemand om iets te gaan doen
Komt de boodschap aan ?
● Afhankelijk van:
○ Referentiekader en context
■ Geheel van gewoonten, regels, ervaringen, normen en waarden
waarop de ontvanger zijn denken baseert.
○ Maatschappelijke- en omgevingsfactoren
○ Redundantie → overtollige informatie
■ Functionele redundantie
■ Disfunctionele redundantie
■ Neutrale redundantie
○ Ruis → factoren die het communicatieproces verstoren
, Beperkingen klassieke communicatiemodel:
● Ontvanger is nooit passief
● De macht ligt nu meer bij de ontvanger die zelf bepaald waar die naar kijkt
Communicatietheorieën
1. Stimulus - respons
Een stimulus leidt tot een bepaalde respons, wat er wordt gezegd doe je.
Het idee is dat ontvangers klakkeloos accepteren en overnemen wat de zender hen
voorschotelt (injectienaaldtheorie)
2. Two step flow
Influencers beïnvloeden een grotere doelgroep, er is een tussenpersoon die de
informatie overbrengt.
Intermediair tussen de zender en een grotere (doel) groep.
3. Uses and gratifications
Mensen bepalen wat ze met media doen, jij bepaalt zelf met welke media je iets
doet.
De keuzes en beslissingen baseer je op je eigen behoeften.
4. Agendasetting
Media bepalen waarover wordt gesproken maar niet wat wij denken. Je bepaalt zelf
wat je denkt
5. Netwerkmodellen
Leden van een netwerk beïnvloeden elkaar, familie, vrienden etc.
6. Framing
Bij framing kies je er bewust voor om bepaalde woorden en beelden te gebruiken
waarbij je een aantal specifieke zaken uitlicht, sommige dingen blijven dus ook buiten
beeld.
Mensen overtuigen door informatie op een bepaalde manier te presenteren.
Selectieve perceptie
● Je ziet wat je wil zien, wat je al weet of wat jouw kennis bevestigt.
Framing en labelling
● Framing
○ Communicatie techniek om mensen te overtuigen door informatie op een
bepaalde manier te presenteren
● Labelling
○ Het inkleuren door naamgeving en woordgebruik
Encoderen: Het omzetten van gedachten in woorden en beelden door de zender
Decoderen: Het omzetten van een boodschap in gedachten door de ontvanger