De bewustheid van vroedvrouwen binnen de juridische
aspecten van hun werk, zoals wetgeving, beroepsethiek,
patiëntenrechten en samenwerking met andere
zorgprofessionals. Dit helpt hen om op een juridisch
verantwoorde manier hun beroep uit te oefenen, met
vertrouwen en zekerheid.
VROEDVROUW IN HET JURIDISCH KADER
samenvatting van Hanne Smits
,beroepsprofiel en visie (les 1)
beroepsprofiel
• erkend diploma = houdster van de beroepstitel van vroedvrouw
• bekwaamheid aantonen
• toezicht uitoefenen, ondersteunen, zorg verlenen, advies geven tijdens de zwangerschap, arbeid en
postpartum
• op eigen verantwoordelijkheid bevallingen verrichten
• zorg voor het kind
• fysiologie! (= wetenschappelijke studie van hoe levende organismen functioneren)
• preventie (= maatregelen of acties die worden genomen om te voorkomen dat er iets gebeurt)
• opsporen van complicaties
• spoedmaatregelen treffen
• gezondheidspromotie (vrouw, partner, gemeenschap,…) → aandacht voor gender
historische achtergrond van de Belgische vroedvrouw
• vroedvrouw heeft altijd bestaan
• van ervaringsdeskundige tot professionele beroepsgroep
• ontstaan term ‘vroedvrouw’ of ‘midwife’:
15e tot • bloeiperiode
17e
eeuw
• Lodewijk XIV was de man in de kraamkamer
• wetenschappelijk-academische geneeskunde evolueert snel
• Florence Nightingale: zij bestudeerde sterfte door geboorte- en bevallingen en bevorderde het betere van hygiëne en zorgpraktijken in kraamklinieken
18e tot
19e eeuw • heersende beeldvorming over de respectabele vrouw 19e eeuw
• feminisme had weinig sympathie voor vroedvrouwen
• studies en beroepsuitoefening wordt gereglementeerd via KB
1924 • vroedvrouw wordt gezien als ‘hulpje
• ZIV (= ziekte- en invaliditeitsverzekering) verplicht
1945 • ziekenhuisbevalling financieel aangemoedigd
• houding bewust professionalisme met oprichting Nationale Raad
1946
• vroedkunde-opleiding ingelijfd in verpleegkunde
1957
• EEG-richtlijnen
1980 • vrij verkeer vroedvrouw in Europa
• overlegplatform
1988
• bevoegdheden VV geactualiseerd en uitgebreid
1991
• WHO herdefinieert definitie VV
1992
• autonome opleiding
1995
• Nationale Raad voor Vroedvrouwen als adviesorgaan bij het ministerie van Volksgezondheid (Federale raad)
1999
2003 - • herstructurering van het hoger onderwijs
2004
• bevoegdheidsuitbreiding
2014
1
, medicalisering
• beeld van de maatschappij: op je rug liggen en verdoving nodig om de pijn aan te kunnen → fout
• natuurlijke lichaamsprocessen worden steeds meer benaderd en behandeld vanuit een medisch
perspectief
• vervreemding van het lichaam: cognitie ↔ intuïtie
• zwangerschap en bevalling, die van nature normale processen zijn, worden dan vaak onderworpen
aan medische interventies en technologieën, die idealiter alleen op indicatie zouden moeten worden
gebruikt
• als vroedvrouw:
- focussen op natuurlijke processen
- hechting tussen moeder en kind promoten en beschermen
- onvoorwaardelijk respect (ongeacht ras, stand, cultuur, levensvisie, gender,…)
- deskundige begeleiding vanuit fundamentele houding
- rechten van het kind
- partner van de gynaecoloog
- uitbouw van professionaliteit
uitdagingen
• medicalisering
• plaats vroedvrouw in 1e lijn: De rol van de vroedvrouw in de eerstelijnszorg, waarbij zij als eerste
contactpunt fungeert voor zwangere vrouwen en pasgeborenen, en zorgt voor directe zorgverlening
en doorverwijzing naar gespecialiseerde zorg indien nodig.
• nieuwe bevoegdheden: De uitbreiding van de taken en verantwoordelijkheden van vroedvrouwen,
bijvoorbeeld in het voorschrijven van medicatie en het uitvoeren van bepaalde medische handelingen.
• uitbouw preconceptiezorg: Het bevorderen van zorg en advies vóór de zwangerschap, om de
gezondheid van de toekomstige moeder en haar baby te optimaliseren.
