Contents
College 1 – Introductie risicotaxatie....................................................................................................2
College 2 – Generaties risicotaxatie instrumenten & risicofactoren...................................................4
College 3 – Risicotaxatie van geweld..................................................................................................8
College 4 – risicotaxatie van seksueel geweld...................................................................................12
College 5 – Risicotaxatie van stalking................................................................................................15
College 6 - jongeren & ambulante patiënten....................................................................................19
College 7 – Vrouwen en personen met een verstandelijke beperking..............................................23
College 8 – Uitvoeren Risicotaxatie...................................................................................................28
College 9 – Problemen met uitvoeren risicotaxatie..........................................................................33
College 10 – Problemen aanpakken..................................................................................................35
College 11 – Casusformulering.........................................................................................................37
Samenvatting van de artikelen..........................................................................................................39
Hoorcollege 1................................................................................................................................39
Hoorcollege 2................................................................................................................................39
Hoorcollege 3................................................................................................................................39
Hoorcollege 4................................................................................................................................40
Hoorcollege 5................................................................................................................................40
Hoorcollege 6................................................................................................................................42
Hoorcollege 7................................................................................................................................43
Hoorcollege 8................................................................................................................................44
Hoorcollege 9................................................................................................................................47
Hoorcollege 10..............................................................................................................................49
,College 1 – Introductie risicotaxatie
Wat is risicotaxatie?
- Berekening van de waarschijnlijkheid dat schadelijk gedrag of een schadelijke gebeurtenis
zich zal voordoen, en het houdt een beoordeling in van de frequentie van het gedrag (of
gebeurtenis), de waarschijnlijke gevolgen en wie erdoor zal worden getroffen -> het weten
- De poging om de waarschijnlijkheid van toekomstige overtredingen te voorspellen om zo
individuen te identificeren die behandeling nodig hebben. -> schatting
- Risicomanagement: Interventies om het risico te hanteren of te verminderen
Voorbeeld: behandeling volgen voor verslaving, pedoseksueel niet in de buurt van een
school laten wonen
Waarom doen we aan risicotaxatie?
- Veiligheid van personeel, medebewoners en samenleving
- Maatschappelijk belang: voorkomen van recidive door patiënten/delinquenten
- Ethisch belang: Voor elke patiënt wordt dezelfde methode toegepast
- Therapeutisch belang: RNR model
- Communicatie: Transparantie en uniformiteit in de besluitvorming en tot verbetering van
communicatie van risico’s en risicomanagement
Geschiedenis
- 1876 – Lombroso: merkte bepaalde fysieke kenmerken bij vele gevangenen. Grote
vooruitstekende kaken, dieperliggende ogen, laag voorhoofd, grote kin, hoge jukbeenderen,
haakneus. Founder van het idee om kenmerken te gaan zoeken.
- 1922 – Burgess: Had veel gevangenen en zag kenmerken die typerend zijn. Ontwikkelde tool
om het risico op recidice te bepalen van daders aan de hand van burgerlijke staat, crimineel
en arbeidsverleden en institutioneel gedrag. 76% high risk status recidiveerde binnen 5 jaar.
Berekeningen op basis van analyses van gegevens voor 3000 gevangenen in Chicago die zijn
vrijgelaten.
- 1960 – Baxstrom: Zaak Baxstrom v Herold(1966). Heeft ervoor gezorgd dat mensen
vrijgelaten werden die door psychiaters werden vastgehouden vanwege hoge risico. 967
gevaarlijke psychiatrische patiënten overgeplaatst naar reguliere psychiatrische ziekenhuizen.
121 patiënten nadien vrijgelaten in de maatschappij. Na 4 jaar follow-up was 2,7%
teruggestuurd naar forensisch psychiatrisch ziekenhuis.
- Vernon Quinsey gaf dossiers aan leerkrachten & forensisch psychiaters en vroeg welke
mensen zullen recidiveren. Hier kwam uit dat ze allemaal evenveel gelijk hebben.
- 1990 – Martien Philipse: TBS-systeem genoot in die tijd groot aanzien in de wereld. Geprezen
voor innoverende aanpak van forensische patiënten. Onderzoek: hoe de Nederlandse
gedragsdeskundigen uit het forensisch veld hun risico-inschattingen in de praktijk maakten.
Geen van de door de clinici gesuggereerde voorspellers (ontkenning of empathie bv) waren
voorspellend.
RNR-model
Risk-Need-Responsivity (Andrews & Bonta)
o Evidence based practice
o Risk: delinquenten met een hoger recidivegevaar hebben het meest baar bij een
intensievere behandeling
Wie behandelen?
