Samenvatting: de wereld waarnemen
Eindtermen en leerplannen
Definitie
= in wereldoriëntatie verwerven kinderen kennis en inzicht in:
- Zichzelf
- In hun omgeving
- In hun relaties tot die omgeving.
Ze verwerven vaardigheden om in interactie te treden met die omgeving en worden zij
gestimuleerd tot een positieve houding ten aanzien van zichzelf en hun omgeving.
6.1 Eindtermen en ontwikkelingsdoelen
Eindtermen en ontwikkelingsdoelen (in het gewoon lager onderwijs, het gewoon
secundair onderwijs, de basiseducatie en het secundair volwassenenonderwijs.) (wat
kinderen moeten kennen/kunnen)
= zijn minimumdoelen op het vlak van:
- Kennis
- Inzicht
- Vaardigheden
- Attitudes
Die de onderwijsoverheid als noodzakelijk acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie.
Dienen als kwaliteitsstandaarden in het onderwijs en als instrument om gelijke kansen
tot talentenontwikkeling te verzekeren.
Voor kleuteronderwijs zijn er ontwikkelingsdoelen geformuleerd, voor lager onderwijs
eindtermen. (Wordt beide vastgelegd door het Vlaams Parlement.)
>> enkel eindtermen op het einde van de basisschool.
Vak-of leergebied overschrijdende eindtermen die een attitude aangeven, zijn door de
school bij de leerlingen na te streven.
Verschil decreten en wetten:
Decreten: uitgevaardigd door Vlaamse overheid.
Wetten: uitgevaardigd door de federale overheid.
De vroegere wereldoriëntatie gesplitst in twee leergebieden:
Mens en maatschappij Wetenschappen en techniek
- Tijd - Techniek
- Mens - Natuur
- Maatschappij
- Ruimte
+
- Brongebruik
, 6 + 1 domeinen van eindtermen:
Tijd In dit domein werken we aan de ontwikkeling van het tijdsbegrip van
het kind, zowel op het vlak van tijd in de dagelijkse betekenis van het
woord (dagelijkse tijd) als op lineaire vlak (historische tijd), met
onder meer geschiedenisonderwijs. Daarnaast staan we ook stil bij
de omgang met erfgoedobjecten, geschiedenis, etc. (kalenders,
week…)
Mens Het domein mens focust op de mens als psychosociaal wezen.
We besteden daarbij aandacht aan hoe we als individu omgaan met
onszelf en anderen. Sociaal functioneren en communicerenis
hierbij belangrijk. (eigen gevoelens)
Maatschappij Binnen het domein maatschappij werken we aan de vaardigheden en
attitudes die kinderen later nodig zullen hebben om te participeren
aan en te functioneren in de samenleving. De kinderen krijgen niet
alleen inzicht, maar ook een correct beeld van de sociaal-
economische, sociaal-culturele en sociaal-politieke verschijnselen
van onze samenleving. (reclame)
Ruimte Dit domein staat stil bij de menselijke aardrijkskunde, want de
fysische aardrijkskunde valt onder het domein natuur.
We staan hier vooral stil bij de relatie tussen enerzijds de mens en de
ruimte waarin hij leeft en werken daarbij zowel aan kennis,
vaardigheden en attitudes. Anderzijds focussen we op de
ontwikkeling van de ruimtelijke oriëntatie.
Techniek Onder dit domein bestuderen we de ingrepen waarmee de mens aan
zijn menselijke noden en behoeften voldoet, zijn omgeving probeert
te beheersen en te veranderen. Daarbij wordt er ook gewerkt aan
technische geletterdheid, waarbij men techniek begrijpt, kan
hanteren en het belang en de impact ervan kan duiden.
Natuur Onder dit domein valt de niet-levende natuur en de levende
natuur. Onder de levende natuur vallen biologische begrippen die te
maken hebben met de mens, planten, dieren en de relatie tussen de
mens en zijn omgeving. Bij de niet-levende natuur bestuderen we
fysische verschijnselen, die tot het domein van de fysica of dat van
de fysische aardrijkskunde behoren
+ bijkomend domein:
Brongebruik De vaardigheid om bronnen te kunnen raadplegen en gebruiken is in
ons dagelijks leven van groot belang. Die bronnen gaan verder dan de
leerkracht en het handboek, maar gaan om allerlei soorten en
vormen van informatie.
Deze vaardigheid is van belang voor alle domeinen en ook voor de
andere leergebieden.
