H1: inleiding & materialen
1. inleiding anesthesie
• gebruikte stoffen?
o vroeger => lachgas, cocaïne(oplossing), novococaïne
o later:
▪ lidocaïne (sneller, sterker, minder bijwerkingen)
▪ carpulespuit (glazen carpules en wegwerpnaalden)
▪ articaïne (meest gebruikte en efficiënte in THK)
• waarom?
o pijnvrije behandelingen => comfort vr patiënt + nauwkeuriger werkend tandarts
o diagnostiek => testen uitvoeren (bv. één tand selectief verdoven -> pijn weg of niet?)
o postoperatieve pijn vermijden
=> GEEN pijn tijdens behandeling == GOEDE tandarts! (anesthesie is dus belangrijk!)
• wanneer?
o proactief verdoven => vooraf toedienen pijn voorkomen (bv. vóór operatie)
o reactief verdoven => achteraf toedienen reactie op aanwezige pijn (bv. na operatie)
• hoe?
o in BK => infiltratie
o in OK => infiltratie, mandibulaire blok
• belangrijk vóór het verdoven:
o uitleggen waarom verdoven
o medische anamnese (medicaties nemen?/ ervaringen met anesthesie?,…)
o informed consent vragen (patiënt volledig op de hoogte v/d mogelijke risico's, voor-/nadelen,…)
2. instrumenten
2.1. carpules met anesthesie vloeistof
• algemeen:
o 1,7 à 1,8 ml vloeistof in één carpule
o bij toedienen zo dicht mogelijk bij lichaamstemp. (koude vloeistof = pijnlijke verdoving)
o bewaren in donker + kamertemp.
o steriel verpakt
o ∉ latex
• structuren:
o plastiek folie tegen glas
▪ bescherming bij breuk (=> bij hoge druk zoals intraligamentaire anesthesie)
▪ NOOIT eraf halen!
o diafragma thv dop
▪ hierdoor naald in het midden (anders vloeistof druppen in mond => slechte smaak!)
o stopper onderaan
▪ 2 soorten; overeenstemmen met capsulehouder
▪ maken aspiratie mogelijk!
1) een beetje inspuiten
2) een beetje zuigen (nr achter trekken)
3) indien bloed zien == geprikt in bloedvat! anesthesie nr hart misselijkheid,…
1
,2.2. injectienaalden
• algemeen:
o disposable (eenmalig), steriel verpakt
o lengte in mm (lang 35mm, kort 25mm, ultrakort 12mm)
o twee plastiek doppen
▪ openen dr naald tegenwijzerzin draaien => korte dop afhalen
▪ lange deel laten zitten tot naald effectief w gebruikt!
o naald eenmaal buigen worden indien nodig, niet herhaaldelijk!
o na 3 à 4 keer prikken vervangen (bij EENZELFDE patiënt!) => daarna pijnlijker…
• bevel:
o zorgt vr snijvlak => weerstand mucosa↓↓ => pijn↓
o ≠ vormen bevel:
multi-bevel • meest effectief
• minste trauma
scalpel-bevel • minste weefsel verplaatsing (geen weerstand)
• minste kracht nodig
• bij infiltratie + intraligamentair verdoven
• NIET bij blok anesthesie (= direct prikken v zenuw)
short
medium
long
o bij doorprikken naald => deflectie (afbuigen)
▪ hoe groter hoek tss bevel en axis v naald (dus top naald NIET op verlengde as),
hoe meer afbuiging WEG VAN BEVEL!
• deflectie minimaliseren door in tegenovergestelde richting ‘bevel te maken’
(dus top naald WEL op verlengde as)
• diameter lumen (= gauge)
o diktes adhv kleurindicaties => patiënt voelt verschil niet want pijn NIET afh v dikte, WEL weerstand!
o in THK:
▪ 25 gauge = dik; goed indien risico op prikken bloedvat want aspiratie mogelijk!