Intensiteit afstemmen met recidiverisico van de cliënt
Recidiverisico staat centraal, niet de stoornis
o Need: Wat behandelen?
Richt de behandeling op de criminogene behoeften die daadwerkelijk in
relatie staan tot (toekomstig) delictgedrag en dus aandacht behoeven.
Elk individu heeft zijn eigen combinatie van factoren die tot het plegen van
een delict geleid heeft
, Deze criminogene behoeften zijn de dynamische risicofactoren die in relatie
staan tot het delict
- CENTRAL 8:
1. Geschiedenis van antisociaal gedrag (statisch)
Risico: Vroege en aanhoudende betrokkenheid ij een aantal en een
verscheidenheid van antisociale handelingen in een verscheidenheid van
instellingen.
Dynamische behoefte: Werk aan niet-criminele alternatieve gedragingen in
risicovolle situaties.
2. Antisociaal persoonlijkheidspatroon
Risico: Kicks, zwakke zelfbeheersing, rusteloos en agressief.
Dynamische behoefte: Werk aan probleemoplossende vaardigheden,
zelfmanagement, vaardigheden, woedebeheersing en coping vaardigheden.
3. Antisociale cognities
Risico: Attitudes, waarden, overtuiggingen en rationalisaties welke crimineel
gedrag ondersteunen; cognitief emotionele condities van woede, wrok en
trots; criminele versus hernieuwde identiteit, criminele versus anti-criminele
identiteit.
Dynamische behoefte: Verminderde antisociale cognities, herken risicovolle
manieren van denken en voelen, ontwikkel alternatieve en minder risicovolle
manieren van denken en voelen, maak een hernieuwde en/of anticriminele
identiteit eigen
4. Antisociale netwerk contacten
Risico: Nauwe contacten met criminele anderen en relatieve sociale isolatie
met niet-criminele anderen; directe sociale steun voor criminaliteit
Dynamische behoefte: Verminder contacten met criminele anderen, bouw
contacten/banden met niet-criminele anderen uit.
5. Familiale/huwelijks omstandigheden
Risico: Twee belangrijke elementen zin: enerzijds opvoeding en/of de zorg,
anderzijds controle en/of toezicht
Dynamische behoefte: Reduceer conflicten, bouw positieve relaties uit,
verbeter de controle en het toezicht
6. Middelenmisbruik
Risico: Misbruik van alcohol en/of drugs
Dynamische behoefte: Verminder gebruik, vermindering van persoonlijke en
interpersoonlijke steun voor verslavingsgedrag, ontwikkel alternatieven voor
drugsmisbruik
7. Vrijetijdsbesteding
Risico: Lage niveaus van betrokkenheid en bevrediging bij niet-criminele
vrijetijdsbesteding
Dynamische behoefte: Verbeter betrokkenheid, beloningen en voldoening
8. Opleiding/werk
Risico: Lage niveaus van prestaties en voldoening op school/werk
Dynamische behoefte: verbeter de prestaties, beloningen en voldoening
Niet-criminogene behoeften
Minder onderzoek en ook nog onvoldoende bewezen
Zelfwaardering
Emotionele problemen
Psychiatrische aandoening
Gezondheid
Kunnen indirect bijdragen aan terugdringen van dynamisch risico
o Responsivity:
, Hoe behandelen? Aansluiting leerstijl & vermogens cliënt
Externe responsiviteit (vorm behandeling, kenmerken therapeut)
Interne responsiviteit (individuele kenmerken van de cliënt)
College 2 – Generaties risicotaxatie instrumenten &
risicofactoren
Predictieve validiteit
- Base rate wil eigenlijk zeggen hoevaak iets voorkomt. Of de base rate hoog of laag is, is van
belang. Er is niet altijd een cut-off bij risicotaxatie (meestal kijk je dan bij AUC)
- Sensitiviteit: Proportie recidivisten die voordien als hoog risico werd beoordeeld
Sensitiviteit voorspelt hoog risico
- Specificiteit: Proportie niet-recidivisten die voordien als laag risico werd beoordeeld
Specificiteit voorspelt laag risico
- Je wilt eigenlijk zowel sensitiviteit als specificiteit (the sweet spot). Formules hoef je niet te
kennen. Het zijn beiden retrospectieve maten. We gaan kijken of iemand inderdaad wel of
niet heeft gerecidiveerd. Bij een hele lage cut off, heb je een hoge sensitiviteit, maar een lage
specificiteit, omdat je een hele hoop mensen die niet recidiveren, bestempelen alsof ze wel
gaan recidiveren.