• coördinatie in de zorg voor moeder en kind: Het beheren en coördineren van de zorgverlening aan
moeder en kind tijdens en na de zwangerschap, om een geïntegreerde en continue zorgervaring te
waarborgen.
• opleiding: up-to-date opleiding
• screening en aandacht voor kwetsbaarheden (bv. tienerzwangerschappen, vrouwen met laag
inkomen,…)
patiëntenrechten
artikel 2 tot 4: toepassingsgebied (p. 183 & 184)
• wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt
• 6 februari 2024 wet tot wijziging naar de Wet op Patiëntenrechten (WPR) → sinds 4 maart 2024 in
werking getreden
• patiënt = de natuurlijke persoon die de gezondheidszorg ontvangt, al dan niet op eigen verzoek
• wet is van toepassing:
- op verzoek van een vertegenwoordiger (bv. ouders van een minderjarige)
- op verzoek van een derde (bv. werkgever bij controle van arbeidsongeschiktheid)
- zonder verzoek in spoedgevallen
• gezondheidszorg = Diensten verstrekt door een gezondheidszorgbeoefenaar met het oog op het
bevorderen, vaststellen, behouden, herstellen of verbeteren van de gezondheidstoestand van de
patiënt. Om voornamelijk esthetische redenen te veranderen of om de patiënt bij het sterven te
begeleiden.
• inbegrepen: zuiver esthetische ingrepen, palliatieve zorg, ...
• buiten het toepassingsgebied: abortus, orgaandonatie en euthanasie
2
, • Wie is de gezondheidszorgbeoefenaar?
→ wet moet worden toegepast door alle beroepsoefenaars die vermeld worden in de
Gezondheidszorgberoepenwet (2015) → vroegere KB nr. 78
- wel: vroedvrouwen, kinesisten, tandartsen, verpleegkundigen, zorgkundigen, ambulanciers,…
- niet: homeopaten, chiropractors, osteopaten, ...
- zorgvestrekkers binnen een instelling & die met een zelfstandige praktijk
artikel 5: recht op kwaliteitsvolle zorg (p. 185)
• recht op kwaliteitsvolle dienstverlening:
- menselijke waardigheid
- zelfbeschikking
- zonder enig onderscheid
- beantwoorden aan behoeften van de patiënt
• beroepsbeoefenaar blijft op de hoogte van huidige aanvaarde technieken → plicht om zorgvuldig te
verstrekken en geen beroepsfouten te begaan
• niet discrimineren → gezondheidszorg mag niet afhangen van iemands geloof, geaardheid, ras,...
• rekening houdend met doelstellingen en waarden
• indien nodig organisatie van vroegtijdige zorgplanning
artikel 6: recht op vrije keuze beroepsbeoefenaar (p. 185 & 186)
• recht op fysieke integriteit en zelfbeschikkingsrecht
• patiënt heeft recht om te kiezen wie die behandelt + recht om van keuze te wijzigen + recht om een
tweede opinie in te winnen
• geen absoluut recht (bv. arbeidsongevallenwetgeving of medische behandeling van gevangenen)
• recht om informatie te krijgen over beroepsbekwaamheid en beroepservaring van de
gezondheidszorgbeoefenaar
• recht op informatie over verzekeringsdekking van de gezondheidszorgbeoefenaar
artikel 7: recht op informatie over de gezondheidstoestand (p. 186 – 190)
• recht op alle hem betreffende info nodig om inzicht te krijgen in gezondheidstoestand en
vermoedelijke evolutie ervan
• gezondheidszorgbeoefenaar moet in dit overleg ook informeren over voorkeuren van actuele en
toekomstige zorg
• recht op informatie over de gezondheidstoestand hangt nauw samen met het stellen van een
diagnose → recht hoofdzakelijk voorbehouden aan de arts
• recht bestaat op zichzelf, ook zonder voorgenomen behandeling
• patiënt heeft ook het recht op niet weten
• aan de patiënt en/of vertrouwenspersoon en/of vertegenwoordiger
therapeutische exceptie (p. 189 & 190)
• weigering van de arts
• indien niet wenselijk want klaarblijkelijk ernstig nadeel dat alle informatie wordt meegedeeld
→ graduele mededeling
• uitzonderlijk kan ook alle informatie onthouden worden van de patiënt
• in beide gevallen deze voorwaarden :
- klaarblijkelijk ernstig nadeel
- andere beroepsbeoefenaar (arts) raadplegen
- schriftelijke motivering in patiëntendossier
- vertrouwenspersoon inlichten
• van zodra niet langer klaarblijkelijk ernstig nadeel, moet info alsnog worden meegedeeld
3
aspecten van hun werk, zoals wetgeving, beroepsethiek,
patiëntenrechten en samenwerking met andere
zorgprofessionals. Dit helpt hen om op een juridisch
verantwoorde manier hun beroep uit te oefenen, met
vertrouwen en zekerheid.