▪ 27 gauge
▪ 30 gauge = dun; goed indien penetratie niet diep is, dus geen risico op aspiratie want…
▪ > 30? => geen aspiratie mogelijk!
• diameter
o pijn bepaald dr:
▪ naalddruk, uitstroomsnelheid vloeistof, temp., pH (NIET dikte v naald!)
▪ bij kleine diameter (met == druk) uitstroomsnelheid↑
▪ bij grote diameter (= thin wall needles/ wijdere lumen) uitstroomsnelheid↓
2
, • problemen:
o naaldbreuk:
▪ vermijden door:
• naald NOOIT volledig in in mucosa (1 cm zien)
• richting naald NIET wijzigen
• GEEN druk op naald (bv. tegen bot verhemelte)
• naald NIET buigen thv plastic mantel
o enkel als nodig; bv. intrapulpair bijverdoven (buigen ver van plastic)
o prikaccident:
▪ na anesthesie => gecontamineerde naald
• indien hiervoor accident => niet erg; andere naald brengen
• indien hierna accident => bloed patiënt en arts testen!!
▪ vermijden door: naald…
• recappen via scoop-techniek (dop op tafel met naald scheppen)
• steeds uit zicht
• in naaldcontainer (+ ook carpule)
• correcte gebruik:
o steriele naald o richting naald NIET veranderen in weefsel
o naald NIET meer dan 3 à 4x gebruiken o naald NOOIT forceren tegen weerstand
o naald NIET bij andere patiënt o naald NOOIT ‘bloot’ (voor en na gebruiken => cappen)
o naald NIET volledig insteken o naald direct weggooien na gebruik
2.3. carpulespuit
= steriliseerbare uit roetsvrije staal
• 2 types:
obv carpule plaatsen • kniktype => openknikken en carpule inleggen (uiteinde spuit kurkentrekker-vormig)
• inlegtype => carpule meteen inleggen (uiteinde spuit paraplu-vormig)
obv aspieren • handmatig => zelf terugtrekken
• automatisch => via veermechanisme
obv grootte • grote/ kleine handen
• hoe monteren?
1) stamper v spuit achteruit trekken carpule insteken
2) stamper in kunststof v carpule drukken (of draaien indien kurkentrekker-vormig)
3) mantel naald op schroefdraad v spuit
o !! indien 2) ↔ 3), dan; naald niet-centrische dr carpulemmb lekkage vloeistof in mond!
4) testen uit zicht v patiënt => druk op spuit vloeistof uit
• hoe demonteren?
1) carpule los v stamper
2) carpule in naaldcontainer
3) naald losmaken en naaldcontainer
o na aspireren en bloedvat raken? => naald vervangen (zo zeker bloedvat niet opnieuw raken…)
3
, • andere systemen:
o wegwerpsysteem: vooraf gemonteerde naald => zo minder prikaccidenten (pas na goede training)
o intraligamentaire anesthesie:
▪ gebruikt in paradontaal ligament => veel druk nodig; carpule sneller breken!
▪ bescherming; carpule volledig omhuld (bv. metaal)
3. basis injectietechniek
• algemeen:
o atraumatische (pijnloze) injectie == communicatie (empathie) & techniek
o 50% medische urgenties in THK => eerste 5min na toedienen lokale anesthesie (LA)
▪ NIET dr anesthesie (of techniek)
▪ WEL dr stress (bv. dr stress veel adrenaline, na verdoven geen adrenaline => flauwvallen: )
• stappenplan:
1) gebruik scherpe naald => dikte verandert NIETS aan pijngevoel!