College 1 – Introductie risicotaxatie....................................................................................................2
College 2 – Generaties risicotaxatie instrumenten & risicofactoren...................................................4
College 3 – Risicotaxatie van geweld..................................................................................................8
College 4 – risicotaxatie van seksueel geweld...................................................................................12
College 5 – Risicotaxatie van stalking................................................................................................15
College 6 - jongeren & ambulante patiënten....................................................................................19
College 7 – Vrouwen en personen met een verstandelijke beperking..............................................23
College 8 – Uitvoeren Risicotaxatie...................................................................................................28
College 9 – Problemen met uitvoeren risicotaxatie..........................................................................33
College 10 – Problemen aanpakken..................................................................................................35
College 11 – Casusformulering.........................................................................................................37
Samenvatting van de artikelen..........................................................................................................39
Hoorcollege 1................................................................................................................................39
Hoorcollege 2................................................................................................................................39
Hoorcollege 3................................................................................................................................39
Hoorcollege 4................................................................................................................................40
Hoorcollege 5................................................................................................................................40
Hoorcollege 6................................................................................................................................42
Hoorcollege 7................................................................................................................................43
Hoorcollege 8................................................................................................................................44
Hoorcollege 9................................................................................................................................47
Hoorcollege 10..............................................................................................................................49
,College 1 – Introductie risicotaxatie
Wat is risicotaxatie?
- Berekening van de waarschijnlijkheid dat schadelijk gedrag of een schadelijke gebeurtenis
zich zal voordoen, en het houdt een beoordeling in van de frequentie van het gedrag (of
gebeurtenis), de waarschijnlijke gevolgen en wie erdoor zal worden getroffen -> het weten
- De poging om de waarschijnlijkheid van toekomstige overtredingen te voorspellen om zo
individuen te identificeren die behandeling nodig hebben. -> schatting
- Risicomanagement: Interventies om het risico te hanteren of te verminderen
Voorbeeld: behandeling volgen voor verslaving, pedoseksueel niet in de buurt van een
school laten wonen
Waarom doen we aan risicotaxatie?
- Veiligheid van personeel, medebewoners en samenleving
- Maatschappelijk belang: voorkomen van recidive door patiënten/delinquenten
- Ethisch belang: Voor elke patiënt wordt dezelfde methode toegepast
- Therapeutisch belang: RNR model
- Communicatie: Transparantie en uniformiteit in de besluitvorming en tot verbetering van
communicatie van risico’s en risicomanagement
Geschiedenis
- 1876 – Lombroso: merkte bepaalde fysieke kenmerken bij vele gevangenen. Grote
vooruitstekende kaken, dieperliggende ogen, laag voorhoofd, grote kin, hoge jukbeenderen,
haakneus. Founder van het idee om kenmerken te gaan zoeken.
- 1922 – Burgess: Had veel gevangenen en zag kenmerken die typerend zijn. Ontwikkelde tool
om het risico op recidice te bepalen van daders aan de hand van burgerlijke staat, crimineel
en arbeidsverleden en institutioneel gedrag. 76% high risk status recidiveerde binnen 5 jaar.
Berekeningen op basis van analyses van gegevens voor 3000 gevangenen in Chicago die zijn
vrijgelaten.
- 1960 – Baxstrom: Zaak Baxstrom v Herold(1966). Heeft ervoor gezorgd dat mensen
vrijgelaten werden die door psychiaters werden vastgehouden vanwege hoge risico. 967
gevaarlijke psychiatrische patiënten overgeplaatst naar reguliere psychiatrische ziekenhuizen.
121 patiënten nadien vrijgelaten in de maatschappij. Na 4 jaar follow-up was 2,7%
teruggestuurd naar forensisch psychiatrisch ziekenhuis.
- Vernon Quinsey gaf dossiers aan leerkrachten & forensisch psychiaters en vroeg welke
mensen zullen recidiveren. Hier kwam uit dat ze allemaal evenveel gelijk hebben.
- 1990 – Martien Philipse: TBS-systeem genoot in die tijd groot aanzien in de wereld. Geprezen
voor innoverende aanpak van forensische patiënten. Onderzoek: hoe de Nederlandse
gedragsdeskundigen uit het forensisch veld hun risico-inschattingen in de praktijk maakten.
Geen van de door de clinici gesuggereerde voorspellers (ontkenning of empathie bv) waren
voorspellend.
RNR-model
Risk-Need-Responsivity (Andrews & Bonta)
o Evidence based practice
o Risk: delinquenten met een hoger recidivegevaar hebben het meest baar bij een
intensievere behandeling
Wie behandelen?