Eindtermen en leerplannen
Definitie
= in wereldoriëntatie verwerven kinderen kennis en inzicht in:
- Zichzelf
- In hun omgeving
- In hun relaties tot die omgeving.
Ze verwerven vaardigheden om in interactie te treden met die omgeving en worden zij
gestimuleerd tot een positieve houding ten aanzien van zichzelf en hun omgeving.
6.1 Eindtermen en ontwikkelingsdoelen
Eindtermen en ontwikkelingsdoelen (in het gewoon lager onderwijs, het gewoon
secundair onderwijs, de basiseducatie en het secundair volwassenenonderwijs.) (wat
kinderen moeten kennen/kunnen)
= zijn minimumdoelen op het vlak van:
- Kennis
- Inzicht
- Vaardigheden
- Attitudes
Die de onderwijsoverheid als noodzakelijk acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie.
Dienen als kwaliteitsstandaarden in het onderwijs en als instrument om gelijke kansen
tot talentenontwikkeling te verzekeren.
Voor kleuteronderwijs zijn er ontwikkelingsdoelen geformuleerd, voor lager onderwijs
eindtermen. (Wordt beide vastgelegd door het Vlaams Parlement.)
>> enkel eindtermen op het einde van de basisschool.
Vak-of leergebied overschrijdende eindtermen die een attitude aangeven, zijn door de
school bij de leerlingen na te streven.
Verschil decreten en wetten:
Decreten: uitgevaardigd door Vlaamse overheid.
Wetten: uitgevaardigd door de federale overheid.
De vroegere wereldoriëntatie gesplitst in twee leergebieden:
Mens en maatschappij Wetenschappen en techniek
- Tijd - Techniek
- Mens - Natuur
- Maatschappij
- Ruimte
+
- Brongebruik
, 6 + 1 domeinen van eindtermen:
Tijd In dit domein werken we aan de ontwikkeling van het tijdsbegrip van
het kind, zowel op het vlak van tijd in de dagelijkse betekenis van het
woord (dagelijkse tijd) als op lineaire vlak (historische tijd), met
onder meer geschiedenisonderwijs. Daarnaast staan we ook stil bij
de omgang met erfgoedobjecten, geschiedenis, etc. (kalenders,
week…)
Mens Het domein mens focust op de mens als psychosociaal wezen.
We besteden daarbij aandacht aan hoe we als individu omgaan met
onszelf en anderen. Sociaal functioneren en communicerenis
hierbij belangrijk. (eigen gevoelens)
Maatschappij Binnen het domein maatschappij werken we aan de vaardigheden en
attitudes die kinderen later nodig zullen hebben om te participeren
aan en te functioneren in de samenleving. De kinderen krijgen niet
alleen inzicht, maar ook een correct beeld van de sociaal-
economische, sociaal-culturele en sociaal-politieke verschijnselen
van onze samenleving. (reclame)
Ruimte Dit domein staat stil bij de menselijke aardrijkskunde, want de
fysische aardrijkskunde valt onder het domein natuur.
We staan hier vooral stil bij de relatie tussen enerzijds de mens en de
ruimte waarin hij leeft en werken daarbij zowel aan kennis,
vaardigheden en attitudes. Anderzijds focussen we op de
ontwikkeling van de ruimtelijke oriëntatie.
Techniek Onder dit domein bestuderen we de ingrepen waarmee de mens aan
zijn menselijke noden en behoeften voldoet, zijn omgeving probeert
te beheersen en te veranderen. Daarbij wordt er ook gewerkt aan
technische geletterdheid, waarbij men techniek begrijpt, kan
hanteren en het belang en de impact ervan kan duiden.
Natuur Onder dit domein valt de niet-levende natuur en de levende
natuur. Onder de levende natuur vallen biologische begrippen die te
maken hebben met de mens, planten, dieren en de relatie tussen de
mens en zijn omgeving. Bij de niet-levende natuur bestuderen we
fysische verschijnselen, die tot het domein van de fysica of dat van
de fysische aardrijkskunde behoren
+ bijkomend domein:
Brongebruik De vaardigheid om bronnen te kunnen raadplegen en gebruiken is in
ons dagelijks leven van groot belang. Die bronnen gaan verder dan de
leerkracht en het handboek, maar gaan om allerlei soorten en
vormen van informatie.
Deze vaardigheid is van belang voor alle domeinen en ook voor de
andere leergebieden.