2) controleer flow anesthesie => buiten zicht v patiënt (kan met dop erop)
3) maak carpule + carpulespuit op kamertemp. => NIET direct uit sterilisator
4) patiënt plat leggen => minder snel flauwvallen, niet uit stoel vallen, controle over hoofd, betere zicht
5) zone waar moet geprikt w drogen (bv. met gaasje)
6) lokale anesthesie brengen => optioneel (bij kinderen ALTIJD)
7) goed communiceren => let op woorden (pijn, prikken, naalden,… niet gebruiken) “het gaat geen pijn doen”
8) carpule-spuit met vaste hand + uit zicht patiënt
9) afsteuning;
o elleboog op borst patiënt + dicht bij eigen heup
o vingers met spuit op gelaat => zo hand meebewegen als hoofd patiënt beweegt
o andere hand => mond openen, hoofd stabiliseren,…
o hand NIET afsteunen op arm/borst => hand beweegt mee als patiënt beweegt! naaldbreuk
10) weke delen opspannen => zichtbaarheid↑ + pijnloze penetratie
11) met correcte naaldplaats prikken:
o net voor prikken; patiënt afleiden (babbelen, knijpen op wang,…)
o bevel nr bot gericht (zie zwarte pijl op plastic uiteinde naald)
12) naald brengen tot op juiste diepte
o pijn enkel bij prikken, dieper penetreren == GEEN pijn!
o zo traag mogelijk spuiten => minder pijn
o indien bot aanraken => eerst druppels spuiten voor aan bot te komen (want bot gevoelig!)
13) aspireren voor anesthesie vl te spuiten
o kans intravasculaire injectie↓
o naald niet bewegen tijdens aspiratie
o duimring 1à2 mm terugtrekken
o bij negatieve aspiratie => weinig anest. vl brengen stoppen onder andere hoek aspireren
▪ zo zeker zijn dat negatief resultaat niet door zuiging v wand v bloedvat dr bevel…
14) anesthesievloeistof traag aanbrengen
o 1 min per 1,8ml carpule
o gebeurt ‘automatisch’ dr meerdere malen te aspireren
o waarom?
o comfort patiënt tijdens/na behandeling
o veiligheid (allergie, aanprikken bloedvat,…)
o snellere/betere werking zonder beschadiging v weefsels
15) blijven communiceren met patiënt
4
1. inleiding anesthesie
• gebruikte stoffen?
o vroeger => lachgas, cocaïne(oplossing), novococaïne
o later:
▪ lidocaïne (sneller, sterker, minder bijwerkingen)
▪ carpulespuit (glazen carpules en wegwerpnaalden)
▪ articaïne (meest gebruikte en efficiënte in THK)
• waarom?
o pijnvrije behandelingen => comfort vr patiënt + nauwkeuriger werkend tandarts
o diagnostiek => testen uitvoeren (bv. één tand selectief verdoven -> pijn weg of niet?)
o postoperatieve pijn vermijden
=> GEEN pijn tijdens behandeling == GOEDE tandarts! (anesthesie is dus belangrijk!)
• wanneer?
o proactief verdoven => vooraf toedienen pijn voorkomen (bv. vóór operatie)
o reactief verdoven => achteraf toedienen reactie op aanwezige pijn (bv. na operatie)
• hoe?
o in BK => infiltratie
o in OK => infiltratie, mandibulaire blok
• belangrijk vóór het verdoven:
o uitleggen waarom verdoven
o medische anamnese (medicaties nemen?/ ervaringen met anesthesie?,…)
o informed consent vragen (patiënt volledig op de hoogte v/d mogelijke risico's, voor-/nadelen,…)
2. instrumenten
2.1. carpules met anesthesie vloeistof
• algemeen:
o 1,7 à 1,8 ml vloeistof in één carpule
o bij toedienen zo dicht mogelijk bij lichaamstemp. (koude vloeistof = pijnlijke verdoving)
o bewaren in donker + kamertemp.
o steriel verpakt
o ∉ latex
• structuren:
o plastiek folie tegen glas
▪ bescherming bij breuk (=> bij hoge druk zoals intraligamentaire anesthesie)
▪ NOOIT eraf halen!
o diafragma thv dop
▪ hierdoor naald in het midden (anders vloeistof druppen in mond => slechte smaak!)
o stopper onderaan
▪ 2 soorten; overeenstemmen met capsulehouder
▪ maken aspiratie mogelijk!