VROEDVROUW IN HET JURIDISCH KADER
samenvatting van Hanne Smits
,beroepsprofiel en visie (les 1)
beroepsprofiel
• erkend diploma = houdster van de beroepstitel van vroedvrouw
• bekwaamheid aantonen
• toezicht uitoefenen, ondersteunen, zorg verlenen, advies geven tijdens de zwangerschap, arbeid en
postpartum
• op eigen verantwoordelijkheid bevallingen verrichten
• zorg voor het kind
• fysiologie! (= wetenschappelijke studie van hoe levende organismen functioneren)
• preventie (= maatregelen of acties die worden genomen om te voorkomen dat er iets gebeurt)
• opsporen van complicaties
• spoedmaatregelen treffen
• gezondheidspromotie (vrouw, partner, gemeenschap,…) → aandacht voor gender
historische achtergrond van de Belgische vroedvrouw
• vroedvrouw heeft altijd bestaan
• van ervaringsdeskundige tot professionele beroepsgroep
• ontstaan term ‘vroedvrouw’ of ‘midwife’:
15e tot • bloeiperiode
17e
eeuw
• Lodewijk XIV was de man in de kraamkamer
• wetenschappelijk-academische geneeskunde evolueert snel
• Florence Nightingale: zij bestudeerde sterfte door geboorte- en bevallingen en bevorderde het betere van hygiëne en zorgpraktijken in kraamklinieken
18e tot
19e eeuw • heersende beeldvorming over de respectabele vrouw 19e eeuw
• feminisme had weinig sympathie voor vroedvrouwen
• studies en beroepsuitoefening wordt gereglementeerd via KB
1924 • vroedvrouw wordt gezien als ‘hulpje
• ZIV (= ziekte- en invaliditeitsverzekering) verplicht
1945 • ziekenhuisbevalling financieel aangemoedigd
• houding bewust professionalisme met oprichting Nationale Raad
1946
• vroedkunde-opleiding ingelijfd in verpleegkunde
1957
• EEG-richtlijnen
1980 • vrij verkeer vroedvrouw in Europa
• overlegplatform
1988
• bevoegdheden VV geactualiseerd en uitgebreid
1991
• WHO herdefinieert definitie VV
1992
• autonome opleiding
1995
• Nationale Raad voor Vroedvrouwen als adviesorgaan bij het ministerie van Volksgezondheid (Federale raad)
1999
2003 - • herstructurering van het hoger onderwijs
2004
• bevoegdheidsuitbreiding
2014
1
, medicalisering
• beeld van de maatschappij: op je rug liggen en verdoving nodig om de pijn aan te kunnen → fout
• natuurlijke lichaamsprocessen worden steeds meer benaderd en behandeld vanuit een medisch
perspectief
• vervreemding van het lichaam: cognitie ↔ intuïtie
• zwangerschap en bevalling, die van nature normale processen zijn, worden dan vaak onderworpen
aan medische interventies en technologieën, die idealiter alleen op indicatie zouden moeten worden
gebruikt
• als vroedvrouw:
- focussen op natuurlijke processen
- hechting tussen moeder en kind promoten en beschermen
- onvoorwaardelijk respect (ongeacht ras, stand, cultuur, levensvisie, gender,…)
- deskundige begeleiding vanuit fundamentele houding
- rechten van het kind
- partner van de gynaecoloog
- uitbouw van professionaliteit
uitdagingen
• medicalisering
• plaats vroedvrouw in 1e lijn: De rol van de vroedvrouw in de eerstelijnszorg, waarbij zij als eerste
contactpunt fungeert voor zwangere vrouwen en pasgeborenen, en zorgt voor directe zorgverlening
en doorverwijzing naar gespecialiseerde zorg indien nodig.
• nieuwe bevoegdheden: De uitbreiding van de taken en verantwoordelijkheden van vroedvrouwen,
bijvoorbeeld in het voorschrijven van medicatie en het uitvoeren van bepaalde medische handelingen.
• uitbouw preconceptiezorg: Het bevorderen van zorg en advies vóór de zwangerschap, om de
gezondheid van de toekomstige moeder en haar baby te optimaliseren.
