Hoofdstuk 9, Dentine
Overzicht
Dentine = gemineraliseerde bindweefsel dat grootste deel van de tand vormt
• Bevat 70% anorganisch materiaal, 20% organisch materiaal, 10% water
• Hydroxyapatiet kristallen zijn kleiner dan die van glazuur
• Organische component bevat 90% collageen type I, 10% niet-collageeneiwitten.
• Gevoelig en vormt gedurende het leven (secundaire dentine)
• Bevat dentine tubuli, die o.a. bevatten:
- Odontoblast processen
- Dentine vloeistof
- Zenuwvezels
- Proces van antigeen presenterende cellen.
De cellichamen van de odontoblasten liggen in de tandpulpa. Ook. Zijn er zonder met verschillende
eigenschappen: manteldentine, predentine, interglobulair dentine, granulaire laag, translucent
dentine, dode sporen.
Dentine is een levend weefsel. Het kan reageren op trauma door de vorming van tertiair dentine
door de winning van stamcellen (liggend in de pulpa).
Introductie
Dentine vormt het grootste deel van de tand, bedekt door glazuur (kroon) en cement (wortel).
2 verschillen dentine en glazuur:
1. Dentine is sensitief.
2. Dentine vormt door het leven heen + veranderd in dikte. Er ligt een niet-gemineraliseerde
laag dentinematrix op het pulpa oppervlakte = predentine.
Dentine-pulpa complex = 1 functionele eenheid
1) Ontstaan samen uit dentale papil.
2) Odontoblastuitlopers lopen door dentine, cellichamen in pulpa
3) Weefselvloeistof dat langs de dentine tubuli komt, komt van de pulpa
4) De stamcellen die nodig zijn bij vorming van tertiaire dentine komen van de pulpa.
, Fysieke eigenschappen
Kleur: lichtgeel → beïnvloedt tandkleur via doorschijnend glazuur
Hardheid: harder dan bot en cement, zachter dan glazuur
Sterkte:
- Hogere bestand tegen scheuren dan glazuur (hogere fractuurbestendigheid): door meer
dicht op elkaar zittende kleine apatietkristallen met collageenvezels.
- Hoger druk-, trek- en buigweerstand dan glazuur
Permeabiliteit: door dentinetubuli, neemt af met de leeftijd.
Barsten/breuken:
- Als dentine is verzwakt door cariës of preparatie → kans op onherstelbare schade.
- Meer kans bij oudere of uitgedroogde tanden (bijv. na endo).
- Breukrisico groter bij krachten parallel aan dentinetubuli, dan loodrecht.
Chemische eigenschappen
Samenstelling gewicht:
- 70% anorganisch (vooral hydroxyapatiet)
- 20% organisch (vooral collageen)
- 10% water
Samenstelling volume:
- 50% anorganisch
- 30% organisch
- 20% water
Anorganisch = calcium hydroxyapatietkristallen → calcium-arm en carbonaat-rijk + spoorelementen
(bv. fluoride)
Structuur: de kristallen liggen op en tussen de collageenvezels.
Organische matrix
Bestaat uit: collageenfibrillen in een amorfe grondsubstantie.
- >90% van organische matrix = collageen
- Meeste collageen = collageen type I.
Niet-collagene eiwitten
Belangrijk voor mineralisatie en andere biologische functies.
• Dentine fosfoproteinen = heeft verschillende typen, dragen bij aan de mineralisatie.
• Proteoglycanen = zorgen voor collageenfibril-assemblage, celadhesie, migratie, proliferatie
en differentiatie. Dragen bij aan mineralisatie → door calcium binden.
• Glycoproteïnen/sialoproteinen = rol onbekend
• Gla-proteinen = lage aanwezigheid in dentine. Binden sterk aan hydroxyapatietkristallen en
spelen rol in mineralisatie.