1) een beetje inspuiten
2) een beetje zuigen (nr achter trekken)
3) indien bloed zien == geprikt in bloedvat! anesthesie nr hart misselijkheid,…
1
,2.2. injectienaalden
• algemeen:
o disposable (eenmalig), steriel verpakt
o lengte in mm (lang 35mm, kort 25mm, ultrakort 12mm)
o twee plastiek doppen
▪ openen dr naald tegenwijzerzin draaien => korte dop afhalen
▪ lange deel laten zitten tot naald effectief w gebruikt!
o naald eenmaal buigen worden indien nodig, niet herhaaldelijk!
o na 3 à 4 keer prikken vervangen (bij EENZELFDE patiënt!) => daarna pijnlijker…
• bevel:
o zorgt vr snijvlak => weerstand mucosa↓↓ => pijn↓
o ≠ vormen bevel:
multi-bevel • meest effectief
• minste trauma
scalpel-bevel • minste weefsel verplaatsing (geen weerstand)
• minste kracht nodig
• bij infiltratie + intraligamentair verdoven
• NIET bij blok anesthesie (= direct prikken v zenuw)
short
medium
long
o bij doorprikken naald => deflectie (afbuigen)
▪ hoe groter hoek tss bevel en axis v naald (dus top naald NIET op verlengde as),
hoe meer afbuiging WEG VAN BEVEL!
• deflectie minimaliseren door in tegenovergestelde richting ‘bevel te maken’
(dus top naald WEL op verlengde as)
• diameter lumen (= gauge)
o diktes adhv kleurindicaties => patiënt voelt verschil niet want pijn NIET afh v dikte, WEL weerstand!
o in THK:
▪ 25 gauge = dik; goed indien risico op prikken bloedvat want aspiratie mogelijk!
▪ 27 gauge
▪ 30 gauge = dun; goed indien penetratie niet diep is, dus geen risico op aspiratie want…
▪ > 30? => geen aspiratie mogelijk!
• diameter
o pijn bepaald dr:
▪ naalddruk, uitstroomsnelheid vloeistof, temp., pH (NIET dikte v naald!)
▪ bij kleine diameter (met == druk) uitstroomsnelheid↑
▪ bij grote diameter (= thin wall needles/ wijdere lumen) uitstroomsnelheid↓
2
, • problemen:
o naaldbreuk:
▪ vermijden door:
• naald NOOIT volledig in in mucosa (1 cm zien)
• richting naald NIET wijzigen
• GEEN druk op naald (bv. tegen bot verhemelte)
• naald NIET buigen thv plastic mantel
o enkel als nodig; bv. intrapulpair bijverdoven (buigen ver van plastic)
o prikaccident:
▪ na anesthesie => gecontamineerde naald
• indien hiervoor accident => niet erg; andere naald brengen
• indien hierna accident => bloed patiënt en arts testen!!
▪ vermijden door: naald…
• recappen via scoop-techniek (dop op tafel met naald scheppen)
• steeds uit zicht
• in naaldcontainer (+ ook carpule)
• correcte gebruik:
o steriele naald o richting naald NIET veranderen in weefsel
o naald NIET meer dan 3 à 4x gebruiken o naald NOOIT forceren tegen weerstand
o naald NIET bij andere patiënt o naald NOOIT ‘bloot’ (voor en na gebruiken => cappen)
o naald NIET volledig insteken o naald direct weggooien na gebruik
2.3. carpulespuit
= steriliseerbare uit roetsvrije staal
• 2 types:
obv carpule plaatsen • kniktype => openknikken en carpule inleggen (uiteinde spuit kurkentrekker-vormig)
• inlegtype => carpule meteen inleggen (uiteinde spuit paraplu-vormig)
obv aspieren • handmatig => zelf terugtrekken
• automatisch => via veermechanisme
obv grootte • grote/ kleine handen
• hoe monteren?
