Gezins- en opvoedingsondersteuning
Hoofdstuk 2:
Wie doet er 1. Partnerschap met ouders
wat allemaal?
1.1. Inleidng
H. Baartman gelooft niet in partnerschap, maar in passanten
Ouders en professionals hebben eigen expertise:
• Ouders: rol is onvervreemdbaar en moet gerespecteerd worden
• Professionals: aan ene kant gaan ze de autonomie erkennen en
hun eigen krachten stimuleren en aan de andere kant moeten
ze bij gevaar ouders vastpakken. Belangrijk geïnteresseerd te
blijven, geef aandacht en respect
Makkelijk identificeren met kind en ouders aan te spreken —>
ouders weten dat het niet goed gaat, ervaren schuld en angst en
schaamte
Professionals:
• Ervaren verlegenheid over ouderrol, is niet vanzelfsprekend.
Mag niet leiden tot voorzichtigheid. Aanspreken uit solidariteit,
toon begrip
• Wiens belang dienen? Belang van kind parallel met die van
ouder bv. Veiligheid
Ouders: steun bij eigen kring (‘niemand kan het alleen’) —> niet
ouders kunnen het zelf regelen => investeren in netwerk
Ouders/opvoeders zijn belangrijkste personen, hebben veel invloed
op ontwikkeling (stimuleren, bevorderen of schaden). Ouders zijn
belangrijke partner (samenwerken, partnerschap en
ouderbetrokkenheid)
Jaren ‘60: verandering aanpak, ouders hebben invloed op gedrag
en kunnen gezien worden als samenwerkingspartner
Ouders = onmisbare partner:
• Belangrijkste belangenbehartiger
• Kennen het kind
• Gezin is belangrijk leefdomein, kinderen veel thuis
,Gezins- en opvoedingsondersteuning
Onderzoek naar effecten van samenwerken met ouders: positief
effect op ontwikkeling van kinderen. Samenwerken =
samenwerken over verschillende zaken —> de ene meer
betrokkenheid en de ander meer partnerschap
1.2. Terminologie
• Ouderparticipatie: actieve deelname (bv. School, ouderraad)
• Ouderbetrokkenheid: gedeeld verantwoordelijk voelen voor
ontwikkeling. Gaat om betrokkenheid bij ontwikkeling van kind,
school en leraren (Prins, Wienke en van Rooijen). Gericht op
geven van rol aan ouders. Meer sprake om betrekken dan
samenwerken
• Partnerschap: rijkt verder dan betrokkenheid, bijdrage
afstemmen met doel te leren, motivatie en ontwikkeling te
bevorderen. Gaat om wederkerigheid met gelijkwaardige
partners met gezamenlijk belang (welzijn). Betrokkenheid is
anders per partij (emotionele en professionele). Uitgangspunt
(Casey): gezin verleent zorg met eventueel ondersteuning =
gezin centraal met focus op zorg. Gezinsgerichte zorg:
- Aanpak educatieve en emotionele ondersteuning
- Capaciteiten vergroten tot vervullen van rol
- Gezin als eenheid. Verandering bij de ene = invloed op ander
- Gezinsgerichte aanpak heeft meer effect dan aanpak gericht
op kind
- Gezinsleden kiezen ondersteuning en in welke mate ze een
rol willen in ondersteuning
- Professionals moeten prioriteiten in acht nemen