• coördinatie in de zorg voor moeder en kind: Het beheren en coördineren van de zorgverlening aan
moeder en kind tijdens en na de zwangerschap, om een geïntegreerde en continue zorgervaring te
waarborgen.
• opleiding: up-to-date opleiding
• screening en aandacht voor kwetsbaarheden (bv. tienerzwangerschappen, vrouwen met laag
inkomen,…)
patiëntenrechten
artikel 2 tot 4: toepassingsgebied (p. 183 & 184)
• wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt
• 6 februari 2024 wet tot wijziging naar de Wet op Patiëntenrechten (WPR) → sinds 4 maart 2024 in
werking getreden
• patiënt = de natuurlijke persoon die de gezondheidszorg ontvangt, al dan niet op eigen verzoek
• wet is van toepassing:
- op verzoek van een vertegenwoordiger (bv. ouders van een minderjarige)
- op verzoek van een derde (bv. werkgever bij controle van arbeidsongeschiktheid)
- zonder verzoek in spoedgevallen
• gezondheidszorg = Diensten verstrekt door een gezondheidszorgbeoefenaar met het oog op het
bevorderen, vaststellen, behouden, herstellen of verbeteren van de gezondheidstoestand van de
patiënt. Om voornamelijk esthetische redenen te veranderen of om de patiënt bij het sterven te
begeleiden.
• inbegrepen: zuiver esthetische ingrepen, palliatieve zorg, ...
• buiten het toepassingsgebied: abortus, orgaandonatie en euthanasie
2
, • Wie is de gezondheidszorgbeoefenaar?
→ wet moet worden toegepast door alle beroepsoefenaars die vermeld worden in de
Gezondheidszorgberoepenwet (2015) → vroegere KB nr. 78
- wel: vroedvrouwen, kinesisten, tandartsen, verpleegkundigen, zorgkundigen, ambulanciers,…
- niet: homeopaten, chiropractors, osteopaten, ...
- zorgvestrekkers binnen een instelling & die met een zelfstandige praktijk
artikel 5: recht op kwaliteitsvolle zorg (p. 185)
• recht op kwaliteitsvolle dienstverlening:
- menselijke waardigheid
- zelfbeschikking
- zonder enig onderscheid
- beantwoorden aan behoeften van de patiënt
• beroepsbeoefenaar blijft op de hoogte van huidige aanvaarde technieken → plicht om zorgvuldig te
verstrekken en geen beroepsfouten te begaan
• niet discrimineren → gezondheidszorg mag niet afhangen van iemands geloof, geaardheid, ras,...
• rekening houdend met doelstellingen en waarden
• indien nodig organisatie van vroegtijdige zorgplanning
artikel 6: recht op vrije keuze beroepsbeoefenaar (p. 185 & 186)
• recht op fysieke integriteit en zelfbeschikkingsrecht
• patiënt heeft recht om te kiezen wie die behandelt + recht om van keuze te wijzigen + recht om een
tweede opinie in te winnen
• geen absoluut recht (bv. arbeidsongevallenwetgeving of medische behandeling van gevangenen)
• recht om informatie te krijgen over beroepsbekwaamheid en beroepservaring van de
gezondheidszorgbeoefenaar
• recht op informatie over verzekeringsdekking van de gezondheidszorgbeoefenaar
artikel 7: recht op informatie over de gezondheidstoestand (p. 186 – 190)
• recht op alle hem betreffende info nodig om inzicht te krijgen in gezondheidstoestand en
vermoedelijke evolutie ervan
• gezondheidszorgbeoefenaar moet in dit overleg ook informeren over voorkeuren van actuele en
toekomstige zorg
• recht op informatie over de gezondheidstoestand hangt nauw samen met het stellen van een
diagnose → recht hoofdzakelijk voorbehouden aan de arts
• recht bestaat op zichzelf, ook zonder voorgenomen behandeling
• patiënt heeft ook het recht op niet weten
• aan de patiënt en/of vertrouwenspersoon en/of vertegenwoordiger
therapeutische exceptie (p. 189 & 190)
• weigering van de arts
• indien niet wenselijk want klaarblijkelijk ernstig nadeel dat alle informatie wordt meegedeeld
→ graduele mededeling
• uitzonderlijk kan ook alle informatie onthouden worden van de patiënt
• in beide gevallen deze voorwaarden :
- klaarblijkelijk ernstig nadeel
- andere beroepsbeoefenaar (arts) raadplegen
- schriftelijke motivering in patiëntendossier
- vertrouwenspersoon inlichten
• van zodra niet langer klaarblijkelijk ernstig nadeel, moet info alsnog worden meegedeeld
3