1) stamper v spuit achteruit trekken carpule insteken
2) stamper in kunststof v carpule drukken (of draaien indien kurkentrekker-vormig)
3) mantel naald op schroefdraad v spuit
o !! indien 2) ↔ 3), dan; naald niet-centrische dr carpulemmb lekkage vloeistof in mond!
4) testen uit zicht v patiënt => druk op spuit vloeistof uit
• hoe demonteren?
1) carpule los v stamper
2) carpule in naaldcontainer
3) naald losmaken en naaldcontainer
o na aspireren en bloedvat raken? => naald vervangen (zo zeker bloedvat niet opnieuw raken…)
3
, • andere systemen:
o wegwerpsysteem: vooraf gemonteerde naald => zo minder prikaccidenten (pas na goede training)
o intraligamentaire anesthesie:
▪ gebruikt in paradontaal ligament => veel druk nodig; carpule sneller breken!
▪ bescherming; carpule volledig omhuld (bv. metaal)
3. basis injectietechniek
• algemeen:
o atraumatische (pijnloze) injectie == communicatie (empathie) & techniek
o 50% medische urgenties in THK => eerste 5min na toedienen lokale anesthesie (LA)
▪ NIET dr anesthesie (of techniek)
▪ WEL dr stress (bv. dr stress veel adrenaline, na verdoven geen adrenaline => flauwvallen: )
• stappenplan:
1) gebruik scherpe naald => dikte verandert NIETS aan pijngevoel!
2) controleer flow anesthesie => buiten zicht v patiënt (kan met dop erop)
3) maak carpule + carpulespuit op kamertemp. => NIET direct uit sterilisator
4) patiënt plat leggen => minder snel flauwvallen, niet uit stoel vallen, controle over hoofd, betere zicht
5) zone waar moet geprikt w drogen (bv. met gaasje)
6) lokale anesthesie brengen => optioneel (bij kinderen ALTIJD)
7) goed communiceren => let op woorden (pijn, prikken, naalden,… niet gebruiken) “het gaat geen pijn doen”
8) carpule-spuit met vaste hand + uit zicht patiënt
9) afsteuning;
o elleboog op borst patiënt + dicht bij eigen heup
o vingers met spuit op gelaat => zo hand meebewegen als hoofd patiënt beweegt
o andere hand => mond openen, hoofd stabiliseren,…
o hand NIET afsteunen op arm/borst => hand beweegt mee als patiënt beweegt! naaldbreuk
10) weke delen opspannen => zichtbaarheid↑ + pijnloze penetratie
11) met correcte naaldplaats prikken:
o net voor prikken; patiënt afleiden (babbelen, knijpen op wang,…)
o bevel nr bot gericht (zie zwarte pijl op plastic uiteinde naald)
12) naald brengen tot op juiste diepte
o pijn enkel bij prikken, dieper penetreren == GEEN pijn!
o zo traag mogelijk spuiten => minder pijn
o indien bot aanraken => eerst druppels spuiten voor aan bot te komen (want bot gevoelig!)
13) aspireren voor anesthesie vl te spuiten
o kans intravasculaire injectie↓
o naald niet bewegen tijdens aspiratie
o duimring 1à2 mm terugtrekken
o bij negatieve aspiratie => weinig anest. vl brengen stoppen onder andere hoek aspireren
▪ zo zeker zijn dat negatief resultaat niet door zuiging v wand v bloedvat dr bevel…
14) anesthesievloeistof traag aanbrengen
o 1 min per 1,8ml carpule
o gebeurt ‘automatisch’ dr meerdere malen te aspireren
o waarom?
o comfort patiënt tijdens/na behandeling
o veiligheid (allergie, aanprikken bloedvat,…)
o snellere/betere werking zonder beschadiging v weefsels
15) blijven communiceren met patiënt
4