• Groeifactoren = worden vrijgegeven bij cariës en zorgen voor vorming nieuw (tertiaire)
dentine
• MMP-1/MMP-20 en serum derived proteïnen
• Lipiden/vetten = 2% van organisch materiaal van dentine, vormen fosfolipiden en
cholesterol, spelen rol bij mineralisatie]
Overzicht
Dentine = gemineraliseerde bindweefsel dat grootste deel van de tand vormt
• Bevat 70% anorganisch materiaal, 20% organisch materiaal, 10% water
• Hydroxyapatiet kristallen zijn kleiner dan die van glazuur
• Organische component bevat 90% collageen type I, 10% niet-collageeneiwitten.
• Gevoelig en vormt gedurende het leven (secundaire dentine)
• Bevat dentine tubuli, die o.a. bevatten:
- Odontoblast processen
- Dentine vloeistof
- Zenuwvezels
- Proces van antigeen presenterende cellen.
De cellichamen van de odontoblasten liggen in de tandpulpa. Ook. Zijn er zonder met verschillende
eigenschappen: manteldentine, predentine, interglobulair dentine, granulaire laag, translucent
dentine, dode sporen.
Dentine is een levend weefsel. Het kan reageren op trauma door de vorming van tertiair dentine
door de winning van stamcellen (liggend in de pulpa).
Introductie
Dentine vormt het grootste deel van de tand, bedekt door glazuur (kroon) en cement (wortel).
2 verschillen dentine en glazuur:
1. Dentine is sensitief.
2. Dentine vormt door het leven heen + veranderd in dikte. Er ligt een niet-gemineraliseerde
laag dentinematrix op het pulpa oppervlakte = predentine.
Dentine-pulpa complex = 1 functionele eenheid
1) Ontstaan samen uit dentale papil.
2) Odontoblastuitlopers lopen door dentine, cellichamen in pulpa
3) Weefselvloeistof dat langs de dentine tubuli komt, komt van de pulpa
4) De stamcellen die nodig zijn bij vorming van tertiaire dentine komen van de pulpa.
, Fysieke eigenschappen
Kleur: lichtgeel → beïnvloedt tandkleur via doorschijnend glazuur
Hardheid: harder dan bot en cement, zachter dan glazuur
Sterkte:
- Hogere bestand tegen scheuren dan glazuur (hogere fractuurbestendigheid): door meer
dicht op elkaar zittende kleine apatietkristallen met collageenvezels.
- Hoger druk-, trek- en buigweerstand dan glazuur
Permeabiliteit: door dentinetubuli, neemt af met de leeftijd.
Barsten/breuken:
- Als dentine is verzwakt door cariës of preparatie → kans op onherstelbare schade.
- Meer kans bij oudere of uitgedroogde tanden (bijv. na endo).
- Breukrisico groter bij krachten parallel aan dentinetubuli, dan loodrecht.
Chemische eigenschappen
Samenstelling gewicht:
- 70% anorganisch (vooral hydroxyapatiet)
- 20% organisch (vooral collageen)
- 10% water
Samenstelling volume:
- 50% anorganisch
- 30% organisch
- 20% water
Anorganisch = calcium hydroxyapatietkristallen → calcium-arm en carbonaat-rijk + spoorelementen
(bv. fluoride)
Structuur: de kristallen liggen op en tussen de collageenvezels.
Organische matrix
Bestaat uit: collageenfibrillen in een amorfe grondsubstantie.
- >90% van organische matrix = collageen
- Meeste collageen = collageen type I.
Niet-collagene eiwitten
Belangrijk voor mineralisatie en andere biologische functies.
• Dentine fosfoproteinen = heeft verschillende typen, dragen bij aan de mineralisatie.
• Proteoglycanen = zorgen voor collageenfibril-assemblage, celadhesie, migratie, proliferatie
en differentiatie. Dragen bij aan mineralisatie → door calcium binden.
• Glycoproteïnen/sialoproteinen = rol onbekend
• Gla-proteinen = lage aanwezigheid in dentine. Binden sterk aan hydroxyapatietkristallen en
spelen rol in mineralisatie.
• Groeifactoren = worden vrijgegeven bij cariës en zorgen voor vorming nieuw (tertiaire)
dentine
• MMP-1/MMP-20 en serum derived proteïnen
• Lipiden/vetten = 2% van organisch materiaal van dentine, vormen fosfolipiden en
cholesterol, spelen rol bij mineralisatie]