Keuze ouders centraal: regie voeren. Ouders goed informeren om
goede beslissingen te kunnen nemen. Beslissingen over
ondersteuning of om regie af te geven. Bij gezinsgerichte aanpak
moet beslissing geaccepteerd worden. Samenwerking is met als
doel: kind en professional centraal (onderwijs, ontwikkeling,
problemen afnemen), ouders als implementatiepartner
, Gezins- en opvoedingsondersteuning
Gezinsgerichte aanpak: meer aandacht aan gezin dan kind, zijn
primaire beslisser over welzijn, aanpak en ondersteuning (breder
zien dan doel)
Ouderbetrokkenheid is te nauw wanneer samenwerking wordt
nagestreefd
Partnerschap is effectieve methode voor verbetering. Mogelijk
samenwerking als eenzijdig gezien waardoor samenwerking niet
van grond komt (Baird) —> geen ouderbetrokkenheid, maar
familieverbintenis
1.3. Kenmerken die van invloed zijn op
partnerschap: theorie
1.3.1. Kenmerken van de ouders: SES
Lage SES = negatieve invloed op mate van betrokkenheid en
effectiviteit ervan. Heeft te maken met factoren:
1. Barrières:
• Verwachten van barrières = kans op lage betrokkenheid en
uitval neemt toe = effectiviteit van ondersteuning neemt af
• Lage SES = minder flexibele werktijden, vervoersproblemen
en meer stress = moeilijk participeren
• Onzekerheid in contact met professionals. Ouders met lage
SES = weinig scholing en negatieve ervaringen op school —>
onzeker in contact met school, minder betrokken. Onzekerheid
zorgt voor lage betrokkenheid
2. Motivatie/urgentie: dit heeft invloed op effectiviteit bij ouders
met lage SES. Lage motivatie = lage effectiviteit. Kinderen met
ernstige problemen = effectiviteit van oudertraining direct na
training gelijk tussen ouders lage of hoge SES. Milde problemen =
verschil effectiviteit, effectiviteit minder bij lage SES
• Impact betrokkenheid met lage SES = lager bij
minderheidsgroepen. Gelijke mate betrokkenheid = minder
effect op schoolresultaten bij lage SES. SES heeft invloed op
effectiviteit. Kwaliteit van betrokkenheid kan minder zijn,
verschillend reageren op betrokkenheid. Soms stellen dat
opleidingsniveau invloed heeft en niet SES, sterke samenhang
tussen beide. Hoge SES = meer verwachtingen
Hoofdstuk 2:
Wie doet er 1. Partnerschap met ouders
wat allemaal?
1.1. Inleidng
H. Baartman gelooft niet in partnerschap, maar in passanten
Ouders en professionals hebben eigen expertise:
• Ouders: rol is onvervreemdbaar en moet gerespecteerd worden
• Professionals: aan ene kant gaan ze de autonomie erkennen en
hun eigen krachten stimuleren en aan de andere kant moeten
ze bij gevaar ouders vastpakken. Belangrijk geïnteresseerd te
blijven, geef aandacht en respect
Makkelijk identificeren met kind en ouders aan te spreken —>
ouders weten dat het niet goed gaat, ervaren schuld en angst en
schaamte
Professionals:
• Ervaren verlegenheid over ouderrol, is niet vanzelfsprekend.