Intensiteit afstemmen met recidiverisico van de cliënt
Recidiverisico staat centraal, niet de stoornis
o Need: Wat behandelen?
Richt de behandeling op de criminogene behoeften die daadwerkelijk in
relatie staan tot (toekomstig) delictgedrag en dus aandacht behoeven.
Elk individu heeft zijn eigen combinatie van factoren die tot het plegen van
een delict geleid heeft
, Deze criminogene behoeften zijn de dynamische risicofactoren die in relatie
staan tot het delict
- CENTRAL 8:
1. Geschiedenis van antisociaal gedrag (statisch)
Risico: Vroege en aanhoudende betrokkenheid ij een aantal en een
verscheidenheid van antisociale handelingen in een verscheidenheid van
instellingen.
Dynamische behoefte: Werk aan niet-criminele alternatieve gedragingen in
risicovolle situaties.
2. Antisociaal persoonlijkheidspatroon
Risico: Kicks, zwakke zelfbeheersing, rusteloos en agressief.
Dynamische behoefte: Werk aan probleemoplossende vaardigheden,
zelfmanagement, vaardigheden, woedebeheersing en coping vaardigheden.
3. Antisociale cognities
Risico: Attitudes, waarden, overtuiggingen en rationalisaties welke crimineel
gedrag ondersteunen; cognitief emotionele condities van woede, wrok en
trots; criminele versus hernieuwde identiteit, criminele versus anti-criminele
identiteit.
Dynamische behoefte: Verminderde antisociale cognities, herken risicovolle
manieren van denken en voelen, ontwikkel alternatieve en minder risicovolle
manieren van denken en voelen, maak een hernieuwde en/of anticriminele
identiteit eigen
4. Antisociale netwerk contacten
Risico: Nauwe contacten met criminele anderen en relatieve sociale isolatie
met niet-criminele anderen; directe sociale steun voor criminaliteit
Dynamische behoefte: Verminder contacten met criminele anderen, bouw
contacten/banden met niet-criminele anderen uit.
5. Familiale/huwelijks omstandigheden
Risico: Twee belangrijke elementen zin: enerzijds opvoeding en/of de zorg,
anderzijds controle en/of toezicht
Dynamische behoefte: Reduceer conflicten, bouw positieve relaties uit,
verbeter de controle en het toezicht
6. Middelenmisbruik
Risico: Misbruik van alcohol en/of drugs
Dynamische behoefte: Verminder gebruik, vermindering van persoonlijke en
interpersoonlijke steun voor verslavingsgedrag, ontwikkel alternatieven voor
drugsmisbruik
7. Vrijetijdsbesteding
Risico: Lage niveaus van betrokkenheid en bevrediging bij niet-criminele
vrijetijdsbesteding
Dynamische behoefte: Verbeter betrokkenheid, beloningen en voldoening
8. Opleiding/werk
Risico: Lage niveaus van prestaties en voldoening op school/werk
Dynamische behoefte: verbeter de prestaties, beloningen en voldoening
Niet-criminogene behoeften
Minder onderzoek en ook nog onvoldoende bewezen
Zelfwaardering
Emotionele problemen
Psychiatrische aandoening
Gezondheid
Kunnen indirect bijdragen aan terugdringen van dynamisch risico
o Responsivity:
, Hoe behandelen? Aansluiting leerstijl & vermogens cliënt
Externe responsiviteit (vorm behandeling, kenmerken therapeut)
Interne responsiviteit (individuele kenmerken van de cliënt)
College 2 – Generaties risicotaxatie instrumenten &
risicofactoren
Predictieve validiteit
- Base rate wil eigenlijk zeggen hoevaak iets voorkomt. Of de base rate hoog of laag is, is van
belang. Er is niet altijd een cut-off bij risicotaxatie (meestal kijk je dan bij AUC)
- Sensitiviteit: Proportie recidivisten die voordien als hoog risico werd beoordeeld
Sensitiviteit voorspelt hoog risico
- Specificiteit: Proportie niet-recidivisten die voordien als laag risico werd beoordeeld
Specificiteit voorspelt laag risico
- Je wilt eigenlijk zowel sensitiviteit als specificiteit (the sweet spot). Formules hoef je niet te
kennen. Het zijn beiden retrospectieve maten. We gaan kijken of iemand inderdaad wel of
niet heeft gerecidiveerd. Bij een hele lage cut off, heb je een hoge sensitiviteit, maar een lage
specificiteit, omdat je een hele hoop mensen die niet recidiveren, bestempelen alsof ze wel
gaan recidiveren.