Mag niet leiden tot voorzichtigheid. Aanspreken uit solidariteit,
toon begrip
• Wiens belang dienen? Belang van kind parallel met die van
ouder bv. Veiligheid
Ouders: steun bij eigen kring (‘niemand kan het alleen’) —> niet
ouders kunnen het zelf regelen => investeren in netwerk
Ouders/opvoeders zijn belangrijkste personen, hebben veel invloed
op ontwikkeling (stimuleren, bevorderen of schaden). Ouders zijn
belangrijke partner (samenwerken, partnerschap en
ouderbetrokkenheid)
Jaren ‘60: verandering aanpak, ouders hebben invloed op gedrag
en kunnen gezien worden als samenwerkingspartner
Ouders = onmisbare partner:
• Belangrijkste belangenbehartiger
• Kennen het kind
• Gezin is belangrijk leefdomein, kinderen veel thuis
,Gezins- en opvoedingsondersteuning
Onderzoek naar effecten van samenwerken met ouders: positief
effect op ontwikkeling van kinderen. Samenwerken =
samenwerken over verschillende zaken —> de ene meer
betrokkenheid en de ander meer partnerschap
1.2. Terminologie
• Ouderparticipatie: actieve deelname (bv. School, ouderraad)
• Ouderbetrokkenheid: gedeeld verantwoordelijk voelen voor
ontwikkeling. Gaat om betrokkenheid bij ontwikkeling van kind,
school en leraren (Prins, Wienke en van Rooijen). Gericht op
geven van rol aan ouders. Meer sprake om betrekken dan
samenwerken
• Partnerschap: rijkt verder dan betrokkenheid, bijdrage
afstemmen met doel te leren, motivatie en ontwikkeling te
bevorderen. Gaat om wederkerigheid met gelijkwaardige
partners met gezamenlijk belang (welzijn). Betrokkenheid is
anders per partij (emotionele en professionele). Uitgangspunt
(Casey): gezin verleent zorg met eventueel ondersteuning =
gezin centraal met focus op zorg. Gezinsgerichte zorg:
- Aanpak educatieve en emotionele ondersteuning
- Capaciteiten vergroten tot vervullen van rol
- Gezin als eenheid. Verandering bij de ene = invloed op ander
- Gezinsgerichte aanpak heeft meer effect dan aanpak gericht
op kind
- Gezinsleden kiezen ondersteuning en in welke mate ze een
rol willen in ondersteuning
- Professionals moeten prioriteiten in acht nemen
Keuze ouders centraal: regie voeren. Ouders goed informeren om
goede beslissingen te kunnen nemen. Beslissingen over
ondersteuning of om regie af te geven. Bij gezinsgerichte aanpak
moet beslissing geaccepteerd worden. Samenwerking is met als
doel: kind en professional centraal (onderwijs, ontwikkeling,
problemen afnemen), ouders als implementatiepartner
, Gezins- en opvoedingsondersteuning
Gezinsgerichte aanpak: meer aandacht aan gezin dan kind, zijn
primaire beslisser over welzijn, aanpak en ondersteuning (breder
zien dan doel)
Ouderbetrokkenheid is te nauw wanneer samenwerking wordt
nagestreefd
Partnerschap is effectieve methode voor verbetering. Mogelijk
samenwerking als eenzijdig gezien waardoor samenwerking niet
van grond komt (Baird) —> geen ouderbetrokkenheid, maar
familieverbintenis
1.3. Kenmerken die van invloed zijn op
partnerschap: theorie
1.3.1. Kenmerken van de ouders: SES
Lage SES = negatieve invloed op mate van betrokkenheid en
effectiviteit ervan. Heeft te maken met factoren:
1. Barrières:
• Verwachten van barrières = kans op lage betrokkenheid en
uitval neemt toe = effectiviteit van ondersteuning neemt af
• Lage SES = minder flexibele werktijden, vervoersproblemen
en meer stress = moeilijk participeren
• Onzekerheid in contact met professionals. Ouders met lage
SES = weinig scholing en negatieve ervaringen op school —>
onzeker in contact met school, minder betrokken. Onzekerheid
zorgt voor lage betrokkenheid
2. Motivatie/urgentie: dit heeft invloed op effectiviteit bij ouders
met lage SES. Lage motivatie = lage effectiviteit. Kinderen met
ernstige problemen = effectiviteit van oudertraining direct na
training gelijk tussen ouders lage of hoge SES. Milde problemen =
verschil effectiviteit, effectiviteit minder bij lage SES
• Impact betrokkenheid met lage SES = lager bij
minderheidsgroepen. Gelijke mate betrokkenheid = minder
effect op schoolresultaten bij lage SES. SES heeft invloed op
effectiviteit. Kwaliteit van betrokkenheid kan minder zijn,
verschillend reageren op betrokkenheid. Soms stellen dat
opleidingsniveau invloed heeft en niet SES, sterke samenhang
tussen beide. Hoge SES = meer verwachtingen